Interview, Nieuws, Politiek, Cultuur, België, De Verenigde Verenigingen, Vlaanderen, Beleidscultuur, Dirk Van Melkebeke -

“It’s the culture, stupid!” Sporen naar een andere beleidscultuur met Dirk Van Melkebeke

De 'Verenigde Verenigingen’ interviewde beleidsbedenkers, -makers en -uitvoerders over hun ervaring en visie op de huidige Vlaamse beleidscultuur. Het resultaat werd de publicatie: ' It’s the culture stupid! Sporen naar andere beleidscultuur!’. Hier het interview met Dirk Van Melkebeke, secretaris-generaal van het departement EWI en voorzitter van het college van ambtenaren-generaal.

zaterdag 14 januari 2012 09:54

Rücksichtlos meer mogelijkheden tot inspraak inbouwen, is ook voor Dirk Van Melkebeke geen wondermiddel voor een beter beleid. “We moeten inspraak vooral structureren, zodat niet enkel de hardste roepers gehoord worden.”

Wat is beleidscultuur voor u?

“Ten eerste: een bepaalde manier van werken, op basis van een historische traditie. Die traditie is bij ons eerder Latijns, maar vertoont ook gelijkenissen met het ‘noordelijker’ model met meer aandacht voor inspraak. Als administratie voelen we dat soms wat wringen. Ten tweede is er ingesteldheid en mentaliteit. Ook daar is er een soort gespletenheid tussen overleg en ‘autoriteit’. Daarbij hebben wij helemaal geen debatcultuur, wat zorgt voor een derde cruciaal element van onze beleidscultuur: een overvloed aan regels en procedures. Dat wordt alsmaar meer ervaren als ballast. Zorgen dat de overheid haar werk kan doen, mét een efficiënte controle van het parlement, is hier meer dan elders een evenwichtsoefening.”

Is goed bestuur dan zorgen dat we het evenwicht bewaren?

“Het is geven en nemen. Tot in de jaren tachtig werd er over de hoofden van mensen heen beslist. Als reactie daarop zijn er tal van inspraakmogelijkheden ontstaan, waarbij we nu zien dat overdreven inspraak de goede werking van de overheid blokkeert. Gestructureerde participatie via strategische adviesraden als de SERV en de MINA-raad vind ik belangrijk om valse vormen van inspraak te voorkomen, waarbij enkel de hardste roepers gehoord worden.”

Is evenwicht en consensus hét kenmerk van de beleidscultuur in Vlaanderen?

“Ja, het Belgische compromismodel vind je hier ook, maar het resultaat is een vrij grijs, weinig polariserend beleid. Ik vind wel dat consensus nastreven de taak van de overheid is: de verkozenen moeten de knoop doorhakken. Adviesraden moeten dit dus niét doen. Beleidsverantwoordelijken moeten zuivere adviezen krijgen, maar in de aanbevelingen van strategische adviesraden zitten vaak al compromissen ingebouwd. Dat zit in onze mentaliteit. Je hebt je werk niet goed gedaan als je géén consensusgericht advies geeft. Ons hele politieke bestel is gericht op compromis. De toenemende versnippering van het partijpolitieke landschap versterkt dat nog.”

Zorgen politieke beslissingen in regeerakkoorden niet voor frustratie bij adviesraden en middenveld?

“Je kan nu eenmaal ook niet alles bottom-up laten opborrelen. In de context van een versnipperd politiek landschap en een legislatuur van vijf jaar, zou ik niet graag zien dat er géén gedetailleerd regeerakkoord klaarligt op vlak van een aantal punten. Als er niks beweegt, wordt het middenveld helemáál ongelukkig. De lijnen moeten dus uitgezet worden. Vanuit een democratisch oogpunt vind ik dit eerder een voor- dan een nadeel. Uiteraard blijven inspraak en advies mogelijk. Denk maar niet dat het middenveld, vertegenwoordigd in adviesraden, kritiek zal sparen op iets wat echt niet kan. Een regeerakkoord wordt tussentijds in de praktijk wel degelijk bijgestuurd. Dramatiseren hoeft dus niet.”

Wat is uw visie op beleidsparticipatie?

“Ik vind dat er tijdens het proces op een vroeger moment ruimte gecreëerd moet worden voor inspraak – door alle stakeholders. Misschien ben ik ‘beïnvloed’ door twintig jaar kabinetswerk, maar persoonlijk zou ik deels, op informele basis, één en ander organiseren om te zien hoe de kaarten liggen. Zo ben je zeker dat, wanneer de formele adviesvraag komt, er geen grote problemen meer opduiken. De mensen in het veld, die moét je om hun mening vragen – wie anders?”

Wat zijn de kenmerken van een kwaliteitsvol beleid?

“Duidelijkheid en transparantie: dan weet je via regeerakkoord en beleidsnota’s wat er gaat gebeuren. Besluitvaardigheid ook, wat in de huidige Vlaamse context niet evident is. Ten slotte inspraak, formeel en informeel, mits de drempel hoog genoeg ligt en beslissingen ook aanvaard worden. De besluitvaardigheid staat onder druk omdat alles vast ligt in procedures die op hun beurt procedures controleren. Daarnaast vind ik, wanneer het algemeen belang erdoor gediend wordt, de beknotting van een individueel recht niet per definitie een inperking van de democratie.”

