Vluchtelingen uit het Zuiden in de regio Zuid-Kordofan in juni 2011, enkele weken voor Zuid-Soedan een onafhankelijke staat werd (foto: UNHCR)
Nieuws, Afrika, Politiek, VN, Darfur, Soedan, Vluchtelingen, Omar al-Bashir, Olie-inkomsten, Afrikaanse Unie, Zuid-Soedan, Khartoem, SPLA, John Garang, Juba, Abyei, Zuid-Kordofan, Analyse, Alex de Waal, War by proxy, Gewapende milities, Heglig, Volksbevrijdingsleger (SPLA), Oliepijpleidingen, Joint Border Verification and Monitoring Mission, Royal African Society, African Arguments Online -

Soedan en Zuid-Soedan momenteel op voet van oorlog

Soedan wordt beschreven als 'Afrika in het klein'. De politieke conflicten tussen het Noorden en het Zuiden van het voormalige Soedan hebben geleid tot aanhoudende burgeroorlogen tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw. In 2005 kwam er dankzij het algemeen vredesakkoord een einde aan en in juli 2011 volgde de afscheiding en onafhankelijkheid van Zuid-Soedan als nieuwe staat.

woensdag 2 mei 2012 18:35

Soedan is geëvolueerd van een groot land met een enorme verscheidenheid tot een land in oorlog met zichzelf en nu meer en meer twee aparte staten die elkaar steeds vijandiger bejegenen en met geweld te lijf gaan. De grote uitdagingen voor beide landen zijn enerzijds de voorwaarden respecteren waaronder Zuid-Soedan zijn olie uitvoert via de pijpleidingen en havens van het noorden en anderzijds de verslechterende politieke relaties tussen de overheden van beide landen niet laten escaleren in een openlijke oorlog.

“Een jaar geleden zag het er allemaal nog zo goed uit”

Op 17 april 2012 begon Alex de Waal zijn African Arguments Online-lezing voor de Britse Royal African Society met de woorden “een jaar geleden zag het er allemaal nog zo goed uit”. Enkele dagen voor het referendum over zelfbeschikking (nvdr: dat begon op 9 januari 2011) bracht de Soedanese president Omar al-Bashir namelijk een beleefdheidsbezoek aan de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba.

Indien het volk via het referendum voor afscheiding zou kiezen, beloofde hij de afscheiding te aanvaarden en te erkennen als dit “de prijs voor vrede was”. Al-Bashir kwam zijn belofte inderdaad na. Hij was zelfs aanwezig op de onafhankelijkheidsvieringen op 9 juli vorig jaar en erkende als eerste staatshoofd de nieuwe staat Zuid-Soedan.

Vandaag voeren de twee landen oorlog, niet enkel in het betwiste, maar olierijke grensgebied Heglig, maar ook via steun aan allerlei gewapende groepen in Zuid-Kordofan en de regio van de Blauwe Nijl en sinds de tweede helft van april in toenemende mate ook in de noordelijke grensstreek van Zuid-Soedan.

Alex de Waal is een vooraanstaande deskundige over Soedan. Hij is redacteur bij African Arguments Online, directeur van de World Peace Foundation en auteur van talrijke boeken over Soedan. Bovendien heeft hij enkele jaren gewerkt als raadgever voor het Implementatiepanel dat op hoog niveau namens de Afrikaanse Unie bemiddelde in het conflict Soedan. Zijn toelichting bij wat er momenteel aan de hand is, is complex.

De verschillende oorzaken van de huidige crisis

– De respectievelijke leiders van Noord- en Zuid-Soedan beschikken blijkbaar niet over voldoende macht over hun regeringen en legerleiders om compromissen af te dwingen. Er is nog steeds geen duurzame oplossing gevonden voor hangende kwesties die bij het algemene vredesakkoord (CPA) van 2005 zijn uitgesteld – zoals de status van de soldaten van het Volksbevrijdingsleger (nvdr: SPLA, het rebellenleger onder leiding van de historische leider John Garang, dat jarenlang de regering in Khartoem bestreed met als uiteindelijk doel de onafhankelijkheid van het zuiden van Soedan) in de regio’s Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl.

