Abdul Moneim Abul Futuh en Amr Moussa in het eerste presidentiële debat ooit in Egypte.
Nieuws, Afrika, Politiek, Democratie, Grondwet, Egypte, Opiniepeilingen, Presidentsverkiezingen, Amr Moussa, President Hosni Moebarak, Arabische Revoluties, Arabische lente, Moslim Broederschap, Sadat, Analyse, Islamistische partijen, Militaire junta, SCAF (Supreme Council of the Armed Forces), Abdel Moneim Abul Futuh, Ahmed Shafiq, Mohammad Mursi, Hamdeen Sabbahi, Mohamed Selim al-Awa, Abu Ezz al-Hariri, Khaled Ali -

Egyptenaren trekken naar de stembus en kiezen nieuwe president

Egyptenaren trekken woensdag en donderdag naar de stembus om voor het eerst in hun lange geschiedenis zelf de toekomstige leider van het land te kiezen. Een unieke gebeurtenis die een einde hoort te maken aan het Moebarak-tijdperk, omdat ook aan de overgangsperiode die de militaire junta afkondigde na diens vertrek, een einde komt.

woensdag 23 mei 2012 12:55

Het zal nog moeten blijken of dat einde louter symbolisch is of niet. In ieder geval zijn de verkiezingen tot dusver de belangrijkste gebeurtenis in het post-Moebarak-tijdperk.

De Egyptische kieswet stipuleert dat de verkiezingscampagne drie dagen voor de start van de verkiezingen moet eindigen, en daarmee kwam er begin deze week een einde aan een nooit eerder geziene kiescampagne in de nieuwe democratie.

Zowel het gewone volk als de intelligentsia is in de ban van de presidentsverkiezingen. De scherpzinnige woordvoerder van de revolutionaire Kefaya-beweging, Abdelhalim Qandil, een man die nooit een blad voor de mond neemt, stelde in een column op maandag dat meer dan 70 procent van de Egyptenaren wel hun stem zouden kunnen uitbrengen.

Op donderdag zal blijken, als niemand van de kandidaten een absolute meerderheid behaalt, welke twee persoonlijkheden in de tweede ronde op 16 en 17 juni zullen uitvechten wie er de belangrijkste politieke post in de Arabische wereld mag bekleden.

Drama voor het stemmen

Het was een dramatische aanloop naar de presidentsverkiezingen. Een belangrijke stroming in het linkse kamp boycot de stembusgang omdat die plaatsvindt onder supervisie van de militaire junta. Zij twijfelt aan de geloofwaardigheid ervan. Vier kandidaten mochten zichzelf, om verschillende redenen, geen kandidaat stellen.

Bovendien heerst er algemene verwarring over de bevoegdheden van de nieuwe president in afwezigheid van een nieuwe en definitieve grondwet. Er heerst zelfs onenigheid over wie er dat nieuwe document mag opstellen. Is het een taak voor het democratisch verkozen parlement? Of moet een zo breed mogelijke participatie van alle lagen van de samenleving garanderen dat de grondwet zo representatief mogelijk zal zijn?

De Moslimbroeders en de Salafisten die samen 70 procent van het parlement uitmaken, willen natuurlijk dat het parlement de belangrijkste zeg heeft in wie er de grondwet mag opstellen. Bijna alle andere politieke spelers echter zijn van mening dat het opstellen van de grondwet los van het parlement moet gebeuren, omdat ze vrezen dat de islamistische meerderheid een islamitische grondwet zal schrijven. Het is nog niet duidelijk wie er aan het kortste eind heeft getrokken, omdat diverse procedures nog aan de gang zijn om te beslissen wie er nu effectief de nieuwe grondwet zal opstellen.

