De eurocrisis, kroniek van een aangekondigde dood?
Eurocrisis, Neoliberalisme, EMU -

De eurocrisis, kroniek van een aangekondigde dood?

vrijdag 18 mei 2012 11:45

Europese integratie vindt haar oorsprong in een wens van Europese leiders om langdurige vrede en stabiliteit te creëren op het continent. Twee eeuwige vijanden, de Fransen en de Duitsers, begroeven de strijdbijl voorgoed door een deel van hun autonomie in de oorlogsindustrie over te hevelen naar een nieuw orgaan. Hun wederzijds wantrouwen werd vertaald naar de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
 

Wat begon als een vredesproject evolueerde al snel naar een economisch project. Marktintegratie bracht aanvankelijk alleen maar voordelen en dankzij de neoliberale consensus van de jaren 80 werd de EU meer en meer een neoliberaal project. De Europese instellingen stonden in voor de positieve integratie. Dat betekent liberalisering en eerlijke concurrentie. De nationale overheden waren bevoegd voor negatieve integratie, een herverdelingsbeleid. Onze welvaartstaat werd dus gescheiden op constitutioneel niveau.
 

Die scheiding bleek echter niet in evenwicht. Het Europees Hof van Justitie ontwikkelde in haar rechtspraktijk twee beginselen, directe werking en voorrang, waardoor Europese wetten boven nationale wetten werden geplaatst. Markt bevorderende maatregelen kregen dus voorrang op herverdelende maatregelen. Europa heeft bovendien ook geen geld. Het zijn de lidstaten die belastingen innen en beslissen wie wat krijgt. Dus zelfs als Europa aan herverdeling zou willen doen, dan kan ze enkel een regel opleggen aan de lidstaten. Ze kan dus zelf geen geld uitgeven. Dit wordt ook wel een constitutionele asymmetrie genoemd. Het is de Europese constructie die er voor zorgt dat Europa neoliberalisme wordt verweten.
 

De start van de Europese Munt Unie (EMU) en de Euro heeft dit allemaal onomkeerbaar gemaakt. Als verschillende landen beslissen om dezelfde munt te introduceren, dan wil men zeker zijn dat niemand te veel geld gaat uitgeven en zo de hele unie in gevaar gaat brengen. Want dan moet de rest wel te hulp schieten om hun eigen stabiliteit te verzekeren, en dan krijg je een moral hazard. Dus werd er eerst in de Maastricht criteria ervoor gezorgd dat de economieën van de lidstaten op elkaar werden afgestemd. Vervolgens werd er in een groei –en stabiliteitspact besloten dat niemand buitensporige begrotingstekorten liet optekenen. Die pacten beperkten de vrijheid in overheidsuitgaven.

Net voor de introductie van de Euro zag het er allemaal goed uit. Spanje, Portugal en Griekenland hadden enorm hun best gedaan om aan die Maastricht criteria te voldoen. Maar van af het moment dat we de Euro konden afhalen, leek iedereen maar weer zijn eigen zin te doen en was men vergeten hoe belangrijk het was dat er een gestroomlijnd economisch beleid moest komen.  De zuidelijke lidstaten kregen plots toegang tot goedkoop geld doordat ze konden meegenieten van de rating van de noordelijke landen. In Griekenland leidde dit tot gigantische overheidsuitgaven, in Spanje was het voornamelijk de private sector die massaal investeerde.
 

De divergentie op de betalingsbalans werd alsmaar groter. Zuid-Europa zat in de schulden, en Noord-Europa bezat het schuldpapier. Maar de architecten van de EMU hadden dit toch voorzien? Het Groei –en Stabiliteitspact moest dit voorkomen, maar paradoxaal genoeg had Duitsland het ook moeilijk en had ze het 3 % maximum aan begrotingstekort ook overschreden. Normaal moest de Europese Commissie Duitsland op de vingers tikken, maar de Raad van ministers achtte dat toen niet nodig. Het pact werd hierdoor de facto uitgeschakeld.
 

Om er weer economisch bovenop te komen versterkte Duitsland haar concurrentiekracht. Normaal gebeurt dit door de munt te devalueren waardoor de producten goedkoper worden en er bijgevolg meer vraag naar is. Maar Duitsland kon geen monetair beleid voeren, dit was nu de zaak van de Europese Centrale Bank. Wat ze deed is de lonen verlagen, waardoor de producten ook goedkoper werden. Duitsland kon al snel weer economische groeicijfers voorleggen. Lage lonen in Duitsland en meer productie zorgde voor een goede exportsector. Ondertussen waren de Grieken, Portugezen en Spanjaarden rijker geworden en de vraag naar Duitse producten was enorm gestegen. Iedereen wint?
 

