Opinie, Nieuws, Samenleving, België, Geneeskunde voor het Volk, Comac (PVDA-jongeren), RIZIV, Laurette Onkelinx, Volksgezondheid, Huisartsen, Opleiding geneeskunde -

Oplossing voor huisartsentekort is een en-en-verhaal

Deze week laaide de discussie over het toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde opnieuw op. Aanleiding was een uitspraak van minister Laurette Onkelinx (PS) na het verschijnen van een nieuw RIZIV-rapport over een groeiend tekort aan huisartsen. Verschillende betrokkenen reageerden reeds op het voorstel. COMAC en Geneeskunde voor het Volk hebben zich altijd verzet tegen een numerus clausus.

vrijdag 8 juni 2012 15:30

Basisrechten

Even recapituleren: sinds 1997 bestaat er in België een contingentering die het aantal praktiserende artsen beperkt. Deze maatregel werd door de federale overheid ingevoerd als besparing voor de kosten van de gezondheidszorg. Hoe gaat dit in zijn werk?

Elk jaar worden er door de Belgische Planningscommissie Medisch Aanbod quota opgesteld die vastleggen hoeveel afgestudeerden er aan de slag kunnen, verdeeld per gemeenschap. (2)

De twee gemeenschappen pasten deze quota op verschillende wijze toe: in de Vlaamse gemeenschap gebeurt dit door een toelatingsexamen, in de Franstalige gemeenschap door een selectie na het eerste jaar, maar deze is nu weggevallen. In maart jongstleden betoogden nog 500 geneeskundestudenten voor het kabinet van minister Jean-Claude Marcourt (PS) die een nieuwe vorm van selectie wou invoeren. (3)

Voor COMAC en GVHV (Geneeskunde voor het Volk) zijn gezondheidszorg en onderwijs twee belangrijke basisrechten die door deze maatregel bedreigd worden en beide organisaties waren dan ook van in het begin een tegenstander. Een beperking van het aantal artsen brengt het gevaar met zich mee dat de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg in het gedrang komt.

Het recht op onderwijs houdt in dat elke persoon het recht heeft een studie naar eigen keuze aan te vatten. Een toelatingsexamen voor de start van de opleiding houdt een sterke discriminatie in naargelang de kwaliteit van de voorbereiding in de school en het milieu van de kandiderende scholieren. Het betekent een aanslag op de democratisering van het universitair onderwijs.

Numerus clausus ondemocratisch

Ook de Vlaamse Vereniging voor Studenten (VVS) en de Fédération des Etudiants Francophones (FEF) protesteerden reeds verschillende malen tegen de ondemocratische aard van deze numerus clausus. (4) De koepel van Vlaamse geneeskundestudenten (VGSO) sprak zich echter telkens uit voor de contingentering.

“Het artsencontingent is nodig om de gezondheidszorg betaalbaar te houden en de kwaliteit van de gezondheidszorg te garanderen. De beperking van het aantal medici laat toe dat elke arts eerst en vooral goed gevormd wordt, voldoende patiënten en ziektebeelden ziet en blijft zien. (…) Door een overaanbod aan artsen te vermijden, is er in zekere zin ook sprake van een gegarandeerd inkomen voor de arts.”

De instroombeperking door het toelatingsexamen is volgens hen de beste manier om aan de quota te voldoen. (5)

Maar nu staat de numerus clausus dus opnieuw ter discussie. De volgende jaren dreigt namelijk volgens het RIZIV een groot tekort aan huisartsen te ontstaan. Minister van Volksgezonheid Laurette Onkelinx (PS) stelde dit weekend als oplossing voor om de numerus clausus af te schaffen.

Onder andere VGSO en het Syndicaat Vlaamse Huisartsen (SVH) reageerden echter negatief op dit voorstel. Volgens hen moet vooral werk gemaakt worden van het aantrekkelijker maken van het beroep.

Herwaardering beroep

Volgens COMAC en GVHV moet het hier om een en-en-verhaal gaan. Er heerst inderdaad een probleem rond de aantrekkingskracht van het huisartsenberoep en een herwaardering moet de komende jaren dan ook een absolute prioriteit zijn van het beleid. De eerste lijn is een cruciale steunpilaar voor een toegankelijke, kwaliteitsvolle en kosten-effectieve gezondheidszorg.

De huisarts speelt daarin een centrale rol, en een daling van hun aantal betekent dan ook een enorme verzwakking. Voorstellen die door de verschillende partijen aangebracht worden (uitbouwen van echelonnering, beter organiseren van wachtdiensten, administratieve ondersteuning, multidisciplinaire groepspraktijken, …), zijn al jaren hefboomeisen van Geneeskunde voor het Volk. Velen ervan werden ook al aanbevolen door een rapport van het kenniscentrum (KCE), maar de regering maakt te weinig werk van de uitvoering ervan.

De herwaardering van het beroep kan echter niet los gezien worden van een groei van het aantal artsen. Deze stijging is een noodzakelijke manier om de overbevraagde huisartsen te ontlasten. Met de huidige gang van zaken dreigen we in een vicieuze cirkel terecht te komen: het groeiende tekort (in bepaalde regio’s reeds zeer uitgesproken) maakt de werklast voor huisartsen enorm zwaar, waardoor afstuderende artsen afgeschrikt worden om voor de huisartsgeneeskunde te kiezen. Dit verklaart waarom vandaag zelfs binnen de contingentering de bestaande opleidingsplaatsen vaak niet opgevuld geraken.

