Nieuws, Wereld, Milieu, België, GGO's, Ggo, Watmet - Bart Staes

GGO’s, droom of nachtmerrie: de vraag van 1 miljoen

Na de ‘Groote patattenoorlog in Wetteren' moet het debat over ggo’s - genetisch gewijzigde organismen - verder gaan. Dat vindt alvast Bart Staes, en hij schreef daarom samen met Barbara Redant en Hans Van Scharen het boek 'GGO's, droom of nachtmerrie' dat donderdag verschijnt

donderdag 26 april 2012 10:46

De anti-ggo actie die op 29 mei vorig jaar in Wetteren plaatsvond, zorgde voor bijzonder verhitte en bij wijlen ook boze reacties. Typisch was dat het debat zich verengde tot de vraag of actievoerders nu wel of geen geweld hadden gebruikt. Dat trok de aandacht te vaak weg van het in mijn ogen wezenlijke debat over de zin en onzin van ggo’s. Een cruciaal debat over de toekomst van onze landbouw en de mondiale voedselproductie. Dát is het debat dat ik wil voeren. En dat is ook de reden waarom we op 26 april het boek ‘Ggo’s: droom of nachtmerrie’ lanceren. 

De actie van Wetteren was vooraf aangekondigd als een symbolische actie, met een minimale vernietiging van ggo-gewassen die in open veld werden geteeld. Dit met een volgens de website van de onderzoekers (www.durph.wur.nl) belangrijke bijbedoeling: bijdragen aan de aanvaarding van ggo’s door consumenten en boeren. Ik blijf erbij dat dit soort symbolische acties een democratisch en legitiem middel zijn voor het aanzwengelen van een democratisch debat, dat een groot maatschappelijk belang dient.

Waar het onder meer om gaat, is dat er mist gecreëerd werd over de rol van BASF Plant Science rond de wetenschappelijke proef. Terwijl de wijze waarop multinationals als deze wetenschappelijk onderzoek financieren, sturen en nadien privatiseren via patenten, nu net een cruciaal element van de discussie moet zijn. Overigens kondigde BASF in januari 2012 aan dat ze de ontwikkeling van ggo’s uit Europa terugtrekt, behalve uit Gent. Toeval? En tevens vroeg BASF op 31 oktober een vergunning aan bij de Europese Commissie voor de commerciële teelt van de ggo-patat Fortuna voor voeding en voor diervoeder. 

Zoals de ontslagen wetenschapster Barbara Van Dyck recent schreef, is het pertinente onzin om de activisten van Wetteren af te schilderen als ‘anti-wetenschap’, zoals veelvuldig gebeurde: Wat acties zoals die in Wetteren naar boven brengen, zijn net de structurele machtsrelaties die in onderzoek ingebed zitten. Dus als we het over de invloed van industrie op onderzoek hebben, moeten we het niet enkel hebben over eventuele beïnvloeding van resultaten, maar vooral over de beïnvloeding van vragen die gesteld mogen worden – ‘the 1 million dollar question’. En deze worden mede bepaald door prioriteiten en wereldvisies van financiers. (..) In het verhaal van Wetteren is de vraag welke visie BASF Plant Science heeft op landbouw en voedselvoorziening daarom veel relevanter dan ogenschijnlijk lijkt’.

Dat is inderdaad een uiterst belangrijke vraag, zeker als we na 20 jaar ggo-onderzoek of groene biotechnologie weten dat de keuze voor ggo’s de machtsconcentratie in de agrosector – chemie, zaden en voeding – alleen maar heeft vergroot. Nu reeds hebben 10 bedrijven wereldwijd tweederde van de zaadmarkt in handen. Tien bedrijven hebben wereldwijd 84 procent van de agrochemische industrie in handen en 10 supermarktketens (waaronder Wall-Mart, Carrefour en Tesco) hebben 25 procent van de wereldmarkt van de verkoop van voedsel in handen. Dat is pure macht en die behoeft een serieuze en kritische tegenmacht.

De ggo-technologie is grotendeels in handen van deze grote multinationale ondernemingen. En ieder wetenschappelijk onderzoek, al dan niet onafhankelijk opgestart, komt uiteindelijk onder druk van het grote geld in handen van dezelfde bedrijven. Het gaat om duur en hoogtechnologisch onderzoek waarbij veel overheidsgeld en -steun voor het biotechnologisch onderzoek direct of indirect naar dit soort bedrijven vloeit. Er bestaat een sterke verwevenheid tussen overheid, universiteiten en industrie. En de industrie beslist al te vaak mee over de aard en de inhoud van de te financieren programma’s. En daarmee over de toekomst van onze landbouw en voedselvoorziening. Als dat geen democratisch debat waard is? 

Er is op Europees niveau – met succes – een sterke biotech-lobby gaande via ‘EuropeBio’, die ggo’s en dito voedsel door wil drukken, ondanks het feit dat vele enquêtes al jaren aantonen dat een ruime meerderheid van de Europese bevolking hier niets van wil weten. Er is ook het veel voorkomend fenomeen dat adviseurs van voedselveiligheidsagentschappen na verloop van tijd overstappen naar de voedselgiganten en biotechbedrijven én omgekeerd. Recentelijk werden meerdere van dergelijke wantoestanden blootgelegd bij de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA. Dat agentschap is onbekend bij het grote publiek, maar heeft wel een doorslaggevende stem bij het goedkeuren en als veilig verklaren van allerhande voedsel, additieven en genetisch gemanipuleerde gewassen. 

