Donkey Party onthult standbeeld van ezel in Suleymaniya
Nieuws, Irak -

De Iraakse Ezelspartij: satire in tijden van corruptie en repressie

Brutale repressie en het onvermogen om iets te veranderen aan de ongebreidelde corruptie en de erbarmelijke staat van de publieke basisdiensten zoals elektriciteit, water, gezondheidszorg en onderwijs, drijft Iraakse kunstenaars tot creatieve vormen van protest. De ene ezel is de andere niet.

vrijdag 4 mei 2012 13:11

Iraaks-Koerdische Ezelspartij onthult standbeeld

Op 12 april 2012 onthulde de Ezelspartij (Donkey Party), een politieke partij in de Iraakse semi-autonome Koerdische regio, een bronzen standbeeld van een ezel met een keurig pak, hemd en das.

Het 1,8 meter hoge en 1,1 meter brede beeld werd gemaakt door de befaamde Koerdische beeldhouwer Zerak Mira. De afwerking duurde zeven maanden, de kostprijs bedroeg 4.000 dollar (3.050 euro).

Het beeld werd onthuld in Nali Street, vernoemd naar een beroemde Koerdische dichter die een bekend gedicht schreef over ezels, tijdens een ceremonie die werd bijgewoond door een aantal Koerdische kunstenaars en intellectuelen, aldus een AFP-journalist.

De secretaris-generaal van de partij, Omar Glul, bijnaam Abu Saber (‘de ezel’) hoopt dat het beeld de mensen in Koerdistan zal stimuleren tot een betere behandeling van dieren, vooral ezels.

De Ezelspartij werd opgericht en officieel goedgekeurd in 2005 toen Glul van het lokale bestuur de toelating kreeg om een ezelsvereniging op te richten.

De bestuurlijke structuur is gebaseerd op het leven van een ezel, lokale vestigingen van de partij worden “stallen” genoemd en de partijleden worden “ezeltje” of “ezel” genoemd

De partij heeft geëist dat de Regionale Regering van Koerdistan financiële steun zou verlenen voor de oprichting van een radiostation, dat “Zarin” zou heten, het Koerdische woord voor het geluid dat een ezel maakt. Die steun heeft hij tot nu toe niet gekregen.

De Ezelspartij is serious business … niet zomaar een grap

“Het beeld van de ezel heeft meer dan één betekenis, die zal worden begrepen door degenen die het zien”, vertelde Omar Glul aan AFP.

“De ezel heeft bijvoorbeeld een zeer voorname rol in de Koerdische gewapende bevrijdingsbeweging gespeeld … en hij was de enige vriend van de Koerdische strijders in de bergen van Koerdistan in de strijd voor Koerdische rechten,” zei hij nog.

De oprichter meent dat we allemaal zouden moeten leven als ezels – zmal in het Arabisch – omdat ezels elkaar niet vermoorden om de macht, geld of politiek … en omdat ezels niet liegen. Onder dit motto wil de partij ook meedingen in de komende regionale en nationale verkiezingen.

“Het vrijlaten van een ezel of dier in het algemeen betekent niet dat je het dier vrijheid geeft, het betekent dat je het dakloos maakt en blootstelt om te worden bespot en vermoord door het volk. Ezels eisen niet dat soort van vrijheid. Een ezel eist werk. Hij begint van in de vroege ochtend om werk te balken,” aldus Omar Glul.

De partij geniet veel steun onder de Iraakse bevolking, met name bij intellectuelen, die er prat op gaan “echte ezels” te zijn. Het is echter geen chauvinistische partij en is ook niet beperkt tot “Koerdistan” alleen. De partij heeft nu al meer dan 10.000 leden, verspreid over heel Irak, maar vooral in de streek rond Suleymaniya, de tweede grootste stad van de Iraakse semi-autonome Koerdische regio.

Glul klopte op de deur van iedere hoge ambtenaar om subsidies te vragen, maar tevergeefs. Hij stuurde onlangs een brief naar de president van de Koerdische Regio Massoud Barzani en de Iraakse president Jalal Talabani.

Glul richtte ook een brief aan de Amerikaanse president Barack Obama. Op de vraag waarom hij een brief stuurde aan Obama, antwoordde Glul: “Om twee redenen: zijn Democratische Partij heeft ook een ezel als symbool, en omdat Afrika, waar zijn vader vandaan komt, de bakermat is van de ezels.”

De talk of the town vandaag onder Irakezen is dat indien er nu verkiezingen zouden zijn, de Ezelspartij de belangrijkste partij zou worden, zeker in de Koerdische regio.

Donkey town

Wat betreft de opvang, zegt Glul dat hij voor de ezels een kuuroord wil creëren. “Ik heb een mooi design in gedachten. Mooie kamers … en plaatsen om te eten en te drinken, en minstens zo belangrijk – bordelen. En in het midden zal ik bloementuinen en gangen aanleggen.”

