Ode aan Gentse wever

Ode aan Gentse wever

woensdag 11 april 2012 11:05

Vlaand’ren tussen Scheld’ en Noordzee,

Brabant, Henegouwen, Aartrijk,

volslanke maagd in Frankenland,

begeerd besprongen verwenst,

aan uw stuwende boezem laaft

Gent zich dronken van glorie,

door overvloed verwend.

Wever Kobe, strop en poorter,

dankt zijn welvaart aan ’t fijn gestreept

laken en de plaats van wieg en

water samenvloeiing van Lei’

en Scheld’, Gent tweestromenland.

Hij koopt beste wol in Eng’land,

verkoopt lakens in Rijnland,

op jaarmarkten van Champaan,

in Noord-Duitsland, Spanje,

Portugal, Gibraltar via

westvaart over Franse oceaan.

Kobe, strop en poorter, dankbaar

onderweg met paard en kar

pelgrimstocht naar Santiago

de Compostela. Broeierigheid

gaat over in regen, druppels

slaan fel uiteen tegen kar.

Boven heuvels donkert de lucht.

In de verte dreigt gerommel.

Kar hobbelt over karrensporen.

Kobe zalft zijn blauwe plekken.

Kobe, strop en poorter, op beevaart,

komt Italianen tegen,

Duitsers, Catalanen, paters

op sandalen, Tempelridders,

op Franse markten kermissen.

In zijn logboek lees ik nog:

“Dorpelingen op wegen

onderweg naar steden, waar zij

ambacht leren, kraampjes opslaan

in nauwe straatjes, winkeltje

spelen, bakker, slager, slotenmaker.”

Een nieuw’ mens priemt zich door

vruchtbare grond: de middenstander.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!