De manier waarop in Vlaanderen het toelatingsexamen georganiseerd wordt, met een sterke nadruk op wetenschappelijke kennis en inzicht, werkt dit tekort bovendien op verschillende manieren in de hand.

Ten eerste gaat een sterk inzicht in de basiswetenschappen vaak gepaard met een mechanistische en reductionistische benadering van de geneeskunde. De eerder holistische huisartsgeneeskunde beantwoordt in dit opzicht minder aan de interesses van de door het toelatingsexamen geselecteerde studenten.

Ten tweede is de wetenschappelijke kennis zoals eerder gezegd sterk afhankelijk van de vooropleiding. Scholieren uit kansarme milieus of regio’s hebben dus minder kans op slagen, terwijl zij net het meest geneigd zouden zijn om later als huisarts naar hun geboortestreek terug te keren. Nochtans bestaan vaak daar de grootste tekorten, en de gezondheidsproblemen zijn er sowieso al groter.

Afbouw prestatiegeneeskunde

Ten slotte: de vrees dat een groter aanbod aan artsen zal leiden tot een overconsumptie van gezondheidszorg, is een terechte bezorgdheid. De VGSO merkt terecht op dat “een arts bij eenzelfde patiënt onnodig veel consultaties en onderzoeken verricht om zeker te zijn van een voldoende inkomen.”

Dit is echter een inherent gevolg van de manier waarop de financiering van onze gezondheidszorg georganiseerd is. Naast de herwaardering van het huisartsenberoep is een afbouw van de prestatiegeneeskunde ten voordele van een forfaitair systeem dan ook een belangrijke eis van GVHV.

Het beperken van het aantal artsen is volgens ons geen goeie manier van besparen in de gezondheidszorg. Er zijn andere maatregelen die veel meer kunnen opbrengen en niet schadelijk zijn voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg.

Een aantal voorstellen van GVHV hieromtrent zijn gekend: bijvoorbeeld geneesmiddelen goedkoper maken door het kiwimodel, een verbod op supplementen op erelonen, enz. Bovendien pleit GVHV samen met de PVDA en COMAC voor een herfinanciering van de sociale zekerheid – door bijvoorbeeld het invoeren van een miljonairstaks – die tegemoet kan komen aan de stijgende kosten door o.a. de vergrijzing en de modernere technologieën. (6)

Wij menen dus dat een numerus clausus gezien de huidige tekorten niet aangewezen is. We hopen dat minister Onkelinx haar uitspraken omzet in daden, maar dat dit de regering er niet van weerhoudt bijkomende maatregelen te nemen om het huisartsenberoep aantrekkelijker te maken.

Een afschaffing van de numerus clausus mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteit van de opleiding geneeskunde. Aan verschillende geneeskundefaculteiten van het land – in beide gemeenschappen – zijn studenten van COMAC en/of GVHV actief: meer geneeskundestudenten betekent ons inziens niet noodzakelijkerwijs een tekort aan patiëntencontact, maar net als voor andere richtingen – waar het aantal studenten ook stijgt – zullen meer middelen nodig zijn om even goede artsen te kunnen opleiden.

Een van de belangrijkste strijdpunten van COMAC sinds jaar en dag is dan ook een budget voor onderwijs van minstens 7 procent van het Bruto Binnenlands Product, waarvan 2 procent besteed wordt aan het hoger onderwijs. Deze 7 procent komt overeen met het niveau van financiering in België eind jaren zeventig, begin jaren tachtig.

Logischerwijze zijn het verzet tegen elke vorm van numerus clausus en de strijd voor een herfinanciering van het onderwijs voor COMAC onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Met deze reactie op eerder aangehaalde argumenten en de aangebrachte voorstellen hopen we een bijdrage te leveren aan het debat. Zoals eerder gezegd is het groeiend tekort aan huisartsen een zeer ernstig probleem dat dan ook dringend om een doortastende oplossing vraagt.

Tim Joye

Tim Joye is student geneeskunde en actief in de PVDA-jongerenbeweging COMAC.

Voetnoten:

(1) ‘België moet dringend op zoek naar nieuwe huisartsen.’ De Standaard, 3 juni 2012

(2) zie ook het rapport van het KCE, ‘Het aanbod van artsen in België: huidige toestand en uitdagingen.’ 27 oktober 2008

(3) ‘500 étudiants en médecine ont manifesté contre le décret Marcourt.’ Le Soir, 7 maart 2012.

(4) ‘VVS voert actie voor meer studenten in medische sector.’ Belga, 6 november 2008.

(5) Persbericht: ‘Reactie van de VGSO op het voorstel van minister Onkelinx omtrent het afschaffen van de numerus clausus.’ (www.vgso.be)

(6) Een overzicht van deze visie en hefboomeisen is te vinden in onze visietekst (http://gvhv-mplp.be/nl/over/visie )

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!