Slachtoffer Julian LeBaron brengt zijn getuigenis van de repressie
Nieuws, Mexico, G20, Drugshandel, George W. Bush, President Calderón - Christine Moderbacher

Mexico: drugshandel excuus voor gruwelijke repressie democratie

Onder het voorwendsel van een oorlog tegen drugs, heeft de Mexicaanse president zijn land sterk gemilitariseerd. Dat ging gepaard met gruwelijke schendingen van de mensenrechten. Zondag 1 juli 2012 zijn er presidentiële en parlementaire verkiezingen. Het maatschappelijk verzet groeit echter. De vraag is welke impact dat verzet zal hebben. Komt er na de Arabische lente een Mexicaanse zomer?

donderdag 28 juni 2012 15:16

Bestrijding van drugshandel of repressieve poltiestaat?

In juli 201 was de 17-jarige Mexicaanse student Jorge Mario Moreno met drie vrienden op uitstap met de wagen toen ze onderweg op een politiepatrouille stootten. De militaire voertuien kwamen op hen af gereden (nvdr: in Mexico is de ‘politie’ zeer zwaar uitgerust met voertuigen die wij eerder zouden associëren met het leger) en openden onmiddellijk het vuur met hun zwaar geschut.

De jongens trachtten te vluchten terwijl Jorge met zijn gsm de nooddienst trachtte te bereiken. Die kwam echter nooit opdagen. “Ze hebben hun hachje gered door de auto te verlaten en te rennen”, legt zijn vader Nepomuceno Moreno uit. “Mijn zoon heeft 20 km gewandeld tot hij een winkel bereikte, vanwaar hij me gebeld heeft. Hij zei me : “Ik heb problemen, de politie heeft me achtervolgd en geschoten. Plotseling riep hij ‘de politie is hier voor mij en ze hebben hun wapens getrokken !”

Nepomuceno zit onder de schaduw van een boom en toont me foto’s van zijn zoon, dansend op het debutantenbal van zijn school, in gezelschap van mooie meisjes. “Ik heb sindsdien geen nieuws meer van hem”. Hij is, net als vele andere ouders, een militant geworden die wil dat aan deze misdaden een eind komt.

Slechts één van de vele slachtoffers

Jorge Mario Moreno is één van de 10.000 personen die sinds het aantreden van president Calderón op 1 december 2006 vermist zijn. Overheidsambtenaren laten uitschijnen dat zijn verdwijning te maken heeft met druggebruik en drugshandel – een dagdagelijks verhaal voor de Mexicanen.

President Calderón heeft bij zijn aantreden een ‘oorlog tegen de drugs’ afgekondigd. Die oorlog heeft een historisch ongeëvenaard bloedbad veroorzaakt, met meer dan 50.000 doden (waarvan 1.300 kinderen) en 230.000 interne vluchtelingen. Dat geweld wordt officieel verklaard door de rivaliteit tussen drugsbendes, die hun territorium verdedigen of uitbreiden.

Oorlog tegen de drugshandel of voor en door de drugshandel

Er zijn echter zware vermoedens van medeplichtigheid tussen elementen in de federale regering en de drugskartels. Journaliste Anabel Hernandez toonde de banden tussen de politieke klasse en de drugskartels aan in haar boek ‘Los Señores del narco’.

Sinds het begin van het presidentschap van Calderón, is het drugsgebruik spectaculair gestegen in Mexico. De criminele organisaties hebben zich zwaar bewapend. Het opsporen van witwaspraktijken is niet langer een prioriteit voor de overheid en het leger wordt ingezet om onschuldige burgers te doden.

Jongeren zoals Jorge Mario zijn vaak de eerste slachtoffers. Het antwoord van Calderón is steeds hetzelfde : 90 percent van de slachtoffers zijn ‘collateral damage’(nvdr: onschuldige slachtoffers die in het kruisvuur tussen de strijdende partijen omkomen).

Eenzijdige informatie van de massamedia

Nationale en buitenlandse tv-zenders tonen voortdurend een gewelddadig beeld van Mexico. “Ze vertellen ons een simplistisch verhaal waar de slachtoffers las de beuklen worden weergegeven”,  legt een Mexicaanse activiste en cineaste uit die de complexiteit van het conflict tracht aan te tonen.
Zij voert een pacifistische strijd tegen de drugsoorlog. “Het algemeen beeld dat de media ophangen, is dat van een regering die tegen de misdaad strijdt, hoewel deze overheid juist sterke banden heeft met de drugshandelaars. De lokale politie beschermt vaak de machtigste bendes en elimineert leden van rivaliserende bendes”.

De nefaste rol van de Verenigde Staten

President Calderon zorgde voor een loonsverhoging van de federale politie en het leger met 35 %. Hij vond in de Amerikaanse president George W. Bush een bondgenoot. Die steunde zijn militaire aanpak met 1,4 miljard dollar op 3 jaar (1,12 miljard euro). Sindsdien kan men vaststellen dat de meest gemilitariseerde steden van Mexico tevens de meest gewelddadige zijn, zoals in de deelstaat Cuernavaca ten zuiden van Mexico City.

