Nieuws, Wereld, Samenleving, Politiek, België, Dirk barrez, Tmd, Verontwaardigden, Van verontwaardiging naar verandering, #occupywallstreet, 'Occupy Wallstreet', #occupy, 'Avond van de Verontwaardiging' -

‘Van Verontwaardiging naar Verandering’: een praktische utopie

BRUSSEL - De 'Avond van de Verontwaardiging' in de Beursschouwburg op 31 januari 2012 bood een meer dan goed gevuld programma. Er waren lezingen van schrijver Jeroen Olyslaegers, politicoloog Jeroen Van Laer (UA) en auteur Dirk Barrez (DeWereldMorgen.be) gevolgd door een levendig publieksgesprek. Dirk Barrez was gevraagd een praktische utopie te schilderen.

vrijdag 3 februari 2012 10:08

Hoe geraken we, om in te spelen op de voorzetten van Jeroen en Jeroen, voorbij het knellende lijf van de verontwaardiging? Hoe geraken we van betogen – zowel in de betekenis van betogen op straat als van een betoog al redenerend – tot effectieve verandering?

Eerst over betogen op straat

Alhoewel ik zelf geen twintiger meer ben, heb ik op 15 oktober vorig jaar mee betoogd in Brussel. Mijn zoon van 20 had niet zo lang geleden gehoord dat ik mijn eerste betoging op mijn zestiende zou hebben georganiseerd. Om mythevorming tegen te gaan, ik was zeker al 19, hanteerde dan ook voor het eerst een megafoon op straat.

En als twintiger zat ik in de stuurgroep van de grootste demonstraties ooit in België. Neen, de allergrootste is dus niet de witte mars uit 1996, wel de antikernwapenbetoging van 23 oktober 1983 met misschien wel 400.000 deelnemers. Merk op, intussen is de toenmalige utopie van een niet langer door een IJzeren Gordijn verdeeld Europa gerealiseerd.

Na de straatbetoging, over een betoog al redenerend

Alhoewel dus lang geen twintiger meer, schreef ik nog maar drie jaar geleden een boek getiteld ‘Van eiland tot wereld’, een betoog over “Hoe maken we de samenleving, hoe maken we de wereld rechtvaardiger, socialer, duurzamer en veiliger?” Dit boek vertrekt van diezelfde crisis van de verbeelding die ook Jeroen opmerkt, en die onze grootste onvrijheid is omdat ze ons doet denken dat het niet anders kan.

Om de wereld te verbeteren, om de wereld te kunnen maken, moeten we die wereld eerst verbeelden. Dat zijn drie taboegedachten in één zin: de wereld verbeelden, maken, verbeteren. Wat een open deur intrappen zou moeten zijn, is vandaag een deur die amper nog open te wrikken is.

Dit is jawel, een pleidooi voor utopieën, het grootste taboewoord van allemaal. Utopie wordt vaak en onterecht gereduceerd tot de betekenis van ‘onhaalbaar’, terwijl de grondgedachte van de utopie – in de zin van idealen en streefbeelden die wel degelijk haalbaar zijn én moeten zijn – vergeten wordt.

Het kan dus, de utopieën van hun eiland naar de wereld brengen

Je moet echt geen oude mens zijn om de noodzaak van utopisch denken te voelen. Al kan dat helpen natuurlijk – om het overzicht te bewaren en het essentiële in de gaten te houden. Vergeet niet, een krasse tachtiger beleefde nog als kind de economische depressie van de jaren dertig, vervolgens het verdwijnen van de democratie, het geweld van de Tweede Wereldoorlog én de maatschappelijke creatie van de welvaartsstaat.

Jazeker, creatie: die welvaartsstaat is niet uit de lucht komen vallen, ze is allerminst zomaar het onvermijdelijke resultaat van een vrije markteconomie. Ze is integendeel de verwezenlijking van heel wat utopieën, van algemeen stemrecht en politieke democratie, gelijke rechten voor man en vrouw, de achturendag, het recht op gelijke toegang tot gezondheidszorg, algemene sociale zekerheid, zelfs betaalde vakantie, het recht op leren en op cultuur, noem maar op. Zelfs de realisatie van wat in het Frans zo trefzeker heet ‘le non-marchand’, het niet-gecommercialiseerde, zit verweven in onze welvaartstaat. Het is dus mogelijk, de utopieën van hun eiland naar de echte wereld te brengen.

In tegenstroom

Wat we dus zullen moeten doen, is de nieuwe utopieën naar de wereld brengen, tegen de stroom in. Want het is een spijtige zaak dat de verkozen politici al jaren forfait geven. Die politiek weigert een sociale, ecologische en democratische wereld te verbeelden, en dus bedrijven politici te weinig of eigenlijk zelfs geen politiek meer, in de betekenis van vorm geven aan de samenleving zoals we die willen.