Volgens Glul zal het ook een leuke plek voor mensen worden, “met name voor de ouderen die niet meer aan seks kunnen doen. In plaats van pornografie te bekijken, kunnen mensen naar hier komen om hun grote broers en grote zussen te bekijken terwijl ze seks hebben, en om ervan te genieten. Het is niet haram (verboden) voor hen,” lachte hij. Een sneer naar de religieuze fundamentalistische hypocrisie die sinds de invasie van 2003 de seculiere samenleving totaal heeft weggedrukt.

Aanval op het beeld van de Suleymaniya ezel lokt protesten uit

Het standbeeld was nog geen 2 weken onthuld of er werd al een aanval op uitgevoerd, op 23 april. Er is schade aan een van de ogen van de ezel en de das. De aanval lokte verontwaardigde reacties uit onder kunstenaars en journalisten, die zij als een aanslag op de vrijheid en de “terreur van het denken ” bestempelden. “Wij veroordelen deze aanval en beschouwen het als een aanval op de artistieke vrijheid en creativiteit.”

De politieke achtergrond: de “Iraakse Lente”

Het spreekt vanzelf dat het standbeeld van de ezel meerdere betekenissen heeft, zoals Glul zelf al eerder aangaf.

Vooreerst staat het standbeeld op het Nira plein in Suleymaniya, waar in 2011 – tegelijkertijd met de “Arabische lente” in Egypte en Tunesië – een ernstige protestbeweging startte, die maandenlang duurde en bloedig onderdrukt werd.

De protesten verspreidden zich over het hele land en waren niet sektarisch, tot grote ergernis van de krachten die Irak willen in 3 delen willen opsplitsen. De Iraakse jeugd en intellectuelen, de belangrijkste aanstichters van deze beweging, waren tegen de sektarische Iraakse regering en tegen de Amerikaanse en Iraanse plannen voor het land: geen verdeling van Irak, maar elektriciteit, banen, schoon water, gratis gezondheidszorg en onderwijs. Ze zegden ‘neen’ tegen corruptie, ‘neen’ tegen standrechtelijke executies doodseskaders en ‘neen’ tegen de door de staat gesponsorde terreur. Demonstranten wilden een verenigd Irak en wilden dat het geld van hun olie zou worden gebruikt voor verbetering van de openbare diensten.

Deze protestbewegingen waren een teken van hoop, hoop op verandering, hoop dat het Iraakse volk – als één natie – de dodelijke spiraal van etnische zuiveringen, sektarisme, wanhoop en de cultuur van de dood, geïmporteerd door de Amerikaanse ruiters van de Apocalyps en hun Iraakse handlangers, kon terugdraaien.

Het is een belangrijke vaststelling dat de protestbeweging echt op gang is gekomen in Suleymaniya, in het Koerdische “veilige” noorden en in de Sjiïtische zuidelijke steden en zich van daaruit heeft verspreid naar de andere delen van het land. En de belangrijkste eisen waren gelijkaardig in het ganse land: tegen de splitsing van Irak, tegen corruptie en voor een verbetering van de openbare diensten. Enkele voorbeelden van de slogans:

“Gedaan met zwijgen, ons geduld raakt op!”

“Wij zijn als kamelen, we eten onkruid en vervoeren goud!”

“Onze jaarlijkse inkomsten uit de olie bedragen 100 miljard dollar, maar we hebben geen brood om te eten!”

“Dood aan de democratie die mensen tot vreemden heeft gemaakt in hun eigen land!”

“Dood aan de democratie die de andere kant op kijkt, terwijl de ministers stelen en miljarden verduisteren en ontsnappen aan het gerecht” (Een verwijzing naar de minister voor elektriciteit en handel.)

“Dood aan de democratie die transparantie beloofd heeft maar enkel mist creëerde!”

“Dood aan de democratie die onze beste academici en wetenschappers vermoordt om ze te vervangen door onwetende mensen, die nauwelijks kunnen lezen en schrijven!”

“Dood aan de democratie van de armoede, achterstelling en moord!”

“Dood aan de democratie die moordenaars arresteert, hen snel vrijlaat en beweert dat ze ontsnapt zijn!”

“Dood aan de democratie die de oppositie en degenen die de waarheid schrijven vermoordt!”

“Dood aan de democratie van de etnische en sektarische quota!”

Tijdens deze protesten werden tientallen vreedzame demonstranten gedood, vooral in Sulaymaniya, na het bloedige optreden van de Koerdische ordediensten aldaar.

Monument Halabja vernield

De volksprotesten tegen de corruptie door de heersende machten in Koerdistan zijn al veel langer bezig. Het meest in het oog springende incident deed zich voor in 2006.

Op 16 maart 2006 werd in Iraaks Koerdistan het monument van Halabja, opgericht om de gifgasaanval van 16 maart 1988 te herdenken, door een woedende menigte vernield. De aanval op dit monument was een authentieke uiting van volkswoede, aldus de New York Times. In de menigte bevonden zich jongeren en ouderen, mannen en vrouwen. De meeste leken het museum – dat in september 2003 werd ingehuldigd tijdens een ceremonie bijgewoond door Colin L. Powell, toenmalig VS minister van Buitenlandse Zaken – te beschouwen als propaganda van een onrechtvaardige en corrupte overheid. “Dat monument daar is uitgegroeid tot het grootste probleem voor Halabja,” aldus Bakhtiar Ahmad. “Alle buitenlandse gasten brengt men naar hier, niet naar de stad.”