– De gemeenschappelijke grenslijn blijft een twistpunt. De afbakening van de op 1 januari 1956 overeengekomen grens tussen Noord en Zuid vormt niet het probleem. Problematisch zijn wel de status van de vijf betwiste gebieden en de vraag of Zuid-Soedan aanspraak mag maken op meer grondgebied dan waarover in 2005 een akkoord was bereikt bij het algemeen vredesakkoord.

– Sinds de stopzetting van de olieproductie in Zuid-Soedan in januari van dit jaar moeten de belangrijkste problemen snel worden opgelost voordat de Zuid-Soedanese overheid al haar financiële reserves heeft opgebruikt.

Betwisting om Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl

In 2011 werd het aantal soldaten van het Volksbevrijdingsleger (SPLA) geschat op 150.000 tot 200.000. Ongeveer 40.000 van hen komen uit de Noord-Soedanese regio’s Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl. Zij streden in de eerste plaats voor een grondige hervorming van het politieke systeem in Soedan en niet voor de onafhankelijkheid van het Zuiden.

In het algemeen vredesakkoord wordt het Volksbevrijdingsleger omschreven als het leger van Zuid-Soedan en wordt er geen oplossing geboden voor de status en de toekomst van deze 40.000 SPLA-soldaten die afkomstig zijn uit Noord-Soedan.

Vele inwoners van Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl (onder wie de soldaten van het Volksbevrijdingsleger) vreesden dat zij na de afscheiding van Zuid-Soedan “een kleine, verwaarloosde en kwetsbare bevolkingsgroep in het noorden” zouden worden. Tijdens de onderhandelingen over de situatie na de afscheiding, lobbyden deskundigen (onder wie Alex de Waal) voor meer garanties voor de veiligheid van de bevolking in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl.

Zo werd er een voorstel ingediend voor een Joint Command Mechanism (gemeenschappelijk legercommando) waardoor de integratie van deze troepen in de noordelijke legereenheden na de afscheiding van het Zuiden mogelijk zou worden. Er werd echter een overeenkomst afgesloten waarin werd gesteld dat alle soldaten van het Volksbevrijdingsleger na de onafhankelijkheid naar het Zuiden moeten gaan. Volgens De Waal vormt dit aspect “een aanleiding voor oorlog, want deze mensen zijn niet bereid uit hun geboorteland te vertrekken”.

Na heel wat vertraging heeft de Soedanese overheid op 1 juni 2011 geëist dat alle soldaten van het Volksbevrijdingsleger naar het Zuiden moeten gaan. Op 6 juni begonnen de gevechten in Zuid-Kordofan. Een week later gingen in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba onderhandelingen van start om het conflict op een vreedzame manier te lossen.

Dit leidde tot een kaderovereenkomst die op 28 juni 2011 werd ondertekend. Helaas heeft de Noord-Soedanese overheid deze overeenkomst verworpen. Volgens De Waal is dit totnogtoe de grootste fout van de Soedanese president al-Bashir.

Naarmate de conflicten in de regio’s Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl toenamen, werd Zuid-Soedan er ook bij betrokken. Zuid-Soedan voelt zich namelijk verplicht om solidair te zijn met de soldaten van het Volksbevrijdingsleger in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl, die immers nog steeds strijden onder het insigne van Zuid-Soedan.

De betwiste grens

In het algemeen vredesakkoord van 2005 is overeengekomen dat de afbakening van de grens tussen het noorden en het zuiden nog steeds is zoals bij de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1956. De volgens De Waal “erg slecht functionerende grenscommissie” heeft een verslag geschreven waarin vier betwiste gebieden worden erkend: Kafia Kingi, Abyei, Kaka en Jodha.

