Hajar, een Irakese Koerd met 15 kogels in zijn bovenlichaam opgesloten in 127bis

Hajar, een Irakese Koerd met 15 kogels in zijn bovenlichaam opgesloten in 127bis

dinsdag 15 mei 2012 16:11

Hajar is een 45-jarige man, afkomstig uit Noord-Irak. Hij is een Koerd en al meer dan 15 jaar is hij op de vlucht. Al enkele weken zit hij opgesloten in het gesloten asielcentrum 127bis.

Hajar is afkomstig uit Erbil, een Koerdische stad in Noord-Irak. Toen het er in de jaren heel ’90 gevaarlijk werd, sloeg hij op de vlucht. Zijn broer werd, toen hij naast hem zat, doodgeschoten. Hajar zelf werd ook neergeschoten, maar overleefde het, met wat “geluk”. Hij draagt dat stukje geschiedenis echter nog steeds met zich mee: 15 kogels zitten nog steeds in zijn bovenlichaam. “Ze dachten dat ik dood was”, vertelt Hajar me. Vanaf dat hij de kans had, ontvluchtte hij de streek. Hij vluchtte richting Europa. “Omdat ik dacht dat men hier mensenrechten heeft, dat ik hier zou kunnen leven met mijn handicap en dat ik hier bescherming zou krijgen.” In 1997 vraagt hij voor het eerst in Europa asiel aan, in Nederland. Dat werd hem geweigerd. “Maar tenminste lieten ze mij daar niet op straat slapen. Toen ze zagen dat ik buiten zou overnachten, in mijn rolstoel, zorgden ze er toch voor dat ik een bed en een dak boven mijn hoofd kreeg.” Hij verbleef er enkele jaren, leerde er al een beetje de taal, om dan in 2003 in Duitsland een asielaanvraag in te dienen. In 2005 kwam hij uiteindelijk in België aan. 

Hij vertelt me hoe zijn handicap het extra moeilijk maakt als vluchteling. Hij heeft nooit kunnen werken. Ook het  buiten overnachten werd erdoor verergerd. “Doordat ik niet kan lopen ben ik een gemakkelijk slachtoffer voor dieven.” Hij toont me een paar littekens die hij overhield aan een messteek. “Ze hebben me geslagen, ze hebben m’n gsm en zelfs mijn schoenen gestolen.” De laatste tijd verbleef hij in het park naast de WTC-toren in Brussel, tegenover Dienst Vreemdelingenzaken. Tot hij een paar weken gearresteerd werd door de politie en werd afgevoerd naar het gesloten centrum 127bis in Steenokkerzeel. 

Sinds zijn aankomst in België diende Faris meerdere asielaanvragen in. In 2008 verkreeg hij een medische regularisatie op basis van artikel 9ter, maar die werd in 2010 terug ingetrokken, “omdat zijn handicap geen ziekte is”. Hij werd voor 70% werkonbekwaam verklaard. “Terug naar Irak gaan is geen mogelijkheid. Ik ben er in meer dan 15 jaar niet meer geweest, ik heb al even lang geen contact meer gehad met mensen uit Erbil en ik heb er geen familie meer. Met m’n handicap zou ik er niet in staat zijn om te leven.” 

Hajar spreekt ondertussen heel vlot Nederlands. Daarenboven is hij een echt toonbeeld van tolerantie. “Ik ben zelf Koerd. Ik ben een niet-praktiserende moslim. Mensen hebben me daarvoor al vaak uitgescholden, of zelfs aangevallen. Ik begrijp dit niet. Mij maakt het niet uit wat je gelooft, wat je huidskleur is, waar je vandaan komt, welke taal je spreekt. Ik kan met iedereen samenleven, christenen, atheïsten, homo’s, Polen, wat je maar wilt. Ik wil gewoon in rust kunnen leven. Dit is geen leven, ik heb geen leven gehad. Ik wil nu gewoon kunnen rusten.” 

Hajar zit ondertussen al een paar weken vast in 127bis. Alhoewel hij nu tenminste wel een bed heeft, vindt hij het er erg moeilijk. “Ik heb niemand. Ik voel me helemaal hulpeloos. Ik kan hier niks doen, buiten piekeren. Soms denk ik dat het beter is dat ik een einde aan m’n leven maak.” Toch blijft hij hopen dat hij zo snel mogelijk wordt vrijgelaten, waarna een verblijfplaats – België, Duitsland of Nederland – zijn grootste bekommernis zal zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!