Nieuws, Wereld, Politiek, Cuba, Paus -

Wat gaat de paus in godsnaam in Cuba zoeken?

Op maandag 26 maart zet paus Benedictus XVI voet aan wal in Cuba. Is de paus wel welkom in dit socialistisch land? Wonen er eigenlijk veel gelovigen in Cuba? En welk soort land zal de paus aantreffen?

zondag 25 maart 2012 19:55

Pauselijk bezoek

De paus komt aan in Cuba op 26 maart en zal het eiland terug verlaten op 28 maart. Hij bezoekt Santiago de Cuba om het jubileum te vieren van de Virgen de la Caridad del Cobre. Het beeldje werd 400 jaar geleden door drie vissers gevonden op zee. Zij is de patroonheilige van Cuba. In de Afro-Cubaanse santería wordt deze Maria ook vereerd onder de naam Oshún. Gelovig of niet, elke Cubaan kent La Virgen de la Caridad del Cobre, die in de volksmond gewoonlijk La Cachita wordt genoemd. De paus bezoekt op 27 maart het heiligdom waar het 400 jaar oude beeld staat. Op 28 maart ontmoet hij in Havana president Raúl Castro en de ministerraad. In beide steden zal hij voorgaan in een plechtigheid. 

Een ontmoeting met de ‘dissidenten’ staat niet op het programma, al hebben verschillende van deze groepjes er wel om gevraagd. De laatste dagen staat het in de Westerse media bol van berichten over hun acties in enkele kerken en de zogenaamd ‘gewelddadige ontruiming’ door de politie.

De verhouding tussen kerk en staat

Zijn socialisme en religie onverzoenbaar? In het begin van de revolutie leek het er in elk geval op. Na de revolutionaire machtsovername in 1959 was de relatie met de kerk in elk geval explosief. De katholieke kerk op Cuba was van oudsher de kerk van de koloniale grootgrondbezitters en van de medestanders van het (neo-)koloniale Batista-regime van vóór 1959. De clerus was grotendeels van Spaanse origine en beïnvloed door het fascisme van Franco. Een deel van de kerk werd een speerpunt van de contrarevolutie: seminaries fungeerden als een bolwerk van contrarevolutionaire activiteiten, priesters namen actief deel aan subversieve activiteiten en gelovigen werden opgezet tegen de revolutie. De kerk overtuigde ouders om hun kinderen naar Miami te laten overbrengen. Daar zouden ze veilig zijn voor de goddeloze revolutionairen die, zo klonk het, de kinderen aan hun ouderlijke macht zouden onttrekken. Dat culmineerde in de beruchte ‘Peter Pan’ operatie, een codenaam voor wat eigenlijk een CIA project was met directe medewerking van de kerk. 14 000 kinderen werden zo zonder hun ouders naar Miami overgebracht en overgelaten aan hun lot. De meesten van hen kwamen in erbarmelijke omstandigheden terecht in weeshuizen verspreid over de VS. Het resultaat was catastrofaal. Tot op dag van vandaag hebben heel wat families hun kinderen niet kunnen lokaliseren.

Aan de andere kant waren de Cubaanse revolutionairen in de beginjaren heel sterk beïnvloed door de politieke filosofie van de Sovjet-Unie. Wetenschappelijk atheïsme werd de norm. De realiteit was er één van discriminatie en beperking van de bewegingsruimte van de kerk. De beginjaren van de revolutie werden dus aan beide kanten gekenmerkt door overreactie, met als gevolg een sterke polarisatie. 

In de jaren ’80 ontdooide de relatie tussen kerk en staat. Een keerpunt was 1984, het jaar waarin Jesse Jackson, zwarte dominee en toenmalig presidentskandidaat in de VS, naar Cuba kwam. Fidel nam toen deel aan een kerkelijke dienst met Jackson. Het werd uitgezonden op radio en televisie en verscheen in alle mogelijke kranten en tijdschriften. Het jaar erop hield de Braziliaanse Dominicaan en bekend bevrijdingstheoloog, Frei Betto een dagenlang interview met Fidel Castro. Het interview verscheen in boekvorm onder de titel ‘Fidel en de godsdienst’. Fidel sprak in dit boek over een strategische alliantie tussen het christendom en het marxisme: beiden streven naar een maatschappij doordrongen van sociale rechtvaardigheid en solidariteit.