Wegens politieke redenen werd hier ook de regio Bahr al-Arab aan toegevoegd. Heglig ­– een grensregio waarheen onlangs soldaten van het Volksbevrijdingsleger zijn getrokken – wordt ondanks de ernstige gewapende gebeurtenissen in de voorbije weken niet als een betwist gebied beschouwd. Volgens de grens van 1956 ligt Heglig onmiskenbaar in Noord-Soedan.

De Zuid-Soedanese overheid maakt echter op basis van het traditioneel tribaal grondbezit in Heglig aanspraak op dit gebied. Bovendien is Heglig erg van belang als voornaamste olieproducerende regio in Noord-Soedan, want de andere rijke olievelden bevinden zich nu allemaal in het Zuiden – op het eveneens betwiste Abyei na.

De Amerikaanse overheid beschouwt de Zuid-Soedanese bezetting van Heglig als “meer dan zelfverdediging”. De Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties roepen in een ongeziene eenstemmigheid op tot onvoorwaardelijke terugtrekking van de SPLA-strijders.

Hieruit blijkt dat de internationale sympathie voor de huidige situatie in Zuid-Soedan erg is verminderd sinds de territoriale aanspraken van het Zuiden op Heglig. Zoals De Waal opmerkte, wordt de bezetting van een regio in een ander land “niet als goede internationale praktijk beschouwd”. Hij voorspelt dat na de VS ook andere landen hun geduld met Zuid-Soedan zullen verliezen.

Gedurende de laatste weken was het Volksbevrijdingsleger de sterkste partij in de strijd. De aard van het conflict was in het algemeen ‘conventioneel’ met bombardementen, tanks en beroepssoldaten. Toch wordt gevreesd dat dit snel kan ontaarden in een oorlog die door de talrijk aanwezige gewapende milities kan worden beslecht. In de talrijke Soedanese conflicten (vooral in Darfur) werden de ergste misdaden precies door milities gepleegd.

Economische factoren

Voor de afscheiding van het Zuiden waren de olie-inkomsten goed voor 55 procent van de nationale begroting van Soedan. Sinds de afscheiding zijn deze olie-inkomsten met 40 procent geslonken. Via bezuinigingen, internationale hulp of tijdelijke financiële transfers van Zuid-Soedan had dit begrotingstekort hersteld moeten worden. Dit is echter niet gebeurd.

Ten gevolge van de moeilijke economische situatie, begon de regering in Khartoem in december olie afkomstig uit Zuid-Soedan af te tappen van oliepijpleidingen die naar havens aan de Rode Zee lopen. Dit zette Zuid-Soedan aan om de olie-export volledig af te sluiten.

Volgens De Waal heeft Zuid-Soedan niet goed nagedacht over de financiële gevolgen van deze beslissing. De inkomstenbronnen van de Zuid-Soedanese regering zullen in de nabije toekomst eenvoudigweg opdrogen. Eenmaal het geld op is, zal Zuid-Soedan vrij snel onbestuurbaar worden.

Oplossingen volgens Alex de Waal

In zijn lezing voor de Royal African Society heeft Alex de Waal enkele veranderingen opgesomd die noodzakelijk zijn om de vrede tussen de twee landen te herstellen:

de onvoorwaardelijke terugtrekking van Zuid-Soedanese soldaten uit Heglig; een einde aan de luchtbombardementen die vooral burgerslachtoffers maken; een einde aan de steun van beide landen aan gewapende milities die actief betrokken zijn bij de conflicten aan de andere kant van de grens (‘war by proxy‘);

een internationale controlemacht aan de gemeenschappelijke grens (een door de Verenigde Naties gesteunde Joint Border Verification and Monitoring Mission met bescherming en logistieke ondersteuning van de Ethiopische troepen van de Interim Security Force van de VN in Abyei); een oplossing voor het conflict in Abyei; een duidelijk akkoord over de verdeling van de inkomsten uit olie tussen Noord en Zuid.

Magnus Taylor

Magnus Taylor is hoofdredacteur van African Arguments Online.

(vertaling uit het Engels door Lene Cools)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!