Doodjammer is het dat de overheersende media niet in staat zijn om de slagader te voelen van een levende samenleving, dat ze blind zijn voor utopieën en dat ze dus impotent zijn om het politieke debat te voeren en te voeden.

Wat wij ons dus moeten verbeelden, zijn de utopieën op al die terreinen waar de wereld vandaag in crisis is. En de crisis is overal zichtbaar: financieel en economisch rijden we ons te pletter, ecologisch doorboren we de grenzen van de planeet, sociaal houden we niet op de welvaart ongelijker te spreiden. Verder is de politiek gekoloniseerd door het neoliberalisme en zijn zelfzuchtige, kortzichtige elites en wordt de zeggingschap van de burgers over hun eigen economische bestaan dag na dag zwaar aangetast.

Het is daarover dat er verontwaardiging en woede heerst in de straten en op de pleinen van tal van steden verspreid overal ter wereld. Het is dáártegen dat nieuwe en oude sociale bewegingen in verzet komen, van de revolutionairen van Arabische lente tot de indignados, van vakbondsmensen tot andersglobalisten en de activisten van de Occupy-beweging, van de Shame-demonstranten tot manifestanten tegen kernenergie.

En overal gisten met het verzet ook de alternatieven. Het komt er op aan dáár, tegen de hoofdstroom in, met open blik te blijven naar kijken en dit in beeld te brengen, bijvoorbeeld in documentaires of door er over te schrijven. Dat doe ik opnieuw in het boekje ‘Van Verontwaardiging naar Verandering’ dat jullie vanavond mee krijgen. Volledig voorlezen hoeft dus niet, een kleine greep moet volstaan.

Mogen we dan dromen?

Mogen we dan dromen van politieke democratie, niet om de zoveel jaar, maar altijd, zodat inspraak en zeggingschap echt iets betekenen, en zeker altijd wanneer het nodig is? Geen Lange Wappers achter gesloten deuren, geen blanco cheque van honderden miljarden voor de banken.

Is het te veel gevraagd dat de grootbanken en hun aandeelhouders geen hold-up plegen van veel meer dan 1.000 miljard euro? Dat is een roofoverval op ons allemaal van dik één miljoen keer één miljoen euro. Een overval die vele miljoenen mensen hun job heeft gekost, hun inkomen, hun huis, hun bestaan. Het is een brute aanranding die miljoenen jongeren in Spanje, Ierland en elders hun toekomst kost.

En eigenlijk is het roofmoord. Want dit zijn de financiële middelen die niet kunnen gaan naar wat de wereld het meest nodig heeft. En dus blijven er, veel meer dan nodig, elke dag een paar tienduizend mensen sterven aan honger, aan de ziekten die daarmee gepaard gaan, aan gebrek aan zuiver drinkwater en riolering.

Hoe zullen we de politiek ter verantwoording roepen, en vooral hoe zullen we dit veranderen?

Kunnen onze politici, kunnen onze samenlevingen maar heel even hun hersens wakker schudden? Zodat ze zich herinneren dat er zelfs bij ons nog maar kort geleden prima overheidsbanken en coöperatieve banken bestonden, en dat wereldwijd de wereld van het geld aan ketens was gelegd, en enkel dat mocht doen wat goed was voor de economie en voor de samenleving? We moeten hier zelfs niet van dromen, we willen gewoon terug wat goed werkte.

Op dusdanige wijze afstand nemen van utopieën, dat is blindheid of minstens doorlopen met oogkleppen aan. Het taboe op utopieën is een zware maatschappelijke regressie die ons zuur opbreekt, en die de politiek zwaar ten kwade moet worden geduid. Want zij, die verantwoordelijk zijn voor het algemeen belang, hebben toegestaan dat het algemeen belang – opnieuw – onder de voeten wordt gelopen door de kortzichtige privébelangen van het financiële establishment.

Mogen we dromen van economische democratie waar mensen greep hebben op hun economische bestaan? Waar bedrijven niet op de beurs staan, maar in handen zijn van hun werknemers? Waar geen schimmige concerns de plak zwaaien, maar waar de klanten mede-eigenaar van zijn? Waar energie en telecommunicatie geen wingewesten zijn voor monopolistische bedrijven als Electrabel, maar eigendom van en nuttig instrument vóór de samenleving? En waar de markt opnieuw een economisch instrument is dat we aanwenden telkens het nuttig is, en geen heilige koe die misbruikt wordt door onterecht verworven economische machtsconcentraties om hun positie nog verder te versterken?

Denk niet dat ik idealiseer. Ik weet maar al te goed dat overheidsbedrijven mankementen kunnen vertonen, en dat coöperatief ondernemen en zelfbeheer geen vanzelfsprekende fluitjes van een cent zijn… Dat is allemaal waar. De keuze van het soort beheer van diensten en producten kan en moet ook aangepast worden aan hun eigen aard, doelstelling en de context. 

