Naar aanleiding van Rio+20, de internationale duurzaamheidstop, is het thema 'groene groei' plots een belangrijk thema. Blijkbaar bestaat er min of meer een consensus dat groene economie een sleutel is voor duurzame ontwikkeling (foto: De Kijfelaar - bioboerderij).
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, België, Wervel, Duurzame landbouw, Veeteelt, Ecologische economie, Landbouwsector, Economische groei, Rio+20, Marktprijzen, Groene groei, Milieugebruiksruimte, Schaarse goederen, Opportuniteitskost, Ecologische draagkracht, Overheidsingrijpen - Bavo Verwimp

Groene groei in de landbouw?

De voorbije lente groeide alles enorm goed. We zijn dan ook weken druk in de weer geweest om het onkruid te wieden op onze bioboerderij, want dat groeit uiteraard mee. Met de handen in het kruid en de grond, is er heel wat tijd om na te denken over al wat groeit. Letterlijk, maar vooral ook figuurlijk.

woensdag 27 juni 2012 16:15

Want naar aanleiding van Rio+20, de internationale duurzaamheidstop, is het thema ‘groene groei’ plots een belangrijk thema. Blijkbaar bestaat er min of meer een consensus dat groene economie een sleutel is voor duurzame ontwikkeling. 

De vraag die daarbij onmiddellijk rijst, is wat verstaat men onder de term ‘groene economie’, want net zoals bij duurzame ontwikkeling, is dit een vlag die vele ladingen dekt. Gaat dit over een groen laagje verf over een aftandse auto, of wordt er grondig gesleuteld aan het model? Of komt men misschien tot de conclusie dat ons economisch vehikel dringend aan vervanging toe is?

Economische groei

Onze neoliberale markteconomie steunt voor haar stabiliteit structureel op economische groei. Zowel linkse als rechtse politici zweren bij economische groei om uit het moeras van de eurocrisis te geraken. Maar voor velen is het niet duidelijk waarom die groei zo dwingend is. Het is een axioma geworden, in de hoofden van velen is dit zelfs een soort natuurlijke wetmatigheid: “Je moet toch vooruit in het leven …”.

Ooit stelden we de vraag aan een groep landbouwers wat ze zouden kiezen: een bedrijf met 120 koeien of één met 60 koeien, maar met eenzelfde inkomen. Bijna alle boeren kozen voor het grote bedrijf. Meer werk dus voor eenzelfde inkomen, dat was logisch, want als je aan de toekomst denkt, moet je aan groei denken. Maar niemand stelt zich de vraag hoe lang die economie kan doorgroeien zonder te botsen op de grenzen van ons ecosysteem.

Ecologische economie

Het concept van de ecologische economie biedt hierop een antwoord. Het vertrekt van het gegeven dat onze natuurlijk rijkdommen beperkt zijn. De ruimte en natuurlijke bronnen die we hebben, bepalen onze milieugebruiksruimte, en dus ook de mate waarin onze economie kan groeien. Dankzij het succes van de industriële revolutie en de toegenomen wereldbevolking, zijn immers heel wat goederen die voordien haast onbeperkt waren, nu ook schaarse goederen geworden.

Voldoende ruimte, landbouwgrond, proper water, zuivere lucht … het zijn allemaal schaarse goederen geworden. We noemen dat de evolutie van een lege naar een volle wereld. Die schaarsheid is inherent aan de natuur, en dus ook aan onze macro-economie.

In de ecologische economie zien we dat de groei van onze macro-economie ten koste gaat van iets anders. Met andere woorden groei heeft een opportuniteitskost. Je moet iets in de plaats stellen, iets opgeven om die groei te realiseren. Het is vergelijkbaar met micro-economische modellen (dat is de economie op bedrijfsniveau).

Wat we moeten opgeven, noemen we in de economie de marginale kost. Zo lang die marginale kost kleiner is dan het marginaal nut (de opbrengst), gaan we erop vooruit. Maar als die kost groter wordt dan het nut, dan heeft het geen zin meer om door te groeien. Dan komen we in een fase van ‘on-economische groei’. Dat geldt ook voor macro-economische modellen.

De fetisj van de economische groei is dan ook een achterhaalde idee om onze economie mee te sturen. We hebben nood aan een alternatief kader waarbinnen we duurzame productie en handel kunnen voeren. Hoewel ecologische economie een denkkader is dat zeker niet voltooid is, reikt het toch al een aantal kapstokken die onze macro-economische aanpak kunnen bijsturen.

