Als ik groot en sterk was
Nieuws, Cultuur, België, Recensie, Kinderboek, Boekrecensie, Als ik groot en sterk was, Ik ben Naat! -

Jeugdliteratuur: Hoe gek is dol zijn op kinderboeken?

Na de sticker-, teken- en kleurboeken slaan voorleesboeken de brug naar kinderboeken, een literair genre dat lang niet ernstig genomen werd. Daar komt stilaan verandering in. Omdat steeds meer volwassenen jeugdliteratuur beginnen te lezen. Maar ook omdat het 'betere kinderboek' aan een opmars begonnen is en thema's zoals 'anders zijn' introduceert.

dinsdag 15 mei 2012 14:55

Van meewarige blikken tot (denkbeeldige) vinger naar het hoofd; volwassenen die en plein public kinderboeken ter hand nemen, worden vaak vreemd bekeken. “Mama, waarom leest die meneer een kinderboek?” hoorde docent literaire vorming Peter van den Hoven (auteur van ‘Jeugdliteratuur bestaat niet‘) een zevenjarige op de trein vragen aan zijn moeder toen het kind die vreemde volwassene ‘Olle‘ van Guus Kuijer zag doornemen.

Een autobiografisch werk waarin de verteller zich zo in zijn gestorven hond inleeft dat het dier er een vermogen tot praten aan overhoudt; een mooie ode aan een overleden vriend, dat even terzijde.

Dat kinderboeken lezen als volwassene wel heel erg getikt lijkt (ook de beschaamde moeder gaf haar te luid zijn verwondering uitend zoontje gelijk) heeft alles te maken met de algemene overtuiging (het is meer dan een opvatting) dat er boeken zijn voor volwassenen en boeken voor kinderen.

Anders gezegd: dat er een niet te overbruggen scheiding bestaat tussen kinderboeken en volwassenenliteratuur. Twee domeinen in uithoeken van de boekenwinkel. Met in de kindersectie kleine stoeltjes aan een klein tafeltje; op maat van ‘kleine’ (lees: mindere) literatuur.

Maar zoals ouders wel eens (mm, tamelijk veel merk ik dagelijks) ervaren, de lokroep van de kleine stoeltjes is best sterk, ook al lopen in de verbeelding van de kids ‘mama’ en ‘papa’ door elkaar (zalig toch dat gebrek aan socialisering én rollenpatronen).

Om het minder metaforisch te zeggen: steeds meer kinderboeken richten zich eveneens tot volwassenen en raken ook gevoelige snaren bij ouders. Dat heet dan ‘dubbele geadresseerdheid’: het vermogen zowel jong als oud aan te spreken. Geen jeugdliteratuur meer maar cross-over literatuur: boeken die meerdere leeservaringen mogelijk maken waardoor leeftijd van ondergeschikt belang wordt.

Er is natuurlijk een marketing-gedreven omgekeerde beweging die de scheiding tussen kinderboeken en literatuur voor volwassenen uitvergroot “om de producten makkelijker in de markt te zetten” (dixit een anonieme promoboy, ook al fan van de hernieuwe segregatie tussen blauwe jongens en roze meisjes in speelgoed).

Maar schrijvers en boeken verzetten zich tegen deze discriminatie op basis van leeftijd. Zo toont Wim Hofman, auteur van ‘Zwarte Inkt‘, met een bekroning van zijn werk wegens de vormgeving: “Het werd toen gezien, gelezen, bekeken en beoordeeld op wat het ook feitelijk is. Geen boek voor volwassenen. Geen kinderboek. Gewoon: een boek. Een mooi boek”.

Het is geen toeval dat zelfs boeken voor heel jonge lezers heel erg gesofisticeerd zijn geworden. Getuige de verzorgde vormgeving (layout én illustraties) en de introductie van ernstige thema’s zoals racisme, discriminatie, sociale druk, onderwijsproblemen, pesten en samenlevingsproblemen.

Kinderboeken-met-een-boodschap die gelukkig zo subtiel te werk gaan dat het kinderboeken-met-een-meerwaarde zijn, die leuk blijven en nooit vervelend worden. Waardoor je er ook als volwassene gek kan op zijn.

Neem nu ‘Ik ben Naat‘ van Joke Guns (tekst) en Yoeri Slegers (prenten), een boekje voor eerste lezers (“lezen na 6 maanden leesonderwijs” suggereert de achterflap). Korte teksten en kleurrijke plaatjes vertellen het verhaal van een zesjarig jongetje dat zijn plaats zoekt in de wereld en in de klas.

Zijn juf is vaak lief, maar ook wel eens boos (“boos is niet lief” klinkt de nuchtere vaststelling). Ze ziet ook niet dat een slim jongetje Malik pest (“jij bent bruin”) en Naat wegduwt. Maar ze laat Naat wel toe zich niet te verkleden voor een feest (“ik wil gewoon, ik wil niet gek”).

Via een omweg bepaald door de kinderlogica komen we terecht bij de roots van de angst die Naat zo onzeker maakt. De schrik om anders te zijn, nog meer gepest te worden. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Maar ook: wie eruit springt, kan worden geviseerd.

Dat klinkt zwaar, maar zo wordt het niet gebracht. Zelfde verhaal bij ‘Als ik groot en sterk was‘ van Stéphanie Augusseau (illustraties) en Agnès Laroche (tekst). Alles draait rond Nico, een klein jongetje met voor hem grote problemen: hij wordt gepest door een rotjoch, gestraft door een kortzichtige leraar en genegeerd door het meisje in zijn klas waar hij een boontje voor heeft.

“Kon ik maar toveren”, droomt hij, dan was hij “Super Nico, ongelooflijk groot en ongelooflijk sterk”. Bovendien zou hij “zijn woede en verdriet uitschreeuwen, zo hard dat de hele wereld het kon horen!”

Maar kleine Nico ontwaakt uit zijn droom, gaat voor de spiegel staan en zegt: “Ik ben Nico. Ik ben niet groot. Ik ben niet sterk. En morgen geef ik Violet een bosje madeliefjes”. De afloop laat zich raden, maar de tocht naar deze bestemming is mooi.

Er zijn heel wat manieren om anders te zijn. Om om te gaan met anders zijn. Zoals er ook heel wat manier zijn om kinderboeken te schrijven. En om ervan te genieten.

Ik ben Naat! en Als ik groot en sterk was zijn verkrijgbaar in onze shop.

PROMOTIE: Geen verzendkosten bij Als ik groot en sterk was!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!