De Mopani-kopermijn in de Copperbelt van Zambia behoort ook tot het Glencore-imperium (foto: Glencore International Plc)
Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Mijnbouw, Tmd, Beursgenoteerde bedrijven, Zwitserland, Mineralen, Glencore, Landbouwproducten, Mijnbouwsector, Marc Rich, Analyse, Traders, Fusies, Grondsstoffenhandel, Xstrata, Energiegrondstoffen, Mopani Copper Mines (MCM), Katanga Mining, Glenstrata, Fiscaal gunstige voorwaarden, MIM Holdings, Ivan Glasenberg -

Megafusie in grondstoffenhandel: Glencore Xstrata International

De samensmelting van 's werelds grootste grondstoffenhandelaar Glencore met de mijnbouwfirma Xstrata geeft geboorte aan een nieuw soort reus in de wereldwijde handel in grondstoffen. 'Glencore Xstrata International' luidt de officiële naam. In de wandelgangen van de beurzen wordt dat 'Glenstrata'. De naam voor een nieuw imperium? Wie heeft er baat bij, wie wordt de dupe? Een analyse.

maandag 27 februari 2012 13:20

De fusie is niet echt een verrassing, hoewel er wel met spanning naar dit moment werd uitgekeken, en niet enkel in de financial towers. Want Glencore is geen ongeschreven blad papier en ook Xstrata heeft zijn voorgeschiedenis.

Er wordt al volop gespeculeerd, niet enkel over de beurswaarde van het aandeel, maar ook over de mogelijke gevolgen van deze fusie voor bepaalde ontwikkelingslanden en voor de grondstoffeneconomie in het algemeen. Wanneer het voor de speculant goed gaat, dan is het meestal slecht voor de arbeider die de ertsen moet delven of de boer die landbouwproducten produceert. Een poging om deze fusie beter te kunnen situeren.

Xstrata: nummer vier in de mijnbouwwereld

Xstrata is een gevestigd mijnbouwbedrijf met hoofdkwartier in het Zwitserse Zug en geregistreerd kantoor in Londen. Het begon ooit in 1926 als een bedrijf voor elektriciteitsvoorziening in Zwitserland en breidde deze activiteiten uit naar Latijns-Amerika. Xstrata koos geleidelijk een nieuwe core-business en groeide voornamelijk in de jaren negentig sterk uit als mijnbouwbedrijf, onder impuls van financieringen van Marc Rich (het latere Glencore).

Door overnames van andere mijnbouwbedrijven ging Xstrata steeds internationaler. In 2002 kreeg Xstrata de exploitatie van steenkoolmijnen in Zuid-Afrika en Australië in handen en deed het bedrijf zijn intrede op de London Stock Exchange. In 2003 had Xstrata zijn beurswaarde al verdubbeld door het Australische mijnbedrijf MIM Holdings over te kopen (koper, zink en lood).

Xstrata is nu al één van de belangrijkste producenten van steenkool, koper, nikkel, vanadium en zink. Xstrata heeft ontginningen in 19 landen verspreid over Afrika, Azië, Australië, Noord- en Zuid-Amerika en Europa. De beurswaarde van Xstrata vóór de fusie was 29 miljard dollar en maakte het tot het vierde grootste mijnbouwbedrijf, na BHP Billiton, Rio Tinto en Anglo American.

In iets meer dan tien jaar tijd is Xstrata van een klein bedrijf uitgegroeid tot één van de grootste en meest gediversifieerde mijnbouwgroepen. Deze spectaculaire groei kan onmogelijk begrepen worden zonder een cruciale rol toe te kennen aan Glencore, al is het achter de schermen.

Grondstoffenhandelaar Glencore: van zwarte doos tot octopus

Glencore is in 1974 in Zwitserland opgericht als handelsonderneming in metalen, mineralen en ruwe olie. Later zijn daar olieproducten bijgekomen en in 1981 ook granen en landbouwproducten, door overname van een Nederlandse graanhandelaar.

Vanaf 1987 is Glencore ook actief bij de productie of ontginning van deze producten. De belangen in de producerende bedrijven zijn sindsdien sterk uitgebreid. De participatie van 34,5 procent in het mijnbouwbedrijf Xstrata gold als één van de belangrijkste.

Wie is wie?: Marc Rich en Ivan Glasenberg

Grondstoffenhandelaar Marc Rich startte in 1974 een eigen handelsonderneming onder de naam Marc Rich & Co AG. Hij maakte fortuin door midden in de oliecrisis en gedurende het handelsembargo ruwe aardolie aan te kopen in Irak en Iran en te verkopen tegen het dubbele van de prijs op de Amerikaanse markt.

