Weduwen van slachtoffers van de terreur onder Hissène Habré eisen in 2005 in N'Djamena de berechting van de voormalige dictator wegens 'misdaden tegen de mensheid' (foto: IRIN)
Nieuws, Afrika, Politiek, België, Mensenrechten, Senegal, Tsjaad, Idriss Déby, Straffeloosheid, Human rights watch, Belgische ambassade, Misdaden tegen menselijkheid, Dakar, Internationaal Gerechtshof, Hissène Habré, FOD Buitenlandse Zaken, Onderzoeksrechter Daniel Fransen, Uitleveringsverdrag, Terreurslachtoffers, Aut dedere, aut judicare, UN Committee against Torture, Kamer van inbeschuldigingstelling, President Abdoulaye Wadé -

België verzoekt Senegal voor vierde keer uitlevering dictator Hissène Habré

De mogelijke uitlevering van de vroegere Tsjadische dictator aan België begint nu echt wel op een spelletje diplomatiek touwtrekken te lijken. Op dinsdag 17 januari 2012 hebben de Belgische autoriteiten voor de vierde keer Senegal officieel om de uitlevering verzocht van Hissène Habré, die moet terechtstaan voor misdaden tegen de menselijkheid. Op 10 januari had Dakar het derde verzoek afgewezen.

vrijdag 20 januari 2012 18:00

De overlevende slachtoffers van de terreur van de gevreesde Tsjadische dictator Hissène Habré, die tussen 1982 en 1990 tienduizenden, al dan niet vermeende tegenstanders liet arresteren, folteren en vermoorden, zijn al die spelletjes die boven hun hoofden worden uitgevochten meer dan beu.

21 jaar wachten op gerechtigheid

Elk jaar dat verstrijkt, betekent ook dat er minder en minder overlevenden overblijven die al 21 jaar opheldering en gerechtigheid vragen. De parallellen met de zaak-Pinochet zijn overduidelijk, alleen is Tsjaad veel minder in de media aan bod gekomen, maar het aantal slachtoffers dat er op gerechtigheid wacht, is nog veel groter.

Tijdens de Koude Oorlog kon Habré immers rekenen op de steun van Frankrijk en de VS in zijn strijd tegen de militaire bemoeienissen van de toenmalige Libische leider kolonel Khaddafi in Tsjaad. De CIA, onder toenmalig VS-president Ronald Reagan, bood Habré uitgebreide hulp aan bij de uitbouw van zijn beruchte geheime inlichtingendienst DDS, die verantwoordelijk was voor martelingen en buitengerechtelijke executies.

Op 1 december 1990 werd Habré met militaire middelen van de macht verdreven door zijn vroegere medestander en huidig president van Tsjaad, Idriss Déby. Habré vluchtte eerst naar Kameroen en daarna naar Senegal waar hij al meer dan 21 jaar in ballingschap leeft in Dakar. Senegal heeft Habré nooit vervolgd, ondanks de talrijke verzoeken daartoe van de Tsjadische overheid en internationale en Tsjadische mensenrechtenorganisaties.

België betrokken op basis van ‘genocidewet’

België is direct betrokken partij bij de zaak-Habré omdat enkele terreurslachtoffers, die ondertussen de Belgische nationaliteit hebben verworven, sinds november 2000 een rechtszaak begonnen zijn op basis van de zogenaamde ‘genocidewet’ die universele geldigheid heeft in zaken van misdaden tegen de menselijkheid. De Brusselse onderzoeksrechter Daniel Fransen en zijn team hebben duizenden dossiers van slachtoffers onderzocht.

Een Belgische rogatoire commissie heeft ook diverse keren terreinbezoeken gebracht in Tsjaad en er met getuigen gesproken. Op 19 september 2005 heeft de Belgische onderzoeksrechter het onderzoek afgesloten en meteen een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd tegen Hissène Habré.

De beschuldiging luidt: misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden, systematische marteling van gevangenen en zware overtredingen van het internationaal humanitair recht. Senegal is dus op basis van internationale verdragen verplicht om Habré te arresteren en uit te leveren.

Toch is dat tot op vandaag nog altijd niet gebeurd wat de aanleiding is van een diplomatiek conflict tussen België en Senegal dat nog niet is beslecht door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (niet te verwarren met het Internationaal Strafhof!; het Gerechtshof houdt zich bezig met arbitrage tussen staten). Een uitspraak zou in de loop van 2012 volgen.

Er leek schot in de zaak te komen …

Vorig jaar leek er nochtans schot te komen in de zaak toen de Senegalese autoriteiten in juli plotseling aankondigden dat ze Habré zouden uitleveren aan … Tsjaad, waar de oud-dictator al in 2008 bij verstek ter dood veroordeeld werd.

