Getuigen van Syrisch bloedbad in 1982 zijn niet langer bang
Verslag, Nieuws, Wereld, Mensenrechten, Syrië, Opstand Syrië, Bloedbad Hama 1982 -

Getuigen van Syrisch bloedbad in 1982 zijn niet langer bang

HAMA (Al Jazeera) - Door het nieuwe geweld in Syrië durven getuigen van het bloedbad in Hama in 1982 eindelijk te spreken. Bij dat bloedbad kwamen meer dan tienduizend mensen om.

vrijdag 3 februari 2012 12:27

Khaled al-Khani, een bekend kunstenaar in Syrië, was pas zeven toen hij in de stad Hama zijn vader verloor tijdens wat de inwoners het grootste bloedbad in de moderne geschiedenis van Syrië noemen.

Vandaag, bij de opstand tegen president Bashar al-Assad, beginnen mannen als Khaled eindelijk over de gruwelijke gebeurtenissen van 1982 te praten. De angst om zelfs maar naar het bloedbad te verwijzen begon af te nemen toen in maart vorig jaar de mensen op straat begonnen te komen om tegen de regering te protesteren. Vandaag, bijna een jaar later, is de sluier van angst en geheimzinnigheid die over het bloedbad hing verdwenen.

Moslimbroederschap

Op 2 februari 1982 gaf president Hafez al-Assad, de vader van Bashar, het leger de opdracht in Hama een einde te maken aan een gewapende opstand van tweehonderd tot vijfhonderd leden van de militaire vleugel van de Moslimbroederschap, stelt een rapport van Amnesty International. Tanks reden door de straten van Hama, gevechtsvliegtuigen bombardeerden de stad.

Tijdens de 27 dagen durende campagne vielen tien- tot veertigduizend doden. Bijna twee derde van de stad werd verwoest, zeggen mensenrechtenorganisaties. Buitenlandse journalisten mochten de stad niet in.

Hama telde toen 250.000 inwoners. In bijna elke familie vielen doden. De opstandelingen waren al na enkele uren verslagen, “maar de campagne ging nog dagen door, en de meeste doden waren burgers die niets met de Moslimbroederschap te maken hadden”, zegt Abou Tamim, een lid van de Moslimbroederschap dat na het bloedbad naar Saoedi-Arabië is gevlucht.

Heel Hama straffen

Khani’s vader, een oogarts die in Frankrijk had gestudeerd, werd door de veiligheidsdiensten naar een porseleinfabriek gebracht. Daar werden zijn ogen uitgerukt en werd hij verder aan zijn lot overgelaten, tot hij stierf. Tientallen anderen werd op verschillende manieren omgebracht in fabrieken die tot detentiecentra waren omgevormd.

Als Khani in de jaren nadien de regering openlijk had beschuldigd van de moord op zijn vader, dan had hem hetzelfde lot gewacht, zegt hij. Veel inwoners van Hama werden onder druk gezet om te zeggen dat de Moslimbroederschap hun geliefden had vermoord.

“Assad wilde heel Hama straffen. Via ons wilde hij alle Syriërs tonen wat er zou gebeuren als men het regime uitdaagde. En het heeft gewerkt. Dertig jaar lang.”

Executies

“Wat in Hama is gebeurd, is gebeurd, en is nu afgelopen”, verklaarde Hafez al-Assad na afloop van de militaire campagne. Maar afgelopen was het zeker niet, zegt Khani. Jarenlang bleef men mensen naar de beruchte Tadmourgevangenis brengen, waar de executies tot 1986 doorgingen. Tot de jaren 1990 kwamen de inlichtingendiensten jonge mannen controleren.

Khani herinnert zich nog de horden wilde honden na het bloedbad. “Omdat er zoveel doden op straat bleven doordat hun families hun huizen niet uit konden om hen te begraven, hebben de honden sommige dode lichamen opgegeten. De honden kwamen ‘s nachts en vielen de mensen aan, net zoals in de film. Het stadsbestuur van Hama heeft nog twee jaar nodig gehad om de stad van die honden te bevrijden.”

Vermist

Volgens Khan is de verdwijning van meer dan twintigduizend mensen gedocumenteerd. De veertigjarige Umm Baraa weet nog steeds niet wat er met haar familie is gebeurd. Ze zegt dat haar twee broers, studenten van 17 en 22, uit hun huis werden gehaald door de veiligheidsdiensten omdat ze aanhangers van de Moslimbroederschap zouden zijn geweest. Sindsdien heeft ze niets meer over hen gehoord. “We hebben mensen die in de gevangenis hebben gezeten gevraagd of ze hen gezien hebben. Maar zonder resultaat.”

“Yehya Zeidan, het hoofd van de militaire inlichtingendienst in Hama, was een van de meest gehate personen in de stad”, zegt de vijftigjarige Rami, die zijn/haar achternaam niet wil vermelden. “Hij vroeg de mensen fortuinen alleen maar om het lot van een aangehouden persoon te onthullen of om mensen enkele minuten een gevangene te laten bezoeken. Soms gaven mensen hem geld en kregen ze er niets voor in de plaats.”

Helen

Het neerslaan van het nieuwe protest heeft de voorbije maanden al aan meer dan vijfhonderd mensen het leven gekost in Hama. Maar tegelijk is voor Hama een genezingsproces begonnen, zegt Khani. “In die voorbije dertig jaar heeft niets onze pijn beter geheeld dan het straatprotest in deze opstand. Toen alle inwoners van Syrië de straat op gingen en slogans tegen het regime riepen, begon voor Hama het genezingsproces, want het was niet langer alleen.” Maar de wonde zal nooit verdwijnen, zegt hij. “Ik zal mij alleen met het regime dat mijn vaders ogen heeft uitgerukt kunnen verzoenen als ze me zijn ogen teruggeven zodat ik ze kan begraven bij zijn lichaam.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!