Voedselsoevereiniteit voor stedelingen
GGO's, Biodiversiteit, Voedselcrisis, La Via Campesina, Agro-ecologie, Landbouwbeleid, Voedselsoevereiniteit, CLOC, Green Revolution, Internationale politieke economie -

Voedselsoevereiniteit voor stedelingen

zaterdag 26 mei 2012 22:35

De kleine boer, die van op de pakjes koffie of repen chocolade, wil ook wat zeggen over landbouwbeleid. In het internationale debat rond landbouw is voedselsoevereiniteit een begrip dat meer en meer opduikt naast voedselzekerheid en het recht op voedsel. Voedselsoevereiniteit betekent soeverein zijn (dit kan gaan van een individu, familie, land of zelfs de hele planeet) in wat men zaait en eet. La Vía Campesina (letterlijk: de boerenweg) is de organisatie die boerenverenigingen uit alle continenten bijeenbrengt en een stem probeert te geven in de strijd tegen de problemen die ze het hoofd moeten bieden. La Vía Campesina stelt een alternatief landbouw- en economisch model voor, waar de kleine boer (én boerin), visser en veehouder een betere positie krijgt, lokale productie centraal staat en het belang van biodiversiteit erkend wordt. Voedselsoevereiniteit voor stedelingen.

Het begon allemaal in… Mons

Boerenorganisaties in Latijns-Amerika verzamelden zich in de CLOC (Coordinadora Latinoamericana de Organizaciones del Campo) toen zij zagen dat hun bestaanswijze op de helling te staan kwam tijdens de onderhandelingen van de GATT-akkoorden (vrijhandelsakkoorden) in de vroege jaren 1990. Tot dan hadden boerenorganisaties hun acties voornamelijk op het nationale niveau gericht. Macht inzake landbouwbeleid concentreerde zich, zeker sinds de jaren 1980 en 1990, bij transnationale bedrijven, in de mondiale politieke economie en op internationale fora. Het antwoord van de boer moest kordater, krachtiger en als uit een mond komen. In 1993 lag de CLOC samen met organisaties uit Afrika, Europa, Zuid- en Zuidoost-Azië aan de basis van het globaal initiatief, La Vía Campesina. Globalize struggle, globalize hope! werd het motto.

Slechts enkele jaren later, op de World Food Summit te Rome in 1996, wist La Vía Campesina voedselsoevereiniteit op de internationale agenda te plaatsen. In tegenstelling tot vele concepten die vandaag een sleutelfunctie vervullen in landbouwbeleid, bedachten boeren zelf het begrip en niet beleidsmakers of academici.

In de beginjaren was de Latijns-Amerikaanse component erg dominant – nu nog steeds trouwens. Het roterende internationale secretariaat zetelde achtereenvolgens in België, Honduras en Indonesië – tot 2013. Intussen vervoegen zich meer en meer Afrikaanse organisaties. La Vía Campesina brengt meer dan 150 organisaties samen uit 70 landen en vertegenwoordigt zo’n 200 miljoen kleine- en middelgrote boeren, landloze boeren, vrouwen, inheemse volkeren, migranten en landarbeiders. Sommige organisaties hebben een ideologische achtergrond, andere werken enkel op agro-ecologie of bio-landbouw. De verscheidenheid aan organisaties binnen La Vía Campesina maakt het werk er zeker niet gemakkelijker op, want consensus en democratie zijn er kernbegrippen. La Vía Campesina ontvangt bijdragen van haar deelorganisaties, privéschenkingen, giften van nationale en locale autoriteiten, financiële steun van NGO’s en fondsen.

Globaal? Niet helemaal, La Vía Campesina is virtueel afwezig in de Arabische wereld, het voormalige Oostblok en China. In deze gebieden leeft zowat de meerderheid van de wereldbevolking, om nog maar te zwijgen van de landoppervlakte die ze bestrijken. Boerenorganisaties kunnen er moeilijk een poot aan de grond krijgen, hoewel rurale problemen nijpend zijn.

Wat tracht voedselsoevereiniteit te doen?

