Interview, Nieuws, Politiek, Diversiteit, Economische crisis, Mensenrechten, VS, Inkomensongelijkheid, President Obama, Immigratie, Neoliberalisme, Economische groei, Huizenmarkt, Amerikaanse vakbonden, Occupy-beweging, Walter Benn Michaels, Nieuw linkse beweging -

Diversiteit en ongelijkheid: een blik op de Amerikaanse samenleving

De Amerikaanse literatuurprofessor Walter Benn Michaels is het levende bewijs dat er wel degelijk iets beweegt aan de linkerzijde in de Amerikaanse samenleving. In het kader van een MO*-lezing over 'meer diversiteit, minder gelijkheid', was hij vorige week in ons land, om een licht te laten schijnen op de belangrijkste problemen van het neoliberalisme.

dinsdag 15 mei 2012 16:30

Wat die problemen precies zijn, verwoordde hij eerder al in verschillende boeken, waarvan het laatste ‘The trouble with diversity’ dieper inging op de verwrongen verhouding tussen het Amerikaanse diversiteitsbeleid en de kloof tussen rijk en arm.

“Als je sociale rechtvaardigheid definieert als iets waarin het allerbelangrijkste respect voor elkaars identiteit is, dan doet het er helemaal niet meer toe of jij rijk bent en ik arm. Een focus op diversiteit mag geen excuus zijn om de ongelijkheid in de samenleving te negeren.”

Problemen met diversiteitsbeleid

Als ik het goed begrepen heb, zorgt een focus op iemands identiteit er volgens u voor dat inkomensongelijkheid in Amerika onderbelicht blijft.

Walter Benn Michaels: “Het begrip van een ‘identiteit’ is een betrekkelijk nieuw idee in Amerika. Het is zich pas beginnen ontwikkelen in de jaren 1830, tijdens de periode van de slavernij: het idee dat er zoiets bestond als ‘rassen’ en dat er een groot verschil tussen die rassen bestond. Het idee dat iemands ‘identiteit’ iets fundamenteel is, ontstond pas tegen het einde van de 19de eeuw.”

“Eerst in de vorm van racisme, met blanke superioriteit, waar één identiteit zogezegd beter was dan een andere. En dan kreeg je het antwoord daarop, de erkenning van het pluralistische idee dat alle identiteiten gelijk zijn. In de moderne versie wordt er vanuit gegaan dat geen enkele identiteit beter is dan een andere.”

“Dat was natuurlijk een grote stap voorwaarts op één vlak, aangezien pluralisme beter is dan racisme, maar op een ander vlak is het ook een soort van aanvaarding van het idee dat sociale rechtvaardigheid in essentie neerkomt op het handhaven van gelijkheid tussen de verschillende identiteiten. En dat vormt zo een belangrijke factor in het negeren van wat we de voorbije 30 jaar in het VK en de VS hebben zien gebeuren en de voorbije 15 jaar in Frankrijk, namelijk de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.”

Hoe uit zich dat in de praktijk?

“Wel, in de VS legt elk groot bedrijf de nadruk op zijn gelijkheidsbeleid. Een voorbeeld dat ik vaak geef, is dat van Goldman Sachs, een bank die wereldfaam heeft om het feit dat ze niet bepaald een voorbeeld is in de herverdeling van rijkdom. Je kan echter geen enkele geschreven tekst van het bedrijf lezen, je kan zijn kantoor niet binnengaan, zonder op te merken dat het zich voor honderd procent inzet voor diversiteit en antidiscriminatie.”

“En die inzet is heel oprecht: het heeft er zeer goede economische redenen voor. Zijn voornaamste concurrent, Credit Suisse, won vorig jaar een prijs als ‘beste bank voor transseksuelen’. Maar als iemand een ontzettend rijke transseksueel is, gaat Goldman Sachs of Credit Suisse uiteraard geen probleem maken van iemands identiteit. Dat is eenvoudigweg goed zakelijk inzicht.”

“De zakenwereld is expliciet antiracistisch. Een hele goede job in de VS dezer dagen is die van advocaat. Grote advocatenkantoren betaalden hun eerstejaars advocaten tot voor kort 165.000 dollar per jaar. Dat is een zeer hoog startersloon. Maar recentelijk betalen ze hun beginnende partners al wat minder, omdat ze tot de conclusie zijn gekomen dat ze een van de taken die beginnende advocaten moeten uitvoeren, het nalezen van documenten om zeker te zijn dat er geen fouten zijn gemaakt bij het opstellen ervan, nu kunnen uitbesteden aan firma’s in Delhi. Een plaats waar datzelfde werk wordt gedaan voor een tiende van de kost in Amerika.”

“Het kan werkgevers niet schelen of het een Indiër in Delhi of een beginnende Amerikaanse advocaat is die het werk doet. Ze willen gewoon iemand die het zo goedkoop mogelijk kan doen. Wat dus steeds duidelijker is geworden in de voorbije dertig jaar in de VS, is dat in de huidige toestand van een globale markteconomie, met verhoogde competitie, diversiteit essentieel is. Het is de enige manier om te kunnen concurreren in die markten.”

