Meisjes met hun kudde vee in Dollow in het zuiden van Somalië (foto: FAO)
Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Politiek, Turkije, Voedselzekerheid, Oeganda, Tmd, Ondervoeding, Kenia, Somalië, Somaliland, Puntland, Mogadishu, Overgangsregering, Militaire interventies, Al-Qaeda, Strijd tegen terreur, Afrikaanse Unie, Ethiopië, FAO, VN-blauwhelmen, Geostrategische belangen, Afrikaanse diplomatie, Donorgemeenschap, AMISOM, Recep Tayyip Erdo?an, Piraterij, Hongersnood afrika, Hoorn van Afrika, Al Shabaab-milities, Kindersterfte, Al-Shabaab, Analyse, Premier David Cameron, Officiële ontwikkelingshulp, Ogaden, José Graziano da Silva, Getting Somalia Wrong, Jubaland, Kismayo, Hongervluchtelingen, Levensverwachting -

Hongersnood officieel voorbij, maar situatie Somalië blijft heel precair

Eind vorige week kon de kersverse Braziliaanse directeur van de VN Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), José Graziano da Silva, het goede nieuws aankondigen: de hongersnood die de Hoorn van Afrika teisterde, is officieel voorbij. Maar de toestand in Somalië blijft uiterst precair en de politieke instabiliteit doet niet veel beterschap verwachten. Zeker niet met de militaire interventies.

donderdag 9 februari 2012 22:40

Volgens de gespecialiseerde indicatoren van de VN-organisaties om hongersnood te meten, is er momenteel geen enkele regio in Somalië meer waar ‘hongersnood’ heerst. Zes maanden nadat de VN op 20 juli 2011 de hoogste alarmfase afkondigde voor diverse regio’s in de Hoorn van Afrika is de ergste nood geleden.

12 miljoen mensen waren direct bedreigd door de grootste droogteramp in 60 jaar. Hoeveel hongerdoden er precies vielen, kan de VN momenteel nog niet zeggen, maar het waren er ettelijke ‘tienduizenden’, waarvan meer dan de helft kinderen jonger dan vijf jaar.

Weinig mediabelangstelling voor ‘vergeten’ conflict

De reactie van de internationale donorgemeenschap op de al lang aangekondigde humanitaire ramp was nochtans niet bepaald overweldigend. Somalië kan nu eenmaal nog op weinig mediabelangstelling rekenen. En het land staat sinds enige tijd bekend als het ‘gevaarlijkste’ land ter wereld voor hulpverleners. Tientallen kwamen om of werden ontvoerd. Alleen al het Wereldvoedselprogramma (WFP) telde 14 doden onder zijn medewerkers in Somalië, de laatste drie jaar.

Dit gecombineerd met een verhevigde gewapende strijd om de macht tussen de milities van de radicale Al-Shabaab en de machteloze federale overgangsregering (TFG) in Mogadishu, die haar eigen mandaat eenzijdig met drie jaar heeft verlengd en op de steun kan rekenen van troepen van de Afrikaanse Unie en de VN. Dankbaar gebruik makend van de westerse obsessie met ‘terreurdreiging’ en ‘piraterij’, veel meer dan met het lot van miljoenen uitgehongerde Somaliërs.

Sinds eind vorig jaar hebben ook de buurlanden Kenia en Ethiopië troepen naar Somalië gestuurd om tegen Al-Shabaab-milities te strijden. Officieel omdat de radicale milities een directe bedreiging vormden voor de veiligheid van de grensregio’s die al zwaar te kampen hadden door de massale toevloed van hongervluchtelingen. Beide buurlanden reageerden daarmee meteen op de opheffing van een resolutie in de VN-Veiligheidsraad die interventies van buurlanden in het Somalische wespennest verbood. Door hun militaire interventies kregen de Al-Shabaab eind vorig jaar enkele rake klappen en werden de milities voor een groot deel uit de hoofdstad Mogadishu verdreven.

