“Hysterie is een slechte raadgever”
Vredesactie, NAVO, Libië, Syrië, Humanitaire militaire interventie, Arabische lente, Militaire interventie -

“Hysterie is een slechte raadgever”

dinsdag 6 maart 2012 12:49

Met de dagelijkse berichten over de wreedheden tegen burgers door het regime van Assad en de voortdurende bombardementen op wijken in steden in het hele land klinkt de roep om een militaire interventie in Syrië steeds luider, ook al heet het dan steevast ‘humanitaire interventie’. Guy Verhofstadt roept op om de oppositie te bewapenen en pleit voor ‘safe areas’. Ook minister van Buitenlandse Zaken Reynders sluit een militaire interventie niet uit. Maar, zoals Jef Lambrecht hen van woord diende: “Libië is een pijnlijke waarschuwing. Hysterie is een slechte raadgever. ”

Guy Verhofstadt pleitte in een open brief voor veiligheidszones langs de Turkse en Jordaanse grenzen, en voor corridors daarnaartoe. Daarnaast moet de EU “organisaties die het volk vertegenwoordigen” materieel en technisch ondersteunen, met communicatiemiddelen en eventueel wapens. In navolging van Alain Juppé blaast minister van Buitenlandse Zaken Reynders warm en koud. In het parlement zegt hij: “Er is geen draagvlak voor een militaire optie. ” Tegelijk steunt hij de voorstellen van Verhofstadt: “Er zou een humanitaire corridor kunnen ingesteld worden om mensen in belegerde steden als Homs de kans te geven de stad te verlaten. Dat kan een luchtbrug zijn.” Dus toch een militaire interventie: het is immers niet omdat je een militaire interventie ‘humanitair’ noemt, dat het plots geen militaire interventie meer is.

Een luchtbrug organiseren om burgers te evacueren veronderstelt dat je eerst vliegvelden of landingsbanen in handen krijgt, bezet en verdedigt. Daarvoor moet niet alleen luchtafweer van het Syrische leger uitgeschakeld worden. Zoals Reynders zelf zegt “is daarvoor een troepenmacht op het terrein nodig.” Dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Het Syrische leger is veel groter dan het leger van Kadhafi ooit was en beschikt over een veel grotere luchtmacht. Militairen inzetten om luchtbruggen of corridors te organiseren, betekent waarschijnlijk een open oorlog.

Hetzelfde geldt voor ‘safe havens’ of humanitaire enclaves. Ook daarvoor is een grote en zwaarbewapende troepenmacht nodig, eventueel gesteund door gevechtsvliegtuigen. Voor ‘Provide Comfort’, de enclave die in 1991 werd opgezet voor ongeveer 500.000 Koerden in het noorden van Irak, werden minstens 20.000 Amerikaanse militairen ingezet. In 1993 zette de VN ‘safe areas’ op in Bosnië, beschermd door soldaten onder VN-vlag en NAVO-luchtsteun. De VN slaagde er niet in de safe areas te demilitariseren; ze werden door Bosnische gewapende groepen gebruikt als uitvalsbasis. De VN-troepen waren niet voorbereid om de safe areas tegen het Servische leger te verdedigen. Dat leidde tot de slachting van duizenden burgers, onder andere in Srebrenica, en uiteindelijk tot grootschalige luchtbombardementen door de NAVO op Servische doelwitten.

Het voorstel om de oppositie te bewapenen, noemde Reynders ‘voorbarig’, maar hij sluit het niet uit. Voor Verhofstadt moeten die groepen dan wel “de bescherming van de mensenrechten en de vrijheid van godsdienst voor ogen hebben, en niet het terrorisme of het destabiliseren van de buurlanden”, Reynders vindt dat de oppositie zich eerst moet verenigen.

Dat laatste lijkt nog ver af. Je kan je ook afvragen wie als het zover is, gaat beslissen welke groepen dan wel “het Syrische volk” vertegenwoordigen. Westerse landen beschouwen hoe langer hoe meer de Syrian National Council als enige gesprekspartner. Andere oppositiegroepen waren niet uitgenodigd op de conferentie van de ‘Friends of Syria’ op 24 februari in Tunis. Veel westerse politici en diplomaten gaan er gemakshalve vanuit dat de SNC de hele Syrische bevolking vertegenwoordigt, maar dat klopt in geen geval. De Syrische oppositie is erg verdeeld, met name ook over de vragen of ze een buitenlandse militaire interventie willen en of ze nog in een dialoog met het regime geloven. Ook de verhouding tussen de SNC en de FSA, het Vrije Syrische Leger, grotendeels samengesteld uit gedeserteerde Syrische soldaten, is onduidelijk.

Door bepaalde bewapende groepen te ondersteunen, vergroot je hun macht en worden niet-gewapende groepen gemarginaliseerd. Die krijgen in een verder gemilitariseerd scenario geen rol en riskeren dan ook te worden buitengesloten van deelname aan onderhandelingen of een transitieperiode ná de val van het regime. Dat lijkt sterk op wat er vandaag in Libië gebeurt, bijna een jaar na de start van de NAVO-interventie.

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders durfde tijdens zijn recente bezoek aan Libië om veiligheidsredenen niet overnachten in de Libische hoofdstad Tripoli. De stad is een half jaar geleden met Westerse deskundigheid bevrijd. Pas achteraf kregen we een beetje zicht op de partij waar de NAVO maandenlang de luchtmacht van was. Ze bleek te bestaan uit tientallen legertjes die vervolgens weigerden te ontwapenen en mee te marcheren in het democratisch project. Alleen al in Misrata zijn er 250 van.

Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen, de VS en Qatar leverden onder andere munitie, machinegeweren, granaatlanceerders, communicatietechnologie, voertuigen en antitankraketten aan de Libische rebellen. Die wapens zijn nu over het hele land verspreid en zijn onder andere in handen van milities die burgers terroriseren en afpersen en in een onderlinge strijd verwikkeld zijn. Minister Reynders pleitte er voor om de wapens die in omloop zijn opnieuw op te kopen, maar haastte zich er aan toe te voegen “dat het niet de wapens van FN Herstal zijn die het grote probleem vormen.”

Jef Lambrecht, oud-VRT-journalist en Midden-Oostenkenner, waarschuwt: “Libië was en blijft een verhaal met onaangename verrassingen maar Syrië is met nog veel meer wolfijzers en schietgeweren bezaaid. Terecht maakt Verhofstadt zich zorgen over een mogelijke destabilisering van de buurlanden. De naoorlogse geschiedenis van het Midden-Oosten biedt helaas weinig voorbeelden van Westers ingrijpen met een goede afloop. Niet dat de drang om ons te mengen met de zaken van een wereld waar we bedroevend weinig van weten ooit is bekoeld. Even hardnekkig zweren we, wanneer het zo uitkomt, bij de grenzen die we zelf in de regio hebben getrokken. Vanzelfsprekend staat wat in Syrië gebeurt niet los van Iran.”

Lambrecht besluit: “Hysterie is een slechte raadgever tenzij men een herhaling beoogt van de burgeroorlog in Libanon maar dan op een veel grotere schaal. Een gebalanceerde kijk op wat er in Syrië zelf en achter de schermen gebeurt is niet alleen wenselijk maar broodnodig wil het Westen niet opnieuw verantwoordelijk zijn voor een debacle in een gebied dat, als geen ander in de moderne geschiedenis, door onheil is geteisterd.”

http://www.vredesactie.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!