"Zeker bij mijn generatie is het geloof in politiek zeer laag, zo goed als nihil. Een grote groep is totaal onverschillig over wat politiek is en wat er gebeurt."
Interview, Nieuws, Economie, Samenleving, België, Jongeren, Vakbonden, Politieke partijen, Humo, Solidariteit, Raden van bestuur, CEO's, Klassenstrijd, Neoliberaal beleid, Managementsdenken, Staking 30 januari, Generatie Y, Sven Naessens, Millennials, Grote verhalen, Vergoedingen politici -

Generatie Y blust Humo-brandbrief: stelling 2 ‘het geloof in de politiek’

Op maandag 30 januari wordt de verwarming enkele graden hoger gezet: het sociaal verzet tegen allerhande opgelegde besparingsmaatregelen kent dan zijn vervolg van de eerste actie op 2 december 2011. Humo liet hierop vier jongeren, tussen 20 en 29, aan het woord onder de titel: 'Generatie Y, de brandbrief van de twintigers'. Maar wat denken jongeren écht over wat er op het spel staat?

woensdag 25 januari 2012 15:25

Het siert de jongeren die in Humo aan het woord komen dat ze een mening hebben ook al wordt deze gevormd door de theorie en moet die de toets van de realiteit nog doorstaan. Het komt allemaal neer op een strijd tussen generaties, als we hen mogen geloven toch. Alsof er dan geen jongeren zijn die anders denken?

Wij gingen op zoek naar enkele jongeren, gaven hen vier stellingen en lieten hen vrank en vrij antwoorden. Bewust hebben we gezocht naar jongeren tussen 19 en 30 jaar. Hebben deze millennials, de zogenaamde generatie Y, eenzelfde brandbrief of niet? Alvast tien onder hen gaven een antwoord op de tweede stelling.

Stelling 2: Vorige week besliste Jan Peumans om een benchmarkstudie te laten uitvoeren omtrent de vergoedingen en pensioenen van de Vlaamse parlementsleden. Dit in navolging van wat er op het federale niveau werd beslist. Die zouden vijf procent inleveren op het loon en al na een carrière van 36 jaar – in schril contrast met 40 jaar bij gewone mensen – recht hebben op een volwaardig pensioen. Het is geen geheim dat de meeste politici vijf procent van hun loon afstaan aan de partijkas. Als de dotaties dus met vijf procent worden verhoogd, is er eigenlijk niets ingeleverd. Het is een uitspraak die meer en meer te horen is. Het geloof in de politiek staat op een klein pitje. Hoe kijken jongeren tegen al deze zaken aan?

Lisa De Roeck: 19 jaar, studente politieke wetenschappen, Universiteit Gent

“Veel zaken doen de geloofwaardigheid van de politiek natuurlijk geen goed. Ik vind het niet meer dan logisch dat ook politici mee gaan besparen.”

“Hoe kunnen ze verwachten dat wij al deze maatregelen zomaar slikken als zij niets inleveren? Ik denk dat veel jongeren het net zouden waarderen mochten politici een beetje goodwill tonen en vrijwillig afstand doen van een deel van hun loon. We weten allemaal dat de lonen van parlementsleden nu niet bepaald laag zijn.”

“Dus in deze tijden van crisis, waar we overspoeld worden met de ene besparing na de andere, zouden een aantal besparingsmaatregelen in het parlement ook niet misstaan. Het is jammer dat de gewone man altijd moet opdraaien voor besparingen, terwijl die er eigenlijk weinig aan kan doen.”

Anoniem: 21 jaar, studeert maatschappelijk werk aan het VSPW

“Mijn geloof in de politiek is zoek. Zo een klein land en dat kunnen ze niet recht houden. Ze verdienen zoveel geld terwijl zoveel mensen in armoede leven: alleenstaande ouders, ouderen, … Zij moeten zo hard werken om overeind te blijven staan.”

“Ik begrijp ook niet goed waarom ze er zolang hebben over moeten doen om tot akkoorden te komen.”