Ondanks al die struikelpunten heerst er een positieve sfeer in de Egyptische samenleving, omdat het aantreden van een nieuwe civiele president het einde betekent van de militaire inmenging in politieke aangelegenheden. De gehate militaire junta, de SCAF (Supreme Council of the Armed Forces), verlaat op 31 mei de politiek en keert terug naar de kazernes, althans, dat is de bedoeling …

De campagne

Zij die van politiek drama houden, werden niet teleurgesteld met de verkiezingscampagne. Hoewel de Moslimbroederschap in eerste instantie had beloofd om de Egyptische politiek niet te monopoliseren nadat ze een meerderheid in het parlement had veroverd, kwam die beweging twee maanden voor de presidentsverkiezingen terug op die belofte.

De Moslimbroeders nomineerden de multimiljonair Khayrat al-Shater, de tweede man van de organisatie en een belangrijke geldschieter ervan. Enkele weken later werd hij, samen met Ayman Nour, Hazem Abu Ismail, Omar Suleiman en Ahmed Shafiq uit de presidentscampagne gezet door de kiescommissie. Die commissie kwam later terug op de beslissing om Shafiq te diskwalificeren.

Al-Shater en de liberaal Ayman Nour mochten niet deelnemen omdat ze een ‘crimineel verleden’ hadden. In werkelijkheid waren ze politieke gevangenen onder het Moebarak-regime, en is de reden om hen te diskwalificeren eerder dubieus. Waarschijnlijk wilde de SCAF een rekening vereffenen met de Moslimbroederschap nu de relaties zijn verslechterd. In maart 2011 verleende de SCAF al-Shater nog amnestie, toen de junta nog op één lijn stond met de islamistische beweging.

Hazem Abu Ismail, een populistische salafistische preker en advocaat werd ook uit de race geweerd, omdat zijn moeder in 2006 de Amerikaanse nationaliteit had verkregen. Als één van de ouders van de kandidaat, of de kandidaat zelf, drager is van een buitenlands paspoort, dan kan die niet deelnemen aan de presidentsverkiezingen. Abu Ismail ontkent dat zijn moeder de Amerikaanse nationaliteit had verkregen, en diende vruchteloos klacht in tegen de beslissing van de kiescommissie.

Omar Suleiman, die meer dan 20 jaar lang aan het roer stond van de gevreesde geheime dienst, had niet genoeg handtekeningen verzameld om deel te kunnen nemen aan de presidentsverkiezingen. Zijn kandidatuur was in feite niet meer dan een design van de contrarevolutie, omdat hij twee dagen voor hij zich kandidaat stelde, ondubbelzinnig ontkende dat hij ooit nog in de politiek zou stappen. De media-aandacht en de volkswoede na de ‘kandidatuur’ van Suleiman was welkom om de aandacht af te leiden van de uitsluiting van Abu Ismail, al-Shater en Nour.

Shafiqs advocaat ten slotte trok de grondwettelijkheid in twijfel van de beslissing om publieke figuren van het voormalige regime te weren in de presidentsverkiezingen. Die procedure was succesvol en Shafiq kan toch deelnemen aan de verkiezingen.

Het presidentiële debat

Het zenit van de presidentiële verkiezingen was ongetwijfeld het eerste grote open presidentiële debat in de geschiedenis van de Arabische wereld, met uitzondering van Mauritanië in 2008. Dat vond plaats op 10 mei tussen topfavorieten Amr Moussa en Abdel Moneim Abul Futuh. 

Presidentsverkiezingen in de Arabische wereld werden doorgaans gewonnen door de zittende president met 99 procent van de stemmen. Meestal was hij ook enige kandidaat. Een echt debat tussen twee kandidaten was dus een ongeziene gebeurtenis, en miljoenen Egyptenaren zaten aan hun televisiescherm gekluisterd.

De Egyptische journaliste Farah Saafan twitterde hierover: “My friends are coming over to watch the presidential debate at my house. We used to gather to watch football games! How life has changed.” Zelfs doorgaans sceptische academici, journalisten en activisten reageerden uitermate positief op het debat.

