Maïskolven hangen te drogen aan de huizen in Rwanda

 

Nieuws, Afrika, Politiek, Armoede, Rwanda, Paul Kagame, An Ansoms, UCL, Groeicijfers, Enquête Intégrale sur les Conditions de Vie des Ménages -

Het ‘wonder’ versus de realiteit in Rwanda. Een reactie op cijfers van de overheid

Rwanda viert binnen enkele maanden zijn 50ste onafhankelijkheidsverjaardag. Het autoritaire beleid van president Paul Kagame pakt graag uit met indrukwekkende groeicijfers. Volgens het Nationale Instituut voor Statistiek van Rwanda is de armoede er met niet minder dan 12 procent gedaald. Het probleem is, zegt UCL-onderzoekster An Ansoms, dat die cijfers niet overeenkomen met de realiteit.

donderdag 29 maart 2012 13:30

Volgens de laatste cijfers van het Nationale Instituut voor Statistiek van Rwanda is de armoede in het land met een indrukwekkende 12 procent gedaald in de laatste vijf jaar. Om tot deze conclusie te komen, werden de cijfers van het EICV3 (‘Enquête Intégrale sur les Conditions de Vie des Ménages’) vergeleken met de cijfers van het EICV1 uit 2000-2001 en het EICV2 van 2005-2006.

Daar waar in 2000-2001 59 procent van de bevolking onder de nationale armoedegrens leefde, en in 2005-2006 nog 57 procent, was dat volgens de laatste cijfers nog maar 45 procent. Volgens de Rwandese regering een waar succesverhaal en een rechtstreeks bewijs dat haar economisch groeimodel leidt tot een verbetering van de levensomstandigheden van de Rwandese bevolking.

Zeer verwonderlijke resultaten, volgens An Ansoms van de Université Catholique de Louvain (UCL), die sinds 2006 veldonderzoek verricht betreffende de levensomstandigheden van plattelandsboeren in Rwanda.

Zij onderzoekt de impact van het landbouwbeleid in zes dorpen, verspreid over drie verschillende districten. Hoewel de resultaten van deze studies niet zonder meer kunnen geëxtrapoleerd worden naar heel Rwanda, stelde zij tijdens haar laatste studie van 2011 vast dat de problemen die zich in heel Rwanda voordoen en het leven van deze boeren bemoeilijkt.

Een toelichting bij drie belangrijke problemen en knelpunten.

Landbouwbeleid gericht op productie voor de markt

Het huidige landbouwbeleid verplicht de Rwandese boeren ertoe marktgericht te produceren. Dit houdt in dat in een bepaalde regio een bepaald gewas (of een beperkt aantal gewassen) geteeld mogen worden en in een andere regio een ander gewas. Hierdoor wordt de handel gestimuleerd waarbij de verschillende gewassen ‘uitgewisseld’ worden. Voor de kleinschalige landbouw (het overgrote deel van de landbouwsector in Rwanda valt onder deze categorie) stelt dit echter twee problemen.

Met een gemiddelde van acht gewassen kunnen tegenslagen opgevangen worden als bijvoorbeeld door ziekte of slechte weersomstandigheden de oogst van een gewas tegenvalt. Met een beperkt aantal gewassen valt dit vangnet helaas weg.

Doordat de boeren aangewezen zijn op handel, moeten zij vaak een beroep doen op tussenpersonen. Het zijn deze handelaars die het sterkst staan in de onderhandelingen en met de winst gaan lopen. De kleine boeren staan in een zwakke onderhandelingspositie.

Dit probleem zou moeten worden opgevangen door coöperaties, waar de kleine boeren gezamenlijk actie kunnen ondernemen. In de praktijk is er echter een gebrek aan transparantie in het beleid van de coöperaties en de kleine boeren hebben er weinig zeggenschap (zie verder).

Beleid van ‘verdorpelijking’ en hervestiging

Traditioneel wonen mensen in Rwanda niet in duidelijk te onderscheiden dorpen, maar wonen zij verspreid over de heuvels. Als een jongeman de overgang wil maken naar de volwassenheid, moet hij – volgens de traditie – aan zijn vader een deel van het land vragen om zijn eigen thuis te kunnen bouwen. Als hij dat wenst, kan hij dit indien nodig en financieel mogelijk, verder uitbouwen. Een eigen huis hebben, is de voorwaarde om als volwassene te kunnen doorgaan, te kunnen trouwen en een eigen gezin te kunnen beginnen.

Dit patroon van verspreid wonen, strookt niet met de visie van de overheid van hoe een moderne staat eruit moet zien. Het doel is de plattelandsbevolking tegen 2020 te hervestigen in duidelijk afgebakende nederzettingen en dorpen. De prijs van de grond in deze ‘dorpen’ is dikwijls zeer hoog. Daar komt nog bij dat de huizen moeten worden gebouwd volgens bepaalde standaarden. Zo moet er bijvoorbeeld een aparte keuken, toilet en stal zijn. Weerom erg kostelijk.