De Verenigde Staten voeren een ‘oorlog tegen drugs’ sinds de jaren ’70. De kosten van die oorlog worden geraamd op 1.000 miljard dollar (804 miljard euro). Dit budget had tot doel drugs te bannen en de landen waar de drugs worden geproduceerd militair te steunen.

De Mexicaanse drugindustrie is in de jaren ’90 ontstaan, toen de Colombiaanse drugleveranciers nieuwe aanvoerroutes naar de VS zochten. Mexicaanse drugshandelaars realiseerden zich snel welke gigantische winsten marihuana en andere drugs zouden kunnen opbrengen.

De wetten van vraag en aanbod

De Mexicaanse drugshandel brengt nu tussen de 13 à 48 milliard dollar per jaar op ( 10 tot 38 miljard euro). 80 procent van de cocaïne die de VS binnengesmokkeld wordt is afkomstig uit Mexico. Die handel eist meer en meer doden.

Miguel, ambtenaar en leerkracht geeft duiding : “De VS zijn klant. Ze moeten de vraag naar drugs aanpakken en stoppen met de leveranciers te beschuldigen. Ze moeten stoppen met geweren naar Mexico te sturen! We hebben nood aan hulp tegen de corruptie en vooral tegen de armoede”.

De bevolking organiseert zich

In Maart 2011 werden 7 jongeren dood teruggevonden in een auto in de stad Cuernavaca. Een van de slachtoffers was de zoon van de bekende dichter en journalist Javier Sicilia. Hij behoort tot de vrij machtige sociale en culturele klasse, dit in tegenstelling tot de meeste families van slachtoffers.

Javier Sicilia kon meer druk uitoefenen op de overheid dan andere ouders, zoals Nepumoceno, die geen middelen en macht bezit om gehoord te worden. Als winnaar van de poëzieprijs Aguascalientes in 2009 schreef hij een open brief aan politici én criminelen.

Deze open brief werd het einde van zijn carrière als dichter en het startpunt van zijn betrokkenheid bij de Movimiento por la Paz con Justicia y Dignidad (MPJD Beweging voor Vrede met Rechtvaardigheid en Waardigheid). Facebook werd hun voornaamste bron van informatie en communicatiemiddel.

Jonge artiesten, muzikanten en familieleden van slachtoffers kunnen via sociale media hun frustratie uiten met poëzie, muziek en dans. Ze startten zo een beweging die zich bliksemsnel verspreidde over het hele land.
In maart 2011 protesteerden zo een 200 personen samen met Javier Sicilia. In mei 2011 vulden reeds 200.000 Mexicanen het Zocaloplein, het grootste van Mexico. “Onze beweging is niet meer gestopt sinds Cuernavaca, waar we gestart zijn om de slachtoffers van deze oorlog te steunen, rechtvaardigheid te eisen en vooral een boodschap van vrede te brengen”, zegt een van de activisten en lid van EmergenciaMX, een groep die eigen audiovisueel materiaal gebruikt om de situatie online uit te leggen.

Samen met Javier Sicilia en andere manifestanten, hebben zij zich aangesloten bij een caravaan richting het noorden van het land. “15 bussen zijn met 500 personen vertrokken vanuit Cuernavaca, doel : aankomen in Ciudad Juárez, een stad die lal lang geteisterd wordt door militarisering en geweld. De militanten luisterden naar het relaas van de ontvoeringen, de verdwijningen, de moorden en het machtsmisbruik van de georganiseerde misdaad, de politie, de militairen en de illegale milities.

Verontwaardigde ouders

“De mensen namen het woord en veranderden van ‘slachtoffer’ in ‘spreekbuis’”, verklaart Maria Herrera, een moeder die 4 zonen verloor in de drugsoorlog van president Calderón. Maria Herrera voegde zich bij de caravaan aan de zijde van andere ouders wiens kinderen ook verdwenen zijn en misschien nooit meer teruggevonden zullen worden, zoals Julien Le Baron, Teresa Carmona, Olga Reyes en Nepumoceno Moreno.

Deze laatste is nooit gestopt met de zoektocht naar zijn zoon en beschuldigde de regering openlijk van ontvoering, wel bewust van het gevaar dat hij hiermee loopt. Nepomuceno was een van de vele ouders die de kracht van solidariteit uitroept. “Ik blijf de hoop koesteren mijn zoon levend terug te vinden. Wat is er gebeurd met mij en mijn familie, dit lijden…ik wil niet dat andere mensen dit overkomt. We moeten ons verenigen want niemand weet wanneer dit alles zal stoppen. Als ik in dorpen aankom, heb ik de gewoonte om volgend gedicht met luide stem te lezen”, zegt hij terwijl hij een oud papier ontrolt met zijn noeste handen die gemerkt zijn door jarenlange arbeid op de boerderij:

Eerst kwamen ze voor de communisten en ik zei geen woord want ik was geen communist Dan kwamen ze voor de vakbondsmilitant en ik zei geen woord want ik was geen vakbondsmilitant
Dan kwamen ze voor de Joden en ik zei geen woord want ik was geen Jood
Dan kwamen ze voor de intellectuelen en ik zei geen woord want ik was geen intellectueel
Toen kwamen ze voor mij en er was niemand die niemand meer over om voor mij het woord te nemen

Levensgevaarlijk media-activisme

Mexico wordt beschouwd als het meest gevaarlijke land ter wereld voor journalisten. Openlijk en actief protesteren tegen de presidentiële oorlog is riskant. Drie militanten van het collectief EmergenciaMX beschuldigden de regering ervan deel te nemen aan de drugskartels en verantwoordelijk te zijn voor een groot aantal doden.