Een eindje verder stond Tara Rahim, een rustige 19-jarige vrouw, gekleed in een nette zwarte mantel en hoofddoek, die zei dat ze was gekomen om haar zus Zara, gedood tijdens de aanval van 1988, te eren en om de Patriottische Unie van Koerdistan te weerhouden misbruik te maken van de verjaardag. “Koerdische ambtenaren gebruiken Halabja om geld te verzamelen,” vertelde ze. “Miljoenen dollars werden besteed, maar niets van dat geld bereikt ons.”

Koerdische journalisten onder vuur

Reporters Zonder Grenzen meldde dat alleen al in december 2011 in Iraaks Koerdistan vijf mediagebouwen in brand werden gestoken, geplunderd werden of op andere wijze werden aangevallen. Twaalf journalisten werden illegaal gearresteerd of gevangen gezet. Er waren meer dan 15 fysieke aanvallen op journalisten.

De politie en de veiligheidstroepen zijn gelinkt aan de twee belangrijkste politieke partijen: vooral Massoud Barzani’s Democratische Partij van Koerdistan (KDP) en de Jalal Talabani’s Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), zijn verantwoordelijk voor de toename van het geweld tegen de media.

Op 21 april 2011 vroeg Reporters without Borders (Verslaggevers zonder Grenzen) de tussenkomst van de Internationale gemeenschap om de Koerdische autoriteiten onder druk te zetten het misbruik tegen demonstranten en journalisten te beëindigen.

Verschillende journalisten werden in de Iraakse Koerdische regio sinds 2008 al vermoord vanwege hun werk. De moord op Sardhast Osman in mei 2010, die even voordien een artikel had geschreven over de corruptie van de Barzani familie, heeft het klimaat van angst binnen de beroepsgroep nog doen toenemen.

Veel journalisten werden door de KDP en de PUK ook veroordeeld tot het betalen van enorme schadevergoedingen, en werd verhinderd foto’s te nemen en over de protestbewegingen te rapporteren. Een nieuwe mediawet in 2011 heeft de vrijheid van journalisten stevig aan banden gelegd.

Dus dan maar satire.

Clash tussen politieke partijen in Iraaks Koerdistan

In december 2011 ontstond een conflict tussen twee politieke partijen in Koerdistan. Het begon toen een aantal lokale geestelijken in Zakho samen met de Koerdische Islamitische Unie (KIU) sommige handelingen en bedrijven veroordeelden als onislamitisch. Volgelingen van de partij staken tientallen van deze “onislamitische”bedrijven in brand: vier hotels, dertig alcoholwinkels, en een massagesalon (meestal in handen van Yezidi’s en Christenen).

De regerende Democratische Partij van Koerdistan (KDP) veroordeelde deze rellen, riep haar achterban op om de straat op te gaan in verschillende steden en gemeenten in de regio. Ze vielen KIU kantoren aan in Zakho, Dohuk, Sumel en Irbil. Vier partijkantoren en een TV en radio-station van de KIU werden in brand gestoken, en er werd geschoten. Dertig mensen raakten gewond tijdens deze laatste gebeurtenissen, waaronder veel politieagenten.

De KIU veroordeelde de aanvallen op hun faciliteiten, en beweerde dat ze niets te maken had met de rellen in Zakho. Voorzitter van de Regionale Regering van Koerdistan (KRG) Massoud Barzani riep op om een speciale commissie op te richten om de incidenten te onderzoeken. Er volgde een hevige discussie tussen de twee lijsten, en arrestaties, en in de loop van de volgende dagen escaleerde het conflict – een escalatie die nog steeds voortduurt.

Het is slechts het meest recente conflict tussen de oppositie en de regerende partijen in Koerdistan, die nog steeds niet hebben begrepen dat ze nu eigenlijk samen kunnen werken binnen een “democratisch” systeem. De KDP is de dominante lijst in de Koerdische regio die regeert met ijzeren hand en geen tegenspraak duldt. Alle oppositiepartijen hebben te maken met aanhoudende intimidatie en represailles van de regerende partijen.

Koerdische regio gevaarlijke plaats voor vrouwen

Het meest recente rapport van de mensenrechtenorganisatie Wadi, een Duitse NGO, zegt dat de regio, ten noordwesten van Suleymaniya, in snel tempo een van de meest gevaarlijke plekken voor vrouwen is geworden in het Midden-Oosten en adviseert aangepaste strategieën om het geweld tegen vrouwen tegen te gaan, waaronder het uitroepen van de noodtoestand.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Protest kan zeer creatieve en zelfs surrealistische vormen aannemen als de mensen geen uitlaatklep vinden op een normale manier voor hun gerechtvaardigd protest. De Ezelspartij is dus geen anti-politiek maar creatief verzet tegen een ongemeen repressief optredende overheid.

En laten we bij dit alles ook niet vergeten dat de Koerdische regio dan nog de veiligste plaats is in Irak. Elders is de situatie nog veel en veel schrijnender.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!