De voormalige burgerrechtenactivist Joachim Gauck (l.) als nieuwe Bondspresident. Kandidaat van zowel CDU, CSU als FDP, SPD en Groenen. (foto: Sofia News Agency)
Nieuws, Europa, Economie, Frank Roels, Duitsland, Europese Commissie, Werkgelegenheid, Groei, Bedrijfswinsten, Merkel, Besparingsbeleid -

De ‘groei’ van Merkel is er alleen voor de winsten

Onder druk van François Hollande en Barack Obama en na de sociaal-democratische overwinning in Nordrhein-Westfalen, maakt Angela Merkel volgens de media een omzichtige bocht. Ze zal een Europees groeiplan voorstellen. Maar wat gaat er groeien? De werkgelegenheid? De laagste inkomens? De Tijd ziet het zo: ‘Duitsland wil zijn tewerkstellingsmodel exporteren’.

woensdag 30 mei 2012 13:51

6 punten

Volgens het Duitse weekblad Der Spiegel omvat het plan-Merkel het volgende. In ‘bijzondere economische zones’ krijgen buitenlandse investeerders belastingsvoordelen en soepeler regelgeving. Of dat arbeidsplaatsen zal opleveren wordt verderop in dit arikel bekeken.

Merkel wil ook de West-Duitse ervaring herhalen met de inlijving van de vroegere DDR, toen 8500 openbare bedrijven in één klap werden geprivatiseerd. Van 4 miljoen personeelsleden behielden slechts 1,5 miljoen hun baan.Dat was dan ook het doel van deze privatisering: door een ‘gezondmaking’ of ‘sanering’ konden die ‘nieuwe’ ondernemingen weer veel winst maken; de productiviteit per werknemer steeg en tegelijk de werkloosheid. ‘Onrendabele’ bedrijven gingen dicht.

Onderwijs in de bedrijven

Merkel wil het beroepsonderwijs ook meer in de bedrijven zelf organiseren. De ondernemingen krijgen daar dan belastingsvoordelen voor. Levert dat nieuwe jobs op? Merkel zegt ook dat arbeid op de Europese markt minder duur moet worden, lees: goedkoper voor de werkgevers door lagere fiscale en sociale lasten, waarbij makkelijker tot ontslag kan overgegaan worden.

Dat betekent dus minder inkomsten voor de sociale zekerheid en voor de overheid. Maar nogmaals, meer jobs? Marianne Thyssen, Europees parlementslid voor de CD&V en dus ideologische partner van de Duitse christendemocratische partij CDU/CSU van Merkel, was vroeger zelf bedrijfsleider: “De arbeidsmarkt moet flexibeler en zo toegankelijk worden voor jongeren”. Men moet geloven dat door gemakkelijk ontslagprocedures er arbeidsplaatsen zullen bijkomen.

Dat de groeivoorstellen van Merkel door meerdere mechanismen de werkgevers tengoede komen is duidelijk. De nettowinsten zullen immers stijgen.

Wat met het aantal jobs?

Of een werkgever bijkomend personeel aanwerft wordt uiteraard bepaald door de toename van de bestellingen die hij binnenkrijgt. Niemand werft immers personeel aan, hoe goedkoop ook, als er geen werk voor is. Wat bepaalt trouwens de dynamiek van bestellingen? Die worden bepaald door de vraag van de consumenten, van de gewone burgers en van andere bedrijven die ook hun klanten volgen. Zij meten angstvallig het zogenaamde consumentenvertrouwen.

Precies die vraag is dramatisch gedaald, vooral in de zogenaamde probleemlanden, maar ook elders in Europa. Dagelijks lezen we dat bedrijven hun productie terugschroeven bij gebrek aan vraag. Hoe komt dat? Door de crisis, vanzelfsprekend. Door de stijging van het aantal werklozen en van tijdelijke jobs, door de daling van uitkeringen en van lonen en wedden en pensioenen, door de oplopende kosten van gezondheidszorgen, van huren, van energie.

De hoge inkomenscategorieën hebben daar geen last van want die besteden hun inkomen nooit volledig aan consumptie. Maar brede bevolkingsgroepen houden spaarzaam de knip op de beurs – zoals sommige journalisten dat literair beschrijven. Meestal zit in die beurs niets of staat de rekening in het rood. De goede raad die de betrokkenen dan krijgen om zuiniger te zijn, of de psychologische klop door plotse afdanking – dat verlaagt nogmaals het verbruik.

Waarom zouden werkgevers in zo’n klimaat gaan aanwerven? Neen, ze doen er alles aan om zo gemakkelijk mogelijk te kunnen ontslaan: flexibiliteit noemen ze dat. Bedrijven houden toch niemand in dienst die geen winst oplevert?

Weet Merkel dat ook niet?

De voordelen die haar groeiplan aanbiedt aan de werkgevers zal de winsten doen groeien, zonder bijkomende jobs. Door minder inkomsten voor de overheden zal het begrotingstekort eerder stijgen en zal de vicieuze cirkel verder draaien.