Maar een veelheid aan alternatieven en opties is veruit te verkiezen boven onze uitlevering aan een zogenaamde vrije markt waar de financiële wereld en monopolisten naar hartenlust met onze voeten spelen. Want er is pas democratie wanneer het gelijkheidsbeginsel niet enkel politiek, maar ook economisch krachtig doorbreekt, wanneer mensen economisch onafhankelijk zijn.

Kunnen we dan zeker werk maken van een ecologische economie die de grenzen van onze planeet respecteert? Met een gelijk, maar beperkt aardegebruiksrecht voor iedereen?

Kunnen we dan zorgen dat het om een sociaal-ecologische economie gaat die op een duurzame wijze de welvaart voorbrengt die alle 7 miljard mensen in staat stelt om menselijk te leven?

Wanneer maken we bijvoorbeeld in deze stad Brussel – gespleten tussen arm en rijk, vergeven van verdoken armoede, werkloosheid en vol met slechte, niet-geïsoleerde huizen – eens werk van een ambitieus programma van woningbouw? Honderdduizend woningen bouwen en vernieuwen die weinig of geen energie verbruiken schept werk voor tienduizenden werklozen, duwt zo de armoedecijfers naar beneden en geeft hen de kans om zelf fatsoenlijke woningen te verwerven waar de warmte niet door vensters, spleten en kieren verdwijnt. Dit bespaart hen ontzettend veel energiekosten en zo bestrijden we meteen effectief de opwarming van de aarde. Begrijpt iemand waarom we daarmee nog niet allang bezig zijn?

Mogen we ook dromen van een basisinkomen voor elke wereldburger, van maatschappelijke zekerheid en verzekerde gezondheidszorg voor iedereen? Kunnen we dan om te beginnen komaf maken met de privéhospitalisatieverzekering en het ‘mutualisme’ (het principe van de ziekenfondswerking) volledig in eer herstellen?

Begrijpen we dan opnieuw het belang van publieke goederen en diensten? En kunnen we belastingen dan niet langer afschilderen als een kwaad, maar net als de bijdrage van iedereen – naar vermogen en inkomen – om te investeren in alles waar we samen beter van worden? Kunnen we belastingen dan ook opnieuw zien als een terechte bestrijder van te grote inkomensongelijkheid?

Mogen we dromen van waarlijk onafhankelijke en betrouwbare massamedia die het belangrijke van het futiele weten te onderscheiden? En die niet in handen zijn van privéconcerns? We doen dat toch ook niet voor cultuur of onderwijs.

Kunnen we dus de crisis van de verbeelding doorbreken, zodat we wel oplossingen zien voor de vele deficits die de tegenwoordige globalisering voortbrengt? Hoe dan wel?

De kracht van bewegingen

Nu komt het er op aan om met die alternatieven van overal de talrijke krachten van verandering te mobiliseren, de bewegingen van werknemers, van boeren en andere zelfstandige werkers, van jonge en oude verontwaardigden, van digitale en sociale media-activisten, van vrouwen, van minderheden en van inheemse volkeren, van scholieren en studenten, milieubewegingen, vredesbewegingen, bewegingen voor democratie en mensenrechten, burgermedia, coöperaties allerhande, mutualiteiten, culturele verenigingen en buurtorganisaties, bewegingen voor eerlijke handel, duurzaam ondernemen en een eerlijke fiscaliteit, ondernemende mensen, coöperaties en bedrijven die de duurzame welvaart van morgen willen creëren, consumentenverenigingen, civil servants en overheden die de zware uitdagingen hebben begrepen, noem maar op… Allemaal samen komen ze in beweging en maken ze ruimte voor een menselijke samenleving.

Vruchtbare spanning in het maatschappelijk middenveld

Er zijn natuurlijk, laten we niet naïef zijn, heel wat spanningen in en tussen het klassieke middenveld of de ‘oude’ sociale bewegingen uit de representatieve democratie (vakbonden en boerenbewegingen), de zogenaamde nieuwe(re) sociale bewegingen van de participatieve democratie (de milieubewegingen onder andere) en het meer fluïde middenveld van de sociale mediademocratie – door sommigen wat denigrerend steekvlammiddenveld genoemd (bv. de jonge bewegingen van verontwaardigden).

Dat jongste fluïde middenveld is echter meer dan welgekomen, want het daagt zowel het gevestigde middenveld uit alsook het economische en het politieke veld. Hoe sterker dat fluïde middenveld, en op voorwaarde dat het gericht is op de concrete en vreedzame verwezenlijking van duurzame alternatieven, hoe harder het al die andere middenveldspelers kan dwingen om opnieuw sterker in beweging te komen.