Grimm Van Geste: 21 jaar en werkzaam als servicedesk operator bij HP in Mechelen

“Het politiek stelsel lijkt wel besmet door een virus. Het is ziek en vertoont ernstige symptomen. Begrijpen deze mensen dan niet dat juist bij hen een voorbeeldrol ligt?”

“Hoe kunnen ze nu van de kleine man verwachten dat die alles netjes speelt als ze zelf corrupt zijn! Dat bijvoorbeeld volgens onze wetboeken sommige fraude ‘legaal’ is, maakt ze nog niet rechtvaardig!”

“De huidige politici beseffen maar al te goed dat ze een besparing moesten aankondigen in de lonen van de Wetstraat, ze vrezen de massa. Toen ik het hoorde dat het over 5 procent ging, moest ik spontaan lachen. Nu verdient een minister netto per maand ‘nog maar’ 7 keer meer dan ik, extralegale voordelen niet inbegrepen.”

“Ministers verdienen nog steeds een pak minder dan de CEO’s van grote multinationals, dat staat vast. En waarschijnlijk betalen ze nog meer belastingen ook dan GDF Suez & Co. Maar het kan toch niet dat iemand op een hoge functie daarnaast nog betrokken is in tal van raden van bestuur! Hoe kan een mens zich nu toewijden aan zoveel verschillende functies? (De 4 lonen van Patrick Janssens?)”

“Zeker bij mijn generatie is het geloof in politiek zeer laag, zo goed als nihil. Een grote groep is totaal onverschillig over wat politiek is en wat er gebeurt. Dit komt volgens mij door verschillende factoren.”

“Sinds mijn geboorte is er gediscussieerd over BHV. Het heeft geduurd tot ik oud genoeg was om er iets van te begrijpen eer het opgelost is. Wie wil dit dossier nog volgen?”

“Overigens voelen veel mensen dat politiek een show is, met linkse en rechtse acteurs, sappige Latijnse citaten, en uiteindelijk verandert er toch niets ten goede voor de mensen.”

“Als ik rondvraag in mijn omgeving: ‘voor wie heb jij gestemd?’, moet iedereen het antwoord schuldig blijven. Na elke verkiezing schijnt er ook een soort stoelendans te gebeuren alsof de buit onder de piraten verdeeld wordt. De groep die uiteindelijk in die chique Brusselse gebouwen gaat zetelen, is vaak op bepaalde gebieden gewoonweg wereldvreemd (‘wat weten zij nu over armoede en asielzoekers?’). Eigenlijk vertegenwoordigen ze ‘het volk’ niet meer. Misschien sommige industriële belangen nog wel, maar de mensen niet meer.”

“In mijn ogen is het huidige politieke stelsel en wat wij ‘democratie’ durven noemen, al lang achterhaalt, het komt uit een tijd toen mensen meer gemeenschappelijks hadden en zich makkelijker achter één ‘identiteit’ konden scharen: gelovig / ongelovig, socialist / liberaal, … Er was een tijd dat een regering bij een controversieel voorstel zei: ‘Wat gaan de mensen daarvan denken?’ Nu zeggen ze: ‘Hoe gaan de financiële markten daarop reageren?'”

Mathias Vander Hoogerstraete, 22 jaar, student in Gent

“Ik denk dat veel jongeren hun geloof in de traditionele partijen verloren zijn. Hoe kan men beweren de bevolking te vertegenwoordigen wanneer men zelf leeft tegen voorwaarden van een kleine elite? Hoe kan men begrijpen wat de verhoging van de pensioenleeftijd betekent als men zich zelf nooit zorgen hoeft te maken over een rijkelijk pensioen en verloning? Daarnaast hebben ze waarschijnlijk nog verschillende mandaten bij financiële instellingen en bedrijven. Die belonen de politici rijkelijk om hun belangen te vertegenwoordigen in plaats van die van hun werknemers.”