De Brits-Palestijnse academicus Azzam Tamimi stelde dat: “wie ook de nieuwe president wordt, als de verkiezingen eerlijk verlopen, dan is het Egyptische volk de grote winnaar.” Al-Naqid al-Arabi (‘De Arabische Criticus’), een populaire Arabische Facebookpagina zei:“Het maakt niet uit of ik een voorkeur heb voor één van beide kandidaten, wat gisteren bleek, was dat de grootste winnaar van het debat de simpele burger was die thuis of op café zat te kijken, terwijl de presidentskandidaten meer dan drie uur lang recht stonden, en probeerden hem/haar te overtuigen.”

Dinsdag titelde de columnist Abdelbari Atwan, de Palestijnse eindredacteur van de pan-Arabische krant al-Quds al-Arabi:“Was ik maar een Egyptenaar zodat ik zou kunnen stemmen.”

De polls

Opiniepeilingen die gevoerd zijn in de voorbije weken geven een vertekend beeld weer. Er zijn veel zwevende kiezers (ongeveer 30 procent van de Egyptenaren die ondervraagd zijn in de polls is onbeslist). Ook verschillen de resultaten van de polls die door verschillende instituten worden uitgevoerd, ook al vonden die plaats op hetzelfde ogenblik.

Toch lijkt alles er op te wijzen dat de twee belangrijkste kanshebbers de islamist Abdel Moneim Abul Futuh en Amr Moussa zijn. Ahmed Shafiq, de laatste premier onder Moebarak, wordt een gevaarlijke outsider volgens de polls.

In de laatste poll die het Ahram Centre uitvoerde tussen 14 en 17 mei bleek dat 31,7 procent van de stemmen voor Moussa zou zijn, gevolgd door Ahmed Shafiq met 22,6 procent en Mohamed Mursi van de Moslimbroeders met 14,8 procent. Abul Futuh werd pas vierde met 14,6 procent gevolgd door Hadeen Sabaahi, de Arabische nationalist, met 11,7 procent.

Een andere poll die werd uitgevoerd door het Baseera Centre van de Egyptische krant al-Masry al-Youm gaf de leiding aan Ahmed Shafiq met 19,3 procent, gevolgd door Moussa met 14,6 procent en Abul Futuh met 12,4 procent. Hamdeen Sabbahi krijgt 9,5 procent en komt op een vierde plek, nog voor Mursi die het volgens deze poll met slechts 9 procent moet stellen.

Wie is wie?

De acht belangrijkste presidentskandidaten worden hier kort beschreven. Verder zijn er nog Hisham Bastawisy, Abdullah Alashaal, Mahmoud Hossam en Hossam Khairallah, maar die onbekende presidentskandidaten worden niet besproken. 

Abdel Moneim Abul Futuh

Deze 61-jarige dokter die tot 2011 verbonden was aan de Moslimbroederschap is één van de favorieten om de stembusslag te winnen, en kan zo het electorale elan van de islamisten in de Arabische wereld voortzetten. Abul Futuh heeft de Moslimbroederschap ernstige schade berokkend door zo onafhankelijk van hen te opereren.

Hij is zeer populair bij de jongeren van die organisatie, en zelfs enkele hooggeplaatste leden hebben al gezegd dat ze Abul Futuh steunen. Los van de – incoherente en weinig geloofwaardige – complottheorieën die stellen dat de man eigenlijk een geheime kandidaat is van de Moslimbroeders, is het duidelijk dat Abul Futuh op verschillende vlakken een fundamenteel andere visie heeft dan het officiële standpunt van de uiterst hiërarchische Moslimbroederschap. Zo wilt Abul Futuh niet dat het parlement een grote zeg krijgt bij het opstellen van de grondwet.

Abul Futuh kan rekenen op een leger van vrijwilligers voor zijn campagne. Zijn revolutionaire credentials komen niet uit de lucht gevallen. In de jaren zeventig durfde hij de toenmalige president Anwar al-Sadat in een debat tegen te spreken. Dat leidde tot zijn arrestatie. In het Moebarak-tijdperk belandde hij zelfs voor 5 jaar in de gevangenis.

