Toen emir Hamad bin Khalifa (midden op de foto tijdens een topconferentie tussen Arabische en Zuid-Amerikaanse staten in Doha, 31 maart 2009) aan de macht kwam, maakte hij meteen werk van de modernisering van het land. In korte tijd bouwde hij Qatar om tot een invloedrijke actor in de regio (foto: Ammar Abd Rabbo)
Nieuws, Politiek, Libië, Hamas, Egypte, Iran, Syrië, Jemen, Diplomatieke relaties, Tunesië, Al-Jazeera, Democratiseringsprocessen, Moslimbroeders, Bahrein, Arabische lente, Qatar, Golfstaten, Libische Nationale Overgangsraad (CNT), Analyse, NAVO-interventie, CENTCOM, Islamistische partijen, Hamad bin Khalifa, Gasvoorraden, LPG, Qatar Investment Authority (QIA) -

De groeiende macht van Qatar

In enkele jaren tijd is het oud parelschiereiland Qatar vanuit het niets uitgegroeid tot een betekenisvolle regionale en internationale actor. Het smalle emiraat, dat zelf geen democratische instellingen telt, heeft zich vooral tijdens de Arabische Lente laten opmerken als een uitermate actieve speler.

donderdag 3 mei 2012 12:40

Qatar was het eerste land dat de Libische rebellenregering, de Nationale Overgangsraad (CNT), tijdens de opstand erkende. Het land was cruciaal in de steun van de Arabische Liga aan de NAVO-interventie waaraan het zelf deelnam met zes gevechtsvliegtuigen.

Daar bleef het niet bij. Het land zorgde ook voor de financiering, bewapening en training van de Libische opstandelingen. Vanaf april 2011 leverde Qatar wapens waaronder Franse antitankraketten en Belgische FN-wapens. Deze gingen bij voorkeur naar de islamistische milities wat tot klachten leidde van de seculiere groepen in de Overgangsraad.

Qatarese militairen gaven niet alleen infanterietrainingen, maar werden aan het eind van de militaire campagne ook gezien aan het front zelf. De legerleiding van Qatar deed daar trouwens niet geheimzinnig over. De stafchef verklaarde aan het Franse persagentschap AFP: “We waren onder hen en het aantal Qatarese troepen bedroeg honderden in elke regio. Training en communicatie was in Qatarese handen. Qatar superviseerde de rebellen. We handelden als link tussen de rebellen en de NAVO-macht”.

Libië is niet het enige land waar Qatar een bemiddelende of provocatieve rol speelde. Tijdens de opstanden in Tunesië en Egypte was het door de regering gefinancierde TV-station Al-Jazeera alomtegenwoordig. In Jemen voer het een radicalere koers dan de andere Golfstaten door president Ali Abdullah Saleh in de lente van 2011 op te roepen om af te treden. Daarvoor had Qatar zich al laten opmerken door sleutelrollen in politieke bemiddelingen in Soedan, Libanon, Palestina.

Steun aan islamistische partijen

Hoewel Qatar een opportunistische koers vaart, ver van elke waaghalzerij, en het zich opwerpt als bemiddelaar tussen de Arabische wereld en het Westen, aarzelt het regime niet om ook de sectaire en islamistische kaart te trekken.

In Libië ging de steun vooral naar de prominente geestelijke leider Ali al-Salabi, die vele jaren in Qatar in ballingschap leefde en de islamistische commandant van de Militaire Raad van Tripoli, Abdul Hakim Belhadj.

In januari van dit jaar openden de conservatieve islamistische Taliban een kantoor in Doha, waarbij Qatar er op rekent dat van daaruit onderhandelingen kunnen worden opgestart tussen de Taliban en het Westen. Dat het Doha niet om democratisering te doen is, blijkt in Bahrein, waar het zijn steun uitsprak en zelfs participeerde aan de militaire interventie van de Peninsula Shield Force van de Golfstaten gericht tegen de opstandelingen van het regime.

In het afgelopen jaar steunde het vooral islamisten in kringen van de Moslimbroederschap, zoals het de afgelopen jaren ook heel wat islamistische opposanten asiel verleende. Een van hen is de Egyptische, islamitische soennitische geleerde en ideoloog van de internationale Moslimbroederschap, Yusuf al-Qaradawi, die geregeld een platform krijgt op Al-Jazeera.