“Politici zouden moeten leven tegen dezelfde voorwaarden als de rest van de Belgische bevolking: jaren werken in onzekere statuten, vrezen voor armoede, terwijl je pensioen niet volstaat of je te laag wordt verloond.”

Irina Papadimitriou: 23 jaar, studente geologie in Gent

“De traditionele politiek heeft veel van haar geloofwaardigheid verloren, en dat heeft ze volledig aan zichzelf te danken. Twee jaar aanmodderen voor er een regering is. Een regering die er bovendien voor kiest om gewone mensen, ook jongeren, met de aanval op de wachtuitkeringen bijvoorbeeld, onterecht te laten opdraaien voor de crisis.”

“En dat terwijl ze allemaal een riant loon uit de staatskas vissen. Dat is schandalig en hypocriet! Hoe kunnen we vertrouwen stellen in iemand die onze dagelijkse realiteit niet begrijpt?”

“Verkozenen zouden moeten werken tegen een gemiddeld loon, zonder allerlei privileges. Alleen zo kan je de dagelijkse realiteit van de bevolking, en ook de noden die er zijn in de samenleving, ten volle begrijpen.”

Jonas Van Vossole: 24 jaar, onderzoeker aan de universiteit van Coimbra

“Soms wordt gesteld dat de lonen van politici hoog moeten liggen om de beste beleidvoerders aan te trekken. Als de lonen lager zouden zijn, zouden de beste beleidsmensen kiezen voor een job in het bedrijfsleven en zou de gemeenschap in het algemeen enkel de minder goede managers hebben. Deze bewering is echter vals.”

“Het doel in een democratie is niet van de ‘beste managers’ aan te trekken vanuit een technocratische visie; het doel van een parlementaire democratie is in principe om vertegenwoordigers te selecteren die een beleid voeren dat legitiem wordt geacht door de bevolking. In principe zou een politicus vooral moeten bezig zijn met het welzijn van zijn kiezers, in plaats van met zijn carrière. Eigen sociaal engagement en niet de verloning zou dus de drijfveer moeten zijn.”

“Soms wordt gezegd dat de hoge lonen van politici ervoor moeten zorgen dat politici financieel onafhankelijker zouden zijn en daardoor minder neiging zouden hebben tot corruptie. Daar zijn serieuze vragen bij te stellen, vooral gezien de invloed van grote bedrijven op het beleid.”

“Als we zien hoeveel politici aan het einde van hun carrière, of zelfs nog tijdens hun carrière, terecht komen in allerlei raden van bestuur, en we leggen daar bijvoorbeeld maatregelen als de notionele intrestaftrek naast, dan moeten daar weinig tekeningen bij gemaakt worden. De lonen van politici zijn hoe dan ook in het algemeen te hoog. Met een minimumloon van 8.800 euro als parlementslid kan je je hoegenaamd niet inleven in de sociaaleconomische situatie van de meerderheid van je kiezers.”

“Toch denk ik niet dat het loon van politici de belangrijkste reden is dat mensen het geloof in de politiek verloren zijn. Het heeft vooral te maken met het feit dat mensen het idee hebben dat ‘ze toch allemaal dezelfde zijn’. In tegenstelling tot vroeger, toen een partij als de BWP nog de werkende mens verdedigde tegen sociale afbraak en uitbuiting, of er tenminste nog een CVP bestond – die de gemeenschap, het ACW en plaatselijke tradities verdedigde – heeft de huidige generatie jongeren nooit echte ideologische politieke partijen gekend.”

“Wat vandaag partijen genoemd worden, zijn enkel technocratische kiesmachines die nagenoeg allemaal hetzelfde sociaaleconomische programma nastreven, op een paar sociale, groene, conservatieve of nationalistische accenten na. Wat onze generatie heeft leren kennen als partijpolitiek, is eigenlijk helemaal geen politiek meer, maar neoliberaal maatschappelijk management zonder enig ideologisch of maatschappelijk relevant debat.”