In 1983 werd hij in de Verenigde Staten voor deze praktijken veroordeeld, maar hij vluchtte naar Zwitserland. In januari 2001 heeft president Clinton hem gratie verleend. Rich verkocht in 1994 al zijn belangen in de handelmaatschappij, die verder ging onder de naam Glencore. Ondertussen was de voormalige assistent van Rich, Ivan Glasenberg, al CEO van het bedrijf. 

Een octopus in een zwarte doos

Glencore is ontstaan als een handelaar in grondstoffen, een tussenschakel tussen producerende mijnbouwbedrijven en de afnemers van de grondstoffen. Over de toegevoegde waarde van dergelijke traders lopen de meningen uiteen. Maar het staat wel vast dat hun positie steeds dominanter geworden is naarmate de globalisering van de financiële markten zich voortzette. Ondanks een sterk stijgende omzet die 186 miljard dollar bereikte in 2011, was de maatschappij nog niet op de beurs.

Volgens een iets ouder studiewerk van Philip Brothers, zelf een belangrijk Amerikaans trader in de jaren veertig tot zeventig, waar Marc Rich zijn eerste werkervaring heeft opgedaan, was de handel in grondstoffen voor en na de Tweede Wereldoorlog vaak in handen van de Joodse gemeenschap. Het is een activiteit die sterk steunt op netwerking, onderling vertrouwen tussen de handelspartners, … Voor de buitenstaander veeleer een zwarte doos, met een ondoorzichtig financieel systeem.

De onderneming Glencore maakt hierop geen uitzondering, integendeel. Vanuit haar positie enerzijds als handelaar in grondstoffen is de firma, met comfortabele basis in het fiscaal gunstige Zwitserland, er steeds meer in geslaagd de producenten aan zich te binden door aandeelhouder te worden van de extractie- en productieactiviteiten. Anderzijds kon Glencore de winstmarges optimaliseren door ook het netwerk van afnemers van de grondstoffen te diversifiëren.

Vandaag is Glencore aandeelhouder bij minstens 796 filialen in de mijnbouwsector verspreid over alle continenten. De participatiegraad varieert van 10 procent tot 100 procent. Glencore is belangrijke aandeelhouder (meer dan 40 procent) bij een groot aantal bedrijven actief in Latijns-Amerika (Bolivia, Panama, Argentinië, Peru), in Afrika (Zambia en DR Congo), maar ook in Rusland, Australië en Kazachstan.

Toch werd Xstrata de belangrijkste partner, waarvan Glencore 34,7 procent van de aandelen bezat vóór de fusie. Xstrata nam namelijk zelf de strategie van Glencore over om andere mijnbouwbedrijven over te nemen. Op die manier groeide, via Xstrata, het aantal filialen in de aandelenportefeuille van Glencore sterk.

Glencore heeft dus als handelaar ‘voeten in de aarde’ gekregen dankzij de vele onderaannemingen, met duizenden werknemers, die vaak in slechte arbeidsomstandigheden werken zonder dat Glencore daar de directe verantwoordelijkheid hoeft voor te dragen. Door de participatiegraad in tal van bedrijven verspreid over de hele wereld is de vergelijking van de structuur van Glencore met een octopus niet onterecht: steeds meer tentakels, steeds meer zuignappen.

Ondanks de enorme omzet, en de bijbehorende winsten (4 miljard dollar in 2011), slaagde Glencore erin om zo goed als geen belastingen te betalen. Een bedrijf zoals Mopani Copper Mines (MCM) dat in Zambia koper ontgint en grotendeels (73,1 procent) in handen van Glencore is, betaalt amper belastingen omdat het de opgedolven ertsen en mineralen doorverkoopt aan Glencore, dat op zijn beurt zijn hoofdzetel heeft in Zwitserland waar heel milde belastingregels gelden.

Glencore is tevens in het bezit van Katanga Mining in Congo (grootste producent ter wereld van kobalt), maar hier werd in het verleden heel weinig over gecommuniceerd. Tal van overnames gebeurden met eigen kapitaal en in tegenstelling tot andere beursgenoteerde bedrijven in de grondstoffensector, bleef Glencore een zwarte doos die niet hoefde te communiceren.

Kort samengevat heeft Glencore anno 2010-2011 een imperium opgebouwd met activiteiten verdeeld over drie productgroepen: metalen en mineralen, energiegrondstoffen en granen en landbouwproducten. Voor deze drie soorten producten heeft Glencore zowel handelsactiviteiten (2.700 werknemers) als industriële activiteiten (54.800 werknemers in 30 landen).

Van beursintroductie tot Glencore Xstrata International

Glencore heeft pas in april 2011 zijn beursintroductie aangekondigd: het doel was om 15 à 20 procent van zijn aandelen te koop aan te bieden en hier minstens 10 miljard dollar aan te verdienen om die te kunnen investeren in de verdere expansie.

