Interview, Nieuws, Cultuur, Lokaal, Interview, Psychedelische muziek, Fence, Rock Rally -

LuisterPost: interview Fence: “Grote maatschappijen liggen ons niet; we doen liever ons eigen ding.”

Fence is één van de Belgische namen die de eerste helft van het vorige decennium kleurden. Ze werden tweede op de Rock Rally en oogstten veel bijval op de podia van de Lage Landen. In 2006 verdween de groep van de radar, maar nu is de band terug met een titelloze, uiterst knappe cd.

donderdag 5 april 2012 16:30

We mogen gerust zeggen dat we Fence gemist hebben. Dat gevoel bekroop ons onmiddellijk toen de nieuwe cd van de heren in onze cd-speler belandde: eerlijke muziek met een tijdloos gevoel, zowel refererend naar de sixties, de jaren ’90 als de huidige meer akoestische stromingen. De groep ging niet over één nacht ijs, want de plaat nam twee jaar in beslag. Fence bestormt binnenkort weer onze vaderlandse podia, onder meer een optreden op het AFF-festival staat op het lijstje: hoog tijd dus om te gaan babbelen met zanger/gitarist Niels Hendrix.

Zes jaar is niet niks in de popmuziek: vanwaar die lange break?

Niels Hendrix: “We hebben dat nooit doelbewust gepland. Het is gewoon heel organisch gebeurd. We zijn een soort plant die soms gewoon doorgroeit en dan verschijnt er ineens toch weer een bloem. Dit is de plaat, denk ik dan. Toen we weer samen begonnen, sprong er direct een vonk over die al snel een laaiend vuur werd. We waren allemaal direct mee, zonder veel problemen of nadenken.”

Fence was en is duidelijk een merknaam, maar dan wel een eerlijke.

“We hebben met Fence veel geluk gehad door de Rock Rally. Het gaf een enorme boost. We hebben echter nooit gemusiceerd om groot, rijk of beroemd te worden. We willen ons leven vullen met zaken die de moeite waard zijn: een huis, een kind, een plaat. Dat de nieuwe plaat succes heeft, komt gewoon doordat het een goede cd is. Het zal zeker niet liggen aan het feit dat we een grote mond hebben of overal in de belangstelling willen staan. Zo zitten we niet in mekaar.”

Jullie kozen voor de aloude analoge opnametechniek?

“We hebben de basis van de plaat vorig jaar in mei analoog opgenomen. De recorder stond bij ons in de opnameruimte en iedereen zag de tape lopen. We hebben er ook voor gekozen om de nummers in twee of drie takes neer te zetten. Ze zijn snel na elkaar opgenomen om een zelfde flow te bereiken. Na drie dagen bestond de plaat -zeg maar- virtueel, zonder de zang of de extra instrumenten. De groove was gelegd: een stevig betonnen fundament waar we ons huis konden op bouwen. In het begin dachten we zelfs de volgorde van de nummers te behouden zoals ze opgenomen waren, maar daarna zijn we heel bewust naar een goede volgorde van de plaat gaan zoeken. Daarom zijn er twee delen, twee kanten, zeg maar, die tegelijkertijd heel goed aansluiten, want er zit geen pauze tussen als je de cd beluistert. Als je aan een vinylplaat denkt, dan hoor je echter een chaotisch einde van de eerste helft en begint de tweede kant met melodramatische, zoetgevooisde klanken.”

Op de plaat horen we ook heel wat strijkers en blazers.

“Alles vertrok van de basis: bas, akoestische gitaar en drums. We gingen daar eigenlijk niet veel aan toevoegen. Als er toch iets bij moest komen, dan moest het de oorspronkelijke groove zeker niet verstoren. Daarom spelen de blazers en de strijkers hun eigen melodische partijen, terwijl daaronder de groove heel zompig en stevig doorgaat. Liever dan nog maar eens een gitaarsolo, hebben we bijvoorbeeld een dwarsfluit aan twee nummers toegevoegd. Zoiets exotisch mocht er gerust bij.”

“We vonden het belangrijk dat de plaat aan slechts 10 euro in de winkel ligt.”

