Fairtrade, Greenwashing, Biedermann, Brandstichters, Kerstmarkten, Winkelcomplexen, Consumeren -

Schoon

donderdag 16 februari 2012 18:49

VERFASSER: Vorderhand wissen unsere Hörer nur, daß es sich um den Brand von Seldwyla handelt, noch habe ich nicht gesagt, daß Sie, Gottlieb Biedermann, die Persönlichkeit sind, die unsere Katastrophe ermöglicht hat.

BIEDERMANN: Mein Herr, ich bitte Sie –!

VERFASSER: Ich sage keineswegs, Herr Biedermann, daß Sie die Katastrophe verschuldet haben. Keineswegs! Ich sage nur, Sie haben sie (wenn ich so sagen darf) ermöglicht.

BIEDERMANN: Was will man von mir?

VERFASSER: Wir möchten Sie kennenlernen, Herr Biedermann.

BIEDERMANN: Warum?

VERFASSER: Sie sind ein wichtiger Zeitgenosse, Herr Biedermann, weil ohne Sie, glaube ich, die Weltgeschichte zuweilen ganz anders verlaufen würde.

Het was het eerste jaar dat ik werkte als leerkracht. Voor de opendeurdag van de school was ik, samen met één of twee collega’s, verantwoordelijk voor het optuigen van de poëziehoek, waar gedichten van leerlingen zouden worden voorgelezen door een professionele acteur. De stadsdiensten hadden voor de gelegenheid witte panelen geleverd, en die gebruikten we om een hoek van de sportzaal af te schermen.

Nauwelijks waren we klaar met het aanbrengen van tientallen gedichten en kleurige slingers, of de directie stoof – met paniekerige, van afschuw en ongeloof glanzende ogen – op ons af. De panelen stonden vol voet-af-druk-ken! Een schandaal dat de stad ons dergelijk vúil materiaal had durven opsolferen, of ze dat niet eerst hadden kunnen ‘kuisen’? Dit ging zo niet, er moest iets gebeuren.

Afwassen bleek geen optie. Bleef over: alle panelen volplakken met gebruiksklaar printerpapier. We protesteerden: het was zonde van al dat papier (en van de gesneuvelde bomen, want van recyclagepapier was er geen sprake), en de panelen konden er zo onmogelijk mooier op worden. Nee, nee, zo ging het echt niet, dat was echt géén zicht. Een andere collega kwam ondertussen aangezeuld met verse pakken A3-papier en een rol plakband. Trouw aan het gezag als zij was, begon zij, in haar eentje, het vijftiental panelen te bekleven. Na een lichte aarzeling namen ook wij, foeterend, papier en tape ter hand, het zou van weinig solidariteit getuigd hebben als we haar niet geholpen hadden. De directie draaide op haar hakken, opgelucht over onze knieval, en beende weg, in haar kielzog een handvol collega’s die niet al te veel moeite deden om hun leedvermaak te verbergen.

Inspectie volgde een half uur later: ‘ziegewel’, zo is het toch allemaal veel ‘schoner’! Ze had gelijk: het zag er schoner uit, maar het was niet mooi. De ruige, geïmproviseerde uitstraling van onze poëziehoek was verdwenen, en vervangen door een kitscherige kneuterigheid. En bovendien hadden we pakken en pakken papier verbruikt, papier dat had kunnen dienen om jongeren te instrueren, maar dat nu na drie uur in de vuilnisbak belandde. De camouflage aan de buitenkant was hoe dan ook onopgemerkt gebleven: de lezing vond natuurlijk binnen plaats.

Hoe onbeduidend en alledaags deze situatie ook mocht zijn, in een flits daagde het mij dat dit geen alleenstaand, onschuldig feit was. Op die zaterdagnamiddag ontblootte de alles verzwelgende draak van de Biederkeit blikkerend de scherpe, bloederige tanden en blies vuur en een misselijkmakende, bruine gifwalm in onze verblufte gezichten.