Op 20 mei 2011 was de intrede op de beurs in Londen (LSE) effectief voor een totale beurswaarde van 59 miljard dollar. CEO Ivan Glasenberg was direct na de emissie nog steeds de grootste aandeelhouder met een belang van 15,7 procent. Het was één van de grootste beursintroducties sinds jaren en het bedrijf trok in de aanloop naar de beurs veel aandacht.

Zoals eerder vermeld, had Glencore al jaren een minderheidsbelang in Xstrata, gegroeid tot 34,7 procent. In februari 2012 maakten studiegenoten Mick Davis (Xstrata) en Ivan Glasenberg (Glencore) een akkoord voor de fusie. Met een marktkapitalisatie van 90 miljard dollar (68,4 miljard euro) is het de grootste transactie ooit in de grondstoffensector. 

De nieuwe naam wordt ‘Glencore Xstrata International’, maar ook ‘Glenstrata’ wordt al gebruikt. Het gefuseerde bedrijf zal de toppositie krijgen in de levering van steenkool aan elektriciteitscentrales en in de productie van koper.

Stratego van verticale integratie in grondstoffen

De fusie is de grootste in haar genre sedert tien jaar. De beursintroductie van Glencore vorig jaar (mei 2011) trok ook al de volle aandacht, want het was de grootste ooit. Maar de fusie intrigeert ook omdat die grotendeels en eigenzinnig gestuurd werd door Glencore, naar zijn eigen concept.

Glencore palmt Xstrata in en niet andersom. Glencore was en is een financiële onderneming, die fortuin heeft gemaakt, vaak door te werken in illegaliteit. Een onderneming die er niet voor terugdeinsde gebruik te maken van de macht van het kapitaal om de grondstoffenmarkt naar zijn hand te zetten.

Dankzij deze fusie zal Glencore nog méér in staat zijn te bepalen welke prijs de producenten zullen krijgen voor hun werk en welke de verkoopsprijs zal zijn voor de afnemers. Dit alles met het doel een zo groot mogelijke winstmarge voor zichzelf (en de aandeelhouders) te houden.

De strategie hierachter wordt verticale integratie genoemd: het beheersen van de hele productieketen. “Het nieuwe bedrijf zal een uniek businessmodel hebben. Het omvat de hele grondstoffenketen: van de ontginning en de verwerking, over de opslag, het laden en het vervoer, tot de marketing en de verkoop”, klonk het in een persmededeling van Xstrata (bron: De Tijd, 9 februari 2012).

Het resultaat is wel een grondstoffenconglomeraat dat productie en handel integreert in éénzelfde bedrijf waarvan de waarde geschat wordt op zo’n 90 miljard dollar. Deze beurswaarde zou volgens sommige bronnen nog veel kunnen stijgen. “Het bedrijf zou 30 procent van de wereldhandel in steenkool in handen krijgen, de grootste producent worden van onder andere zink, lood en ferrochroom; de derde producent van koper en de vierde van nikkel.” (The Guardian)

Mogelijke gevolgen van de fusie

Zuignappen van de octopus

De race naar steeds grootschaligere vormen van mijnbouw zal door deze fusie waarschijnlijk enkel nog versnellen en dit zal ten koste gaan van de zwakkere landen, hun bevolking en van het milieu. Door de beursintroductie kan worden verwacht dat meer geld voor investeringen en uitbreiding het productieniveau van Glenstrata enkel nog kan verhogen. Nog meer tentakels doet het aantal mijnbouwprojecten toenemen.

De vraag naar grondstoffen bij de opkomende economieën is sterk stijgend. Als Glenstrata zijn positie versterkt in de mijnbouw, zal de financiële capaciteit ook toenemen om zich, ten gepaste tijde, te richten op de controle over productie en handel in landbouwgewassen, van granen tot oliën, of de bestemming nu voedsel of biobrandstoffen zijn.

De competitie onderling

De grootste concurrenten in de mijnbouw, BHP Billiton, Rio Tinto en Anglo American zouden kunnen worden aangemoedigd om hun eigen handelsinstrumenten en netwerken voort uit te bouwen. Met andere woorden, ze worden bijna verplicht om ook de strategie van verticale integratie toe te passen. Nog meer fusies en nog grotere machtsconcentratie bij de handel in strategische grondstoffen zijn niet uit te sluiten.

Ten tweede zouden de grootste afnemers van deze grondstoffen, zoals China, gedwongen kunnen worden om zelf hun positie in de extractie en handel van grondstoffen beter te gaan beschermen om zo hun eigen industrie en (werkende) bevolking betere garanties te bieden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!