Na de actie in Wetteren kon en wilde ik dus niet zwijgen.

Al is het mij niet bepaald door iedereen in dank afgenomen, een politicus moet stelling durven nemen en het debat moet ten gronde gevoerd worden. Er kunnen grofweg nog 6 bezwaren geuit worden tegen de keuze voor ggo’s, die ik hier niet allemaal uitvoerig kan behandelen, maar kort opsom (voor uitvoeriger tekst leze men het boek).

1. De ethisch-filosofische bezwaren: hoe ver kan de mensheid gaan in het ingrijpen in de natuur? Worden er met dit soort onderzoek grenzen overschreden? Kunnen we met genen doen wat we willen of moeten we dit plaatsen in een context van respect voor ons ecosysteem?

2. Er zijn – deels nog onbekende – korte- en langetermijnrisico’s voor gezondheid en milieu. Die risico’s worden nu op vrij korte termijn, of middels een zeer beperkt aantal criteria, ingeschat. Niet alleen de kortetermijnevaluaties maar ook de lange termijn is van belang. Zie de analogie met het niet goed inschatten van andere technologieën zoals DDT, asbest of dioxines. Het voorzorgsprincipe moet ten allen tijde gelden.

3. Ggo’s zorgen voor een verschraling van de biodiversiteit en dus genetische rijkdom. Het is bewezen dat er bij ggo-teelten minder wilde planten, minder wilde vogels voorkomen. En er zijn vragen inzake de negatieve effecten van ggo’s op de volksgezondheid. Daarover bestaat relatief weinig wetenschappelijk onderzoek. Al bestaan er wel degelijk enkele verontrustende studies. 

4. Onderzoek toont aan dat 70 procent van de Europese burgers tegen ggo’s is. Daarom strijden wij er in het Euopees Parlement voor dat op de voedseletiketten verplicht vermeld staat dat de aangekochte producten ggo’s bevatten.

5. Ggo-teelten zorgen vaak voor minder autonome boeren en boerinnen. De biotechbedrijven zorgen voor een koppelverkoop van zaden en herbicides met een contractueel verbod op het gebruik van zaaizaad. Boeren moeten dus elk jaar weer de kassa’s van de voedselgiganten passeren. In landen in het Zuiden worden boeren eerst gelokt met goedkoop gg-zaad, maar na verloop van tijd moeten ze hoge royalties betalen. Boeren worden ook afhankelijk door het patentenbeleid. Internationaal geldt de regel dat er geen patenten worden genomen op levende organismes. En toch gebeurt het steeds vaker dat transgene organismen gepatenteerd worden.

6. Ggo-landbouw is onverenigbaar met biologische of duurzame landbouw en zorgt voor een versterking van de industriële landbouw die sterk afhankelijk is van kunstmeststoffen (eindige aardolie) en chemische bestrijdingsmiddelen. De geclaimde meeropbrengsten van ggo-teelten, blijken niet uit de meeste wetenschappelijke analyses. Het argument dat ggo’s honger de wereld uit zullen helpen, is niet meer dan doorzichtige propaganda van grote agro-chemische multinationals.
 
De actie in Wetteren kaderde in een veel bredere discussie over welk soort landbouwmodel we nastreven. Een industrieel landbouwmodel, gedomineerd door een handvol voedselgiganten? Of een model van agro-ecologie, zoals ondermeer verdedigd door de boerenvakbond Via Campesina en experts zoals Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel en Robert Watson, wetenschappelijk hoofdadviseur van het Britse Ministerie voor Milieu, Landbouw en Platteland.

Mijn keuze is alleszins duidelijk. En ik ben er van overtuigd dat mochten burgers over de juiste informatie en context beschikken, ze ook wel zouden weten welke keuze te maken: die van het gezonde verstand. Een keuze voor een duurzame landbouw.  
Dus is het niet naïef of zinloos om te vechten voor een droom, die gaat over een democratische toegang tot voedsel, een duurzame landbouw die de aarde niet structureel uitput, over autonomie van boeren en boerinnen. Het alternatief is een nachtmerrieachtig scenario, waarin een handvol multinationals nog meer ultieme macht over de mondiale voedselproductie verkrijgen. Enkele mondiale bedrijven die bepalen welk voedsel de meerderheid van de bevolking al dan niet op zijn bord krijgt, die bepalen welk wetenschappelijk onderzoek er gedaan kan worden. Welke scenario gaan we volgen? Me dunkt dat dit alles voldoende ‘food for thought’ biedt?!            

  
Bart Staes is lid van het Europees Parlement voor Groen

Bart Staes, Barbara Redant en Hans Van Scharen, Ggo’s: droom of nachtmerrie?
Houtekiet, Antwerpen, 2012, 143 blz.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!