Sering, één van de 'slachtoffers' van de adviezen
Opinie, Nieuws, Cultuur, België - Bert Anciaux

Over de cultuursubsidieadviezen: met bloedend hart en brandende zorgen

Door de cultuursubsidieadviezen op het net te gooien, devalueert minister van Cultuur Joke Schauvliege de politiek tot een domme kracht in de handen van experts, schrijft gewezen Vlaams cultuurminister Bert Anciaux.

dinsdag 5 juni 2012 12:21

Strategen, de (ges)leperds onder ons, juichen de recente beslissing van de Vlaamse cultuurminister zeker toe. Door  alle adviezen over de dossiers binnen de structurele subsidies van het Kunstendecreet integraal te publiceren, wappert ze dapper met de schone vlag van de openbaarheid van bestuur. Ze zet zichzelf meteen uit de wind voor de pijnlijke consequenties van deze adviezen. Want wie weet het beter dan experts? Toch niet de politici zeker! Openbaarheid en deskundigheid, hoera.

Met deze dubbelslag charmeert de minister publiek en publieke opinie. Tegelijkertijd devalueert ze de politiek, in casu de Vlaamse Regering die hier uiteindelijk beslist, tot een domme kracht in de handen van experts. Politicologen benoemen dit als expertocratie, met een knipoog naar Plato, die pleitte voor een gemeenschap bestuurd door filosofen.

De minister danste als een kat op een heet zinken dak. Iedereen weet dat de verwachtingen van de kunstensector de beschikbare middelen ruim overstijgen. Dit is zo elke subsidieronde. Om deze lawine van aanvragen te ordenen, biedt het decreet aan de minister twee hulpmiddelen.

Enerzijds bespreken commissies van experts, sector per sector, alle aanvragen en beëindigen hun werk met een kwaliteitsoordeel (geen financieel). Daarnaast analyseert de administratie de dossiers op hun zakelijke orthodoxie. Dit gezamenlijke advies wordt eerst als een voorlopige oefening aan alle betrokkenen bezorgd. Die kunnen daarop repliceren. Daarna valt het eindadvies op de tafel van de minister. Deze bereidt een pakket beslissingen voor, dat door de voltallige regering wordt gefinaliseerd voor juli 2012.

Het decreet voorziet – hoe zou het anders kunnen – dus een periode voor politieke besluitvorming. Deze fase dient uitdrukkelijk om de adviezen – die expliciet vrijblijvend zijn – globaal te bekijken, te toetsen op hun interne en externe consequenties en validiteit. Deze fase is erg gevoelig en de politiek stelt zich daarbij kwetsbaar op, o.a. omwille van een niet altijd volmondig akkoord met het verdict van de experts en ambtenaren, maar vooral ook omdat uiteindelijk de financiële en maatschappelijke eindafrekening alleen door de politiek wordt gemaakt. De aansprakelijkheid – in alle aspecten – ligt uitsluitend bij de Vlaamse Regering. Bij niemand anders.

Vanzelfsprekend ergeren nogal wat experts zich als er aan hun adviezen wordt getornd. Zijn zij niet bij uitstek de kenners, gepokt en gemazeld, stralend van competentie? Tja, hier wringt een schoentje, want het schone principe van een deskundig, geobjectiveerd advies lijkt al geruime tijd de grens van de welvoeglijkheid voorbij. De samenstelling van de commissie verwerd geleidelijk tot een onmogelijke oefening. Vlaanderen, als relatief kleine gemeenschap, beschikt niet over een voldoende ruim reservoir aan ervaren, deskundige mensen die weliswaar betrokken zijn (anders is er geen expertise), maar tegelijkertijd niet dabben in het moeras van het kannibalisme. Steeds meer verhalen illustreren adviezen waarbij de rechters ook partij zijn of waar een minimale kennis van het dossier ontbreekt. Tegelijkertijd floreren roddelcircuits in dit relatief kleine en opgehitste wereldje, waar een deel van deze elite niet zozeer ascetisch maar vooral atletisch grossiert in vooroordelen en sfeerschepperij. Instellingen en personen die niet passen in de vigerende kwaliteitsverhalen, vermalen onherroepelijk tot artistiek gruis, geruis in een schallende symfonie van de smaakpolitie.

Dit fenomeen is niet nieuw en zeker niet gekoppeld aan een begrotingsprobleem. Ik ervoer het gelijkaardige in beide voorgaande beslissingsrondes van het Kunstendecreet. Een minister ondergaat hier onherroepelijk zijn of haar aansprakelijkheid. Het is immers de politiek die in deze fase moet optreden en de adviezen moet afwegen aan parameters die door experts en administratie niet voldoende of zelfs ten node werden gehanteerd. We mogen (moeten) niet schromen om deze criteria politiek of ideologisch te noemen, zoals geografische spreiding of aandacht voor kansengroepen en experiment, de nood aan diverse en kleine spelers e.a.

Als de politiek hier terugdeinst en zich verschuilt achter een bedenkelijke expertocratie, dan verliest niet alleen het Kunstendecreet maar vooral het gehele cultuurbeleid elke zin en lijkt het gedoemd te verdwijnen, wellicht in het voordeel van een meer Angelsaksisch model waar mecenaat betaalt en dus bepaalt. Een doorgedreven verfondsing zou hiertoe een mooie overgang zijn.

Met dit perspectief voor ogen roep ik de minister, de regering en minstens even dringend de sector, op voor juist meer politiek en ideologie. De staart intrekken of angstig terugdeinzen voor eventuele imagoschade leidt onherroepelijk naar een krimpend cultuurbeleid. Enkel door cultuur, met de kunsten en zeker de meer sociaal-culturele varianten, als volwaardig politiek item te beschouwen en dus niet als een wat etherische uitlaatklep voor happy few, komt er ruimte voor meer middelen.

Laat ons daarmee besluiten. Al eerder pleitte ik voor een verhoging van het cultuurbudget, ook – meer dan ooit – in tijden van dreigende economische recessie en maatschappelijke depressie. Cultuur biedt het meest werkzame antidotum aan een samenleving die twijfelt aan zichzelf en de toekomst. Geen luxe. Wel noodzaak.

De Vlaamse regering heeft de mogelijkheid en de plicht om deze sector én cultuur in het algemeen een nieuwe impuls te geven. De cijfers die nu voorliggen vegen zoveel positieve en emanciperende kracht weg. Dit mogen we niet aanvaarden.

Bert Anciaux is senator (SP.A) en gewezen Vlaams Minister van Cultuur.

take down
the paywall
steun ons nu!