De kampen in het onderwijsdebat

De kampen in het onderwijsdebat

zaterdag 30 juni 2012 21:40

Elke dag lezen of horen we een nieuwe kritiek op Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet. De media wekken de indruk dat tegenstanders van zijn onderwijshervorming in de meerderheid zijn. Dat is al aan de gang sedert 2009 toen het rapport-Monard werd voorgesteld. Nu kan men in de argumentatie duidelijk twee kampen onderscheiden, naargelang het doel van het onderwijs.

Het ene kamp wil het allerbeste voor de beste leerlingen; dat zijn deze met de beste kansen. Dat andere kinderen minder mogelijkheden hebben en zwakkere resultaten halen mag geen reden zijn voor een onderwijshervorming; want dat heeft andere oorzaken. Zoals: erfelijke aanleg, slechte taalkennis, factoren in het gezin enz. Omdat die factoren toch vastliggen is het verkeerd keuzen en selecties uit te stellen. De verschillen in schoolresultaten absoluut willen verkleinen zal leiden tot nivellering naar beneden toe.
Het andere kamp wil dat ALLE leeringen hoogwaardige diploma’s halen, en de studierichting en niveau van het einddiploma  mogen niet zo vroeg als nu worden vastgelegd, nl. op 12 jaar, door de keuze tussen algemeen vormend of technisch of beroepsonderwijs. Op die leeftijd liggen de capaciteiten van de de kinderen nog niet vast maar ze kunnen zich nog sterk ontplooien, juist dankzij gepast onderwijs. De kinderen zelf kunnen op die leeftijd nog geen gefundeerde keuze maken, en heel wat ouders evenmin.

Letterlijk geciteerd

In zijn meest uitgesproken versie pleit het eerste kamp voor elite-scholen: “…onze focus om het maximum te halen uit intellectueel sterkere leerlingen (…) Kinderen die excelleren op intellectueel vlak mogen (volgens de hervormingsplannen) opgeofferd worden in de dictatuur van het gelijke kansen onderwijs (…) Kiezen op 14 is veel te laat. De lat komt lager te liggen voor iedereen” (directeur en leraars Sint-Barbara Jezuietencollege, Gent, aan De Tijd, 26/5).
Er is nauwelijks iemand die zich afvraagt wat het betekent voor een samenleving als zoveel hoogbegaafde kinderen uit de boot vallen. Beeld je eens in dat je al dat talent kan ontginnen in plaats van het te verkwanselen” (Tessa Kieboom, directrice van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek; biedt IQ testen aan à 800 eur; start in september met een privé school voor hoogbegaafden, à 15.000 eur inschrijvingsgeld. De Tijd 23/6).
Onze samenleving is echter compleet niet bij gebaat (bij gelijkheid) wanneer zij onze meestbelovende jongeren in een harnas van grijsheid en vervlakking zou duwen” (Oud-rector van de K.U.L. André Oosterlinck, in “De onnodige, ongevraagde en dure onderwijshervorming van Pascal Smet”, De Morgen 21/6).
De best presterende scholieren mogen niet uit het oog worden verloren. Elke leerling moet maximaal worden uitgedaagd. We moeten de besten onder hen de kans geven zich te onderscheiden” (Goedele Vermeiren, woordvoerder N-VA; de partij is tegenstander van een brede eerste graad De Morgen 25/6).
Een latere keuze is nergens voor nodig: “Bij kleine kinderen zie je toch ook al snel of ze een abstracte intelligentie hebben of niet?” (Luc Vandenbossche, oud-minister van Onderwijs, volgens eigen zeggen nu uit de politiek en zeer actief in het winstgevend bedrijfsleven).
Dat de toekomst van een kind al vroeg vastligt, zodat onderwijsniveau en onderwijsinhoud hierop mogen afgestemd worden, was vorig jaar nog de mening van Mieke Van Hecke, directeur van de katholieke onderwijskoepel (Guimardstraat): “Een toekomstige vrachtwagenchauffeur moet voor mij Shakespeare niet lezen” (De Morgen 14/11/2011). Echter, tijd en studie brengen raad, en nu zou “de Guimardstraat” hebben ingestemd met de brede lijnen van het plan van minister Smet. Wat haast tot paniek leidt van meerdere katholieke scholen die in de media het woord krijgen; Sint-Barbara denkt er zelfs over om uit de katholieke koepel te stappen indien…