Abul Futuhs grootste kracht ligt in zijn appeal bij een brede waaier van stromingen binnen het Egyptische politieke landschap; van salafisten, tot liberalen en socialisten. Zo gaven verschillende salafistische bewegingen zoals de Nour-partij, stemadvies voor Abul Futuh, hoewel die laatste bekend staat om zijn veeleer liberale sociale visie (voor een islamist). De opiniepeilingen geven aan dat hij stemmen verloor in de laatste weken. Dat komt omdat hij de versnipperde islamistische stem zal moeten delen met Mohamed Mursi, de kandidaat van de Moslimbroeders, en Mohamed Selim al-Awa.

Abul Futuh rekent vooral op de stem van de jongeren, en zijn economisch programma is ontwikkeld om vooral jongerenwerkloosheid aan te pakken. Zo wil hij dat jongeren 50 procent van de hogere staatsfuncties bekleden. Abul Futuh ziet geen contradictie tussen een pluralistisch democratische systeem en de sharia.

Zijn economische visie is linkser dan die van de twee andere islamistische kandidaten. Zo is hij voorstander van een progressief belastingstelsel en wil hij hogere belastingen op luxegoederen, kapitaal en residentieel vastgoed. Net als Hamdeen Sabbahi heeft hij een programma om de werklozen te activeren.

Op buitenlands vlak is hij niet de meest radicale presidentskandidaat. Zo wil hij van Camp David geen prioriteit maken. Wel beloofde Abul Futuh om de Palestijnse zaak te steunen.

Amr Moussa

Net als Ahmed Shafiq wordt de 75-jarige (en oudste) presidentskandidaat Amr Moussa de kandidaat van het leger genoemd. Moussa was gedurende 10 jaar minister van Buitenlandse Zaken onder het Moebarak-regime, alvorens hij in 2001 werd weggepromoveerd naar de Arabische Liga, waarvan hij secretaris-generaal werd.

Amr Moussa is een grote kanshebber op het presidentschap, omdat hij zichzelf verkoopt als de man met ervaring die Egypte uit de crisis kan loodsen. Het is geen geheim dat regionale en internationale spelers als Saoedi-Arabië, Israël, de VS en de militaire junta zelf Moussa graag de post van president willen zien bekleden.

Het is velen niet ontgaan dat Amr Moussa tijdens het uiterst gemediatiseerde debat met zijn belangrijkste tegenstander Abul Futuh Israël niet als vijand, maar als tegenstander beschreef. Die laatste maakte ook handig gebruik van Moussa’s weinig assertieve houding op de Davos-conferentie van het World Economic Forum van 2009, toen de Turkse premier Erdogan boos de zaal verliet na een discussie met de Israëlische president Peres, en Moussa ‘braaf’ bleef zitten.

Het economisch programma van Moussa is linkser dan dat van Shafiq, en bevindt zich in het midden van het economische spectrum. Zo ijvert hij voor een progressief belastingstelsel en wilt hij een nieuwe vorm van privatisering van overheidsbedrijven promoten. Ook belooft hij de kleine zelfstandige te helpen door een nieuwe bank op te richten die zich specifiek op die doelgroep focust.

Ahmed Shafiq

Meer dan wie dan ook is de 70-jarige Ahmed Shafiq dé kandidaat van de militaire junta. Niet alleen diende hij als stafchef bij de Egyptische luchtmacht, maar hij was ook de laatste premier onder Moebarak. In het Egyptische dialect worden de restanten van het verdreven regime ‘fulul’ genoemd. Voor hij zich kandidaat stelde, vroeg hij toestemming aan Hussein Tantawi, de leider van de SCAF en de belangrijkste machthebber in Egypte.

Shafiq mocht aanvankelijk niet deelnemen aan de verkiezingen omdat hij tot die ‘fulul’ behoorde, maar de kiescommissie kwam snel (onder druk van het leger?) terug op die beslissing. In de polls maakt hij een mooie beurt en één poll plaatst hem zelfs op nummer één.