Blijft beleid maken beperkt tot het maken van regelgeving?

“Dat verandert stilaan. Een complexere samenleving vereist meer normen.  Anderzijds loste de lawine van besluiten en decreten uit de jaren tachtig ook niet alles op, integendeel. We moeten meer tijd nemen voor wetgeving, doordacht tewerk gaan en draagvlak creëren.”

Iedere beleidsmaker beweert meer maatschappelijke betrokkenheid te willen. Wordt het beleid voldoende gedragen?

“In Vlaanderen is er een probleem met langetermijndenken. Beleidsmakers met een degelijk langetermijnplan krijgen dat moeilijk verkocht. Maatschappelijke betrokkenheid is ook niet simpel. Met de grote intenties is iedereen het eens, tot er keuzes gemaakt moeten worden. De burger moet dus ook accepteren dat er-na debat en motivering- een ‘nee’ kan volgen. Dat is óók debatcultuur. Het is tweerichtingsverkeer. Leiding geven is belangrijk, maar het kunnen accepteren is even belangrijk.”

Beleidsmakers vinden snelheid belangrijker dan inspraak en transparantie. Klopt dat?

“Iedereen wil resultaat zien. Politici worden strenger dan wie ook geëvalueerd, dus dat speelt. De druk om resultaten voor te leggen is gigantisch.”

Missen we ook debatcultuur in het Vlaams parlement?

“Eigenlijk wel. Interessante debatten zijn er zeldzaam. Ad hoc-verhalen en belangenverdediging voeren de boventoon. In de commissies is dat iets beter. Bovendien-en dat is mijn stokpaardje- vind ik dat het parlement te ver gaat om zich via resoluties te mengen in aangelegenheden die het terrein zijn van de uitvoerende macht. Managementovereenkomsten en beheersovereenkomsten moeten in het parlement besproken worden en kunnen voorwerp uitmaken van een commissiebespreking. Dat werkt blokkerend en het overstijgt de controlerende taak van het parlement.”

Doen ze dat niet omdat het wetgevend initiatief hen door de Vlaamse Regering wordt ontnomen, die partijpolitiek beslist? Het parlement denkt en stemt volgens diezelfde meerderheid-minderheidlogica.

“Misschien wel, maar een goede parlementair komt heus wel bovendrijven. Natuurlijk is het frustrerend om als parlementslid deel uit te maken van de meerderheid, maar federaal is dat nog veel erger. Maar als commissievoorzitter kan je wél een belangrijke rol spelen.”

Wat kan er beter in het samenspel van kabinetten en administratie?

“Persoonlijk heb ik als kabinetschef altijd samengewerkt met de administratie. Het hangt sterk af van mensen, maar dat zou niet mogen. Daarom is dat overleg nu geformaliseerd door ondermeer beleidsraden. In 1988 waren de kabinetten een parallelle administratie. Dat is nu gelukkig anders, door de capaciteit van de administratie sterk te verbeteren en de kabinetten in te krimpen. Maar een minister is géén doorgeefluik van de administratie. Er is een groep mensen nodig die een minister helpt zijn of haar visie te ontwikkelen én die ervoor zorgt dat de politieke besluitvorming draait. Dat is democratie. In Nederland zijn er zogenaamd geen kabinetten, maar informeel zijn ze er wel. Dat is een minder transparant systeem dan in Vlaanderen. Hier weet je tenminste wie op welk kabinet zit. De politieke versnippering maakt interkabinettenwerkgroepen noodzakelijk. Het zijn voorbereidende organen voor politieke compromissen. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Neem je kabinetten weg, dan zal de administratie hun taken moeten overnemen.”

Tot slot: hoe stuur je de administratie richting betere besluitvorming en beleidsvorming?

“Vooral door zo efficiënt mogelijk te werken en structuren te stroomlijnen, mét respect voor de democratische spelregels en zeker ook door ten dienste te staan van het algemeen belang. ‘Civil servant’ is daar een mooie term voor: het houdt in dat je probeert om te detecteren wat er leeft bij de bevolking en daarmee ook rekening houdt, maar ook dat je leert omgaan met de inspraakmogelijkheden die er zijn en zorgt dat wat je voorstelt, ook een draagvlak kent. Die houding is bij de overheid nog te weinig aanwezig. Daarnaast moet er gewerkt worden aan een grotere rotatie en mobiliteit van ambtenaren. Dit ligt hier gevoelig door de personeelsstatuten. Ik wil ook het formalisme aangepakt zien. Er is al veel ten goede veranderd, maar de soepelheid en de professionaliteit van de nieuwe ambtenaar zit nog in een te strak procedureel keurslijf. ”

Dirk Van Melkebeke is secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap & Innovatie en is voorzitter van het college van ambtenaren generaal.

Vanwege groot succes is onze voorraad uitgeput, maar u kan wel de interviews via onze tweewekelijkse nieuwsbrief en op de website lezen. Een digitale versie zal binnenkort beschikbaar zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!