“De jongeren van vandaag hebben nooit parlementaire partijen gekend met een massale ledenbasis waar je echt actief in kon militeren en waar de leden in zekere zin een invloed konden hebben op de werking van de partij. Doordat we nooit anders gekend hebben, heeft onze generatie dus haar vertrouwen in de politiek ook niet ‘verloren’. Daardoor denk ik dat te veel jongeren een cynische levensvisie zijn aangeleerd en dat soort non-democratie als ‘normaal’ zijn gaan beschouwen.”

“Toch zie je sinds een tweetal jaar een kentering. Veel van mijn generatiegenoten die vroeger afstandelijk stonden tegen alles wat politiek was, lijken zich dikwijls kritischer te gaan opstellen. De crisis van het kapitalisme heeft wel degelijk een laag jongeren opnieuw wakker geschud.”

“Door de depolitisering van de politiek zoekt deze nieuwe generatie kritische jongeren voorlopig andere wegen van verzet en politiek engagement. Vaak bestempelen ze zichzelf zelfs als apolitiek of antipolitiek, zoals veel jongeren binnen de indignados en de Occupy-beweging. Dit is naar mijn mening echter een interne tegenstelling”

“Elke vorm van georganiseerd verzet tegen de gang van zaken is per definitie ‘politiek’. Hoe deze laag nieuwe bewuste jongeren zich in de toekomst voort gaat organiseren, zal de toekomst uitwijzen, maar verdwijnen zullen ze niet. In die zin zijn de door Humo aangehaalde jongeren de generatie van het nabije verleden. De indignados zijn de jongeren van de nabije toekomst. De sociale onrust onder jongeren werd overigens als een van de belangrijkste gevaren bestempeld voor 2012 door het WEF (nvdr: World Economic Forum in Davos). Mocht ik traditioneel politicus zijn, ik zou toch beginnen wakker liggen.”

Ferdi De Ville: 26 jaar, actief binnen de jonge denktank Poliargus

“Naast vakbonden is ‘de politiek’ een gemakkelijk doelwit om op te schieten, en ook hier moeten we opletten niet met de ogen dicht in die val te trappen. Het gebrek aan vertrouwen in de politiek is de laatste drie decennia een selffulfilling prophecy geworden. Het neoliberale gedachtegoed stelt dat politici niet te vertrouwen zijn als bestuurders van de economie, en dus zoveel mogelijk beslissingsmacht uit hun handen moet worden genomen.”

“Dat is ook in grote mate gebeurd, denk maar aan onafhankelijke centrale banken, het bureaucratisch economisch bestuur in de Europese Unie, de macht van internationale organisaties als het IMF en de WTO. Door die macht over macro-economische beslissingen uit handen te geven, zijn politici inderdaad machteloos geworden.”

“Maar tijdens verkiezingen worden zij toch verleid om beloftes te maken die kiezers van hen verwachten, die ze vervolgens niet kunnen waarmaken. Quod erat demonstrandum.”

“Ook heeft die depolitisering van de economie identiteitspolitiek in de hand gewerkt, en de politiek van rustige vastheid: ik beloof niets, dus ik zal ook niet bedriegen. Aangezien er nauwelijks nog ruimte is om alternatieve economische beleidsroutes te nemen, gaan politici zich onderscheiden door nationalistische gevoelens te bespelen, of de meest verantwoordelijke politici proberen te lijken.”

“Het is, denk ik, belangrijk dat wij, jongeren, inzien dat het niet zozeer individuele politici zijn die ons bedriegen of die allemaal tot de zelfde pot nat (willen) behoren, maar dat het huidige systeem nauwelijks nog echte politiek toelaat. Indignados die verontwaardigd zijn dat naar hen niet geluisterd wordt, dat ze geen zeggingsmacht hebben over de inrichting van de maatschappij, mogen dus zeker niet in de val trappen te protesteren tegen te veel (corrupte) politiek, maar moeten net beseffen dat het een recent gebrek aan politiek is dat hen het gevoel van machteloosheid geeft.”