Afrikaanse Unie stuurt nog meer blauwhelmen

De Afrikaanse Unie wil bovendien haar eigen vredesmacht (AMISOM) van 9.500 Burundese en Oegandese blauwhelmen nog uitbreiden tot 17.000 manschappen om Somalië te ‘stabiliseren’ en kan daarvoor rekenen op gulle financiering door de VN. Per blauwhelm in Somalië krijgen de Afrikaanse legers 1000 dollar per maand. Een royaal bedrag dat ze kunnen besteden aan extra training en de modernisering van hun wapentuig in het kader van de wereldwijde strijd tegen de terreurdreiging. Al-Qaeda is dan nooit ver weg. Amerikaanse en andere westerse militaire bedrijven staan in de rij om contracten in de wacht te slepen.

Dit verklaart ook het scepticisme van internationale NGO’s over de ware bedoelingen van de Britse eerste minister David Cameron, die op 23 februari in Londen een internationale conferentie zal samenroepen om over ‘een betere internationale aanpak van de Somalische crisis’ te praten. In november liet Cameron al even in zijn kaarten kijken toen hij verklaarde dat “de bescherming van handelsschepen tegen aanvallen van piraten in de Golf van Aden, het terugdringen van terreurgroepen en steun aan de landen die daaraan effectief willen toe bijdragen” de belangrijkste doelstellingen zouden zijn van de conferentie.

Camerons conferentie en de geostrategische ambities van de buren

Cameron heeft alvast de belangrijkste regionale tenoren – ieder met een uitgesproken eigen agenda – naar Londen uitgenodigd: premier Meles Zenawi van Ethiopië, president Mwai Kibaki en premier Raila Odinga van Kenia, president Yoweri Museveni van Oeganda en de Somalische overgangspresident Sheikh Sharif Sheikh Ahmed. De twee belangrijkste leiders van de Al-Shabaab-milities, Ibrahim Haj Meeaad en Hassan Dahir Aweys, die beiden onder VN-sancties vallen, zijn niet welkom in Londen. Van hen zal nochtans voor een groot stuk afhangen of de toestand in het zuiden van Somalië stabiliseert of niet.

De Britse BBC-journaliste Mary Harper waarschuwt in haar recentste boek ‘Getting Somalia Wrong‘ dat de diplomatieke aanpak met ‘vredesconferenties’ die niets fundamenteels oplossen op het terrein alleen maar leidt tot een groter wantrouwen van de Somalische bevolking. Dat de overgangsregering zo weinig legitimiteit kan afdwingen, heeft volgens Harper alles te maken met haar complete afhankelijkheid van buitenlandse steun, zeker op militair vlak.

Harper pleit ook voor meer aandacht voor die delen van Somalië die al jaren hun eigen weg gingen en er wel in slaagden, weliswaar met vallen en opstaan, om een zekere stabiliteit op te bouwen op politiek en economisch vlak, zonder dat ze internationaal daarvoor enige erkenning kregen. Het gaat met name over Puntland en Somaliland, in het noorden en noordoosten van het land. Ook andere delen zouden naar meer autonomie streven, maar worden niet zelden de speelbal van de geostrategische ambities van de buurlanden.

Ethiopië en aartsrivaal Eritrea proberen voortdurend elkaar stokken in de wielen te steken. De Ethiopische regering maakt er geen geheim van dat ze het centrale stuk van Somalië wil controleren om zo opnieuw een directe uitweg naar zee te hebben, die het land verloor toen Eritrea in 1993 onafhankelijk werd. Over de dorre Ogaden-regio, die bewoond wordt door Somalisch spekende nomadische veehouders, hebben Somalië en Ethiopië in de jaren 1970 al eens een bikkelharde oorlog uitgevochten.

Kenia wil controle over zuidelijke grensregio

Kenia wil zijn invloed in het zuidelijke Jubaland versterken door onder meer de controle over de haven van Kismayo over te nemen. Als dat lukt, kan Kenia meteen Al-Shabaab financieel voor een groot stuk droogleggen. Volgens schattingen van de VN zou de haven jaarlijks 70 miljoen dollar aan invoerrechten opleveren, die nu grotendeels in de zakken van de milities en de lokale piratengroepen verdwijnen.

Op 6 februari heeft de Keniaanse luchtmacht nog bombardementen uitgevoerd tegen Hosingo en Badade, twee zuidelijke steden die nog in handen waren van de Al-Shabaab. Maar Ethiopië staat uiterst wantrouwig tegenover deze Keniaanse ambities en wil van geen bufferzone in het zuiden weten, hoewel het zelf gelijklopende ambities nastreeft in het centrale deel.

