“Wij nemen geen genoegen met kruimels”

“Wij nemen geen genoegen met kruimels”

maandag 2 april 2012 17:55

wellington_chibebe_deputy_secretary_itucWellington Chibebe is een vakbondsman in hart en nieren. Tot vorig jaar stond hij aan het hoofd van de Zimbabwaanse vakbondskoepel ZCTU, partner van fos. Zoals veel vakbondsmensen werd hij geviseerd, gearresteerd en mishandeld door het regime van Mugabe. Maar hij is nooit van zijn koers afgeweken. Ook niet nu hij zes maanden geleden naar Brussel verhuisde om de functie van Adjunct Algemeen Secretaris bij het Internationaal Vakverbond (IVV) op te nemen. Tijd voor een gesprek.

Het internationaal vakverbond: hoe kan ik daar lid van worden?

Dat kan je niet, we hebben immers geen individuele leden. Enkel nationale vakbonden kunnen toetreden tot het IVV. Voorwaarden zijn dat ze onafhankelijk en democratisch zijn. Ze moeten onafhankelijk zijn van overheden en bestuurd worden door de werknemers, door niemand anders. We vertegenwoordigen in totaal 175 miljoen werknemers wereldwijd.

Wat doen jullie? En op welke manier verbetert dat de levens van werknemers?

Op dezelfde manier als de zon die planten naar zich toe doet groeien, zo werkt het IVV. Zo pleiten we binnen de internationale arbeidsorganisatie (IAO) voor respect voor de rechten van vakbonden en werknemers. Het IVV zorgt ervoor dat conventies binnen de IAO onderhandeld en goedgekeurd worden. En ook dat overheden de rechten van vakbonden en dus ook van de gewone werknemers, respecteren. Bovendien zorgen we ook voor gelijkheid, niet enkel op de werkvloer, maar ook binnen de mensheid. We hebben verschillende afdelingen die met verschillende thema’s bezig zijn: kinderarbeid, migratie, sociale bescherming. Maar dat kunnen we niet zonder organisaties die individuen vertegenwoordigen. Onze kracht zit in onze aantallen.

Vakbonden moeten niet enkel met de dagelijkse problemen en ‘brood en boter’ bezig zijn. Daar kan je maar mee bezig zijn op voorwaarde dat er een tafel is om brood en boter op te zetten. Met andere woorden, we kijken ook naar het politieke landschap en het sociaal beleid van elk land. Ook van landen zoals Colombia, Zimbabwe, Birma. Elk jaar in juni mobiliseren we vakbonden wereldwijd om op te treden tegen ‘schurkenstaten’ die de mensen- en arbeidsrechten niet respecteren. We roepen deze landen op het matje, met name voor het IAO-comité inzake de toepassing van normen. Met als gevolg dat ze dan delegaties over de vloer krijgen die hen komen controleren, dat heeft al heel wat zaken vooruit geholpen. Maar we werken dus op beleidsniveau.

Wat het effect is op de werkvloer in bedrijf X en Y, kunnen we niet zeggen: daar spelen de vakbond van dat bedrijf en zijn nationale koepel hun rol. Wij onderhandelen met de Wereldbank, het Internationaal Muntfonds, het World Economic Forum… Het is op dit niveau dat we het beleid beïnvloeden: we tonen aan dat ze er alle belang bij hebben om werknemers te respecteren om de economie te doen groeien.

Hoe wordt dat standpunt onthaald in tijden van crisis en besparingsmaatregelen?

We geven toe dat het een moeilijke situatie is. Maar vakbonden worden van nature altijd met moeilijke situaties geconfronteerd. Er worden elke dag mensen ontslagen, gediscrimineerd, vakbondsmensen worden opgesloten… dat is een dagelijkse crisis die heel weinig aandacht krijgt. Maar akkoord: er is een financiële crisis aan de gang. En het kapitaal en de overheden proberen de verantwoordelijkheid en de schulden af te wentelen op de schouders van de gewone werkmensen: belastingen verhogen, snoeien in uitkeringen of zelfs in lonen. Het zijn de vakbonden, wereldwijd, die daartegen ingaan en maatregelen proberen af te dwingen om de lasten eerlijk te verdelen. Het is altijd de stelling geweest van het IVV dat ontwikkeling, wil die duurzaam zijn, zich eerst en vooral op de armste lagen van de bevolking moet richten. De kloof tussen arm en rijk groeit: rijken worden rijker en armen worden armer. Dat zal altijd een bron van conflict zijn. Je kan de rijkdom niet blijven verdedigen wanneer die omgeven wordt door armoede. Dat is niet veilig. Dat heeft het IVV altijd al gezegd. Het is dus geen verrassing, die crisis.

