Opinie, Nieuws, Milieu, Brussel, Lokaal, Kopenhagen, Automobiliteit, Brussel, Leefbaarheid, Berlijn, Reuzenpicknick, BRAL, GPDO (Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling), Publieke ruimten, Flexibiliteit en creativiteit, Straten en pleinen, Ontmoetingsruimte, Atelier Dynamo in Zürich - Joost Vandenbroele, Marianne Stevens

Over publieke ruimte en picknicken op de Brusselse stadssnelweg

Als het weer een beetje meezit, komen zondag 10 juni om 12 uur enkele duizenden mensen samen in het epicentrum van ons land, in het hart van de Europese hoofdstad, om ‘ongehoorzaam’ te picknicken. Omdat het gezellig is, maar vooral omdat ze het beu zijn dat de straten in Brussel in de 21ste eeuw nog altijd op maat van de auto zijn bedacht. De leefbaarheid van Brussel staat op het spel.

woensdag 6 juni 2012 16:20

In Kopenhagen werd precies 50 jaar geleden een 1km-lange centrale laan doorgeknipt voor het autoverkeer. In tegenstelling tot wat velen toen dachten, tiert de lokale handel er ondertussen welig. Bewoners zowel als bezoekers verplaatsen zich er met de fiets of te voet, verblijven er en voelen zich er thuis.

Brussel loopt wat dat soort krachtdadige én broodnodige aanpassingen in de publieke ruimte betreft, jaren achter op andere Europese hoofdsteden. Brussel moet een leefbare stad worden. Met meer kwaliteitsvolle, groene en veilige openbare ruimten, met meer plaats om te wandelen, te fietsen en te zitten, met frisse en zuivere lucht voor ons en onze kinderen, met straten op maat van de mensen, niet langer alleen op maat van de auto, met (centrale) lanen om trots op te zijn, met een écht Beurs- en De Brouckèreplein.

De ideeën en politieke wil zijn er, nu nog de durf. De hiernavolgende tekst is de visie van stadsvereniging BRAL (Brusselse Raad voor Leefmilieu) op de rol en het belang van publieke ruimten en van de straat als de verblijfplaats van de 21ste eeuw.

“Publieke ruimte, de woonkamer van de 21ste eeuw”

De straat is (nog steeds) de plek waar we zo snel mogelijk weg willen. Weinig kans dat we ons er rustig neerzetten om van het goede weer te genieten. Maar op welke manier kunnen we ons de straat, het kruispunt, het pleintje toe-eigenen? Welke zijn de voorwaarden om het contact met de publieke ruimten en alles wat zich daar kan afspelen te vergroten? Enkele dromen van BRAL.

In Brussel ontmoeten culturen elkaar amper. Al ligt net daar de kracht van een goed geconcipieerde publieke ruimte. Een multiculturele stad als Brussel heeft ontmoetingsplekken nodig, waar verschillende culturen en mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar kinderen kunnen spelen, waar jonge en minder jonge mensen elkaar kunnen ontmoeten, plaatsen waar het aangenaam vertoeven is.

Het is op straat dat je contacten moeten kunnen leggen. En niet alleen in het kader van een georganiseerd netwerk. Publieke ruimten aangenamer maken, is dus de manier om sociale cohesie te bevorderen en, bij uitbreiding, te genieten van Brussel. We geven enkele ideeën en enkele voorbeelden van wat voor ons kwaliteitsvolle publieke ruimten zijn.

Een kwaliteitsvolle publieke ruimte is een leefruimte

De openbare ruimte krijgt vandaag eigenlijk te weinig aandacht, zeker als we dit vergelijken met de rol die de straat eeuwen geleden had. De straat was vroeger nog een ontmoetingsplaats. Vandaag niet meer.

Het is pijnlijk om te zien, en om dagelijks te ervaren, dat de publieke ruimte nog steeds gebruikt wordt om het autogebruik te faciliteren. Door het groeiend aantal auto’s wordt de druk op die schaarse ruimte groter.