Daar liggen dan ook de drijfveren van hun militaire interventies van de laatste maanden. De kans dat het totaal verzwakte centrale gezag in Somalië in staat zal zijn om tegen deze middelpuntvliedende tendenzen in te gaan, is klein. Tegen augustus zouden er bovendien verkiezingen moeten worden georganiseerd voor een federaal overgangsparlement. Somalische nationalistische groepen proberen de bevolking te mobiliseren tegen deze buitenlandse bemoeienissen, maar of hun programma aanslaat bij de bevolking is de vraag.

Die snakt in de eerste plaats naar meer veiligheid en basisvoorzieningen. Toch is Somalië etnisch en taalkundig bijzonder homogeen, maar blijven de clanstructuren de basis vormen van de samenleving. Het wantrouwen tegen een centraal gezag heeft altijd de politiek beheerst al van lang voor de Italianen eind 19de eeuw het land koloniseerden.  

Turkse humanitaire organisaties heel actief

Opvallend is dat Turkije onder premier Recep Tayyip Erdogan (AKP) de laatste tijd steeds meer op het diplomatieke voorplan treedt inzake Somalië. Turkse humanitaire organisaties waren de voorbije droogteperiode vaak de enige buitenlandse organisaties die het aandurfden om in het woelige binnenland van Zuid-Somalië actief te zijn. De Turkse overheid maakte meteen in juli 350 miljoen dollar vrij voor voedselhulp.

In augustus 2011 bracht Erdogan – vergezeld van zijn familie – een bezoek aan Mogadishu, de eerste regeringsleider die dat deed sinds de val van dictator Barre in januari 1991. Hij beloofde niet alleen extra ontwikkelingshulp en steun bij het herstel van de internationale luchthaven, maar bood Somalische studenten beurzen aan om in Turkije te komen studeren. Turkish Airlines onderhoudt sinds vorige zomer commerciële vluchten tussen Istanbul en Mogadishu. Ook Qatar zou klaarstaan om een grotere rol te spelen in de regio.

Hulpprogramma gericht op versterking van voedselzekerheid

Toch blijft ruim één derde van de Somalische bevolking ook in de toekomst afhankelijk van internationale voedselhulp. En zal het nog heel lang duren voor de hongervluchtelingen uit de kampen in de buurlanden van Somalië zullen kunnen terugkeren naar huis. De Keniaanse premier Odinga verklaarde vorig weekend nog dat geen vluchtelingen tegen hun wil zouden worden teruggestuurd, maar de druk om dat wel te doen, neemt toe nu ook Kenia kampt met de gevolgen van de economische en humanitaire crisis.

Het mag dan stevig hebben geregend, wat hoopvol is voor de oogst van graangewassen in de nabije toekomst, de toegang tot basisvoedingsmiddelen is bijlange na niet gegarandeerd voor de meerderheid van de bevolking in het zuiden van Somalië. Vooral voor de nomadische veehouders die in de droogteramp een groot deel van hun veestapel zagen verloren gaan, is het bang afwachten wat de toekomst zal brengen.

Door de jarenlange burgeroorlog en het totaal gebrek aan openbare voorzieningen, zoals onderwijs en gezondheidszorg, blijft de levensverwachting van de Somaliërs tot de laagste van de wereld behoren. Negens anders sterven zoveel kinderen jonger dan vijf jaar aan ondervoeding of aan ziektes die gemakkelijk te voorkomen en te behandelen zijn.

FAO-directeur-generaal Graziano da Silva zei bij zijn werkbezoek aan het zuiden van Somalië dat “alleen door een volgehouden en efficiënt hulpprogramma gericht op een versterking van de voedselzekerheid kan worden voorkomen dat binnen de 100 dagen een nieuwe hongersnood dreigt voor minstens 1,7 miljoen mensen in de meest getroffen streken”. Binnen drie maanden begint het volgende regenseizoen. Eind december 2011 berekende de VN dat Somalië in 2012 zeker 1,5 miljard dollar noodhulp nodig heeft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!