Verslag, Nieuws, Samenleving, België, Dossier:vluchtelingen - Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch reageert: “Wat baten kaars en bril?”

"Wat baten kaars en bril?", dat is de titel van een stuk van Pascal Debruyne e.a. dat vooral gericht is tegen moraalfilosoof Patrick Loobuyck, maar dat evengoed op mij van toepassing is. Vergelijkbare stukken verschenen in DeWereldMorgen op 31/3 (Frank Roels) en 1/4 (Bleri Lleshi en Eric Corijn). Dit antwoord engageert alleen mezelf.

donderdag 5 april 2012 12:01

Na aanlopen in diverse wereldgodsdiensten is uiteindelijk tijdens de Verlichting de gedachte uitgewerkt dat alle mensen principieel gelijkwaardig zijn en dat het streven naar universele solidariteit een hoog, misschien het hoogste morele doel is dat rechtschapen mensen kunnen nastreven. Niet alle doelen zijn echter voor onmiddellijke realisatie vatbaar. “Qui trop embrasse, mal étreint”, “le meilleur est l’ennemi du bien”; of nog krasser: “willst du nicht mein Bruder sein, so schlag’ich dir den Schädel ein”.

Wie even nadenkt moet beseffen dat het realiseren van die algemene solidariteit slechts mogelijk is binnen een mondiale staat met een universele wetgeving en uiteraard met een volwaardig geweldmonopolie. (Degenen die dit laatste niet snappen, moeten maar eens Max Weber lezen). Om dat te kunnen realiseren is een enigszins vergelijkbaar economisch draagvlak nodig om een gemeenschappelijke sociale politiek, en zeker ook een geboortepolitiek, mogelijk te maken. Zonder zo’n universele controle geldt het recht van de sterkste: “Entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit ” (Lacordaire).

Het stuk van Debruyne e.a. illustreert ten overvloede dat die uitspraak ook op wereldniveau geldt en dat de voorwaarden voor een universele solidariteit nog niet gerealiseerd zijn.

De vraag is dus via welke wegen we in die richting kunnen gaan. In de 19de en tot ver in de 20ste eeuw werd de solidariteit binnen de natie als hoogste ideaal voorgesteld: het was “mooi en voortreffelijk voor het vaderland te sterven”. Dat vooruitzicht wekt momenteel, vooral bij jongeren, nog weinig enthousiasme. Maar er is wel een andere, meer positieve vorm van samenwerking in de plaats gekomen: de sociale zekerheid. In de (vooral Europese) natiestaten is een systeem van onderlinge solidariteit ontwikkeld, waarbinnen op het vlak van gezondheid, handicaps, ouderdom, werkloosheid enz., zowel binnen een generatie als over de generaties heen, de bijdragen van de enen de tegenslagen van de anderen opvangen en waarbij uiteindelijk iedereen (die niet te vroeg sterft) zijn voordeel doet.

Het lijkt me een ethisch hoogstaand doel ernaar te streven de kring waarbinnen die solidariteit geldt, meer en meer uit te breiden, eerst binnen Europa en dan, gaandeweg naar andere landen die hun economisch potentieel op niveau gebracht hebben (mede via ‘delocaties’ van bedrijven vanuit rijke landen, wat daar echter, begrijpelijk, niet altijd in dank wordt afgenomen).

De fundamentele fout van de hier vermelde critici bestaat er in niet te beseffen dat je de sociale zekerheid in die landen waar ze nog vrij goed functioneert, niet zomaar in gevaar kunt brengen door te verwijzen naar een in de praktijk onbestaande internationale solidariteit. Dat is het vervangen van institutionele garanties voor talloze zwakkeren, door oncontroleerbare experimenten op basis van utopische denkbeelden.

Bovendien gebeurt dit in een periode waarin de huidige instellingen onder druk staan. In de gezondheidszorg drijven langdurige ziekten en meer bepaald kankers, veel mensen in de armoede. Voor gehandicapte kinderen en volwassenen zijn er ellenlange wachtlijsten en hetzelfde geldt voor bejaardenhomes en sociale woningen. De massale toevloed van arme EU-burgers (bvb. Roma’s in Gent) zal de OCMW’s verder onder druk zetten in een periode van slinkende inkomsten.

Die critici beseffen niet, of willen niet beseffen, dat het voorstellen van een ongeordende ‘internationale solidariteit’ als ethisch waardevoller dan ons structureel beveiligd stelsel van sociale zekerheid, in feite de reeds wankele bescherming van de armsten onder de armen bij ons verder in het gedrang brengt.