Als bedenker van voedselsoevereiniteit is La Vía Campesina de belangrijkste stem als het op het definiëren ervan aankomt, de laatste aanpassing dateert van 2007. Voedselsoevereiniteit is het recht van volkeren om gezond en culturally appropriate voedsel te telen, op basis van duurzame landbouwmethoden. Het pleit voor een lokale, kleinschalige productie die voordelig is voor gemeenschappen en rekening houdt met de omgeving waarbinnen dit proces gebeurt. “It puts the aspirations, needs and livelihoods of those who produce, distribute and consume food at the heart of food systems and policies rather than the demands of markets and corporations.” Landen hebben, volgens dit principe, het recht om hun producenten te verdedigen tegen goedkope importproducten en om productie te controleren. Het recht op grond, water, zaden, vee, visgebieden en biodiversiteit moet in de handen zijn van de kleine boeren. Eerlijke prijzen zijn nooit ver te vinden in het discours van La Vía Campesina. Agrarische hervorming is de topprioriteit voor de boerenbeweging.

Als de kleine boer zijn plaats wordt ontkend op beleidsvlak, geldt dit des te meer voor de boerinnen. Volgens de FAO produceren vrouwen 70% van al het voedsel op aarde. La Vía Campesina maakt dan ook van gendergelijkheid en het halten van elke vorm van geweld jegens vrouwen een van haar belangrijkste strijdpunten.

¡De nada!

De boer werkt opdat wij kunnen leven zoals we leven, daar komt het op neer. Veel kleine boeren leven in schrijnende armoede en lijden honger. Vissers verkopen hun vangsten tegen lage prijzen om nadien… tonijn in blik te kopen. Haïtiaanse rijstboeren kunnen niet op tegen de goedkope geïmporteerde rijst uit de Verenigde Staten. Het zijn maar enkele van de tegenstellingen die nu in de internationale politieke economie bestaan. Beleid dat zich richt op 1) het maximaliseren van de eigen winsten, productie en productiviteit, en 2) de honger uit de wereld wil helpen, houdt voornamelijk rekening met Westerse belangen en niet zozeer met de hongerigen of de producenten, de kleine boeren. Het telen van gewassen waar biobrandstoffen van worden gemaakt, zou gemakkelijk miljoenen kunnen voeden. Het is een veelgehoord argument, maar een waarheid als een koe, Europese landbouwsubsidies brengen subsidieloze boeren in het zuiden in de problemen.

De problemen waar kleine boeren mee worstelen, zijn zo verscheiden als La Vía Campesina, maar even oud als de landbouw zelf. Sommige uitdagingen zijn socio-economisch van aard en hebben vaak een historisch prijskaartje: de hoge schuldenlast van boeren, een slechte toegang tot de productiemiddelen zoals grond, water en gewassenzaden. Beleid dat agrochemicaliën of Westerse landbouwmethoden (die vaak niet aangepast waren aan de lokale omgeving en noden) promootte tussen de jaren 1970 en 1990 zorgde voor: een toename van sociale ongelijkheid, vervuiling, erosie, afhankelijkheid van transnationale corporaties en had een impact op de volksgezondheid.

Dergelijke maatregelen (of de Green Revolution, zoals het ironisch genoeg werd genoemd in het Westen) zorgden niet zelden voor een gigantisch verlies van biodiversiteit. Men doet er vandaag alles aan om in zadenbanken zo veel mogelijk (gewassen)zaden op te slaan – maar voor wiens profijt? Wereldwijd bestaan er zadennetwerken die hard werken om biodiversiteit op en naast het veld te verzekeren. Op ecologisch vlak kan het verlies aan biodiversiteit rampzalig zijn. Biodiversiteit zal een sleutelfunctie spelen om toekomstige voedselcrisissen te verzachten. Inheemse volkeren zijn in vele gevallen dragers van kennis over biodiversiteit. Des te meer biodiversiteit, des te minder men getroffen wordt door het mislukken van een teelt. Het historische voorbeeld van de Ierse hongersnood illustreert dit uitstekend. Door een gebrek aan diversiteit op het veld zagen boeren hun aardappeloogsten in duigen opgaan door de gevreesde blight – waar men nu via genetische modificatie een antwoord op probeert te vinden. Indien men meer zou inzetten op het telen van verschillende variëteiten (overigens een relatief gemakkelijke en goedkope oplossing) zouden die problemen minder acuut zijn. Voedselsoevereiniteit tracht antwoorden te formuleren die boeren een betere weerstand en veerkracht kunnen bieden tegen natuurlijke tegenslagen of onzekerheden van de markten.