Maite Morren: 27 jaar, voorzitster Animo

“Ik geloof in wat politiek kan veranderen. Het is de plicht van ons, politieke jongeren, om dat ook uit te stralen en er naar te handelen. Wat Animo-jong links betreft, gaat het om: links denken, links doen. We leven in een tijd waarin het belangrijker dan ooit is om op te komen voor onze waarden. En wat blijkt, ondanks het antipolitieke klimaat slagen we er met Animo in om veel nieuwe leden aan te trekken.”

“Als politieke jongeren is het ook onze taak om wantoestanden aan te kaarten als: politici die betaalde mandaten cumuleren, politici die voor weinig werk in bestuursfuncties veel geld opstrijken. De Dexia-zaak staat voor mij symbool van het falen van een politieke klasse. De regulering van banken en toezicht op de financiële sector zijn essentieel. Hoe pijnlijk was het dan niet om vast te stellen dat onze volksvertegenwoordigers het er in die raden van bestuur zo slecht van afbrachten, mét riante betaling. Stop de zelfbediening en ga over tot echt toezicht.”

“Een democratie is nooit af.  Het is iets waar we samen aan moeten werken. En dat zullen niet alleen de partijpolitieke mensen zijn, maar ook het lid van het buurt- of oudercomité, de jeugdvereniging, vakbond, de sociaal-bewogen ondernemer die wél ethisch te werk wil gaan, de kritische kunstenaar, auteur en journalist.”

“Met ‘politieke jongeren’ bedoel ik dus zeker niet alleen de jongeren die zich aangesloten hebben bij een partij of politieke jongerenbeweging. Engagement kan je op zoveel verschillende manieren uiten. Het belangrijkste is om iets te doen. Onverschilligheid is echt het allerergste. ‘Those who do not move, do not notice their chains’.”

Thomas Decreus: 27 jaar, doctorandus KU Leuven en medeorganisator Shame-betoging

“Ik denk dat de politiek de voorbije jaren toch serieus aan vertrouwen en geloofwaardigheid heeft moeten inboeten. Er lijkt een vorm van authenciteit en oprechtheid verloren te zijn gegaan in de politiek. Dat wil niet zeggen dat er niet hier en daar goede politici te vinden zijn. Maar meestal worden die uiteindelijk ook gedwongen om mee te draaien in een circus waarin ze zelf ook niet tot hun volste recht kunnen komen.”

“Dit wijst erop dat niet zozeer het individuele gedrag van politici dient bekritiseerd te worden, als wel de structuren waarin ze opereren. Die structuren dienen dan ook veranderd te worden. Er dient een politieke vernieuwing doorgevoerd te worden.”

“Hier zijn enkele ideeën:

  • Samenvallende mandaten zouden moeten worden verboden. Het kan niet dat politici postjes combineren. Dat geldt ook voor de connectie met privé-instellingen zoals banken. Politici zouden niet langer mogen zetelen in allerlei raden van bestuur en daarvoor ook nog eens een vergoeding krijgen. Op den duur leidt dit immers tot te veel machtsconcentratie en zelfs mogelijke belangenvermenging.
  • Men moet zo snel mogelijk werk zou moeten maken van een federale kieskring. Dit kan ervoor zorgen dat er ander soort communautaire dynamiek kan ontstaan waarbij de spanningen tussen de gemeenschappen ontzenuwd worden. Het is ook meer democratisch. Want het blijft vreemd dat een Nederlandstalige niet op een Franstalige kan stemmen en vice versa. Zolang aan deze fundamentele democratische eis niet wordt tegemoetkomen, zal het communautaire een dankbare voedingsbodem blijven voor populistische antipolitiek. Ook een Europese kieskring zou vanuit die optiek geen slecht idee zijn.
  • De macht van partijen dient beperkt te worden. Zeker partijvoorzitters hebben te veel macht in verhouding tot hun democratische legitimiteit. Partijvoorzitters worden verkozen binnen het kader van hun partij. Ze zijn dus slechts verkozen door een heel beperkt deel van de bevolking. Desalniettemin hebben ze een enorm groot gewicht in het politieke spel. Dit is een uitwas die volgens mij bestreden dient te worden.
  • Tot slot moeten politici weer durven een ideologische positie in te nemen. Op dit moment heerst een soort consensusdenken dat heel moeilijk doorbroken kan worden. Niemand betwist bijvoorbeeld de koers die Europa vaart. En als dat gebeurt, wordt men meteen teruggefloten en voor populist versleten. Er dienen opnieuw alternatieve maatschappijvisies verdedigd en gecreëerd te worden. Die zijn er natuurlijk wel, alleen worden ze op dit moment niet politiek vertaald door de mainstream partijen. Dit zorgt ervoor dat de politiek moet inboeten aan representativiteit en legitimiteit.”

