De kribbel van J. M. Coetzee
Literatuur, J.M. Coetzee, Paul Auster, Brieven -

De kribbel van J. M. Coetzee

maandag 9 juli 2012 23:08

Recensie: Paul Auster en J. M. Coetzee, Een manier van vriendschap. Brieven 2008-2011. Vertaling: Peter Bergsma en Ton Heuvelmans, Cossee/De Arbeiderspers, 224 p.

Haastig kribbelde hij zijn en mijn naam in het boek. Net herkenbaar: J.M. Coetzee. In boekhandel Athenaeum te Amsterdam gaf de Zuid-Afrikaanse schrijver (en Nobelprijswinnaar) John Maxwell Coetzee op 3 juli een signeersessie van een uurtje – toen was hij weer door. Enkele jaren geleden stelde Coetzee de Amerikaanse schrijver Paul Auster (die van de New York-Trilogie) voor om een briefwisseling te onderhouden, bij wijze van vriendschap. Auster stemde toe en antwoordde: “Het soort gesprekken dat we zouden voeren als we toevallig in dezelfde stad hadden gewoond. Maar niet alleen maar eettafelgesprekken – iets rigoureuzers.” Ze kenden enkel elkaars werk en hadden elkaar slechts een keer ontmoet. Het resultaat van drie jaar brieven staan nu in Een manier van vriendschap.

Dat het boek eerst verschijnt in Nederlandse vertaling en dat mijnheer Coetzee het kwam signeren in Amsterdam, maakte van de gebeurtenis een wereldpremière. Athenaeum is een prachtige boekenwinkel, je krijgt zin om er van alles mee te graaien en van de nieuwste boeken te genieten. De zon schijnt en Amsterdam is aangenaam warm, de rij begint zich te vormen. Ik denk dat ik een Nederlandse schrijver herken. De Nederlandse literaire elite verzamelt zich voor de deur en praat over Literatuur. Alleen glaasjes dure drank ontbreken.

De briefwisseling komt wat hakkelend op gang. De heren springen wat van onderwerp naar onderwerp. Naar mate de correspondentie vordert, worden meer en meer gaten opgevuld en hebben de brieven meer diepgang, zonder hoogdravend en ontoegankelijk te zijn. De vriendschap en wederzijdse appreciatie spat van de pagina’s. Twee pennen op een brief.

Hoewel vriendschap het eerste onderwerp is dat wordt aangesneden, verdiende het meer aandacht. Hun discussie vangt hoopvol aan. Coetzee zegt: “… wat die boeken over vriendschap te zeggen hadden, was voor het merendeel weinig interessant.” Mannen kunnen wel vrienden zijn, zonder elkaar echt te kennen, stelt Auster. Vriendschap heeft verschillende invullingen voor de schrijvers en die waren zeker de moeite om uit te diepen.

Sport lijkt zich als rode draad te ontplooien doorheen de brieven. Het doet beide auteurs duidelijk deugd om over luchtigere zaken te kunnen schrijven. Auteurs van dat kaliber zitten ook al eens een hele zondag naar honkbal of cricket te kijken om er in op te gaan als een klein kind. De auteurs luchtten hun bescheiden meningen over de financiële crisis, veeleer ongenuanceerd en weinig geïnformeerd. Veel interessanter zijn hun gedachten over de Amerikaanse Senaatsverkiezingen, Zuid-Afrikaanse politiek of Israël en Palestina. Auster en Coetzee zijn het niet steeds met elkaar eens, maar in sommige passages lijken de auteurs niets anders te doen dan instemmend met elkaar mee te knikken.

Wanneer ze het hebben over film, literatuur of moedertalen, slaan de vonken er wel van af. Ze schrijven elkaar over Franz Kafka (een held voor elke moderne schrijver) en dat valt te smaken.

Waar Auster nog regelmatig interviews geeft, doet Coetzee dat eigenlijk niet meer. Uit frustratie van de interactie van een interview, te eenzijdig, vindt hij. Coetzee weet zijn privé erg gescheiden te houden van zijn werk, al geeft Een manier van vriendschap een kijk op de auteurs, des te opmerkelijker dat beiden enkele persoonlijke details neerpennen. Hoewel ze niet meer piepjong zijn, valt op hoe vaak ze op conferenties worden uitgenodigd (en er naartoe gaan), het lijkt wel dat vaker onderweg zijn dan de Stones. 

De correspondentie vermenselijkt beide grootheden. De brieven zijn echt. Het is dapper om de briefwisseling zo te publiceren (al hebben uitgevers wat marge met zo’n namen), met kwaaltjes (zo had Paul Auster een stevige buikgriep begin oktober 2008) en niet bepaald boeiende continue beterschapswensen. Ook fouten blijven er genadeloos in staan. Met enige hilariteit vergist Coetzee zich wanneer hij het heeft over verstrooidheid en zijn verjaardag die in aantocht is, hij beweert de leeftijd van zeventig decennia te gaan bereiken.

Bij wijze van experiment is het ook bijzonder interessant om te observeren hoe de schrijvers, die anders maanden of zelfs jaren over passages nadenken, op korte tijd presteren en enkele prachtige passages neerschrijven. Beide titanen hadden soms weinig tijd om zich ten volle in de brieven te smijten, en dat is voelbaar. De antwoorden zijn bij momenten kort en komen elkaars vragen niet steeds tegemoet.

De fans zullen de brieven op prijs kunnen stellen waar de auteurs een inkijk geven in hun schrijfproces. Met subtiliteit en oog voor detail onthullen de schrijvers enkele achterliggende gedachten over hun werk. Over het schrijven en de gedachtevorming komen we te weten dat Auster zich in detail een kamer inbeeldt bij het schrijven of het lezen van een passage, terwijl Coetzee de kamer denkbeeldig leeg houdt, tenzij er een specifiek object nodig is voor een scène.

Na het lezen van het boek rijst er een gedachte op: die twee schrijven elkaar nog steeds! Onmogelijk dat ze stopten. Het einde komt enigszins abrupt en er wordt niet naartoe gewerkt, wat het werk des te meer vorm geeft als een momentopname in een lange reeks brieven. De sappige anekdotes die de brieven spekken, maken van het boek een aantrekkelijk geheel voor de liefhebber. Voor de fans is dit een kleine aanrader, indien u dat nog niet bent: Disgrace en Leviathan zijn goede starters.

Dat Coetzee niet zo graag signeersessies geeft, bleek een beetje uit zijn vluchtigheid, zijn stilte. Gesigneerde kopijen zijn zeldzaam – het internet durft al eens woekerprijzen te vragen.

Mijn boek had een kribbel, ik stapte de boekenwinkel uit, ik kan de wereld aan. Maar wat nu? 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!