Ook wij, de consumenten, dragen een verpletterende verantwoordelijkheid: asperges in de winter? Geen probleem, we halen ze wel uit Peru. De grond is er te droog en om de oogst te verzekeren moeten belangrijke hoeveelheden agrochemicaliën gebruikt worden. Indien men inzet op meer biodiversiteit en locale productie zal de consument zich ook moeten aanpassen aan tomaten die er uitzien als tomaten en niet als kerstballen. Voedselsoevereiniteit zet consumenten aan tot nadenken over wat er op hun bord ligt, zich te informeren en kritisch te zijn. In academische cirkels wijst men er ook op dat het Westers dieet elders wordt opgelegd; landen waar men tot enkele decennia terug geen of weinig vlees at, doen dat nu meer en meer. Meer vlees betekent helaas ook bergen voedervoedsel en wolken broeikasgassen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het verlies van lokale culinaire tradities, ook voor de gezondheid van de consumenten is dit nefast – denk maar aan hart- en vaatziekten of diabetes.

Groter dan zichzelf

La Vía Campesina heeft een plaats weten te veroveren inzake landbouw in de internationale politieke economie. Een waaier aan instellingen, zoals de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) en het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties, consulteren La Vía Campesina regelmatig. Het is overigens voor het eerst in de geschiedenis dat landbouwers mee het landbouwbeleid kunnen vormgeven. 

Zowat overal in het Zuiden hebben organisaties in de civiele samenleving voedselsoevereiniteit opgepikt en werken op hun eigen manier naar meer voedselsoevereiniteit. Omdat het concept een hele lijst aan boereneisen op tafel legt, is het zo flexibel en bruikbaar in verschillende contexten. Organisaties kunnen het idee gemakkelijk aanwenden zonder deel uit te maken van La Vía Campesina. Ook buiten de rurale wereld begint voedselsoevereiniteit meer en meer draagkracht te krijgen. Stedelijke armen, milieubewegingen, consumenten- en vrouwenorganisaties denken na over het concept. In de grondwetten van Ecuador en Bolivia werd het begrip voedselsoevereiniteit opgenomen. Onderzoeksinstituten en academici verslinden het thema; om er maar een paar te noemen: Raj Patel, Hannah Wittman, Marc Edelman, Cristóbal Kay, Vandana Shiva en Annette Desmarais.

La Vía Campesina beweert dat voedselsoevereiniteit de wereld kan voeden, wat op hoongelach wordt ontvangen in hogere industriële kringen. Dat er een grond van waarheid in het argument van de organisatie kan zitten, bewijst het feit dat van de mondiale voedselproductie slechts zo’n 10% geëxporteerd wordt. Ook profileert het voedselsoevereiniteit als antwoord op voedselcrisissen en klimaatsverandering. In het Westen lijkt er bijzonder weinig draagkracht te zijn voor dit soort van ideeën. Het Zuiden, waar de boerenbevolking significanter is, is een bijzonder vruchtbare grond voor voedselsoevereiniteit. Bepaalde bevolkingsgroepen lijken er iets meer in contact te staan met hun natuurlijke omgeving en meer voeling te hebben met de plaats en rol die landbouw vervult in hun samenlevingen.

Als La Vía Campesina een rol op zich neemt is het, naast het verdedigen van de kleine boer, ideeën in de civiele maatschappij plaatsen die gevestigde waarden in vraag stellen en economische alternatieven voorstellen voor landbouwbeleid – een centraal kwestie voor de toekomst. Als boeren hun leven zelf in handen willen nemen, waarom hun dan die vrijheid afnemen?

Zie ook:

La Vía Campesina:

http://viacampesina.org/

Vandana Shiva

http://www.vandanashiva.org/

Raj Patel:

http://rajpatel.org

IPC Food Sovereingty

http://www.foodsovereignty.org/

Food First

http://www.foodfirst.org/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!