Opinie, Nieuws, Samenleving, Cultuur, Muziek, Reggae, Jamaica - Reggae.be redactie

Peace, love & homohaat

Het is weer hommeles in holebiland over een reggaeconcert. In een georchestreerde e-mailcampagne en brieven aan alle schepenen werd geëist dat het concert van Sizzla in Gent (4 april) zou worden afgelast. Om de gemoederen te bedaren, was organisator Democrazy al uitgeweken van de Vooruit naar de Art Cube, maar dat bleek voor de roze activisten niet voldoende. Sizzla komt niet naar België.

dinsdag 3 april 2012 17:35

Wat volgt, is het unanieme standpunt van de Reggae.be redactie

De presidente van Liberia, Ellen Johnson Sirleaf, verdedigde op 19 maart 2012 de anti-homowetten in haar land. ‘Wij willen onze traditionele waarden behouden,’ zei ze op een persconferentie met Tony Blair. In 2009 heeft Sirleaf de Nobelprijs voor de vrede gekregen, een terechte beloning voor haar onvermoeibare inspanningen om Liberia te democratiseren.

Peace and love: dat is ook wat de rasta’s preken in hun teksten. Sinds Bob Marley de boodschap van rastafari via zijn muziek wereldwijd verspreidde, staat reggae voor eenheid en solidariteit, voor het verzet tegen het onrecht en de ongelijkheid die een vredevol samenleven van de mensen in de weg staan.

Doodzonde

Maar Jamaica, waar de reggae vandaan komt, is geen westers land. De revolutionaire spirit van de rasta’s gaat (nog) niet gepaard met de progressieve ethiek die Europa en de Verenigde Staten de laatste decennia doordrongen heeft. Abortus, euthanasie en ja, ook homoseksualiteit, worden er nog beschouwd als doodzonden, met de bijbel als belangrijkste raadgever. Ook de rasta’s beroepen zich vaak op de bijbel, zelfs om hun Afro-centristische wereldvisie te rechtvaardigen. Ze verschillen in dat opzicht niet wezenlijk van veel Amerikanen in de zogenaamde Bible Belt, of van fundamentalistische christenen in onze eigen contreien. En ook niet van onze eigen ouders en grootouders toen ze jong waren en alle homo’s nog in de kast zaten (of in een klooster).

Reggae is ook geen typisch westerse popmuziek, zeker niet tekstueel. Het mag in reggae ergens over gaan, er wordt consequent met een kritische blik naar de wereld gekeken. De songteksten reflecteren van oudsher de sociale realiteit in Jamaica. In de jaren ’70 was die zwaar politiek getint, wat resulteerde in militante en visionaire songs, de roots & culture zoals die tot vandaag het imago van de muziek bepaalt. In de jaren ’80, na de dood van Bob Marley en de intrede van een conservatief parlement, overheersten seks (slackness) en entertainment. Daarna volgde, onder invloed van de Amerikaanse gangsterrap, een golf van gun talk, opschepperij over wapens en geweld in de getto’s.

De rootsfans waren tegen dan allang afgehaakt en klampten zich vast aan een bescheiden revival van de rastacultuur. Maar de nieuwe rasta’s hadden wel één ding gemeen met de brulapen uit de dancehall (zoals die eigentijdse, digitale variant van de reggae vaak genoemd wordt), en wat dat betreft met àlle Jamaicanen: hun afkeer van homo’s. (Voor een historische verklaring verwijs ik naar de bijlagen)

Bun Babylon

Die homofobie was midden jaren ’90 gedurende enkele jaren een hype in de reggae, het zoveelste thema waar zangers en deejays hun zegje over wilden doen. Ja, er werd toen gezongen – en veel vaker geschreeuwd – dat alle batty boys verbrand moesten worden. Zoals de rasta’s àlles in brand willen steken wat hen niet zint, de paus, het IMF, Babylon. Het is een bijbelse metafoor, vuur heeft een reinigende kracht. Wisten de Jamaicanen veel dat de emancipatie van de homo’s in het westen intussen met grote sprongen vooruit was gegaan. Internet bestond nog niet en op tv klonken de stemmen van conservatieve Amerikaanse predikanten veel luider dan die van de homobewegingen.

De eerste artiest die zich daarin verslikte, was Shabba Ranks, die zich na een ondoordachte uitspraak op de Britse televisie een lucratief platencontract door de neus zag geboord. Het was de eerste keer dat de homobeweging van zich liet horen, en het verzet tegen homofobe reggae en dancehall is sindsdien alleen maar toegenomen. Het wordt ook almaar beter georganiseerd, zoals dat gaat met grote belangengroepen. En het is uiteraard een rechtvaardige zaak waarvoor al die mensen zich inzetten. Wij hoeven in het westen geen enkel compromis te sluiten als het over verworven rechten gaat, als er wordt gediscrimineerd of aangezet tot haat.

