Leg eens tofoe op de barbecue
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, België, GGO's, Wervel, Duurzame landbouw, Greenwashing, Cerrado, GGO-soja, Broeikasgassen, Vleesconsumptie, Agro-industrie, Eiwittransitie, Veevoeder, VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing), Mediastilte, Varkensvlees, Sojaschroot, Eiwitbronnen -

Pleidooi voor Zondag Vleesdag

Hoe eenzijdig berichten onze media over vlees? Welke gevolgen heeft dat op de diepgang van politieke discussies in het Vlaams parlement? Kunnen onderzoekers uit gidsland Nederland - topexporteur van agro-industriële producten - ons iets leren over de milieu-impact van vlees? Is sojaschroot nu een nevenstroom? Wat is 'echt lokaal vlees'? De tijd is rijp voor Zondag Vleesdag, vindt Jeroen Watté.

woensdag 6 juni 2012 14:25

Schuldig verzuim en verdoken product placement: de mediastilte over de sojastroom

De Standaard van 25 mei 2012 vergelijkt Nederlands en Braziliaans rundvlees met toefu en tempé. Evenwichtige journalistiek? Niet toevallig De Standaard? De Standaard slaagt er de afgelopen jaren maar niet in om ook maar enige ruchtbaarheid te geven aan de ‘eerste pijler van de eiwittransitie’.

Ofwel, “de transformatie van het huidig systeem van import van plantaardige eiwitten”, om de woorden te gebruiken van een advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling vorig jaar aan de minister van Klimaat en Energie.

Op zich is het onbegrijpelijk dat deze materie journalistiek gemeden wordt: Belgen eten veel vlees en het is dus niet ‘te ver van mijn bed’ voor de lezers. Een ‘kwaliteitskrant’ die naam waardig, moet daarover berichten.

Erger wordt het wanneer ook talrijke opinies en persberichten worden genegeerd: over het feit dat het merendeel van de eiwitimport ggo-soja bevat, terwijl de Europese consument die niet wenst, over de greenwash van mengvoederfederatie Bemefa en de Vlaamse overheid over ‘maatschappelijk verantwoorde soja’, over het plots 200 maal verhogen van de glyfosaatresidudrempelwaarde in Europa sinds de ggo-soja binnengelaten werd, over het Europees landbouwbeleid dat het probleem weigert aan te pakken ondanks de groeiende maatschappelijke consensus, over de resolutie van het Europees parlement die het probleem aankaartte, over de Braziliaanse Cerrado die in versneld tempo voor de bijl gaat, over de plattelandsvlucht, de landroof, en zo kunnen we nog even doorgaan.

Voor De Standaard is het al jaren gewoon een non-issue. Het lijkt erop dat goede onderzoeksjournalistiek vervangen wordt door verdoken product placement: ‘kies best lokaal vlees’.

De vierde onmacht: mediafalen schaadt de democratie

Een kwalijk gevolg als de media hun werk niet doen, is dat de democratie achteruitboert. Er ontstaat verwarring op politiek niveau. Dat bleek enkele maanden geleden tijdens een discussie in het Vlaams parlement tussen Els Robeyns (SP.A) en minister-president Kris Peeters (CD&V) over de tweede pijler van de eiwittransitie: vleesmatiging en verschuiving naar meer consumptie van plantaardige eiwitbronnen.

Robeyns hamerde daarbij op de gezondheidsaspecten van plantaardige eiwitten voor de mens, en loofde in die context het ‘actieplan alternatieve eiwitbronnen’ van de Vlaamse overheid. Daarmee geeft ze blijk van zeer slecht geïnformeerd te zijn: dat actieplan heeft immers niets te maken met eiwitten voor menselijke voeding, maar gaat alleen over eiwitbronnen voor veevoer.

Het actieplan is een samenwerking tussen de veevoederindustrie en de Vlaamse overheid die ontstond door de groeiende internationale kritiek op de huidige veevoerstromen die bezwaarlijk maatschappelijk verantwoord kunnen worden genoemd. Is de mediastilte rond die onverantwoorde veevoerstromen de oorzaak van de onwetendheid bij mevrouw Robeyns?

Het moet gezegd dat Robeyns wel de nagel op de kop sloeg met de pijnlijke vraag aan Peeters: “Acht u het wenselijk dat het VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) vleesmatiging zou opnemen in zijn duurzaamheidsbeleid?” Hoewel VLAM expliciet stelt dat vleesmatiging al wordt meegenomen in de campagnes rond vlees, komt blijkbaar ook bij Robeyns de campagne anders over dan bedoeld. Oeps.

Spaarvarken of varkenscrisis?

Even terug naar de vergelijking Braziliaans versus lokaal vlees. Er bestaat geen twijfel over dat Braziliaans vlees te mijden is, maar burgers hebben recht op wat genuanceerder advies dan: ‘Kies best lokaal vlees’. Lokaal en lokaal is twee. Alles hangt af van wat de dieren eten. Zowel voor landbouwers als voor het milieu, is een echte herlokalisering een goede zaak.