Terwijl het aantal werklozen van allochtone afkomst in Brussel schrikbarend is, vindt bvb. Frank Roels het geen probleem dat er nog enkele bijkomen. (Of denkt hij dat de hongerstakers in aanmerking komen voor de ‘knelpuntberoepen’?). Ik zal niet zover gaan als die critici en hun moreel besef niet in vraag stellen, maar zeker is dat de consequenties van hun denkwijze hen ontgaan. In elk geval is dat bij hen, als pure utopisten, geen thema.

Wie mijn inzichten over de delicate aspecten bij de afweging van asielaanvragen wil leren kennen, zou de eerste 18 bladzijden van het ‘Eindverslag van de Commissie Vermeersch’ (31/1/2005) moeten lezen. Er is immers wel degelijk nagedacht over de ethische grondslagen en consequenties van deze wetgeving.

Toch nog deze opmerkingen. Frank Roels, en ook anderen, hebben moeite met het naleven van de wet: “wetten zijn uitingen van een toevallige meerderheid “. Hij verwijst zelfs naar de Hitlerperiode.

Maar de zogenaamde ‘Vreemdelingenwet’ dateert van 15 december 1980! Alle partijen die sindsdien aan een regering hebben deelgenomen, hebben die wet, met latere aanvullingen, aanvaard en uitgevoerd.  Ik herinner me dat, na het eerste Verslag van mijn commissie (21/1/99), een senator van het toenmalige Agalev mij vroeg of het niet passend was dat, naast de uitvoering van onze voorstellen, ook de Ontwikkelingshulp op 0,7 procent van het BBP werd gebracht. Ik stemde daarmee in. Even later zat hij (niet ik) in de regering, maar de 0,7 procent werd niet bereikt.

Van de partijen die nooit in een regering gezeten hebben, is het bekend dat ze nog een strengere vreemdelingenwet voorstaan. We kunnen dus zeggen dat minstens de voorwaarden die de huidige wet inzake asiel oplegt, door 100 procent van de partijen worden goedgekeurd… en dat sinds dertig jaar. Zijn dat ‘toevallige meerderheden’?  Maar wie geen deernis heeft voor het risico dat de armsten onder ons lopen, hoeft natuurlijk ook geen respect te hebben voor een langdurige, verpletterende democratische meerderheid.

Bijzonder pijnlijk voor mij is de verwijzing van Frank naar Carla Ronkes. Zij weet namelijk als één van de weinigen, wat ik voor asielzoekers die werkelijk in een noodsituatie zaten, concreet gedaan heb; ik loop daar immers niet mee te koop.

Wat nu de huidige hongerstakers betreft. Als de gevangenen van Vorst in hongerstaking zouden gaan, zou ik dat feit zelf niet goedkeuren, maar ik zou zeker hun eisen volledig ondersteunen: hier is de staat, en dus alle partijen die geregeerd hebben, verregaand in gebreke gebleven.

Maar als mensen die hier jarenlang niet eens een asielaanvraag hebben ingediend, plots een gunstmaatregel zouden krijgen, betekent dat een mateloos onrecht tegenover al degenen die zonder verzet het land verlaten hebben. Het betekent ook een oproep tot allen die onhaalbare eisen hebben, om dezelfde werkwijze toe te passen.

Wie is er verantwoordelijk wanneer één van hen zou sterven? In de eerste plaats de behandelende arts. Als de dood inderdaad slechts een kwestie van uren was, dan was het haar verdomde plicht die persoon onmiddellijk naar de Intensieve Zorgen te laten overbrengen, willens nillens. Daar ter plekke kon hij, in het bijzijn van getuigen, de medische bijstand weigeren.

Dat is zijn recht. Maar eerst moest het risico van een plotse instorting vermeden worden. Terloops, het weigeren van bijstand aan een persoon in nood, is ook strafrechtelijk een ernstige zaak.

Maar na zoveel dagen weten we nu dat die zogenaamde  ‘uren’ ofwel met onbekwaamheid te maken hadden, ofwel pure show waren.

Geeft mijn houding blijk van ‘een tekort aan menselijkheid’? Wel integendeel, maar mijn verontwaardiging gaat vooral uit naar hen die er, door woord of daad, toe bijdragen dat ongelukkige medemensen volharden in een uitzichtloze actie die, op wellicht onomkeerbare wijze, hun gezondheid in gevaar brengt. Hoe kan de regering een maatregel treffen voor mensen die niet ‘uitgeprocedeerd’ zijn, omdat ze niet eens ‘geprocedeerd’ hebben? Zo zou men alle gangbare regels overboord gooien en de zaak voor de toekomst onbeheersbaar maken. De verantwoordelijkheid van allen die hen valse hoop geven, is huiveringwekkend.
Maar wat baten kaars en bril…?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!