Jij drumt op de plaat, terwijl je toch de zanger/gitarist van de band bent. Heb je altijd al gedrumd?

“Nee, helemaal niet. Ik drum nog maar een jaar of twee. Dat kwam maar sinds de repetities voor deze plaat. Tijdens de pauzes pakte ik al eens de sticks, voor het plezier, om te meppen. We merkten al snel dat, wanneer Meindert (bassist) meespeelde, dat er dan iets ontstond dat met onze gewone drummer niet lukte. Ik had nooit de ambitie om drummer te worden. Ik speelde al gitaar. Als ik ooit eerder drumde, dan was dat op demo’s, uit noodzaak. Maar die noodzaak hebben we omgedraaid en daar een deugd van gemaakt. Ik benadruk de melodie en de baslijnen, in plaats van ritmes te produceren en dat beoogden we nu net. Heel snel had onze drummer dat ook door. Hij hield het dan ook voor bekeken.”

De man die de plaat geproduceerd heeft, is nu jullie live-drummer?

“Micha Volders, inderdaad. Hij heeft de cd van in het begin mee zien groeien. We hebben hem niet moeten inwijden. Hij wist wat de bedoeling was. Toen hij zei dat hij bij ons wilde drummen, was dat voor ons een beklonken zaak. Ik had niet veel zin om live de drummer te worden. Ik heb een andere bestemming op het podium. Naast Micha speelt Joeri Wijnants ook live mee. Hij vertaalt de extra geluiden van de plaat naar zijn toetsen; heel psychedelisch en jazzy. Als jazzpianist kan hij enorm goed los uit de pols improviseren en spelen.”

Jullie klinken inderdaad psychedelisch. De sound verwijst naar de sixties van The Beatles en de Beach Boys. Ergert jullie dat niet dat men telkens naar jullie invloeden vraagt?

“Het feit dat we heel melodiegericht werken en drie zangers in de band hebben, roept al snel vergelijkingen met The Beatles en Beach Boys op. Het is niet zo dat we absolute Beach Boys-freaks zijn. We vinden dat heel goed, maar luisteren even goed naar The Band of Pavement of Sebadoh, of meer recent: Tame Impala, The Hickey Underworld, Queens Of The Stone Age. Het is eerder zo dat we een mengelmoes van de jaren ’60 tot nu toe zijn. In goede nieuwe dingen hoor je een referentie naar vroeger en dat kan niet fout zijn. Het mag gewoon niet te plat zijn, niet echt lijken dat er zo snel mogelijk véél geld mee moet verdiend worden. Ik moet altijd het gevoel hebben dat een nummer uit liefde voor de muziek is gemaakt.”

Jullie voegen ook de daad bij het woord op verkoopsvlak.

“We hebben onze eigen voorwaarden voor de verkoop. We vonden het bijvoorbeeld belangrijk dat de plaat aan niet meer dan 10 euro in de winkel ligt. Grote maatschappijen liggen ons niet; we doen liever ons eigen ding. Voor ons hoeft er geen laag boven alles te liggen. Dat mag gerust in de commerciële media, maar we vinden dat het niet past bij een artistieke uiting.”

Toch spelen jullie ook op festivals deze zomer?

“We houden vooral van goede clubs, niet te klein, niet te groot. Daar kunnen we echt goed aarden. Dat kan ook op festivals, maar dan moet het geluid wel héél goed zijn, anders komt dat niet over. We staan nu immers niet meer te springen als zotten, maar spelen veel meer geconcentreerd. Vroeger was het: kom af, want het gaat plezant zijn. Nu is het: kom af, want het gaat goed en plezant zijn!”

‘Fence’ van Fence is nu uit. Verdeling: Rough Trade

Fence stelt de nieuwe cd voor in MOD in Hasselt op 14 april.

Verder onder meer:
5 mei: Trix – Antwerpen – A wild Night Out by Stage Mania
12 mei: Saturn – Antwerpen
23 juni: Beursschouwburg – Brussel
4 augustus: AFF – Genk

Koen De Meester

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!