Navi Pillay, de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève, heeft toen bij de Senegalese regering aangedrongen om Habré niet aan Tsjaad uit te leveren. Zij vreesde dat Habré in Tsjaad geen eerlijk proces zou krijgen en de kans zou lopen te worden gefolterd. Senegal liet weten zelf geen proces tegen Habré te willen organiseren.

Op 22 juli 2011 heeft de Tsjadische regering officieel aan Senegal gevraagd om Habré dan aan België uit te leveren waar alles in gereedheid is voor het proces.

Op haar topconferentie van 24 januari 2006 in Khartoem heeft de Afrikaanse Unie beslist dat een panel van Afrikaanse juridische experts zich over de kwestie-Habré zou buigen om een ‘bevredigende oplossing’ te vinden. De Afrikaanse Unie vond het wenselijk dat Habré in Afrika voor de rechter zou komen. Een uitlevering aan een Europees land, dat bovendien een niet zo fraai koloniaal verleden in Afrika heeft, ligt nu eenmaal gevoelig.

Alles klaar voor proces tegen dictator

De uitlevering aan België, waar bij wijze van spreken alles klaar is om het proces tegen Habré onmiddellijk van start te laten gaan, ligt voor de hand en is ook duidelijk de optie die de voorkeur wegdraagt van de organisaties van slachtoffers en hun familieleden en van talrijke internationale mensenrechtenorganisaties.

“Al 20 jaar lang vragen we gerechtigheid en Senegal stuurt ons telkens met een kluitje in het riet”, verklaarde Jacqueline Moudeïna, voorzitster van ATPDH, vorig jaar. “De enige optie die openblijft is de uitlevering aan België. Daar is alles klaar voor een sereen en eerlijk proces. Dat is het minste wat de slachtoffers van de terreur nog mogen verwachten. Senegal moet stoppen met spelletjes te spelen.” Ook aartsbisschop Desmond Tutu heeft de Afrikaanse regeringsleiders opgeroepen gerechtigheid te laten primeren op diplomatieke machtsspelletjes.

In november 2011 heeft het UN Committee against Torture Senegal eraan herinnerd dat op basis van het antifolterverdrag dat Senegal heeft ondertekend, een proces tegen Habré noodzakelijk is. Als Dakar het zelf niet wil organiseren, dan is uitlevering aan België de enige optie.

Rechtbank in Dakar vindt ‘procedurefouten’

Maar telkens opnieuw vinden de autoriteiten in Dakar andere argumenten om niet tot uitlevering over te gaan. Op 4 januari 2012 verklaarde president Abdoulaye Wadé dat hij voorstander is van uitlevering aan België “als de rechtbank dit beslist”.

Op 10 januari heeft de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep van Dakar het derde uitleveringsverzoek van België afgewezen omdat er ‘procedurefouten’ zouden zijn gemaakt. De Belgische overheid moest dit – volgens verklaringen van Buitenlandse Zaken – via de pers vernemen. Volgens de Senegalese pers geniet Habré nog de steun van machtige islamitische broederschappen. In februari zijn er presidentsverkiezingen in Senegal en niemand van de kandidaten wil die broederschappen voor het hoofd stoten.

Onder meer de Association Tchadienne pour la Promotion et la Défense des Droits de l’Homme (ATPDH) en ook de Organisatie van familieleden van Slachtoffers (AVCRHH) van de terreur onder Habré zouden het liefst van al zien dat de ex-dictator wordt uitgeleverd aan België.

Samen met een hele reeks Afrikaanse mensenrechtenorganisaties en Human Rights Watch stuurden ze op 17 januari een open brief aan de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Afrikaanse Unie waarin ze nogmaals aandringen op een snelle uitlevering van Habré aan België. Ondertussen heeft ook Rwanda aangeboden eventueel het proces tegen Habré te willen organiseren als het daar de nodige financiële ondersteuning voor krijgt. Maar dat zou het proces weer met enkele jaren vertragen.

Vierde uitleveringsverzoek

De nieuwe diplomatieke en procedurale obstakels maken het stilaan lachwekkend, als het wachten op gerechtigheid voor de slachtoffers niet zo tragisch zou zijn. Dinsdag liet de FOD Buitenlandse Zaken weten dat ze voor de vierde keer een officieel verzoek tot uitlevering van Habré heeft overgemaakt aan de Senegalese ambassadeur in Brussel.

“Die stap volgt op het gegeven dat de Senegalese rechtscolleges de drie andere uitleveringsverzoeken hebben verworpen. De laatste verwerping, wegens vormfouten, dateert van 10 januari 2012. Voor de Belgische autoriteiten, die het derde uitleveringsverzoek in behoorlijke vorm hadden overgezonden, is het essentieel dat Senegal de internationaalrechtelijke verplichting ‘aut dedere, aut judicare’ (uitleveren of vervolgen) naleeft en de heer Hissène Habré, indien hij niet in Senegal wordt berecht, aan België uitlevert opdat recht kan worden gedaan aan de slachtoffers”, aldus de mededeling.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!