Tot Lehman Brothers viel… De Amerikanen hadden niet kunnen voorspellen dat dit de start zou zijn voor een globale financiële crisis, net zoals de Europeanen niet hadden voorzien dat die financiële crisis zou omslaan in een eurocrisis. Om die te bestrijden moest er eerst iets gedaan worden aan die divergenties die gedurende tien jaar waren ontstaan. In Spanje ontplofte de vastgoedbubbel, speculanten namen Griekenland onder vuur. Zuid-Europa zat in moeilijke papieren. Maar het groei –en stabiliteitspact is geen vervanging voor politiek. Er stroomde geen geld naar die landen die het moeilijk hadden, want Europa is geen natie. Duitse burgers willen niet betalen voor de Grieken, want ze voelen zich daar maar weinig mee verbonden.
 

Wat deed Europa dus? De crisis bestrijden met de wapens die ze had. De lidstaten werden door de crisis geconfronteerd met nieuwe regels (verstrenging van het Groei –en Stabiliteitspact), nieuwe procedures (Europese Semester) nieuwe praktijken (ECB koopt privaat schuldpapier in) en nieuwe instellingen (European Financial Stability Facility). Maar als geld schaars is dan ligt de macht in de handen van diegene die het heeft. Er zat een limiet op wat de Europese Commissie kon doen, want Duitsland zwaaide de plak.
 

De lidstaten in moeilijkheden worden nu aangespoord om hetzelfde te doen als Duitsland: lagere lonen, meer arbeidsflexbiliteit en terugschroeven van sociale uitgaven. Het Euro Plus Pact dat werd opgesteld in maart 2011 moest de competitiviteit, tewerkstelling en financiële stabiliteit vergroten. Het principe van collectieve loondonderhandelingen komt zo onder druk te staan aangezien overheden gesanctioneerd kunnen worden als uit de loonpacten blijkt dat de lonen te hoog zijn. Het Groei –en Stabiliteitspact wordt verstrengd, en als er iemand uit de pas loopt, dan volgen er bijna automatische sancties. De lidstaten ervaren alsmaar meer druk van (neoliberaal) Europa en met het Groei -en Stabiliteitspact wordt dit voorgoed in steen gebeiteld.
 

Hoe moet er dan groei komen? Als iedereen er economisch moet bovenop komen ten koste van zijn buren, dan krijg je een race to the bottom. Keynesiaanse oplossingen worden bijna voorgoed van de baan geschoven doordat het Groei –en stabiliteitspact weinig mogelijkheden laat voor overheidsinvesteringen. Hollande wil hier iets aan veranderen, maar hij zal dan eerst Merkel moeten overtuigen om echt iets in beweging te krijgen. De Europese Commissie kan ook weinig tegenwicht bieden tegen de Duitse inflatievrees en besparingsdrang. Ze lijkt zich wel bewust van het aandeel van de surplus-landen (de lidstaten die te veel geld hebben) in de crisis. Zij zijn ook verantwoordelijk voor die divergenties. Via de Macroeconomic Imbalance Proceudre (MIP) probeert ze hier iets aan te doen, maar landen met tekorten worden nog altijd strenger behandeld (sancties vanaf -4%) dan landen met overschotten (sancties vanaf +6%).
 

In 2006 schreef Paul De Grauwe: “Het is moeilijk te begrijpen hoe een Unie politiek duurzaam kan zijn als telkens wanneer een lidstaat in moeilijkheden komt door asymmetrische schokken, de andere lidstaten zeggen dat het hun eigen fout is en dat ze niet moeten rekenen op hulp. Zo’n Unie zal niet duren”. Zes jaar later bevinden we ons in deze situatie. De Grieken worden als zondenaars aanzien, en het is hun eigen fout. Wat begon als een vredesproject is uitgedraaid op neoliberaal egoïsme, voorgoed verankerd dankzij de crisismaatregelen. Overheden worden niet in staat geacht een economisch beleid te voeren. Er is geen solidariteit en de droom van Europees burgerschap wordt met een Grexit voorgoed begraven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!