Een volgend keerpunt kwam er in 1992. Toen erkende het vierde congres van de Cubaanse communistische partij de vrijheid en gelijkheid van cultus en liet het gelovigen toe binnen zijn geledingen.

In 1998 kwam de Poolse paus Johannes Paulus II naar Cuba. Hij bracht zomaar eventjes zeven dagen op Cuba door, een van de langste bezoeken van zijn ambtstermijn. De ontvangst in Cuba was heel hartelijk. Toen de paus in 2005 overleed, kondigde Fidel Castro drie dagen van nationale rouw aan.

Toen Fidel ernstig ziek werk in 2006 verraste Jaime Ortega, aartsbisschop van Havana, vriend en vijand door te stellen dat in zijn land de katholieke kerk nooit een buitenlandse interventie zou goedkeuren. Zijn uitspraak ging heel de wereld rond en droeg erbij dat Washington gas terugnam in haar plannen voor een regimewissel.

In tegenstelling tot in veel andere staten speelt de Cubaanse katholieke kerk de laatste jaren kerk meer en meer een actieve politieke rol. Zo probeert ze een bijdrage te leveren in de poging om de relaties met de VS te normaliseren. Dat leidde onder meer tot de vrijlating van ongeveer 130 ‘politieke’ gevangenen.  Eind vorig jaar kregen drieduizend andere gevangenen amnestie. In zijn rapport voor het zesde congres van de Communistische Partij schreef Raúl Castro die vrijlating toe aan de inspanningen van de aartsbisschop van Cuba, Jaime Ortega, en benadrukte hij ‘het wederzijdse respect, de trouw en de transparantie’ in de relaties met de kerkelijke hiërarchie. De katholieke kerk in Cuba denkt er hetzelfde over en is gericht op verzoening. Ze wil de open dialoog met de Cubaanse overheden verder zetten in een sfeer van wederzijds respect.

Gelovigen in Cuba

De grootste georganiseerde godsdienst in Cuba is het Rooms katholicisme. Maar dit is enkel nominaal gezien. Vele Cubanen beschouwen zich katholiek, maar gaan nooit naar de mis. Dat was ook al zo vóór de revolutie. Op Cuba is er geen actieve katholieke kerkgemeenschap die te vergelijken is met die in andere Latijns-Amerikaanse landen. Men schat dat nog geen twee procent van de Cubaanse bevolking praktiserend is. Cuba wordt vooral gekenmerkt door syncretisme. De invloeden van de Afro-cultuur vind je terug in de Santería, een Cubaanse mix van katholicisme en Afrikaanse animistische godsdiensten. Geschat wordt, dat mogelijk wel 80 procent van de Cubaanse bevolking zich op een of andere wijze inlaat met de Santeria-religie. De laatste jaren maken ook de protestantse en evangelische godsdienstbelevingen zoals overal elders in Latijns-Amerika veel opmars.

Verandering op Cuba

De paus komt naar Cuba op een moment dat het land substantiële veranderingen doormaakt. Als gevolg van het verdwijnen van de Sovjet-Unie en het Oostblok en de verscherpte economische blokkade werd het land in de jaren negentig geconfronteerd met een nooit geziene economische crisis. Het is een klein mirakel dat de revolutie toen in die zogenaamd ‘Speciale Periode’ is kunnen blijven standhouden. Maar die crisis heeft wel diepe sporen nagelaten en een aantal zaken grondig ontwricht.

