Interview, Nieuws, Politiek, Cultuur, België, De Verenigde Verenigingen, Participatie, KU Leuven, Jan Van Damme, Beleidscultuur, Instituut voor de overheid -

“It’s the culture, stupid!” Sporen naar een andere beleidscultuur met Jan Van Damme

De 'Verenigde Verenigingen’ interviewde beleidsbedenkers, -makers en -uitvoerders over hun ervaring en visie op de huidige Vlaamse beleidscultuur. Het resultaat werd de publicatie:' It’s the culture stupid! Sporen naar andere beleidscultuur!’. Hier het zevende interview met Jan Van Damme, wetenschappelijk medewerker' Instituut voor de Overheid' (KU Leuven).

woensdag 18 januari 2012 18:00

?Onder auspiciën van het ‘Steunpunt bestuurlijke organisatie Vlaanderen’ buigt Jan Van Damme zich, aan de KULeuven, over de rol van procesregels en procesmanagement bij Vlaamse inspraakprocessen. Bestuurders nieuwe normen van bovenaf opleggen, blijkt geen wondermiddel voor een betere beleidscultuur. Wat je hebt, doorlichten en dan bepalen waar je kan-en wil-bijsturen, is een meer zinvolle aanpak.

Wat betekent ‘beleidscultuur’ voor u?

“Dat betekent wat er achter de procedures en structuren ligt; het is de visie op hoe beleid gemaakt moet worden. In Vlaanderen kan je de traditionele beleidscultuur consensueel en ook wel neocorporatistisch noemen: een aantal maatschappelijke spelers onderhoudt intensieve, deels informele contacten met beleidsmakers. In ruil houden die hun achterban in toom. Een dergelijke beleidscultuur vereist consultatie, overleg, onderhandeling en een zekere mate van beslotenheid: noem het de ‘achterkamertjespolitiek’. In Groot-Brittannië heb je bijvoorbeeld een meer pluralistisch systeem: meer partijen treden in contact met beleidsmakers, maar politiek en administratie zijn dominanter.”

“Het begrip ‘goed bestuur‘ heeft dan weer betrekking op het besturen, het leiden, het organiseren van overheidsinstellingen en -taken en berust op normen als transparantie, verantwoording, controleerbaarheid,  efficiëntie, effectiviteit, inclusie, overleg. De standaarden voor goed bestuur liggen vanuit een managementperspectief nogal voor de hand, wat minder het geval lijkt te zijn voor beleidscultuur.”

“Beleidscultuur is eerder een historisch gegroeide manier om dingen te doen. Elke beleidscultuur heeft haar voor-en nadelen, hanteert bepaalde waarden en normen. Maar of dat dan de ‘juiste’ zijn? Je kan trouwens ook niet gewoon de beleidscultuur van het ene land kopiëren naar een ander. Wat je wel kan doen, is kritisch kijken naar je eigen beleidscultuur, zien of die nog verenigbaar is met de maatschappelijke omgeving en proberen om bij te sturen.”

Aan welke maatschappelijke evoluties moet de beleidscultuur zich aanpassen?

“Er zijn een aantal relevante ontwikkelingen. Het middenveld versplintert, je krijgt meer single issue-bewegingen, sommige individuele burgers zijn meer geneigd om rechtstreeks met het bestuur in interactie te treden. Ook lijken mensen waarden als transparantie, verantwoording en motivering belangrijker te vinden dan vroeger. Dat beïnvloedt de beleidsvorming. Ze zetten druk op het bestaande systeem. Anderzijds blijven meer traditionele interactiekanalen bestaan, zoals overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. Dat alles maakt de besluitvorming complexer. De heersende beleidscultuur zal – met enige vertraging- reageren op die maatschappelijke ontwikkelingen.“

Wanneer is beleid legitiem? U hebt daar onderzoek naar verricht.

“Dat is wanneer zowel de besluitvorming als het beleid dat eruit voortvloeit, aan de normen voldoen die op dat moment in die samenleving van belang worden geacht en anderzijds, wanneer burgers vinden dat het beleid legitiem is. Legitimiteit kan je dus vanuit een normatief én een subjectief perspectief bekijken. Over waarden en normen kan je discussiëren. Transparantie en overleg zijn niet altijd goed: soms moet je doortastend kunnen beslissen. Ook bij de vraag wie allemaal kan deelnemen aan de besluitvorming, moet je je afvragen in welke mate participatieve besluitvorming ook nog efficiënt is.”

In welke evoluties in de beleidscultuur gelooft u zelf?

“Europa legt reguleringsinstrumenten en kwaliteitsdenken op, die onder meer consultatie en participatie van maatschappelijke partijen aan de besluitvorming moeten stimuleren. De vraag is of die voldoende werken in een andere politieke cultuur. Maatschappelijke druk is mogelijk belangrijker dan het opleggen van instrumenten en procedures. Meer maatschappelijke partijen eisen hun plek op aan de onderhandelingstafel. Overheidsbeslissingen worden kritisch bekeken en desnoods aangevochten.”

“Denk ook na over wat je nastreeft: transparantie is belangrijk, maar in sommige situaties is enige beslotenheid misschien geen slechte zaak.  Om tot een ‘betere’ beleidscultuur te komen, moet je je afvragen welke waarden en normen je wilt nastreven bij de besluitvorming. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Hoe wil je die waarden garanderen? Ik geloof sterker in voorzichtig en geleidelijk bijsturen dan in nieuwe systemen en procedures invoeren.”

Meer participatie van burgers en middenveld, hoe bereik je dat?

“Misschien moet de ambitie niet ‘meer’ maar ‘betere’ participatie zijn? Zijn de criteria duidelijk waaraan die participatie moet voldoen, dan blijft de vraag hoe je dat gaat organiseren. Naast een aantal minimale procedurele garanties, geloof ik sterk in meer professionalisering en autonomie, zodat beleidsmakers en ambtenaren voldoende vrijheidsgraden hebben om kwaliteitsvolle participatie in te richten. Tegelijk moet de samenleving een voldoende sterke ‘tegenspeler’ zijn. Er moet dus meer bestuurlijke aandacht zijn voor het versterken van sociale cohesie, betrokkenheid en vertrouwen.”

Jan Van Damme is wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor de Overheid (KU Leuven). Onderzoeksdomein: burger en beleid (beleidsadvisering, publieksconsultatie en -participatie).

Vanwege groot succes is onze voorraad uitgeput, maar u kan wel de interviews via onze tweewekelijkse nieuwsbrief en op de website lezen. Een digitale versie zal binnenkort beschikbaar zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!