Kunnen we ons trachten te verplaatsen in het hoofd van Merkel? In de eerste plaats vormen de werkgevers haar kiezerspubliek en vooral de financiers van haar partij. Die zullen geen bezwaar hebben tegen dit soort groei, integendeel. Wellicht gelooft Merkel echt dat iedereen hierbij zal gebaat zijn.

Er bestaat immers een economische stroming die de belangen van bedrijven gelijkstelt met het algemeen belang. Men kan deze redenering onder diverse vormen ontmoeten, bijvoorbeeld: ‘Eerst moet er een grote taart zijn vooraleer ze kan verdeeld worden’. De ‘taart’, dat zijn dan “gezonde” bedrijven, dit wil zeggen, bedrijven die veel winst maken en het goed doen op de beurzen.

Maar wie garandeert dat een grote taart verdeeld wordt op een rechtvaardige manier, bijvoorbeeld onder de mensen zonder job, ja, zelfs onder de personeelsleden van het bedrijf? Of voor onderwijs en openbare dienstverlening die geen rechtstreekse winst opleveren? 

Alle recente feiten spreken tegen dat de bedrijven en de financiële sector dergelijke rechtvaardige verdeling tot stand brengen (er zijn uitzonderingen dankzij sterke vakbonden, in overheidsbedrijven).

Meer competitie

Een variante die bij haast alle partijen populair is, luidt, dat verlaging van de loonkosten en/of subsidies de competitiviteit van onze bedrijven verbetert.  Dat klopt, in principe toch, voor bedrijven die sterke concurrenten hebben. Dankzij overheidssteun of lagere lonen kunnen ze klanten afsnoepen van een concurrent, door lagere prijzen aan te bieden.

De Europese Commissie heeft het nog eens herhaald: “De Belgische loonkostenhandicap is een structureel probleem; te hoge lonen hebben onze concurrentiekracht aangetast.De regering moet ingrijpen als de loonkosten ‘ontsporen’”.

Wat betekent verbeterde concurrentiekracht voor de werkgelegenheid? In het gunstigste geval kan de productie zo sterk stijgen dat meer personeel nodig is – in het gesubsidieerde bedrijf. Daartegenover verliest de concurrent dan klanten en moet hij inkrimpen of zelfs sluiten. Netto komt er dus geen job bij. Bij de concurrent vliegt immers een evenredig aantal personeelsleden aan de deur. 

In veel gevallen is er echter geen sterke concurrentie. Bedrijven in die situatie streven permanent naar het uitschakelen van hun mogelijke concurrenten door overnames en fusies. Daar leidt ‘verhoogde competitiviteit’ gewoon tot hogere winst.

Wordt werkgelegenheid wel door de loonkost bepaald?

Dat zo’n model gepropageerd wordt als verbetering van het economisch klimaat, onderlijnt het misprijzen voor het personeel, dat als wegwerpgereedschap behandeld wordt. Het is de methode die Duitsland heeft toegepast in de voorbije jaren: lonen omlaag en export omhoog. In de andere landen kwam dan de economische crisis. Het Duitse model veralgemenen naar de andere Europese landen zal alleen de lonen elders ook omlaag duwen, zoals Paul De Grauwe al eerder uitlegde.
 
Een andere verschijningsvorm van deze denkwijze zijn de theoretische modellen die verwijzen naar grafieken die zouden aantonen dat een hogere loonkost de werkgelegenheid doet dalen. Inderdaad: werkgevers hebben altijd gestreefd naar minder loonkosten en naar een verhoging van de productiviteit.

Maar iets helemaal anders is het omgekeerde: zullen patroons gaan aanwerven als ze daarvoor financieel beloond worden? Dat kan kloppen indien ze met stapels bestellingen zitten waaraan ze zonder extra personeel niet kunnen voldoen. Maar vandaag en morgen hebben we in Europa een omgekeerde situatie: meestal er is een overproductiecapaciteit en zal het personeelsbestand eerder ingekrompen worden.

Een concreet voorbeeld is de verlaging van de BTW in de horeca. Dat leverde geen stijging van de tewerkstelling op. De notionele intrestaftrek voor meerdere miljarden per jaar leidde nauwelijks tot bijkomende banen.

Door de maatregelen van Merkel zal de vraag dus niet toenemen, alleen de winst. Maar ook dat is ‘groei’ natuurlijk. 

Koopkracht is de enige oplossing

Om de vraag te doen stijgen en de bedrijven meer te doen produceren zou de koopkracht omhoog moeten van diegenen die grote noden hebben: de werklozen en leefloners, de lagere loontrekkers, sommige gepensioneerden, zieken. Dat kan door de uitkeringen en minimumlonen drastisch te verhogen, tenkoste van de bedrijfswinsten die bijvoorbeeld naar 7 miljard nettowinst per jaar kunnen zakken in plaats van 14 miljard (Belgische cijfers).

Moraal van het verhaal: goed opletten wat een woord als ‘groei’ betekent, wie eraan verdient, wie eraan verliest. Voor wie of wat kiezen we?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!