Maar verleggen die bedrijven dan bewust de maatschappelijke focus van de grote inkomensongelijkheid naar het thema diversiteit? Hebben ze een soort van geheime agenda?

“Nee, ze voeren dit soort beleid heel openlijk. Kijk, voor een marxist zijn mensenrechten erg belangrijk. Maar ze vormen niet de kern van diens politieke gedachtegoed. Mensenrechten en het gelijkheidsbeginsel vormen echter wel de kern van het liberalisme.”

“Uruguay is hier een goed voorbeeld van. Als je teruggaat naar het Uruguay van de jaren zestig en zeventig, dan had je daar een vrij radicaal linkse beweging, die met de mensenrechten inzat, maar er niet haar focus van maakte. De focus lag op herverdeling van de rijkdom. Een bekend voorbeeld daarvan is het feit dat ze ooit een nachtclub voor de Paraguayaanse elite in brand heeft gestoken, met de boodschap dat ‘ofwel iedereen mocht dansen, ofwel niemand’.”

“De dictatuur haalde heel hard uit naar die beweging en vernietigde ze. De leden werden gevangengenomen en gefolterd. Later, bij hun vrijlating, was het land veranderd: de dictatuur was omver geworpen en de regeringsvorm was een democratie geworden. Men zag dit alles als een triomf voor de linkerzijde.”

“Maar wat bleek? Twee dingen. Ten eerste is Uruguay nu een land waar de mensenrechten verzekerd zijn. Maar ten tweede is het ook een land geworden waar de Gini-coëfficiënt (nvdr: het standaard meetinstrument voor ongelijkheid), die de linkse beweging oorspronkelijk aan het vechten had gebracht, een duik naar beneden heeft genomen onder het democratische bewind.”

“Vind ik mensenrechten dus een goede zaak? Absoluut. Vind ik ze belangrijk? Uiteraard. Maar vormen ze de kern van het linkse gedachtegoed? Neen. Ze vormen er een belangrijk deel van, maar een links beleid dat tegelijkertijd ongelijkheid in de samenleving negeert, is in feite niet te onderscheiden van een neoliberaal beleid. Omdat de mensenrechten even belangrijk zijn voor het neoliberalisme als ze dat zijn voor de linkerzijde. Erger nog, voor neoliberalisme staan de mensrechten gelijk aan volwaardige sociale rechtvaardigheid.”

Politiek & immigratie

Heeft die neoliberale logica ook politieke gevolgen?

“Zeker op het vlak van immigratie. De VS was een land van grote immigratie van de 19de eeuw tot de Eerste Wereldoorlog. Tussen de Eerste Wereldoorlog en 1965 verkleinde de VS sterk de mogelijkheden tot immigratie, op puur raciale gronden. Er waren quota voor de verschillende landen. Voor een Belg was het vrij makkelijk om binnen te raken, maar voor een Indiër, een Pool of een Zuid-Amerikaan was het veel moeilijker.”

“Dat begon te veranderen in de jaren zestig, vooral om die economische redenen. Mensen begonnen te beseffen dat het veel makkelijker was om een land of een bedrijf te doen draaien wanneer ze mensen niet kwantificeerden aan de hand van hun afkomst, maar door te bekijken in welke mate ze de Amerikaanse economie konden bevoordelen.”

“De voorgaande immigratiewet was onverschillig ten opzichte van economische belangen en verwees dan ook nergens naar de Amerikaanse economie. De nieuwe wet had als belangrijkste speerpunt de Amerikaanse economie. Je zou dus kunnen zeggen dat het probleem van en de oplossing voor diversiteit een product was van die nieuwe nadruk op het belang van de Amerikaanse economie. Als je de goedkoopst mogelijke arbeidskrachten wilt, is het absoluut noodzakelijk om je grenzen open te stellen voor iedereen die binnen wilt.”

Wou de politiek de grenzen, zoals die met Mexico, niet sluiten?

“In de VS vind je een aantal conservatieven die tegen immigratie zijn, dat klopt. Maar je gaat geen enkele werkgever vinden met dat soort gedachtegoed. De werkgevers vormen de kern van het Amerikaanse kapitalisme en de Republikeinse partij. Er is een goede reden waarom George W. Bush zich ten tijde van zijn presidentschap af en toe tegen de kwestie van immigratie uitsprak. Hij sprak bijna als een grenswacht, maar het moment dat immigranten effectief de grens bereikten, werden ze bijna onthaald door een verwelkomingcomité.”

“Want als iemand een vleesverpakkingsfabriek wou doen draaien ergens in het Midden-Westen, was het moeilijk om daar het juiste personeel voor te vinden. Dat is zwaar werk en het levert weinig op. Je hebt dus mensen nodig die goedkoop zeer hard willen werken en niet komen klagen als ze er een vinger bij verliezen. Dus werft men bijna exclusief immigranten aan en dan nog het liefst illegale immigranten, die nauwelijks rechten hebben.”