Het zijn die ontwrichtingen die men nu wil aanpakken.
]De meest fundamentele uitdaging is de kloof tussen de economische sfeer aan de ene kant en de sociale, culturele en intellectuele sfeer aan de andere kant. Met betrekking tot die laatste drie sferen heeft het eiland een peil vergelijkbaar met een doorsnee rijk land. De economie daarentegen heeft het profiel van de relatief arme landen in de regio. Maar de hoge sociale, culturele en intellectuele ontwikkeling veroorzaakt wel hoge verwachtingen. Voor die verwachtingen is er echter geen economisch draagvlak en dat wekt frustraties op bij de bevolking. Je bent ingenieur maar je beschikt niet eens over een gsm of laptop. Dit wordt nog versterkt door het feit dat Florida zo dichtbij is, en waar men het tienvoudige kan verdienen als in Havana. En uiteraard worden die frustraties ook gevoed door de toeristen die het eiland komen bezoeken. Dat steekt de ogen uit. Deze frustraties veroorzaken grote problemen in de productiesfeer. Hoe stimuleer je mensen om efficiënt te werken als je met het loon geen felbegeerde luxeproducten kan kopen en in het toeristencircuit gemakkelijk een veelvoud kan verdienen?

Daarop probeert men antwoorden te vinden, door bijvoorbeeld het loon meer te koppelen aan inzet en resultaat en de productiviteit te verhogen. De staatseconomie wordt grondig geherstructureerd. Om ondertewerkstelling weg te werken wordt het gemakkelijker om voor eigen rekening te werken en voortaan mogen huizen en wagens vrij verkocht worden.

Er is veel te doen geweest over deze maatregelen. Heel wat waarnemers zagen er het einde in van het socialistisch model, maar al bij al blijven het zeer bescheiden ingrepen. Alle belangrijke sectoren van de economie blijven onverkort in handen van de overheid en van privéaccumulatie van rijkom is geen sprake. De maatregelen worden voorzichtig en traag ingevoerd en enkel na grootschalige consultatie van de bevolking. Cuba versoepelt een aantal economische mechanismen maar blijft hoe dan ook streven naar een zo egalitair mogelijke samenleving.

De impact van het pauselijk bezoek

De paus gaat in de eerste plaats naar Cuba om de gelovigen een hart onder de riem te steken. Ook wil hij de positie van de katholieke kerk t.o.v. de andere protestantse kerken versterken. Het bezoek is dus allereerst van pastorale aard.

Maar een dergelijk gebeuren heeft onvermijdelijk een politiek impact, en dat moet vooral gezocht worden in de relaties tussen de VS en Cuba. Naar aanleiding van het eerste pausbezoek heeft het Vaticaan zich al in 1998 uitgesproken tegen de inhumane economische blokkade van de VS. Naar aanleiding van het nakende bezoek, heeft de perswoordvoerder van het Vaticaan dit standpunt herhaald.

In het verleden heeft de Cubaanse kerk al onderhandeld over het lot van de zogenaamde Cuban Five. Gehoopt wordt dat de paus zich nu gaat uitspreken over de zaak van de Vijf. Dit zou een bijkomende druk op de VS administratie kunnen betekenen.

Dit soort uitspraken en het feit dat een belangrijk kerkleider het land niet links laat liggen, zint het Witte Huis niet. Washington wil het eiland zoveel mogelijk isoleren en de massale aandacht dat het pausbezoek zal krijgen, komt niet goed uit.

Het is opvallend hoe de media het pausbezoek proberen te politiseren. Terwijl de paus in Mexico ‘zijn gelovigen een hart onder de riem gaat steken’ gaat in Cuba de hoofdaandacht naar mogelijke verklaringen over democratie of het pushen van contacten met de zogenaamde dissidentie.  Wil men daarmee verbergen hoe dit bezoek de VS in het defensief zet en die veelbesproken dissidentie in de feiten tot haar ware proporties herleidt?

Toen paus Johannes Paulus in 1998 naar Cuba kwam was hij aangenaam verrast door de gastvrijheid van het land. Nu maakt heel Cuba, gelovig of niet, zich terug klaar voor het pauselijk bezoek. Benedictus XVI zal hetzelfde enthousiasme ondervinden als zijn voorganger. Het Plein van de Revolutie krijgt een opknapbeurt, want daar zal de paus onder het goedkeurend oog van de revolutionaire helden Camilo Cienfuegos en Che Guevara een mis opdragen in aanwezigheid van tienduizenden Cubanen. En de wereld zal mee kijken. Ze zal een volk zien dat luistert met groot respect, maar tegelijk sterk overtuigd is van zijn eigen visie en waardigheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!