Steun voor de Syrische oppositie

Recent verhuisde ook Hamas-leider Khaled Meshaal naar Qatar, nadat deze liet weten dat het moeilijk opereren was geworden vanuit Damascus. Hamas had immers zijn publieke steun uitgesproken voor de Syrische oppositie.

Qatar bepleit openlijk een regimeverandering in Syrië en verleent zijn steun aan de Syrische Nationale Raad, het oppositieplatform dat gedomineerd wordt door de Moslimbroeders. Op een conferentie van de zogenaamde ‘Vrienden van Syrië’ in Istanbul, begin april 2012, kondigden Qatar en Saoedi-Arabië de oprichting aan van een fonds om de soldij van Syrische rebellen te betalen en lanceerden ze een oproep om ze te bewapenen. Een riskante onderneming die de spanningen met Iran, dat het Alawitische gedomineerde regime (religieus verwant aan Iran) van Bashir al-Assad steunt, kan doen oplopen. Qatar probeert dan ook uiterst voorzichtig te laveren.

Iran

Qatar huisvest de grootste Amerikaanse vliegtuigbasis in de regio en dat zorgt voor militaire garanties tegenover Iran. Na de Golfoorlog van 1991 tekenden de VS en Qatar een defensieovereenkomst die gestaag werd uitgebreid. Qatar investeerde 1 miljard dollar in de bouw van de Al Udeid-luchtmachtbasis die sinds 2003 het Amerikaanse militaire hoofdkwartier vormt van de overzeese Central Command (CENTCOM), cruciaal voor de militaire operaties in Irak en Afghanistan.

Toch is de Qatarese regering er vooralsnog in geslaagd om Teheran niet al te zeer voor het hoofd te stoten. Ter compensatie voor de machinaties tegen Damascus, verklaarde ze onlangs dat een militaire aanval op Iran onacceptabel is en dat haar grondgebied daar dan ook niet voor gebruikt kan worden.

De relaties met Iran tonen dat Qatar geen roekeloze, maar opportunistische politiek voert waarbij economische belangen uiteindelijk primeren. Qatar en Iran delen immers een van de grootste gasvelden in de wereld.

Toen de Iraanse veiligheidstroepen hard optraden tegen de demonstranten na de betwiste Iraanse verkiezingen van 2009, liet de Qatarese premier dan ook weten dat het om een ‘interne aangelegenheid’ ging en dat “het recht van elke staat om zijn eigen problemen op te lossen” moet worden gerespecteerd. Dat staat in fel contrast met de bemoeienissen in Libië en Syrië.

Absolute monarchie

Dat Qatar niet geïnteresseerd is in de democratisering van de regio, blijkt ook in eigen land. Zoals in veel andere Golfstaten is Qatar een absolute monarchie, waar dezelfde familie – Al-Thani – al heerst sinds begin van de negentiende eeuw (vanaf de Eerste Wereldoorlog tot 1971 onder Brits protectoraat).

In 1995 stootte kroonprins Hamad bin Khalifa zijn vader van de troon en riep hij zichzelf uit tot de nieuwe emir. Hij voerde politieke hervormingen door, maar tot op vandaag is er geen onafhankelijke wetgevende macht en zijn politieke partijen verboden. Alleen op lokaal niveau zijn er sinds kort verkiezingen.

Qatar is ook het enige land naast Saoedi-Arabië dat gedomineerd wordt door de wahabitische tak van de soennitische islam. De wetgeving is gedeeltelijk gebaseerd op de sharia. Het land (11.500 km²) telt 1,7 miljoen mensen, waarvan 85 procent buitenlanders die er komen werken, zonder over politieke rechten te beschikken. Hun arbeidsomstandigheden en verloning zijn barslecht. Daar tegenover staat dat het inkomen per hoofd van de Qatarese bevolking tot het hoogste in de wereld behoort.

Qatar profiteert vooral van de rijkdom aan brandstoffen uit het offshore gasveld North Dome. Het is wereldleider in de export van LPG (liquefied petroleum gas, vloeibaar gemaakt aardgas). De groeiende vraag naar gas veranderde Qatar in een van de rijkste landen ter wereld.

