Van 20 tot 22 juni vindt in Rio de Janeiro de topconferentie Rio+20 plaats (logo: Rio+20)
Opinie, Nieuws, Wereld, Milieu, Vlaamse Overheid, Duurzame ontwikkeling, Rio+20, Ilse Dries - Ilse Dries

Is er nog leven na Rio+20? En zal dat duurzaam zijn?

Ja, de tekst van Rio+20 is vaag. "Voor zij die willen, is het niet belangrijk of het moet of niet – ze doen het gewoon", schrijft Ilse Dries, teamhoofd Duurzame Ontwikkeling bij de Vlaamse overheid. Zij was delegatiehoofd voor de Vlaamse overheid in Rio de Janeiro.

vrijdag 6 juli 2012 19:20

Rio+20, het mocht niet mislukken … Er wordt deze dagen kort door de bocht gegaan: Rio is een flop. De tekst voldoet niet aan de verwachtingen. De intenties werden uitgehold, de omschrijvingen zijn vaag, er is geen reëel engagement, geen duidelijke doelstellingen, geen echt actieplan, geen visie. Wat is het dan wel, dat document van 53 bladzijden genaamd ‘The future we want’? En waarom is het niet ambitieus? Of zit er toch iets inspirerends in?

De tekst is een compromistekst. De kunst van het compromis. De Braziliaanse presidente Dilma Rousseff vermeldde in haar slotspeech dat 193 landen deelnamen. Er waren meer dan duizend nevenactiviteiten, en wereldwijd hebben 1.300.000 mensen tijdens de ‘Rio dialogues‘ hun stem uitgebracht voor het meest veelbelovende voorstel.

Op elke dialoog – het waren er tien in totaal – kwam er zo eentje als winnaar uit de bus. Zo haalde het voorstel ‘Phase out harmful subsidies and develop green tax schemes’ de meeste stemmen in de dialoog over economie. De resultaten werden volgens de Brazilianen meegenomen in het verdere proces en in de onderhandelingen. En toeval of niet het uitdoven van de schadelijke subsidies werd behouden in tekst niettegenstaande er veel oppositie was tegen die paragraaf.

193 landen, al dan niet verenigd in de G77 of de EU, namen  het woord in discussies over tekstvoorstellen. En de tekst is vaag, blinkt uit in ‘werk’woorden zoals stimuleren, promoten, ondersteunen, faciliteren, en meer van dat moois – geen harde garanties.

Maar is dit niet de tendens die zich meer en meer voordoet binnen het discours rond duurzame ontwikkeling? Wordt het eerder een alliantie tussen zij die willen, die ervoor willen gaan … en de anderen zullen uiteindelijk wel volgen? Duurzame ontwikkeling gaat meer en meer uit van de positieve krachten in onze maatschappij – wil die ondersteunen.

Harde garanties blijken ook niet steeds het gewenste resultaat op te leveren. Doelstellingen werden in het verleden reeds herhaaldelijk geformuleerd en niet gehaald. Voor alle duidelijkheid: dit is geen pleidooi om niet langer doelstellingen voorop te stellen. Wel blijkt dat als ze geformuleerd worden, dit niet steeds tot een resultaat leidt. Met andere woorden: een declaratie met mooie doelstellingen leidt ook niet steeds tot een goed resultaat.

Verder is de tekst een afweging tussen de zogenoemde drie pijlers van duurzame ontwikkeling (economisch, ecologisch en sociaal). Geen enkele declaratie tracht zoveel zaken te combineren, en laat dat nu net de verdienste zijn van duurzame ontwikkeling.

Sociale items zoals waardige jobs, sociale bescherming, vorming en onderwijs, gender en gezondheid worden gekoppeld aan armoedebestrijding, klimaat, biodiversiteit, bosbeheer, water, transport, steden, energie, groene economie, … Er worden dwarsverbanden gezocht, onderhandelaars moeten buiten hun vertrouwde kaders op zoek naar informatie.