Voor een groot aantal van de diverse bewegingen wil dat zeggen dat ze eerst nog moeten worden wakker geschud uit hun neoliberale winterslaap… en als ze niet ontwaken, belanden ze met recht en reden op de vuilnisbelt van de geschiedenis.

Een sociaalecologische beweging…

Het komt er op aan, waar ook ter wereld en op alle mogelijke niveaus, elke bestaande bewegingsruimte te gebruiken om andere modellen uit te bouwen. Meest fundamenteel is dat deze modellen ecologisch, sociaal en democratisch zijn.

En het is van onschatbaar belang dat deze veelzijdig geschakeerde beweging daarbij ook volop haar economische vleugels ontwikkelt. We moeten overal onze initiatieven en coöperaties zien bloeien om werk te creëren en welvaart voort te brengen: coöperaties voor energie, voor wonen en gezondheidszorg, onze media, kennis- en vormingscoöperaties, mutualiteiten, banken en verzekeringen, zover de verbeelding en de noodzaak reikt. Zo veroveren en verhogen we als beweging onze autonomie en slagkracht.

Het is daarom dat ik samen met anderen bijvoorbeeld DeWereldMorgen.be heb opgericht … en met nog anderen op dit ogenblik hard werk aan het project van een nieuwe coöperatieve bank … en met nog anderen een evenement opzet waarop vele alternatieven zich kunnen presenteren.

Laten we elkaar goed verstaan, vanzelfsprekend gaat het hier om een maatschappelijke en democratische beweging, of veel nauwkeuriger, een sociaalecologische beweging die de overgang naar een sociaalecologische en democratische economie wil forceren.

… tegelijk ook economische en culturele beweging

En natuurlijk zijn we daarmee eveneens een economische beweging, want uitgroeien tot een nog veel sterkere beweging die ook economisch doorweegt, dat is inderdaad een grote ambitie die zeker moet lukken.

Uiteraard vormen we ook een culturele democratische beweging die erin slaagt waarden als zeggenschap, autonomie, rechtvaardigheid en solidariteit mondiaal het voortouw te laten nemen en te concretiseren.

En ja, ook politiek

Natuurlijk is deze beweging voor verandering ook een politieke beweging, want er is niets politieker dan een samenleving te willen maken die streeft naar meer menselijkheid. Maar hoe is dan de relatie tussen beweging en politiek in meer enge zin, de wereld van de politieke partijen en de politici?

Onze economie in de kortste keren op sociaalecologische grondvesten willen zetten en radicaal willen democratiseren is ronduit revolutionair. Maar dit alles moet groeien vanuit de samenlevingen, op de meest democratische wijze, en moet zo nodig gestalte krijgen via de politiek. Daarom is het dat wij ons als bewegingen nooit kunnen beperken tot wat politiek lobbywerk in de marge. Het gaat erom de maatschappelijke macht op te bouwen waarmee men effectief kan wegen op de politieke besluitvorming.

En nog meer, want elke sociale beweging koestert politieke ambities: het realiseren van haar maatschappelijk project door het om te zetten in algemeen aanvaarde regels en wetten. Het is bijgevolg normaal dat vanuit onze bewegingen steun zal opduiken voor partijen of politici die het programma voor een menselijke samenleving dichterbij brengen, en dat zij zich verzetten of kanten tegen partijen en politici die de menselijkheid uitverkopen aan welke belangen of waanbeelden ook. Het is al even normaal dat mensen uit deze bewegingen zich ontpoppen tot politici die in het politieke veld de gewenste veranderingen vorm willen geven.

En het valt niet uit te sluiten dat in deze meest spannende tijd, waarin het overleven van de menselijke beschaving zoals wij die kennen en waarderen op het spel staat, deze beweging ook haar eigen politieke partij zal creëren, misschien wel de eerste mondiale politieke partij met wortels in heel de wereld.

Want succesvolle sociale bewegingen krijgen, naast een economische poot, wel vaker een verlengstuk in de vorm van politieke partijen die zich rechtstreeks in de democratische politieke strijd werpen. Dat versterkt hun succes. Zeker is dat zo wanneer het politieke terrein bezet is door partijen waarvan de praktijk volledig haaks staat op de ambities van de samenlevingen en hun sterkste bewegingen.

Als we willen overleven, is er een andere politiek nodig. Het is een utopie, maar niet onhaalbaar.

Dirk Barrez

Dirk Barrez is hoofdredacteur van DeWereldMorgen.be, documentairemaker en auteur van onder andere de boeken ‘van Verontwaardiging naar Verandering’ (2011) en ‘Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving’ (2008)
Kijk ook op www.dewereldmorgen.be en www.pala.be

De Avond van de Verontwaardiging is een initiatief van deBuren en de Beursschouwburg, met medewerking en steun van DeWereldMorgen.be en PALA.be.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!