Shafiq presenteert zich, net als Moussa, als een man met ervaring, die ook de dreiging uit de islamistische hoek kan counteren. Hij is voorstander van het Camp David-akkoord met Israël, en zou de relaties met Iran opofferen mocht Saoedi-Arabië dat van hem vragen. Op pan-Arabisch niveau is de relatie met Saoedi-Arabië van primordiaal belang, wat duidelijk in lijn is met het beleid dat Moebarak voerde. Zijn eerste bestemming als president zou de VS zijn. 

Zijn economisch programma is zeer liberaal met een paar socialistisch geïnspireerde maatregelen zoals betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. Het economisch programma van Moussa is linkser dan dat van Shafiq, maar bevindt zich nog altijd op het rechtse spectrum.

De woordvoerder van Kifaya, Abdelhalim Qandil, is ervan overtuigd dat indien Shafiq wordt verkozen tot president, er een tweede revolutie zal ontstaan.

Mohammad Mursi

Hoewel de 60-jarige Mohammad Mursi de kandidaat is van de grootste politieke organisatie in Egypte, is dat geen garantie om door te stoten naar de tweede ronde. De Moslimbroeders hebben veel mensen teleurgesteld nu ze actief mee participeren aan het politieke proces in Egypte.

De beslissing om toch een kandidaat naar voren te schuiven, is bij velen in het verkeerde keelgat geschoten, onder meer bij de invloedrijke Europese vertegenwoordiger van de Moslimbroeders, Kamal al-Halbawy, die intussen uit de organisatie is gestapt.

Mursi is in alle opzichten een tweede kandidaat. De Moslimbroeders hadden aanvankelijk Khayrat al-Shater naar voren geschoven, maar de kiescommissie diskwalificeerde hem. Ook staat Mursi binnen de islamistische kandidaten voor deze verkiezing in de schaduw van Abul Futuh. De kans is dus klein dat Mursi de tweede ronde zal bereiken.

Zijn economisch en politiek programma is volledig in lijn met dat van de Moslimbroeders. Hij is voor een vrijemarkteconomie en ijvert voor een beter onderwijs en gezondheidszorg. Op buitenlands vlak wil Mursi de relaties met de Arabische omgeving versterken, en vooral met de Golfstaten.

Hamdeen Sabbahi

Hamdeen Sabbahi is een 57-jarige politicus en journalist met een lange geschiedenis als opposant die begon in zijn studentenjaren. Zijn activiteiten zorgden ervoor dat hij verschillende malen in de gevangenis belandde. Sabbahi is een overtuigd Arabisch nationalist en beroept zich op de erfenis van de legendarische Egyptische president Gemaal Abdel Nasser.

Zo geniet Sabbahi van de expliciete steun van Abdelhakim Abdel Nasser, de zoon van de vroegere president, die hem soms vergezelt in zijn campagne. Sabbahi is voorstander van een links economisch programma, met onder meer een progressief belastingstelsel en een  uitgebreid programma om werkloosheid tegen te gaan. Hij wil de schulden van de kleine boeren kwijtschelden. Daarnaast is hij ook voorstander van een algemene ziekteverzekering die gratis is voor de armen. Op vlak van onderwijs heeft hij ook progressieve standpunten.

Zoals de meeste presidentskandidaten is Sabbahi geen voorstander van het nieuwe Tunesische systeem, waarbij het parlement de meeste macht heeft en de premier benoemt, en de president weinig bevoegdheden heeft. De president moet, volgens Sabbahi, geen louter ceremoniële functie hebben. Een nieuwigheid is dat Sabbahi drie vicepresidenten wil benoemen: een vrouw, een jongere en een Koptische christen, om een vertegenwoordiging van die drie groepen te waarborgen.