Deze rijkdom legt de democratische verzuchtingen lam. Volgens een opiniepeiling van de Arab Youth Survey onder Arabische jongeren in tien landen vindt slechts 33 procent van de ondervraagden het ‘heel belangrijk’ om in een democratie te leven tegenover gemiddeld 60 procent in de andere Golfstaten.

Modernisering via positieve uitstraling van Al-Jazeera

Toen Hamad bin Khalifa aan de macht kwam, maakte hij meteen werk van de modernisering van het land. In korte tijd bouwde hij Qatar om tot een invloedrijke actor in de regio. Voor een deel is dat te danken aan de lancering van al-Jazeera in 1996. De nieuwe pan-Arabische zender kon rekenen op een goed geschoolde staf, die hij kon overnemen uit een eerder mislukt Brits-Saoedisch journalistiek project (een Arabische zender op BBC).

Al-Jazeera moest een positieve uitstraling verlenen aan het imago van Qatar en slaagde er in korte tijd in miljoenen Arabische kijkers te bereiken. Een ‘democratische zender’ slaagde er in de aandacht weg te leiden van het ondemocratisch bestuur van zijn broodheer.

Het succes van het TV-station was nochtans te danken aan de introductie van westerse journalistieke standaarden in een regio waar de media doorgaans onder staatscontrole stonden. Onbewust kreeg al-Jazeera de reputatie van onruststoker omdat het een stem gaf aan de oppositie in verschillende landen, en dat zorgde geregeld voor conflicten met de betrokken regimes.

Met de groeiende invloed van al-Jazeera, werd de zender ook effectief een instrument van het buitenlands beleid wanneer nodig. In de gelekte WikiLeaks-berichten schrijft de VS-ambassade dat de relaties tussen Qatar en Saoedi-Arabië verbeterd waren als gevolg van het “afzwakken van de kritiek op de Saoedische koninklijke familie op al-Jazeera”.

Tijdens de oorlog in Libië en met betrekking tot de ontwikkelingen in Syrië kreeg de zender meer dan eens het verwijt propaganda te voeren tegen de betrokken regimes. De oppositie in Bahrein daarentegen klaagde de ‘twee-maten-twee-gewichten’ van al-Jazeera in haar nadeel aan.

Economische macht

De Qatarese regering is zich bewust van haar afhankelijkheid van de gasrijkdom – 80 procent van de exportinkomsten – en heeft de jongste jaren veel energie gestoken in de diversifiëring van de economie. Ze lanceerde eind 2008 een strategisch plan (National Vision 2030) om Qatar uit te bouwen als kenniseconomie en regionaal centrum voor transport, banken en toerisme met de daarbij horende investeringsvoordelen.

In 2022 vindt de FIFA-Wereldbeker voetbal in het land plaats wat voor economische projecten (geleid door lokale bedrijven in partnerschap met buitenlandse investeerders) zorgt ter waarde van 4 miljard euro. Bij de diversificatie hoort ook het buitenland waar de Qatar Investment Authority (QIA) is uitgegroeid tot een van de rijkste investeringsfondsen in de wereld.

De investeringen ter waarde van 60 miljard dollar bevinden zich in tientallen landen in de regio en de rest van de wereld met opvallende activiteiten in een aantal Europese landen. In Frankrijk heeft QIA zich ingekocht in belangrijke bedrijven als Lagardère (10,7 procent), EADS (3 procent), Suez Environnement (5 procent), Veolia Environnement (5 procent), Vinci (6 procent) en de voetbalclub PSG (70 procent).

In Groot-Brittannië participeert QIA o.a. in de bank Barclays (7,1 procent), de London Stock Exchange (20 procent), de Londense luxewinkel Harrods (100 procent), de winkelketen Sainsburry (27,3 procent). In Duitsland gaat het over Volkswagen (17 procent), Porsche (10 procent) en Hochtief (9,1 procent), een groot constructiebedrijf.

De business-diplomatie van Qatar loopt niet altijd even gesmeerd. Bij een bezoek van de emir aan Tunesië begin 2012 – tijdens de vieringen van één jaar Jasmijnrevolutie – eisten duizenden betogers zijn vertrek. Een paar dagen eerder werd hij uit Mauritanië weggestuurd omdat hij de president opriep in dialoog te gaan met zijn islamitische oppositie.

Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is medewerker bij Vrede vzw in Gent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!