Geweld tegen vrouwen en holebi’s

Geweld tegen vrouwen en holebi’s

zaterdag 17 maart 2012 18:57

Op 6 maart lanceerden 40 bekende holebi’s een petitie tegen toenemend verbaal en fysiek geweld tegen holebi’s. De teller staat bijna op 9000 handtekeningen (http://stopgaybashing.wordpress.com). Indrukwekkend. Er beweegt wat, vooral na recente incidenten in grootsteden.

Op 8 maart was het vrouwendag. RITS-studente Sofie Peeters maakt momenteel een documentaire over vrouwen die dagelijks seksistische opmerkingen moeten aanhoren in Brussel. Uitgescholden voor hoer, lastiggevallen, aangerand. Een toenemend fenomeen. In beide gevallen zijn de ‘bashers’ vaak allochtone mannen.

Stigma?

Meteen ontstond in linkse middens discussie over het mogelijk stigmatiseren van deze bepaalde groep allochtonen (het gaat daarbij niet over Chinezen, Russen, Mexicanen of Congolezen, maar vooral over Noord-Afrikaanse of Turkse moslims). Enerzijds is de ongerustheid over slechte publiciteit begrijpelijk. Onaanvaardbaar gedrag vanwege een aantal mannen heeft een negatieve weerslag op het imago van alle leden van die gemeenschap. Dus ook op de onschuldige en welwillende individuen. Dat is natuurlijk triestig. Het opiniestuk van tien allochtone Belgen ter ondersteuning van de petitie was dan ook geslaagd (DS 3/3/2012).

Anderzijds valt niet te ontkennen dat het verbale en fysieke geweld uit dezelfde hoek komt. Blijkbaar blijven erkenning en verregaande actie (preventie en repressie) een moeilijke oefening voor ‘progressief’-denkende mensen. Want dergelijke allochtone mannen worden zelf beschouwd als slachtoffers, namelijk van een socio-economisch onrecht. En slachtoffers kunnen moeilijk daders zijn. Op zich is dat natuurlijk onzin – je kan lijden onder een onrecht, en iemand onrecht aandoen. Maar politiek gezien ligt een kordate aanpak ook moeilijk omdat linkse groepen het beschermen van minderheden als hun ‘core business’ zien. Vandaar dat er ook reacties waren zoals “holebi’s en allochtonen voeren toch dezelfde strijd? Want ze zijn beiden een minderheid.” Juist bij het concept ‘minderheid’ wil ik even stilstaan.

Progressieve bescherming minderheden

Wie progressief is, wil minderheidsposities verdedigen. Goed. Daar ben ik het mee eens. Maar beantwoorden die holebi’s-en vrouwenbashende mannen wel aan die beschrijving?
In numerieke zin zeker. In aantal dus, althans in verhouding tot de hele bevolking. Maar is deze numerieke betekenis van minderheid ook die waar een linkse reflectie naar verwijst?

De Franse filosoof Deleuze meent dat ‘links-zijn’ inderdaad ‘devenir-minoritaire’-zijn is (een voortdurende beweging als minderheidspositie), tegenover een ‘être-majoritaire’. Tot de meerderheid behoren wil zeggen: beantwoorden aan de standaard, aan de norm. Meer nog, geloven dat er standaard of norm is. Dat man-zijn, of vrouw-zijn een vaste betekenis heeft. Vervolgens pretendeer je te weten wat dat inhoudt. En je streeft ernaar de norm door iedereen te doen naleven. Met de middelen die je nodig acht. Dan ben je politiek gezien niet links, volgens Deleuze. Je beschouwt dus als onaanvaardbaar, wie van die norm afwijkt. Bijvoorbeeld de norm hanteren: ‘man’, ‘blank’, ‘christelijk’, ‘meerderjarig’, ‘heteroseksueel’.

Dit is geen numerieke kwestie. In numerieke zin kan die meerderheid een minderheid zijn. Tijdens de Britse koloniale overheersing, bijvoorbeeld, gold de norm ‘Engels’, ‘blank’, ‘christelijk’, ‘man’ als standaard die betekenis gaf aan de meerderheid, al beantwoordde slechts een numerieke minderheid er aan. De overweldigende numerieke meerderheid zag er helemaal anders uit: ‘hindoes’, ‘moslim’, ‘niet-blank’, ‘vrouw’ etc. Toch werd die numerieke meerderheid als minderheid behandeld.

De progressieve emancipatie van Indiërs bestond er dan ook in om die norm te veranderen. Zo borgen de politieke leiders Nehru en Gandhi tijdens hun anti-koloniale strijd bijvoorbeeld hun Westerse kledij op. Nehru begon een kurta-pajama te dragen, en Gandhi verkoos een dhoti (lendedoek). Ze vervingen de heersende Engelse norm door een Indische.

Tot de minderheid behoort dan al wie het opleggen van de norm of de standaard in vraag stelt. Het veronderstelt juist weten dat een vaste identiteit een illusie is. Dat ik wel een blanke heteroseksuele vrouw kan zijn, bijvoorbeeld, maar me in de plaats kan stellen van een holebi, kortom van wie niet tot de norm behoort. Dat ik me wel een bepaald identiteit aanmeet, maar dat die geen essentie weergeeft. Dat het onbegonnen werk is de essentie vrouw of man te vatten, laat staan mijn norm als meerderheidsnorm te willen opleggen aan anderen.

Minderheid?

Stellen die bepaalde ‘bashende’ allochtone mannen zich op als minderheid, wanneer ze in naam van hun geloof, of misschien uit culturele gewoonte anderen lastigvallen? Of hanteren ze evengoed een onderdrukkend meerderheidsdenken? Is de norm voor hen niet gewoon ‘man’, ‘moslim’, ‘heteroseksueel’? Zodat je als vrouw moet bewijzen dat je ‘eer’ hebt. Eer zoals de meerderheidsnorm definieert wat eer is, bijvoorbeeld door een hoofddoek te dragen. Anders ben je vogelvrij verklaard, en hoeft niemand je respect te tonen. Zodat je als man niet met een andere man een relatie mag hebben, want dat is niet de standaard? Bashen is geen probleem, want wie de meerderheidsnorm nastreeft, vindt dat ‘afwijkingen’ bestraft mogen worden. Maar is er wel iets progressiefs aan zo’n opstelling? Zou progressief niet betekenen zich juist bewust zijn van het veranderende van elke identiteit, van het niet-essentialistische van hun man of vrouw-zijn, van hun culturele en andere gewoontes? Waaruit juist empathie voortvloeit met wie niet aan de norm beantwoordt, en het aanvaarden van de vrijheid van de ander volgt?

Heeft het dan zin, vanuit een progressief project, om de kop in het zand te steken over een bepaalde toenemende, onverdraagzame meerderheidsnorm? Op een efficiënte manier minderheden politiek beschermen veronderstelt tenslotte méér dan het numeriek opdelen van de bevolking.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!