Duurzame ontwikkeling zit op Europees niveau nog steeds in de hoek van de ecologie. En dus worden leefmilieuambtenaren plots geconfronteerd met voor hen nieuwe begrippen. Sociale bescherming … wat is de relatie met duurzame ontwikkeling? Dus de schotten tussen de hokjes vallen hier en daar weg. Duurzame ontwikkeling zoekt naar ‘linken’, naar meerwaarde in het combineren. Teksten worden verplaatst: van gender naar klimaat, van armoede naar jobs, …

Verder is het een zoeken naar evenwicht tussen de landen. Het draagvlak vergroot, meer landen nemen intensief deel aan de discussie. De ontwikkelingslanden hebben professionele onderhandelaars, en stellen hun eigen prioriteiten, ze houden intensief nevenonderhandelingen om binnen hun groep (van 77 landen) tot een consensus te komen.

En er worden harde stellingen ingenomen: “Geen groene economie als we geen toegang hebben tot de groene technologie, die beschermd wordt door intellectuele eigendomsrechten. En als we ons hiertoe verbinden dan willen we extra financiering om de kosten verbonden aan de technologie en de introductie ervan, te vergoeden.”

Meer geld was dan weer onaanvaardbaar voor de Europa en VS, de kassa is ‘leeg’ …  En niet elk land gaat even vlug; er zijn voorlopers en volgers. Soms houdt dat bijbenen in, of moet er even stilgestaan worden – en soms moet men zich behoeden om geen stap terug te zetten op eerder gemaakte afspraken.

Rio+20 is geen momentopname. Er ligt een product, maar dat product mag niet los gezien worden van het proces. Het is geen document dat na twee dagen plots vanuit het niets op tafel wordt gelegd, dat plots zogezegd verzwakt werd door de ‘coup’ van de Brazilianen.

Het is een proces dat al twee jaar werd voorbereid. Eerst met een discussie over de prioritaire thema’s, en sinds februari van dit jaar met concrete tekstvoorstellen. Dat voorbereidend proces, daar valt wel wat op aan te merken. Tussen februari en mei werd vijf weken onderhandeld in New York.

Op basis van een tekst van de ‘chairs’, de voorzitters, worden er door de landen en de delegaties, al dan niet als ontwikkelingslanden verenigd in de G77, of als Europese landen in de EU, woorden veranderd, tekstvoorstellen geamendeerd. Het is een tergend traag proces, dat zeker efficiënter en boeiender kan. Maar de dialoog was op zich onderwerp van discussie. Kunnen we nog luisteren naar elkaar?

Wat is duurzaam bouwen? Voor de EU-onderhandelaar is de Empire State Building een voorbeeld van duurzaam bouwen; voor de G77 is het een dak boven je hoofd. Dat leidde soms tot verhitte discussies, maar ook hier was een evolutie merkbaar. En dan moeten we opnieuw leren luisteren naar elkaar. En wie tot het laatste moment is gebleven op het ‘high level segment’ van de conferentie, heeft gezien hoe uiteindelijk iedereen vrede nam met de tekst.

Na de aanname van het document hadden de delegaties nog de mogelijkheid om in drie minuten hun opmerkingen te geven. Het bleek een soort waarheidscommissie. Ieder startte met positieve opmerkingen en met een bevestiging van zijn akkoord met de tekst, om dan te zeggen op welke vlakken het toch niet strookte met zijn eigen standpunt.

Het uitspreken van wat ‘verloren’ was gegaan, was soms erg emotioneel. Voor de delegatie van IJsland bijvoorbeeld, voor wie het ontbreken van een tekst over de reproductieve rechten van de vrouw een zware pil was om te slikken.

Canada worstelde met de paragraaf rond het recht op water, Ecuador met het uitdoven van milieuschadelijke subsidies. Ieder heeft iets moeten slikken. Voor de ontwikkelingslanden was dat de groene economie, zonder dat daar een duidelijke financiering tegenover staat. Europa had dan weer gehoopt op meer concrete resultaten over het internationale institutionele kader.