Die biederdraak kroop uit de duizelingwekkend diepe kloof in het woord ‘schoon’ tevoorschijn, en deed brullend de school op haar grondvesten daveren. In de Nederlandse standaardtaal draagt het woord ‘schoon’ de betekenis van ‘zuiver’, ‘opgepoetst’, terwijl we in het dialect/regiolect met ‘schoon’ ‘mooi’ bedoelen. In de mond van de (Vlaamse) Biedermann of -frau blijft er echter iets van die eerste betekenis hangen: wanneer hij/zij iets ‘schoon’ vindt, is dat zelden mooi, maar meestal wel ‘proper’, ‘clean’.

Paradoxaal genoeg is dit ‘schone’ zelden zuiver op de graat: het vergroot meestal de afvalberg, is meestal weinig milieuvriendelijk, veroorzaakt meestal een enorme ecologische voetafdruk, is meestal onaangepast, getuigt meestal van ronduit slechte smaak, is meestal overbodig en is meestal van een bedenkelijk moreel allooi. De voorbeelden zijn helaas legio: kerstmarkten, winkelcomplexen, koekjesverpakkingen waarin elk koekje nog eens apart verpakt is, verkavelingsvilla’s, shoppingverslaafden, roze smartphones met glittertjes, ‘Suburban Utility Vehicles’, herfstbladerenblazers op benzine, en romantische komedies of actiefilms waarin de held uiteindelijk de schone, weerloze vrouw pákt.

Complexer wordt het als we spreken van ‘schone energie’. Groene energie is zelden groen, ook al heeft één of andere grote energieleverancier jou een ‘groen’ energiecontract onder je neus geschoven. ‘Greenwashing’ is in, en het is tegelijkertijd het meest evidente voorbeeld van wat er mis aan het gaan is. We willen de wereld verbeteren, maar we zijn daarvoor niet bereid onze mentaliteit écht aan te passen. We kopen steeds meer eco, bio en fairtrade, maar geen haar op ons hoofd dat, na al die naoorlogse decennia van perverse westerse in- en overvloed, er aan denkt om in de eerste plaats gewoon minder, veel minder te consumeren (letterlijk en figuurlijk).

De mens, de biederman/Jedermann die verstart in zijn ideeën, is de grootste vijand van de mens. Degene die de huidige politieke en socio-economische verhoudingen, hoe klein ook, op fundamentele wijze wil behouden of zelfs versterken, stuurt onbewust (en dat is nog het treurigste) mee aan op algehele vernietiging. Telkens Biedermann/Jedermann met dergelijke aantijgingen geconfronteerd wordt, zal hij steevast aldus antwoorden: “Ich bin unschuldig”, en: “Ich lasse mich nicht zur Verantwortung ziehen”. Maar waarom, Herr Biedermann, verdedigt u zich als u toch in uw recht bent, zoals u beweert? Ligt de schuld en de verantwoordelijkheid dan echt alleen maar bij de brandstichters?

Om te eindigen bij het begin van dit nederige essay: ook wij die uiteindelijk toch meehielpen, waren die dag niets meer dan Biedermann/Jedermann. Wil je de wereld werkelijk verbeteren en een voorbeeld zijn voor de medemens, dan mag je de radicaliteit niet schuwen – net zoals een acteur niet zonder theatraliteit, en de auteur niet zonder overdrijving kan. Velen zullen je uitjouwen, velen zullen met je lachen, velen zullen je meewarig of onbegrijpend aankijken, maar ze zullen je opmerken en, onbewust, jouw waarden incorporeren die je dag na dag uitdraagt, zonder geweld, zonder dwang, met veel compassie, geduld en begrip voor het/de ander. En op een dag, wie weet, zal Biedermann het lef hebben de opdringerige brandstichters uit zijn geliefde stad te verdrijven, of toch zeker uit zijn eigen huis te jagen, of dan toch tenminste zijn lucifers niet uit te lenen. En de brandstichters zullen zich niet meer kunnen ontpoppen tot brandstichters, en Biedermann zal geen biederman meer zijn, maar een beter soort Jedermann.

– Rudi Tacheles

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!