Interview, Nieuws, Politiek, Cultuur, België, De Verenigde Verenigingen, Jo Vandeurzen, Participatie, Beleidscultuur, Karine Moykens, Administratie -

“It’s the culture, stupid!” Sporen naar een andere beleidscultuur met Karine Moykens

‘De Verenigde Verenigingen’ interviewde beleidsbedenkers, -makers en -uitvoerders over hun ervaring en visie op de huidige Vlaamse beleidscultuur. Het resultaat werd de publicatie 'It’s the culture, stupid! Sporen naar een andere beleidscultuur’. Hieronder het interview met Karine Moykens, kabinetschef van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V).

dinsdag 14 februari 2012 10:00

Voor een door de wol geverfde kabinetschef die ook haar strepen verdiende in de administratie, spreekt het primaat van de politiek vanzelf. Goed bestuur betekent keuzes maken en knopen doorhakken. Maar “de versplintering van het middenveld maakt het niet eenvoudig om inspraak te organiseren.”

Hoe zou u de beleidscultuur in Vlaanderen omschrijven?

“Het overlegmodel is het fundament. In weinig regio’s doorloopt beleid zo’n intensief overlegtraject met het middenveld. Ons beleid is ook sterk juridisch onderbouwd. De gebruiker heeft een grote rechtszekerheid, maar dat vergt ook veel administratie.”

“Het middenveld speelt dus een belangrijke rol bij de totstandkoming van beleid. Wat mij daarbij opvalt, is dat consolideren niet gauw aanvaard wordt. Na een periode van veranderingen, of wanneer wij oordelen dat een bepaald beleid goed loopt en we het willen verankeren, dan volgt er tegenwind: ’het’ moet bewegen!”

“Maar zet je dan dingen in beweging, dan krijg je het tegenovergestelde: alsjeblieft geen nieuwe regels! De houding van het middenveld is dus ambigu. Daarbij komt dat onze beleidsdomeinen net tankers zijn: grote sectoren met veel structuren, die je moeilijk van koers doet veranderen. Dat lukt enkel met een overkoepelende aanpak, niet door telkens weer ad hoc te sleutelen na alweer een overlegronde.”

Is er een spanningsveld tussen beleidsparticipatie en het primaat van de politiek?

“Schept de politiek een bepaald kader en wordt dat omgezet in regelgeving, dan gebeurt dat altijd op basis van inspraak. Geen enkel decreet of besluit komt tot stand zonder inspraak. Want je staat nergens, als afspraken en regelgeving niet op het terrein worden toegepast. Participatie is dus essentieel, maar de versplintering van het middenveld maakt het er niet eenvoudiger op. Heb je iedereen gehoord, dan moet er beslist worden. Anders gebeurt er niets.”

“Een van de doelstellingen van Pact 2020 – ‘in 2020 hebben burgers en organisaties meer inspraak in het bestuur’- verankert die participatie. In ons beleidsdomein streven we naar geïntegreerde participatie. Een voorbeeld: opleidingsverstrekkers voor de zorgsector kwamen vroeger enkel met het beleidsdomein Onderwijs in contact, nu gaan ook wij aan tafel zitten.”

“Het middenveld wordt zowel op het uitvoerende als op beleidsniveau betrokken. Ik vind dus helemaal niét dat alles al politiek beslist is, voordat er consultatie georganiseerd wordt. Zelfs het regeerakkoord werd deels afgesloten op basis van gesprekken met middenveldorganisaties.” 

Is de beleidsvorming voldoende transparant?

“Transparantie heeft betrekking op overleg: alle partners moeten zich iets kunnen voorstellen bij het beleid dat gecreëerd wordt. Communicatie is het tweede luik: je moet terugkoppelen naar partners en gebruikers over de keuzes die je maakt. Duiding en toelichting zijn essentieel. In ons beleidsdomein organiseren we structureel overleg met elk van onze sectoren. De ruim samengestelde strategische adviesraad (SAR) Welzijn, Gezondheid en Gezin geeft advies over de sectoren heen.”

“Door meer belangen te betrekken, kom je moeilijker tot consensus. Dat is niet erg, ik heb er geen probleem mee om op een bepaald decreet een verdeeld advies te krijgen. Blijft het middenveld verdeeld, dan bewijst dat dat het primaat van de politiek nodig is. Maar je politieke beslissingen moet je wel altijd kunnen motiveren. En vooral die motivatie ook communiceren.”

Dat blijft een knelpunt?

“Dat is zo. We vragen, lezen en integreren advies wel, maar we leggen achteraf nog te weinig uit waarom we iets wel of niet doen.”

De adviesraden klagen ook de relevantie aan van sommige vragen.

“Ja, maar dat ligt aan de procedures. Een ‘decreet’ kan een beperkte aanpassing van een bestaand decreet zijn, maar ook dat heeft een advies nodig van een SAR. Anders wordt het niet aanvaard door de Raad van State. Conceptnota’s hoeven zo’n advies niet, terwijl net daar advies erg belangrijk is.”

“Die conceptnota’s zijn positief, want je kan nu in een vroeg stadium politieke afspraken maken, na consultatie van het middenveld. De grote lijnen zijn al vroeg duidelijk, terwijl je nog niet gebonden bent aan  de juridische teksten van een decreet. Het Vlaams parlement wordt daar stilaan ook vertrouwder mee.”

Wat denkt u van de kwaliteit van onze regelgeving?

“Reparatiedecreten kan je ook positief bekijken. Als je in een vernieuwend proces op dingen stoot die niet kunnen binnen het bestaande kader maar wel zinvol zijn, kunnen die dus gerepareerd worden. Vaak ligt ook Europese regelgeving aan de basis van reparatiewetgeving. De aanpassingen zijn vaak relatief klein, maar je moet ze doen. Gebrek aan kwaliteit is niet altijd de oorzaak. Regelgeving is er om aan te passen wanneer ze niet voldoet.”

Heeft mediadruk schuld aan te snelle beleidsvorming?

“De media focussen sterk op bepaalde sectoren, soms ook op Welzijn, Gezondheid en Gezin. Emotie of negativisme scoren. Dan moet je kort op de bal spelen. Halsoverkop nieuwe regelgeving maken, hoort daar soms bij. Het gevreesde etiket ‘ze doen er niets aan’, loert om de hoek. Onder druk moet je vooral niet op je eiland blijven zitten. Na een stroom negatieve berichten over onder meer misbruiken en plaatstekort, hebben we na rijp beraad met het middenveld het nieuwe decreet kinderopvang gemaakt. In zo’n situatie is het schipperen tussen ‘moeten’ vernieuwen en behouden wat wel werkt.”

Wat kan of moet er anders of beter op korte termijn?

“Meer dynamiek en een minder defensieve houding. Een grotere veranderingsbereidheid, ook bij het middenveld, en tegelijk openstaan voor consolidatie. En voldoende aandacht voor transparantie, communicatie en duiding.”

Karine Moykens is kabinetschef van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V).

Vanwege groot succes is onze voorraad uitgeput, maar u kan wel de interviews via onze tweewekelijkse nieuwsbrief en op de website lezen. Een digitale versie zal binnenkort beschikbaar zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!