Toch bevat de slottekst veel aanknopingspunten waarmee we verder kunnen gaan. Zaken werden geschrapt – de meeste al tijdens het parcours, maar sommige zelfs op het eind van de rit. Maar andere punten zijn blijven staan, niettegenstaande kritiek.

Bijvoorbeeld:

– Maatschappelijk verantwoord ondernemen (social corporate responsibility) en duurzaamheidsrapportering, waardoor de privésector wordt aangezet om duurzamer te produceren en te werken;
Good governance, met het recht op toegang tot informatie rond milieuthema’s;
– Educatie voor duurzame ontwikkeling, met een verwijzing naar het belang van niet-formele vorming, integratie van duurzaamheid in de curricula/opleidingen en het verduurzamen van campussen;
– Sociale bescherming voor iedereen, met sociale beschermingsvloeren;
– Eigendomsrechten voor vrouwen wat betreft grond, krediet, technologie en erfenisrechten;

– Rechten van de vrouw op controle over haar seksualiteit, op seksuele en reproductieve gezondheid, vrij van dwang, discriminatie en geweld, en de toegang tot veilige, effectieve, aanvaardbare en moderne vormen van gezinsplanning (al werden de reproductieve rechten in laatste instantie geschrapt uit de tekst);
– Recht op water en recht op voedsel;

– Energie voor iedereen (VN-secretaris generaal Ban Ki-moons voorstel Energy for all werd opgenomen in de tekst);
– Erkenning van de professionele rol die NGO’s kunnen spelen, en het toenemend belang van het maatschappelijk middenveld, de burgermaatschappij;
– Het belang van nieuwe stakeholders naast de traditionele stakeholders (mayor groups): vrijwilligers groepen, migranten, oudere personen …

Een aanzet voor en een opstart van het proces rond het ontwikkelen van de duurzaamheidsdoelstellingen na 2015, wanneer de VN-millenniumdoelstellingen aflopen. De nieuwe duurzaamheidsdoelstellingen moeten universeel zijn en niet enkel gericht op de ontwikkelingslanden.

– Een akkoord rond oceanen, met een perspectief op een verdrag;
– Het afbouwen van niet-duurzame subsidies;
– Aanname van het tienjarig kader voor duurzame productie en consumptie;

– Duurzame steden, met de invoering van multi use planning, en integratie van functies binnen de stad. Herwaardering van achtergestelde buurten;
 – Beyond GDP: een nieuwe indicator die verder gaat dan het BNP, en ook andere sociale en milieuaspecten mee in rekening neemt;
– Aanvaarding van het belang van groene economie;
– Nieuwe vormen van samenwerking, onder meer Zuid-Zuidsamenwerking.

Veel organisaties riepen op om de slottekst niet te tekenen. Dat was echter geen optie. Er zijn aanknopingspunten, en we kunnen aan de slag. We zullen niet moeten wachten op het vingertje van de VN, want dat zit niet in de tekst: geen verplichtingen voor de lidstaten. Maar dat verhindert zovelen niet om al aan de slag te gaan.

“What’s in it for me?” Heb ik herhaaldelijk gehoord, en “Ik ga dit nu omzetten naar mijn agenda”. Voor zij die willen, is het niet belangrijk of het moet of niet – ze doen het gewoon. En hopelijk druppelt het verder door, en blijft het niet beperkt tot de uitgebreide delegaties, de sociale organisaties, de aanwezige bedrijven, de 1.300.000 mensen die hun stem uitbrachten – daarvoor zorgen is ieders taak.

Ilse Dries

Ilse Dries is teamhoofd Duurzame Ontwikkeling bij de Vlaamse overheid. Ze was delegatiehoofd voor de Vlaamse overheid op de Rio+20-conferentie in Rio de Janeiro van 20 tot 22 juni 2012. Dit artikel geeft haar eigen standpunt weer.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!