Maar door de paniekgolf, en doordat mensen de oorzaken van de crisis niet kennen, wordt hen gemakkelijk wijsgemaakt dat zij moeten inleveren om het kapitaal en overheden te redden. Dat is vrij pijnlijk. Daarom vind je ook mensen op straat die hiertegen protesteren. Die mechanismen blootleggen is niet gemakkelijk. Het kapitaal is een octopus die overal tentakels heeft. Maar als puntje bij paaltje komt, kan je ook met weinig middelen aantonen waarom vakbonden noodzakelijk zijn en welke maatregelen er genomen moeten worden. Er is geen sleutel-op-de-deuroplossing zoals de Wereldbank beweert: lonen bevriezen, privatiseren… Het zijn privébedrijven die overkop gegaan zijn, zelfs met staatssteun, terwijl staatsbedrijven er nog steeds staan.

Welke uitdagingen zie je vanuit je nieuwe positie voor de internationale vakbeweging?

Ik coördineer onder meer alle inzet voor ontwikkelingslanden. Een belangrijke uitdaging is om donoren en ontvangers beter op elkaar af te stemmen. Want heel vaak stellen donerende landen enkel middelen ter beschikking voor hun eigen stokpaardjes, en zien de ontvangers zich genoodzaakt om hun noden en prioriteiten daaraan aan te passen. Die aanpak moet herbekeken worden. Want dit systeem leidt ertoe dat donoren heel veel middelen besteden zonder op het einde van de rit resultaten te zien. Als de ontvangers aan het begin van het proces betrokken waren geweest, waren er betere antwoorden gekomen.

Is dat niet iets tussen de ene overheid en de andere, tussen donor en ontvanger? Hoe stap je daar als vakbond in?

Wie produceert de rijkdom die uiteindelijk aan een ander land gegeven wordt? Het zijn de werknemers die de kern zijn van de productielijn. Moeten zij zwijgen over hoe de middelen van hun land wereldwijd besteed worden? Neem bijvoorbeeld een land in oorlog, land A, dat oorlog voert tegen zijn eigen volk. Land B wil dit land steunen. De middelen van land B zijn afkomstig van het zweet van de arbeiders in land B. Land A koopt munitie met de budgetsteun van land B en richt die op zijn bevolking en arbeiders. Moeten de mensen in land B dan zwijgen terwijl hun collega’s in land A beschoten worden met de opbrengst van hun zweet?

Ik stel het nogal simpel voor. In de praktijk vormen we met de vakbonden een netwerk waardoor we een rol te spelen hebben in het soort steun dat landen elkaar geven. Vakbonden, samen met andere organisaties uit het middenveld, zouden in zulke overheidsbeslissingen geconsulteerd moeten worden. We moeten ons been stijf houden en ons hier serieus voor engageren. Neem nu het IMF en de Wereldbank: het waren vroeger enkel de geprivilegieerden die hier toegang toe kregen. Nu heeft ook IVV daar een voet tussen de deur. Het is dankzij het weerwerk van vakbonden en andere organisaties uit het middenveld dat er een einde gekomen is aan de blinde besparingsmaatregelen van de jaren ’80.

Ik kom zelf uit het Zuiden. Ik kan je verzekeren dat werknemers uit het Zuiden vaak zeer bitter zijn over de middelen die voor ontwikkelingssamenwerking ingezet worden. Want die middelen zijn zeer vaak tegen hen gebruikt en aan het einde van de rit moet je ook nog eens de schulden terugbetalen. Een schrijnend voorbeeld zijn de landrovers die het regime van Mugabe gebruikt om de bevolking te onderdrukken: die wagens zijn gefinancierd door Brits belastinggeld.

Dat is ongetwijfeld een zorg die jullie delen met ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking. Hoe werken jullie met hen samen?

We werken samen, maar hebben ook onze eigen rol. Onze leden zijn bij ons aangesloten om aan bepaalde belangen te werken. Voor vakbonden in het Zuiden gaat het dan over hun capaciteiten: hebben we dezelfde capaciteit om met de nationale overheid te onderhandelen? Een ander punt zijn de noden van degene die steun ontvangt. We willen zorgen voor gelijkwaardigheid tussen beide instellingen. De gever mag niet belangrijker zijn dan de ontvanger. Projecten moeten afgestemd zijn op de ontvanger, niet op de donor. Neem bijvoorbeeld een donor die middelen wil besteden aan een werking rond de man-vrouwverhoudingen. Dat mag niet zo ver gaan dat de ontvanger moet beginnen zoeken naar een nieuwe doelgroep.

Hoe het dan wel moet: als een donor middelen wil geven, dan moeten de projectvoorstellen beantwoorden aan de noden van de ontvangende organisatie. Dan zullen de belangen gelijk lopen. Hoopgevend is wat er uit de conferentie over hulpefficiëntie in Busan in december 2011 gekomen is. Daar spraken we samen met middenveld met één stem om de pro-poor agenda te verdedigen. We hebben misschien verschillende strategieën maar het doel is wel hetzelfde. We nemen geen genoegen met de kruimels en de restjes: we willen dat ontwikkelingssamenwerking de gewone mensen echt ten goede komt en dat de mensen die we vertegenwoordigen, een betere toekomst krijgen.

Auteur: Isabel Wagemans
Contact: Kwaku.Acheampong@fos-socsol.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!