Nemen we het voorbeeld van de varkens, zoals Nederlandse onderzoekers becijferden in het tijdschrift Journal of Cleaner Production (1). Ze toonden aan op welke manier de milieu-impact van vlees afhankelijk is van de hoeveelheid vlees die wordt geconsumeerd (zie figuur 1). Varkens waren eeuwenlang de afvalverwerkers bij uitstek, ze werden gevoederd met restproducten die niet voor menselijke consumptie geschikt zijn, of met overschotten. Niet voor niets spreekt de volksmond van het spaarvarken.

Simon Fairlie (2) stelt vast dat de rol van varkens doorheen de geschiedenis geweest is om restjes te accumuleren. Varkens lieten toe om zich in te dekken tegen de wisselende prijs en beschikbaarheid van granen, een soort ‘hedge fund‘ avant la lettre dus.

Als we dan de varkenscrisis van vandaag bekijken, is een groot deel daarvan te wijten aan de uit de hand gelopen voederkosten: voor de teelt van veevoeders is schaarser wordende landbouwgrond vereist. Het aandeel restproducten in het rantsoen is zodanig klein dat boer en aarde daar de prijs voor betalen.

Een recente studie over lachgas (3), een broeikasgas 300 maal sterker dan CO2 dat vrijkomt bij gebruik van kunstmest (vooral voor de teelt van voedergewassen), zet dit argument milieukundig kracht bij. De onderzoekers maanden zelfs aan tot een globale halvering van de vleesconsumptie.

Sojaschroot nevenproduct? Nee toch?

De Nederlandse onderzoekers verduidelijkten hun bevindingen in figuur 1. De lijn A-B stelt de evolutie voor van geen veestapel (A) naar een veestapel die alle restproducten of nevenproducten verwerkt (punt B). Indien de vleesconsumptie daarna nog toeneemt, stijgt de milieu-impact relatief veel sterker (volgens lijn B-D).

Want dan moeten extra granen (zoals soja, maïs of tarwe) geteeld worden als veevoeder. Punt C is de huidige Nederlandse vleesconsumptie: 75 gram dierlijk eiwit per dag. Als ter vereenvoudiging alle dierlijke eiwitconsumptie (dus ook zuivel) naar varkensvlees wordt herleid, komt dit overeen met 375 gram varkensvlees.

Punt B geeft 135 gram varkensvlees. Daarin zit 27 gram dierlijk eiwit, wat ongeveer overeenkomt met de dagelijkse hoeveelheid dierlijk eiwit die gezondheidsorganisaties aanraden. Deze berekening van punt B geldt enkel als je sojaschroot als nevenproduct beschouwt. En daar wringt het schoentje.

Uit 10 kg soja haal je ongeveer 8 kg schroot en 2 kg olie. Soja-olie is helemaal niet zo bijzonder voor de gezondheid. Als je soja dus niet als nevenproduct bekijkt, maar als teelt voor veevoeder, schuift punt B sterk op naar links: het komt dan overeen met 80 gram varkensvlees, wat eigenlijk nog altijd uitzonderlijk hoog is omdat Nederland zo’n grote voedingsindustrie heeft. Die brengt grote reststromen voort waaronder aardappelschillen, suikerbietenpulp, en andere.

Deze denkoefening van de Nederlanders is natuurlijk een vereenvoudiging: naast varkens, zijn er ook nog kippen en koeien, maar de algemene conclusie blijft overeind: deze veestapel kan ook gevoed worden met reststromen, gras of lokale eiwitten die niet voor directe menselijke consumptie geschikt zijn. Uiteraard zijn dan ook maatschappelijke keuzes nodig, bijvoorbeeld over hoeveel grasland we willen en moeten behouden.

Vaak wordt het argument aangehaald, vooral door de Boerenbond, dat we hier minder vlees zullen consumeren, maar wij toch meer moeten produceren, omdat ze elders meer zullen consumeren. Vermits het hier zogenaamd ‘efficiënt’ zou gebeuren, moeten wij het dan maar doen. In het licht van bovenstaande milieukundige en economische argumenten voor herlokalisering en inkrimping van de productie, houdt deze redenering geen steek.

Conclusie

Vlees kan ecologisch verantwoord zijn, als het veel minder geconsumeerd wordt en als het in hoofdzaak met ‘ecological leftovers‘ gevoed wordt, met reststromen dus. Een duidelijk pleidooi voor Zondag Vleesdag: minder en beter. En voor ‘echt lokaal vlees’.

Jeroen Watté

Jeroen Watté is medewerker communicatie en agro-ecologie bij Wervel vzw, Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw.

(1) Elferink, E V, Nonhebel S, en Moll, H C (2008), ‘Feeding Livestock Food Residue and the consequences for the Environmental Impact of Meat’, Journal of Cleaner Production 16, 1227-1233. (zie ook wervel.be/cleanerproduction)

(2) Fairlie, Simon (2010) ‘Meat – a benign extravagance’, Permanent Publications (The Sustainability Centre) East Meon, Hampshire, UK.

(3) Eric A Davidson (2012) ‘Representative concentration pathways and mitigation scenarios for nitrous oxide’, Environmental Research Letters Vol. 7(2) 024005.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!