Sabbahi is tegen het inmiddels gestopte gasakkoord met Israël en stelde onomwonden dat hij gewapend verzet tegen dat land zou steunen, of het nu vanuit Libanon, Palestina of een andere regio kwam. Hoewel hij persoonlijk tegen het Camp David-akkoord is, zou hij als president van het afschaffen ervan geen prioriteit maken. Net als Mohamed Selim al-Awa streeft hij goede relaties na met de islamitische regionale machten Iran en Turkije.

Mohamed Selim al-Awa

Mohamed Selim al-Awa is een 69-jarige islamitische denker. Hij kan noch op het revolutionaire palmares rekenen van Abul Futuh, noch op de steun van een grote politieke speler zoals de Moslimbroederschap dat met Mohamed Mursi een eigen kandidaat heeft. Daardoor is al-Awa vrijwel kansloos.

Zijn pragmatische standpunten maken hem niet al te populair bij de jonge revolutionairen. Zo heeft hij nooit hard uitgehaald naar de militaire junta, en is hij niet bereid om het Camp David-akkoord op te schorten. Zijn economisch programma is vrij vaag, en hij stelt een soort economisch triumviraat voor van de drie regionale islamitische machten (Iran, Turkije en Egypte) om de onderlinge economische en politieke relaties te versterken.

Na de Libanon-oorlog in 2006 noemde hij Hasan Nasrallah, de leider van de sjiitische Hezbollah, de trots van de islamitische natie. Die, en andere citaten die als pro-sjiitisch worden gezien, achtervolgen hem nog steeds in zijn kiescampagne. Al-Awa is voorstander van een presidentieel-parlementair systeem waarbij de bevoegdheden van de president in balans zijn met die van het parlement. Als islamist is hij, net als Abul Futuh, tegen de inspraak die het ‘islamistische’ parlement zal hebben in het opstellen van de nieuwe grondwet.

Abu Ezz al-Hariri

Dit 66-jarige voormalig parlementslid heeft een lange geschiedenis als opposant van de regimes van Moebarak en Anwar al-Sadat. Hij komt dan ook uit Mahalla al-Kubra, de bakermat van antiregimeopstanden. In 2008 ontketenden arbeiders uit de textielfabrieken van Mahalla al-Kubra nog een openlijk politieke opstand tegen het Moebarak-regime.

Abu Ezz neemt harde standpunten in tegen zowel de militaire junta als de Moslimbroeders, en wordt gezien als één van de revolutionaire presidentskandidaten. Hij is lid van de Alliantie van de Socialistische Volkspartij.

In zijn campagne focust Abu Ezz vooral op economische zaken. Hij ijvert voor de heropening van inmiddels gesloten fabrieken, het verbod op monopolievorming, het afschaffen van de belasting en het kwijtschelden van de schulden voor de kleine boeren. Qua buitenlandse politiek wil hij betere relaties aanknopen met de landen van het Nijlbassin en de Arabische landen. Ook wil hij een herziening van het Camp David-akkoord tussen Israël en Egypte.

Khaled Ali

Khaled Ali is een onafhankelijke 40-jarige advocaat die prominent zijn anticorruptiekruistocht voert. Van hem is bekend dat hij, lang voor de revolutie begon, de belangen van de arbeiders en vakbonden behartigde. Khaled Ali noemt zichzelf trots links en de ‘kandidaat van de armen’.

Van alle presidentskandidaten neemt hij het hardste standpunt in tegen de militaire junta. Khaled wilt namelijk dat er een onafhankelijk comité komt dat de wandaden van de militaire junta na de revolutie onderzoekt. Ook wil hij dat het leger zich niet meer moeit met de economie en zich louter bezighoudt met defensie. Het Egyptische leger is de belangrijkste economische speler in Egypte en heeft zo’n 25 tot 40 procent van de economie in handen.

Khaled is voorstander van een gemengd presidentieel-parlementair systeem, hoewel hij op lange termijn niet noodzakelijk tegen een hoofdzakelijk parlementair systeem is. Zijn economisch programma is het meest volledige van alle presidentskandidaten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!