Het andere kamp

Het andere kamp wordt vertegenwoordigd door het Gemeenschapsonderwijs (Raymonda Verdyck), door de onderwijsexpert Georges Monard (oud-secretaris-generaal van het ministerie, voorzitter van studiecommissies en auteur van rapporten, vroeger CVP-parlementslid en kabinetchef van CVP minister Coens), en wetenschappelijke onderzoekers Ides NIcaise, Marc Elchardus e.a. Zij wijzen op de slechte prestaties van het Vlaamse onderwijs wat betreft de vele afstuderenden zonder diploma, en de zeer grote prestatieverschillen tussen scholen, tussen klassen, tussen beste en zwakste leerlingen. De maatschappelijke ongelijkheid aanwezig bij de geboorte, zoals taalvaardigheid, diploma van de ouders, beroepsactiviteit van de vader, en allochtone afkomst, worden door het huidig onderwijssysteem verder versterkt (zie o.m. “De school van de  ongelijkheid”, door  N. Hirtt, I. Nicaise en D. De Zutter, 2007). Een exemplarisch voorbeeld: kinderen uit kansarme gezinnen komen in toenemende mate terecht in het buitengewoon onderwijs, bedoeld voor geestelijk gehandicapten (Raymonda Verdyck, GO!, De Morgen 9/9/2011). “De kans om als kind van laaggeschoolden zelf hooggeschoold te worden is in Vlaanderen nagenoeg de laagste van Europa” (Marc Elchardus, De Morgen 28/6).
Deze bezorgdheid is afwezig in het de eerste kamp, althans al hun aandacht gaat naar de succesvolle leerlingen. Natuurlijk betwist dat kamp de interpretatie van de PISA cijfers: de zogenaamde ongelijkheid zijn zovele kwakkels (Boudewijn Bouckaert; Kathy Berx (CD&V); en vele online kommentatoren o.m. in het tijdschriften Klasse en  Schoolkrant); schoolverlaters zonder diploma zijn vooral allochtonen (en dus geen reden om ons onderwijs te hervormen).
De voorstellen van minister Smet houden geen volledige oplossing van dit probleem in, maar zijn een stap in de goede richting (Elchardus).
De conceptnota van Pascal Smet kiest, behalve voor een gemeenschappelijke eerste graad tot 14 jaar, voor differentiatie, met zwaardere pakketten voor de knapperen, en prioriteit voor het basispakket voor de tragere leerlingen. Hieronder de volledige, alsook verkorte tekst van de minister. Onderzoekers Dirk Jacobs e a hebben uit de PISA resultaten afgeleid dat leerlingen uit een (lagere) sociale klasse beter presteren indien ze in een rijke school zitten. 

Visie op onderwijs en samenleving

Uit bovenstaande kan blijken dat de wijdverspreide en felle kritieken op een concept-nota ook steunen op een eigen maatschappijvisie, en op de rol van het onderwijs in die samenleving. De critici willen vooral competitiviteit, en willen de sterksten nog sterker maken. Het is toch niet nodig dat kinderen van laaggeschoolden allemaal een universitair diploma halen?
De voorstanders daarentegen willen minder ongelijkheid en verdedigen nadrukkelijk de zwakkeren en zwaksten, zonder achterstelling van de de sterksten.
De brede aandacht die de media gaven en geven aan het eerste kamp heeft er al toe geleid dat minister-president Peeters zegde dat het draagvlak voor de hervorming afbrokkelt (26/6). Pascal Smet heeft nog tot 2014 vooraleer zijn hervorming in voege moet treden. Dit debat (“oorlog” zegt Bart Pattyn) is dus een test voor of tegen een meer solidaire maatschappij; de zoveelste test. Want tegelijkertijd wordt het offensief gevoerd tegen de indexkoppeling; tegen de werkloosheidsuitkering; tegen het stakingsrecht. Fiscale rechtvaardigheid is nog een battlefield; zoals de invoering van een Europees minimumloon. De European Round Table of Industrialists heeft zopas aan de Europese regeringsleiders gevraagd alle (business)regulerende wetten op te schorten “om de groei te bevorderen”. Weet iedereen welke groei ze bedoelen?

Externe links

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!