Koen Bogaert: 30 jaar, doctor-assistent, MENARG, Universiteit Gent

“Ik weet niet zeker of politieke partijen vandaag de dag minder enthousiasme losweken dan pakweg 30 jaar geleden. Een partij zoals de N-VA doet het op dat vlak waarschijnlijk zeker niet slecht.”

“De huidige malaise situeert zich vandaag vooral in het postideologische karakter van de politiek en de traditionele politieke partijen. Men spreekt vaak over het einde van de Grote Verhalen, de irrelevantie van de klassieke links-rechtstegenstellingen, maar de waarheid is dat juist één Groot Verhaal te dominant is: het neoliberale verhaal over de vrije markt, de economische groei, de afgeslankte staat en de zogenaamde maatschappelijke absurditeit van herverdeling en solidariteit is vandaag het enige verhaal dat onze publieke ruimte en het publieke debat overheerst.”

“Bovendien moeten we vaststellen dat dit (ideologisch!) verhaal een neutrale, haast natuurlijke en bijgevolg postideologische status heeft verworven waarin alle politieke partijen zich lijken te berusten. Vandaar ook het toenemende belang van technocraten in de politieke ruimte en het absurde geloof dat hun beleidskeuzes ‘neutraal’ en ‘objectief’ zouden zijn, vrij van machtsrelaties, particuliere belangen en ideologische overtuigingen.”

“Politieke partijen moeten opnieuw een ideologische strijd voeren. De huidige sociale orde moet radicaal in vraag gesteld worden. De representatieve democratie verkeert juist in een diepe crisis omdat bijna al onze vertegenwoordigers één of andere versie van hetzelfde Grote Verhaal vertellen. Het kapitalisme in zijn huidige vorm wordt vandaag niet of nauwelijks openlijk in vraag gesteld.”

“Men verwijst hoogstens naar wat stoute bankiers, terwijl de huidige problemen een veel diepgaandere structurele aard hebben. Een alternatief links verhaal eindigt niet met het ijveren voor een beter leefmilieu, het beschermen van onze sociale zekerheid binnen de grenzen van haar betaalbaarheid of het vertrouwen op de technologische verandering om zo een toekomstige groene en sociale revolutie mogelijk te maken.”

“De crisis van links situeert zich niet zozeer in het feit dat er geen alternatieven zijn, maar dat men geen machtsanalyse meer maakt. Wie profiteert er vandaag van de economische groei? Onze toegang tot onderwijs? Ons fiscaal systeem? De ‘vrije’ markt? Het Europese project?”

“De politici zijn vergeten dat mensen rechten hebben: het recht op onderwijs, het recht op gezondheidszorg, het recht op openbare dienstverlening (als we aanvaarden dat we lid zijn van een staat), het recht op een leefbare stad, het recht op een menswaardig bestaat tout court. Het is toch onmenselijk om een bepaalde economische logica te laten primeren op deze fundamentele rechten.”

“De vraag is of we opnieuw een politieke strijd willen leveren voor deze rechten. Voor een humaan Groot Verhaal.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!