Het gevolg is dat veel jongemannen geen eigen huis kunnen bouwen. Dus niet als volwassene beschouwd worden en ook niet kunnen trouwen. Vooral in de armere families raken veel jonge mensen niet los van hun status van ‘onvolwassene’. Hiermee nauw verbonden, is de toename van het aantal ongehuwde moeders, wat resulteert in sociale uitsluiting en marginalisatie.

Bevolking gaat onder de vele verplichtingen gebukt

Zoals hierboven beschreven, moeten de Rwandese boeren aan vele eisen tegemoetkomen. Hieronder enkele voorbeelden van de talloze verplichtingen die de regering oplegt en van de mistoestanden die er uit ontstaan.

– De huizen moeten worden gebouwd volgens bepaalde standaarden. De koeien moeten in stallen gehouden worden en mogen niet los lopen te grazen. Noch het huis zelf, noch de stal, mag een dakbedekking hebben van bananenbladeren. De dakbedekking moet bestaan uit steeds duurder wordende dakpannen. In één van de dorpen in de buurt van Kigali, waar ik onderzoek doe, had het dorpshoofd beslist dat alle huizen die niet gebouwd waren met bakstenen, moesten verdwijnen.

– De mensen moeten schoenen en ‘deftige’ kledij dragen als ze niet op het land werken.

– Het land dat iemand bezit, moet worden geregistreerd, wat weerom extra kosten betekent.

– Iedereen men een ziekteverzekering betalen. Sinds juni 2011 is het bedrag verdrievoudigd van 1.000 Rwandese frank (zo’n 1,5 keer een gemiddeld dagloon) naar 3.000 Rwandese frank.

– Ook met de coöperaties zijn er problemen. Allereerst de kost voor het lidmaatschap. Zonder lidmaadschap geen toegang tot het vruchtbare moerasland dat zij dikwijls al decennia lang bewerken. De leden worden verplicht hun oogst aan de coöperatie over te dragen. Soms volgen zelfs huiszoekingen tijdens de oogsttijd om vast te stellen dat mensen geen deel van de oogst achterhouden.

Er is een geval bekend waar de leden minder geld terugkregen dan dat ze in de coöperatie gestopt hadden. Alle winst bleef aan de handen van de leiders van de coöperatie plakken. Voor het huwelijk van de baas van de coöperatie moesten alle leden 5.000 Rwandese frank betalen als ‘geschenk’.

– In een ander dorp werden de boeren verplicht hun koffie te verkopen aan de nabijgelegen koffiefabriek. Deze is in handen van het Rwandese ministerie van Defensie. Het is in dat dorp verboden koffiestruiken uit te trekken. Ook hier is er sprake van huiszoekingen om er zeker van te zijn dat de mensen geen koffie achterhouden om te gaan verkopen op de lokale markt.

– Om een artisanaal baksteen- of tegelbedrijf te runnen, is een speciale toelating nodig. Enkel moderne ovens zijn toegestaan. Voor lokale investeerders is dit gewoon te duur. Om actief te zijn in de kleinhandel is ook toelating nodig en moet belasting worden betalen.

Ook de lokale autoriteiten staan onder zware druk van de regering in Kigali

Onder het derde probleem vallen ook de verplichtingen voor de lokale autoriteiten. Er is een heel systeem van ‘prestatiecontracten’. Op alle niveaus, van dorp tot district, moeten de autoriteiten aan bepaalde door de regering vastgestelde doelstellingen voldoen.

Enkele voorbeelden:
– een bepaalde productietarget halen voor bepaalde gewassen;
– ervoor zorgen dat 90 procent van de bevolking hun ziekteverzekering betaalt;
– ervoor zorgen iedereen in een huis woont dat voldoet aan de standaardnormen.

Op zich lijkt het niet slecht dat de lokale autoriteiten deze doelstellingen nastreven. Maar door angst voor een sanctie of ontslag, worden de doelstellingen heel star en blindelings toegepast, zonder rekening te houden met eventuele negatieve gevolgen voor de lokale bevolking.

De frustratie groeit

Bij het onderzoek dat ik in 2007 deed, waren de reacties van de geïnterviewden nog erg gereserveerd, vooral wat kritiek op het overheidsbeleid betreft. In 2011 was dit helemaal anders. De frustratie van de mensen was aanzienlijk toegenomen. De onderzoekers kregen nu gedetailleerde informatie over de moeilijkheden waarmee de kleinschalige landbouwers moeten zien te overleven, en de grote impact die het overheidsbeleid heeft op hun levensomstandigheden.

Hoe deze verhalen te rijmen vallen met de optimistische evolutie in de armoedecijfers van de Rwandese overheid blijft een mysterie.

An Ansoms

An Ansoms is als assistent hoogleraar verbonden aan de Université Catholique de Louvain in Louvain-la-Neuve. Het oorspronkelijk artikel verscheen onder de titel: ‘The miracle versus the reality on the ground. A short note in reaction to the new data of EICV3 (2010/11)’ (UCL, 15 maart 2012).

(vertaling uit het Engels door Marisa Abarca)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!