Ze hebben het zelf moeten bekopen met hun leven, eind november 2011. Dezelfde week werd de site van het collectief, waarop interviews van meerdere van hun militanten staan, gehackt. Volgens de nationale mensenrechtencommissie van Mexico en de organisatie Reporters zonder grenzen, zijn er zo meer dan 80 journalisten gedood omdat ze artikels schreven over de drugsoorlog.

Een recent rapport van Human Rights Watch ‘Neither Rights nor Security. Killings, Torture, and Disappearances in Mexico’s War on Drugs (‘Rechten, noch veiligheid. Moorden, folteringen en verdwijningen in Mexico, de oorlog tegen drugs) onderzoekt de zware consequenties van de strijd tegen de drugskartels.

Met een diepgaand onderzoek bevestigt Human Rights Watch de deelname van de veiligheidsdiensten aan folteringen en moorden. De militanten en journalisten die hun pijlen richten op de regering zijn zich bewust van de bedreigingen maar zetten desondanks hun strijd voort. In het begin van dit jaar werd Norma Andrade, stichtend lid van een andere ouderorganisatie, doelwit van verschillende aanslagen. Ze besloot onlangs het land te verlaten.

Voorzitter van de G20 in 2012 is een crimineel

Op 25 november 2011 heeft een groep avocaten, journalisten, militanten en academici, vertegenwoordigd door de 28-jarige advocaat Netzai Sadovala, een officieel verzoek ingediend bij het Internationaal Strafhof. Calderón wordt door de groep beschuldigd van misdaden tegen de mensheid.

Op zoek naar internationale erkenning zat  de Mexicaanse president Calderón recent in juli 2012 de G20-bijeenkomst voor in de stad Los Cabos Hij wou dit internationaal forum enkele weken voor de presidentiële verkiezingen op 1 juli 2012  gebruiken voor zijn politieke doeleinden.

Op de officiële site van de G20, lezen we : “Mexico bevestigt zijn rol als een constructieve en verantwoordelijke partner, zowel regionaal als mondiaal. Mexico is sterk geëngageerd om de top te doen slagen, akkoorden te sluiten en een positieve impact te hebben op de globale economie. Het Mexicaans presidentschap tracht de eerdere overeenkomsten te behouden en zal zich ook inzetten om een belangrijke bijdrage te leveren aan deze en andere vragen op de agenda van de G20. Mexico zal onder andere een actieve deelname van niet-leden, internationale organisaties, denktanken en de privé-sector bevorderen, om de dialoog mogelijk, inclusief en transparant te maken”.
Ondertussen woedt de drugsoorlog voort. Zo ook de woede en acties van de ouders-activisten, die het bewustzijn van de Mexicanen proberen wakker te schudden om een einde te maken aan deze zinloze oorlog.

Een aantal van hen verliezen daarbij het leven zoals Nepomuceno Moreno, de vader van Jorge. Hij werd eind 2011 met zeven kogel vermoord door een legerconvooi in de stad Hermosillo.. Geen enkele dader werd geïdentificeerd. Nepomuceno wist dat hij gedood kon worden, maar verkoos dit boven de stilte. Het einde van zijn gedicht, dat hij reciteerde in alle dorpen en alle manifestaties, werd het zijne.

‘Toen kwamen ze voor mij en er was niemand meer over om voor mij het woord te nemen’

Christine Moderbacher

EXPO – War on Drugs and Social Protest in Mexico, Pianofabriek, Fortstraat 35A 1060 Sint-Gillis (Brussel)

Van 2 juli tot 11 juli 2012 kan je in de Pianofabriek in Brussel terecht voor een interactieve tentoonstelling van de videoactivisten van EMERGENCIAMX. Dit multidisciplinair collectief streeft naar een meer opmerkzame en menselijke visuele documentatie van de maatschappelijke problemen in Mexico. Het werd geboren uit het besef dat de verslaggeving van de massamedia geen recht doen aan de ‘Beweging voor Vrede met Rechtvaardigheid en Waardigheid’, een burgerbeweging die net geboren is om de oorlog tegen drugs te stoppen.

Referentiewerken:

Paul Gootenberg (2008): Andean Cocaine : The Making of a Global Drug.
Sylvia Longmire (2011): Cartel: The Coming Invasion of Mexico’s Drug Wars
Coletta A. Youngers, Eileen Rosin (2004): Drugs and Democracy in Latin America: The Impact of U.S. Policy

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!