Opinie, Nieuws, Economie, Samenleving, Politiek, België, Onderwijs, Pensioendebat, Besparingen -

Vlaanderen boven: oma’s en opa’s voor de klas!

De besparingswoede heeft een nieuw slachtoffer: de uitstapregeling voor onderwijspersoneel. De maatregel is een gemakkelijke en botte besparingsmaatregel en maakt deel uit van een ruimere sociale afbraak. De politieke klasse zal vroeg of laat de rekening worden gepresenteerd.

vrijdag 2 maart 2012 17:04

Tot op heden konden leerkrachten op 58 vervroegd opstappen, al dan niet voltijds, mits weddeverlies. Dat was geen luxeregeling. Voorbij de 55 snakken onderwijsmensen ernaar om het kalmer aan te doen en om er dus geheel of gedeeltelijk mee te kappen. Bijna iedereen die het zich financieel kon permitteren, deed dat ook. Van de zestigplussers staat nog slechts tussen de vier en zes procent voor de klas, en dat is dan meestal uit pure noodzaak, omdat het financieel niet anders kan.

De reden is niet dat de onderwijsmensen niet graag les geven of massaal aan een burn-out zouden lijden. De reden is dat er vanaf een bepaalde leeftijd gewoon geen voldoende energie meer is om nog (voltijds) voor een klas te staan en alle overige taken erbij te nemen. Buitenstaanders beseffen dat vaak niet, maar anno 2012 voor een klas staan vergt veel, heel veel energie. Zoals je niet een beetje zwanger kan zijn, kan je ook niet ‘een beetje’ voor de klas staan. Je moet er honderd procent staan, elke seconde, anders wordt dat direct en genadeloos afgestraft door de leerlingen. Tussen haakjes, het idee dat oudere leerkrachten op het einde van hun loopbaan andere, minder lastige jobs zouden kunnen uitoefenen, is totaal onrealistisch. Het urenpakket is nu al uiterst beperkt, er is dan ook geen enkele ruimte om mensen geheel of gedeeltelijk lesvrij te maken.

Vaak denkt men dat een job in het onderwijs een rustige en gemakkelijke job is. Je weet wel: een korte werkweek en veel vakantie. Maar, als dat zo zou zijn, waarom vindt men dan voor heel wat vakken geen leraars meer en dreigt er een tekort te ontstaan van tienduizenden leerkrachten? En waarom houdt één op drie starters in het onderwijs het al na een paar jaar voor bekeken?

De realiteit is dat de werkdruk jaar na jaar stijgt. Het onderwijs wordt geacht om heel wat maatschappelijke problemen op te lossen of minstens op te vangen. Bovendien zijn jongeren mondiger en minder vatbaar voor gezag, waardoor ze meer energie vragen dan vroeger. De eisen stijgen, maar de laatste jaren gaan de middelen gestaag naar beneden. Geen wonder dus dat het ziekteverzuim in het onderwijs jaar na jaar toeneemt. Daarbij valt op dat vooral psychosociale redenen de oorzaak zijn.

Uiteraard is onderwijs niet de enige sector met een hoge werkdruk, waar het (voltijds) werken vanaf een bepaalde leeftijd niet meer verantwoord is. Onderwijs moet zeker geen uitzondering zijn. De redelijkheid en menselijkheid moet gewoon voor iedereen en dus voor elke sector gelden.

Langer leven betekent ook langer werken, zo luidt de redenering. Maar kan iemand eens uitleggen waarom we in godsnaam langer energie zouden hebben omdat we nu eenmaal langer leven? Dat is natuurlijk niet het geval, integendeel. In het onderwijs en in veel andere sectoren is de werkdruk doorheen de jaren toegenomen en zijn mensen vlugger dan vroeger ‘opgewerkt’. De redenering van het langer werken is gebaseerd op een economische logica, niet op de menselijke realiteit. Het is alsof ouder worden een straf is.

Geen geld, zo wordt gezegd. Ook dat valt niet te begrijpen. We zijn vandaag tweemaal zo rijk (bnp per inwoner) als dertig jaar geleden. Toen was dat pensioen wel haalbaar en nu zou dat niet meer het geval zijn? Het punt is dat de productiviteit en dus de welvaart sneller stijgen dan de vergrijzing. Binnen twintig jaar zal de vergrijzing met gelijke pensioenleeftijd zo’n 4 procent van het bnp kosten. Dat is niet niks, maar tegen dan is het bnp wellicht met minstens 30 procent toegenomen. Wat is het probleem dan?

De maatregel zal grote gevolgen hebben in het onderwijsveld. Voor velen zal het einde van de onderwijsloopbaan een calvarietocht worden. Het valt te verwachten dat het aantal ziektedagen voor die groep exponentieel zal stijgen. Dat belooft voor de goede organisatie van het onderwijs. En de leeftijdskloof dan: zestigers voor een groep pubers of jonger, dat lijkt me niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het lesgeven.

Het afschaffen van de landingsbaan en het verlengen van de pensioenleeftijd in het onderwijs maakt deel uit van een ruimere sociale afbraak. We staan in zekere zin op een keerpunt in de sociale geschiedenis. Sinds WOII zijn we gestaag rijker geworden (bnp per inwoner) en vloeide die rijkdom door naar een meerderheid van de bevolking. Daar lijkt nu een eind aan te komen. De koek wordt nog steeds groter, maar het gedeelte voor de meerderheid van de bevolking wordt kleiner. Die meerderheid heeft in verhouding minder koopkracht, moet harder en langer werken, en krijgt in ruil daarvoor minder (goedkope) dienstverlening dan voorheen. Ondertussen wordt een kleine elite schandalig rijker. Het is de problematiek van de 99 procent versus 1 procent. De geleidelijke afbouw van de welvaartsstaat lijkt aangebroken te zijn.

De maatregel is een gemakkelijke en botte besparingsmaatregel met belangrijke negatieve implicaties. België heeft geen grondstoffen en moet het vooral hebben van zijn brains om zich economisch waar te maken. Het is dan ook uitermate kortzichtig te beknibbelen op de onderwijssector die nu al sterk ondergefinancierd is. De huidige politieke klasse gaat gewillig mee in de neoliberale besparingswoede en mist moed en toekomstvisie. Ze zal vroeg of laat de rekening worden gepresenteerd.

Marc Vandepitte is leerkracht in het secundair en hoger onderwijs.

Een deel van deze opinie verscheen in De Morgen van 2 maart 2012.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!