Maar hoe lang kun je artiesten ‘straffen’ voor hun misstappen? Ja, Sizzla en tal van andere Jamaicaanse artiesten hebben in de jaren ’90 wel eens een liedje opgenomen waarin werd opgeroepen om alle batty boys in de fik te steken. Zo banaal en courant als ik het hier neerschrijf, was en is zo’n uitspraak ook in Jamaica. ‘Al wie niet springt, is homofiel’: zoiets, maar dan stouter. Natuurlijk moeten ze dat hier niet komen herhalen, ook al is er buiten de reggaegemeenschap geen hond die hun teksten begrijpt. Op dat vlak hebben ze hun lesje intussen trouwens geleerd. Grote namen als Beenie Man, Buju Banton en Sizzla hebben door afgelaste tournees tonnen verlies geleden, en als er iets is wat de Jamaicanen nog nauwer aan het hart gaat dan homohaat, dan is het wel hun portefeuille. Ze tekenen de laatste jaren zonder morren bijzondere contracten waarin ze beloven geen homofobe teksten te debiteren. Geen van hen heeft de laatste tien (!) jaar nog dergelijke nummers opgenomen, het protest is gericht tegen enkele zinnen uit enkele songs van lang geleden.

Maar die krijgen ze wel telkens weer op hun bord, zij het niet systematisch. Sizzla heeft de voorbije jaren probleemloos kunnen optreden in Brussel (AB) en Antwerpen (Petrol). Toen was er geen protest, en heeft nadien ook niemand een klacht ingediend. Logisch natuurlijk, dat laatste, want geen van die duizenden protesterende mensen is al ooit naar Sizzla komen kijken, of heeft er al ooit een plaat van gehoord, laat staan gekocht. Ze volgen blindelings hun leiders als die oproepen tot actie. Standaardmailtje, en forwarden maar. Waarom nog kritisch nadenken als anderen dat beweren te doen voor jou?

400 years

Reggae is een gemakkelijk slachtoffer. Undergroundmuziek, ‘drug related’, en voor de buitenwereld nauwelijks verstaanbaar. Ik nodig alle homo’s en homobewegingen uit om eens naar Sizzla te gaan kijken en vooral luisteren. Volk genoeg om het patois voor u te vertalen. U zult zijn muziek nog amper herkennen als reggae, u zult zich afvragen of hij vals zingt dan wel experimenteel, maar u zult hem niet kunnen betrappen op homofobe uitspraken. Misschien wel in Jamaica maar daar hanteren ze nu eenmaal andere ethische normen dan wij, hoe graag wij dat ook zouden verhinderen. Daar zou Sizzla net vervolgd kunnen worden omdàt hij homorechten verdedigt.

Veel Jamaicanen vragen zich ook af hoe wij hen de morele les durven spellen. Wij, die Afrika (hun land van oorsprong) hebben leeggeroofd, en de bevolking tot slavernij gedwongen. Het heeft 400 jaar geduurd voor we die misdaden een halt konden toeroepen. Tientallen generaties zijn een leven lang lichamelijk, geestelijk en seksueel misbruikt, trauma’s die tot vandaag doorwerken in het collectieve bewustzijn. Moet het echt even lang duren voor we Sizzla vergeving schenken omdat hij destijds zich een paar keer verkeerd heeft uitgedrukt (en dan nog alleen in onze geëmancipeerde ogen)?

Dit is geen nieuw thema, en ik heb het niet altijd onvoorwaardelijk opgenomen voor de reggaeartiesten. In 2002 was ik de eerste journalist die homofobe uitspraken van Sizzla gesignaleerd heeft, op het podium van Couleur Café. In 2005 heb ik me de woede van een groot deel van de reggaescene op de hals gehaald met een kritisch artikel over T.O.K. op het festival Reggae Geel. In 2010 schreef ik nog dat Beenie Man niet thuishoorde op Couleur Café, opnieuw tot groot ongenoegen van de gemeenschap die ik zo goed ken.

Maar nu is het goed geweest. Iedereen heeft zijn punt gemaakt, protest mag geen routine worden. Ik ben een vergevingsgezinde mens, en hoop van u hetzelfde.

Opgedragen aan Paul Van Goubergen, homo èn reggaeliefhebber (1960-2012)

Nawoord

Sizzla was in de zomer van 2011 betrokken bij een zwaar auto-ongeluk. Hij ontpopt zich sindsdien steeds vaker als grote weldoener die zich inzet voor allerhande sociale en educatieve projecten. Dat weten al die goedmenende, protesterende burgers niet, want reggae en Jamaica interesseren hen niet. Zoals zij vroeger zelf het slachtoffer waren van stigmatisering en discriminatie, zo stigmatiseren en discrimineren ze nu zelf andere bevolkingsgroepen, waarvan ze bovendien goed weten dat ze (nog) niet beter weten.

Voor meer achtergrondinformatie over homofobie in de reggae en Jamaica:

http://www.reggae.be/magazine/news/column/550

http://www.reggae.be/magazine/interviews/column/257

Statement van Sizzla in The Examiner.

The facts: homophobia in the dancehall.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!