“De fetisj van de economische groei is dan ook een achterhaalde idee om onze economie mee te sturen. We hebben nood aan een alternatief kader waarbinnen we duurzame productie en handel kunnen voeren”

Ecologische economie in de landbouw

Ook voor de hervormingen van het landbouwbeleid biedt het model van ecologische economie een geschikt kader. Want meer nog dan in andere sectoren botst de landbouw systematisch tegen de grenzen van de groei. Steeds meer produceren op steeds minder grond heeft niet alleen milieutechnische gevolgen. Het verlegt ook de focus van lekker en gezond naar veel en grote hoeveelheden standaardvoedsel. En dan schrikken we als de consument plots de draad kwijt is.

De ecologische economie vertrekt van de draagkracht van het ecosysteem. We moeten dus een inschatting maken van de productiecapaciteit en deze verdelen onder de regio’s en producenten. Er is dus behoefte aan een systeem van productiebeheersing.

Dat bestaat, zeker in de landbouw. Sommige systemen zijn geïnspireerd door milieutechnische argumenten, een voorbeeld hiervan zijn de NER’s (nutriënt-emissie-rechten) in Vlaanderen. Deze beperken de groei van de veestapel.

Andere vormen van productiebeperking zijn eerder economisch geïnspireerd. Voorbeelden hiervan zijn de verplichte braakregeling in de jaren negentig in Europa en de VS of de melkquota in de Europese Unie en Canada. Helaas is de Europese Unie van plan deze systemen af te schaffen tegen 2015.

Het Nederlandse LEI (Landbouw-Economisch Instituut van de Universiteit Wageningen) concludeerde echter aan de hand van een scenario-analyse dat productiebeheersing zowel de toegevoegde waarde van de landbouwsector kan verhogen, alsook het inkomen voor de boeren. Gekoppeld aan vormen van productiebeheersing kunnen bovendien de premies aan de landbouw drastisch verminderen, waardoor er ook een grote besparing ontstaat voor het overheidsbudget.

Het systeem leidt in de Nederlandse studie wel tot iets hogere consumentenprijzen. Maar misschien is dat nog zo gek niet, als je weet dat de prijzen van voedsel absoluut niet mee geëvolueerd zijn met de index voor consumptiegoederen.

Rechtvaardige prijzen nodig

Wervel pleit samen met heel wat andere actoren, al jaren voor een landbouwbeleid dat ecologische en economische aspecten geïntegreerd aanpakt. Om ecologisch verantwoord aan landbouw te doen, zijn rechtvaardige prijzen nodig. Wervel koppelt die systematisch aan productiebeheersing.

Het kader van de ecologische economie biedt hiervoor een stevige onderbouwing. Omdat de economie zich in dit model per definitie afspeelt binnen de krijtlijnen van de ecologische draagkracht van de aarde, wordt de fetisj van de economische groei losgelaten. Een duurzaam schaalniveau, rechtvaardige verdeling en efficiënt benutten van de schaarse grondstoffen komen in de plaats.

Het is een andere aanpak van de markt, maar ook voor ecologische economen is de markt het instrument voor de confrontatie tussen aanbieders en afnemers, tussen producent en consument. In die zin is ecologische economie geen anti-economie.

“Het is een andere aanpak van de markt, maar ook voor ecologische economen is de markt het instrument voor de confrontatie tussen aanbieders en afnemers, tussen producent en consument. In die zin is ecologische economie geen anti-economie”

Ecologische economie pleit wel voor een stevige tussenkomst van de overheid. Die mag niet zo maar toekijken hoe de economie zich vastrijdt in haar eigen groeidwang. Zowel op het niveau van productiebeheersing als voor het garanderen van faire marktprijzen, is er een sterke overheid nodig. Dat is niet te onderschatten. Maar daar tegenover staat dat dit model wellicht heel wat zou kunnen besparen op het niveau van directe inkomenssteun, minder kosten voor de overheid dus.

“Zowel op het niveau van productiebeheersing als voor het garanderen van faire marktprijzen, is er een sterke overheid nodig. Dat is niet te onderschatten”

Het is op zijn minst vreemd, dat hierover nauwelijks gesproken en geschreven wordt. De gesprekken over de hervorming van het landbouwbeleid beperken zich momenteel tot een herschikking van de budgetten en wat extra randvoorwaarden om het plaatje een groene rand te geven. Maar om de landbouw echt ecologische verantwoord te maken, moet ook het economisch model onder de loep genomen worden.

Het landbouwbeleid heeft dus meer nodig dan de zoveelste facelift. Er is een structurele verandering nodig die erkent dat de landbouwproductie afgestemd moet worden op de ecologische mogelijkheden van de regio’s en niet andersom. Pas dan kunnen we spreken van een echte ecologische economie, één die meer inhoudt dan een laagje groene verf. Want welke kleur de economische groei ook heeft, ooit botsen we tegen de grenzen van het model.

Bavo Verwimp

Bavo Verwimp is landbouweconoom en bioboer in Noorderwijk (Herentals).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!