Amerikaanse tegenkrachten

Als de inkomensongelijkheid in Amerika zo groot is, waarom reageren de Amerikanen daar niet op?

“Op een beperkte manier doen ze dat natuurlijk, met bijvoorbeeld de Occupy-beweging. Maar de reden voor de beperkte respons doorheen de jaren is dat het discours van liberalisme en het discours rond mensenrechten zeer machtig zijn in Amerika. Zelfs binnen de Occupy-beweging was een van de eerste kopzorgen, bij de betoging in Zucotti Park, dat er te veel blanken onder de actievoerders waren.”

“Maar het probleem dat we hebben, is niet dat te veel van de Amerikaanse armen zwart zijn. Te veel armen zijn zwarten, maar de meerderheid van armen zijn blanken. Het ideologische apparaat van het neoliberalisme blijft echter continu benadrukken dat de meest fundamentele rechten de mensenrechten zijn en de rechten op gelijke kansen.”

“Amerikanen volgen deze visie volledig. Maar wat willen gelijke kansen eigenlijk zeggen? In Spanje zit momenteel 26 procent van de mensen zonder werk. Wat zou het uitmaken als je hen meldde dat ze allemaal gelijke kansen hebben? Er zijn geen kansen!”

“In de VS beginnen mensen dat beetje bij beetje in te zien. Voor de recessie had je mensen die er al hun hele leven van uitgingen dat gelijkheid van kansen inhield dat ze door hard werken een goed leven zouden kunnen leiden. Maar plots zaten ze door de recessie toch zonder werk.”

“Kapitalisme, in zijn huidige vorm, creëert minder, maar steeds beter betaalde jobs en een enorme hoeveelheid slecht betaalde jobs.  De grootste toename van jobs in de VS vandaag is ‘home healthcare aid’. Dat zijn verzorgers die mensen thuis gaan bezoeken en ondersteunen waar nodig. Die verzorgers hebben bijna geen opleiding nodig, omdat het om relatief eenvoudige taken gaat. Zo’n job betaald gemiddeld ongeveer 19.000 dollar per jaar. Dat is 40 procent van het mediaan inkomen. Je kan niet overleven in de VS met zo’n klein loon. Maar dat zijn net de jobs die het meeste toenemen. Wat betekent gelijkheid van kansen als 98 procent van de afgestudeerden in dat soort jobs terecht komt?”

Komt er dan geen reactie van de vakbonden?

“Als je het over vakbonden hebt, wil ik wel even zeggen dat mijn universiteit er als een van de weinige in Amerika net in geslaagd is om haar eigen vakbond te vormen. Ik ben ervan overtuigd dat de vakbondsbeweging in Amerika nu een potentieel heeft die ze in lange tijd niet meer gehad heeft.”

“Reden daarvoor is dat mensen niet langer de illusie hebben dat hun situatie beter gaat worden. In de ideologie van het neoliberalisme is de toenemende ongelijkheid niet echt een probleem, omdat de welvaart van de totale bevolking steeds toeneemt, en alle inkomens, ook de kleinste, blijven groeien.”

“10 procent van 1.000 dollar is een pak meer dan 20 procent van 100 dollar. Zolang de taart groter wordt, is er geen probleem. Wat maakt het dan uit dat iemand anders veel meer inkomen heeft? En dit leek te kloppen, tot de beginjaren van de 21ste eeuw.”

“Eén van de dingen die steeds duidelijker werd, en nu heel duidelijk is, is het idee dat iedereen steeds meer krijgt, gebouwd is op een illusie. De illusie dat het mogelijk zou zijn om een economie te hebben die op een duurzame manier deed wat de Amerikaanse economie aan het doen was. Maar dat bleek onmogelijk. Die economie was alleen maar mogelijk doordat een groot deel van de bevolking op krediet leefde. De grootste economische bezigheid was de bouw van huizen voor mensen die daar eigenlijk niet het geld voor hadden.”

“Wat je nu dus kan zien, is dat het welvaartsidee in Amerika, eigenlijk een vals idee was. En dat zorgt nu voor omstandigheden waardoor mensen beginnen te beseffen dat het niet waar is dat kapitalisme iedereen steeds meer welvaart zal geven. Integendeel, het ziet ernaar uit dat kapitalisme steeds minder zal bieden. Het begin van dat inzicht is het begin van de opbouw van een nieuwe linkse beweging.”

Denkt u dat dat besef zijn weerslag zal hebben op de presidentsverkiezingen?

“Nee, dat denk ik niet. Omdat geen van de twee politieke partijen bereid is, op welke manier dan ook, om de feiten toe te geven waar we het hier over hebben. Net daarom heeft Amerika nood aan een nieuw links die dit soort waarheden durft uit te spreken. Het zou mij alleszins heel erg verrassen als Obama zich echt zou gaan positioneren als de verdediger van de armen. Maar als hij dat toch doet: fantastisch, dan vergeef ik hem alles” (lacht).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!