Maar terwijl de densiteit van Brussel alleen toeneemt en de woonoppervlakte beperkter wordt, groeit ook behoefte aan ruimte voor de mensen zelf. De auto kan niet langer de belangrijkste eigenaar van de straat blijven. Waar blijft die publieke ruimte van de 21ste eeuw?

Choux de Bruxelles maken gelukkig

Een voorbeeld. Collectieve tuinen zijn ontmoetingsplaatsen. Ze zijn draaischijven van sociale contacten. In een stad met meer en meer mensen is het onmogelijk om ieder huisje een tuintje te geven. Een publieke tuin, zonder afbakening, maar waar ieder toch zijn intieme plek heeft (bijvoorbeeld door bepaalde hoge begroeiing) en waar je gemeenschappelijk kan tuinieren of een moestuin of een speelweide kan inrichten. Wordt dit dé ontmoetingsplek van de toekomst?

FabLab Dynamo: good practice

Maar ook via andere ingrepen in de publieke ruimten kun je mensen samenbrengen. Het atelier Dynamo in Zürich is een open werkruimte op een pleintje, met ook een bar en waar allerhande workshops rond textiel, theater, muziek, fotografie, etc. worden georganiseerd.

Dynamo is ook een zogeheten FabLab, een fabrication laboratory, een plaats waar je allerhande gebruiksvriendelijke machines ter beschikking hebt die je toelaten om bijna àlles te maken in hout en plastic. FabLabs duiken in verschillende grote steden op en willen vooral een tegenwicht bieden voor de cultuur van de massaconsumptie.

Dynamo heeft dan ook een grote aantrekkingskracht op de buurt. Het brengt cultuur, goesting, energie en creativiteit samen op één plaats. Bovendien is het atelier niet ergens weggestopt, maar staat het midden in de publieke ruimte, zichtbaar en toegankelijk voor iedereen die passeert.

Zo’n FabLab kan dienen om de buurt weer te laten leven en kan een manier zijn om mensen samen te brengen, zodat het kan uitgroeien tot voedingsbodem voor nieuwe stedelijke initiatieven.

Eenheidsworst

De verscheidenheid die eigen is aan Brussel zie je ook in de publieke ruimten. Matonge is de Bloemenhofwijk niet en de Begijnhofwijk is de Sint-Antoniuswijk niet. Die verscheidenheid willen we graag behouden. Het maakt onze stad boeiend.

Die verschillen zijn ook zichtbaar in de fysieke organisatie van de straten en pleinen. Het mag dus geenszins de bedoeling zijn om alle straten en pleinen op eenzelfde manier aan te leggen.

Ruimtelijke ontwikkeling is maatwerk en is durven kiezen voor atypische oplossingen. Elke locatie heeft haar eigen ruimtelijk systeem en specifieke problemen en kansen. Het is belangrijk om daarin creatief te zijn.

Durven creatief te zijn

Een creatieve (tijdelijke) aanleg vind je vandaag bijvoorbeeld aan het begin van de Leuvensesteenweg, aan het Madouplein in Sint-Joost-ten-Node. Een stuk steenweg kreeg daar tijdelijk een geel kleurtje, wat de vroegere functie van wijkpoort benadrukt. Het is een straat die nu leeft en uitnodigt.

Door een eenvoudig geel kleurtje trekt de straat ineens de mensen aan om in het midden te lopen, even te blijven staan en met een glimlach op het gezicht rond te kijken. Bovendien worden auto’s er niet meer toegelaten en zullen de bussen, die er later wel weer zullen rijden, er niet aan denken om hier snel te rijden.

Nog te dikwijls vluchten beleidsmensen weg in compromissen of half werk. Bijvoorbeeld door een stuk van de straat aan te leggen van gevel tot gevel en ‘de rest’ traditioneel her aan te leggen. Zoals de  Lombardsijdestraat in Neder-Over-Heembeek.

In eerste instantie denken we dan: mooi initiatief. Maar het karakter van de wijk wordt met deze heraanleg eigenlijk volledig versnipperd. Ook de leesbaarheid voor gebruikers is duidelijk onvoldoende. Het líjkt alsof dit een straat is waar de voetganger koning is, maar in de praktijk naderen auto’s met hoge snelheden en blijft het een traditionele rijbaan. Een mislukte poging om van de straat shared space te maken.

Baksteen in de maag

De Belg houdt van bouwen en bricoleren. Daar is niets mis mee. Alleen gaat hij die bouwwoede best niet te veel toepassen op de publieke ruimte, of hij gaat er best wat creatief mee om.

Neem nu straten die worden opgebroken voor de vernieuwing van nutsleidingen. Dat zijn ideale momenten om de publieke ruimte te herdenken en in te spelen op hoe een straat van functie kan veranderen. Vandaag gebeurt het nog te vaak dat straten worden opgebroken om ze nadien gewoon in de oorspronkelijke staat te herstellen.

Ook met bestaande publieke ruimte kan en moet creatiever en flexibeler omgesprongen worden.

Een op het eerste zicht zinloos en monofunctioneel betonnen straatvlak – zo kun je er wel een paar vinden in Brussel – kan worden gebruikt als speelplein of voor een markt.

Ook een betonnen vlak kan dus publieke ruimte zijn, net zoals een grasplein dat kan zijn. Kijken maar naar het Mauerpark in Berlijn. Dat voormalige stuk niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn werd met weinig budget heraangelegd met gras en beton, met een graffitimuur als decoratief element.

Het park is rudimentair aangelegd, maar heeft toch een grote kwaliteit, doordat het letterlijk ruimte laat aan de gebruikers om het park in te vullen zoals ze willen, van een barbecue tot een openluchtconcert. Al moeten we, wanneer we gras- en betonvlakken aanprijzen als goede publieke ruimtes, wel de nuance maken dat groen ook meer moet zijn dan enkel wat gras.

De codewoorden zijn dus flexibiliteit en creativiteit. We moeten vooral de ruimte die we ter beschikking hebben, gebruiken om de transformaties die spontaan plaatsvinden, op te vangen. Ook tijdelijk gebruik van ongebruikte gronden – eigenlijk een vorm van stadsontwikkeling zonder stedenbouw – past in dit plaatje.

Welke stappen zet het gewest om de 21ste eeuw in te luiden?

Het is goed om te dromen, om dingen anders te zien, maar hoe zit het met het beleid? De Brusselse regering heeft vandaag in het kader van de opmaak van het GPDO (Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling) bij verschillende bureaus studies besteld over de dichtheid van het stadsweefsel: een over verdichting, een over hoogbouw en een over publieke ruimten.

Het doel van die derde studie is om de bestaande publieke ruimten in het gewest in kaart te brengen, te typologeren. De combinatie van de drie plannen moet ons in staat stellen plekken te identificeren die kunnen worden verdicht, al dan niet in de hoogte, en andere plekken te tonen die gededensifiëerd moeten worden en waar dus extra onbebouwde, publieke ruimte kan komen.

Op deze manier kan GPDO een soort landschappelijk richtschema bevatten. Alleen is het nu maar hopen dat het gewest de juiste keuzes maakt. Want studies zijn natuurlijk nog geen goedgekeurd plan, en een plan bepaalt nog altijd onvoldoende de praktijk. Wordt vervolgd.

De BRAL-definitie van publieke ruimte = de som van volgende elementen

= investeren in uitzicht en sfeer = creativiteit = origineel stadsmeubilair = speelweefsel = polyvalent = geen privé eigendom = onmoetingsruimte.

Marianne Stevens en Joost Vandenbroele

Marianne Stevens en Joost Vandenbroele zijn stafmedewerkers publieke ruimte en stedenbouw BRAL vzw (Brusselse Raad voor het Leefmilieu).

Deelnemers aan de Eerste reuzenpicknick voor een leefbare stad: zondag 10 juni van 12 tot 14 uur: Anspachlaan. Volgende picknick: zondag 24 juni, same time, same place.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!