(Foto: R. Stevens)
Interview, Nieuws, Economie, België, ACV, Luc Cortebeeck, Tmd -

Afscheidsinterview Luc Cortebeeck: “Occupy Wall Street is een zootje ongeregeld, zo zijn wij ook ooit begonnen”

In Nederland is de vakbond FNV uiteengespat na interne twisten, kan dat ook in België gebeuren? Vakbonden ondergaan de Europese druk, zullen ze weerstaan? De nieuwe regering Di Rupo heeft lak aan overleg. Zullen de vakbonden opnieuw hun plaats verwerven aan tafel? Worden de vakbonden straks voorbijgestoken door bewegingen als Occupy Wall Street? Een afscheidsinterview met Luc Cortebeeck.

vrijdag 13 januari 2012 23:22

Op de voorlaatste dag van 2012 gaf ACV-voorzitter Luc Cortebeeck de voorzittershamer door aan Marc Leemans. In een interview met DeWereldMorgen.be kijkt hij nog eens terug op de voorbije twaalf jaar.

Toen u in 1999 voorzitter werd, was de euro er nog niet. Nu, twaalf jaar later, wordt volop gespeculeerd over het einde van de eenheidsmunt. Er gebeuren nu dingen die enkele jaren geleden ondenkbaar waren.

“De voorbije jaren zijn waarschijnlijk de moeilijkste geweest. Voortdurend hebben we ons afgevraagd hoe we vat konden krijgen op de gebeurtenissen. Heel veel dingen overkomen ons gewoon en je weet niet eens wie je daar voor moet aanspreken. De vakbonden krijgen veel kritiek, maar wij zijn tenminste aanspreekbaar. Maar op de syndicaten van de financiële bedrijven en de ratingbureaus die het mooie weer maken, kan ik geen gezichten plakken. Dat is enorm frustrerend. Ook de niveaus waarop we moeten werken verschuiven. Er zijn er die geloven dat het allemaal beter wordt als we een muur rond Vlaanderen bouwen. Maar zo zit de wereld niet meer in elkaar.”

Tijdens het Generatiepact had u het nochtans ook niet onder de markt.

“Dat was moeilijk, maar dat hebben we tenminste wel rond gekregen. Wij waren ook vragende partij om het over de vergrijzing te hebben. Gilbert De Swert (nvdr toenmalig hoofd van de ACV-studiedienst) schreef er een boek over. Dat moest een tegengewicht vormen voor alle ‘deskundigen’ die het altijd alleen maar over de ouderenproblematiek hadden. Nooit keken ze naar de hele carrière. Het feit dat men zich enkel richt op die laatste jaren van de loopbaan was één van de fouten van het Generatiepact.”

DeWereldMorgen.be

(foto Han Soete) Op een persconferentie in de woelige periode van het Generatiepact

“Een hele zomer lang hebben we met vier – Xavier Verboven van het ABVV, Pieter Timmermans van het VBO, Karel Van Eetvelt van Unizo en ikzelf – onderhandeld in de 16 en de Lambermont met de premier en de vicepremiers. Een enorm boeiende periode. Tegelijk ook verschrikkelijk moeilijk, want heel technisch. Ik heb me heel hard moeten inwerken om dat onder de knie te krijgen.”

“Maar eind augustus begonnen de media, de liberalen in zuid en noord en een deel van de socialisten te roepen: dat wordt niks die onderhandelingen met de vakbonden. Daar komt alleen maar iets soft uit. Verhofstadt moest zich weren en deed er op het laatste moment in zijn ‘state of the union’ nog een couche bij. Precies zoals het nu ook ging met deze regering.”

“We verkregen daarna van Verhofstadt enkele toegevingen. De mail daarover van Verhofstadt is toen zelfs nog in Knack verschenen. In de bedrijven lieten we weten dat we er vertrouwen in hadden dat we dat dossier goed konden afronden. De collega’s van het ABVV zeiden op dat moment: we hebben nog niets. Als je met twee zo’n verschillende informatiestromen zit, krijg je een ‘clash’. Het ABVV heeft toen gestaakt. Wij deden niet mee. Daarna is er besloten om de onrust te kanaliseren, dat is dan de betoging met 100.000 geworden eind oktober van dat jaar. Na die betoging kregen we van de regering toch gedaan dat er nog wijzigingen kwamen. En in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) dat we vervolgens sloten, zagen we de kans om het Generatiepact uitvoerbaar te maken, want daar zaten veel kemels in die je niet kon uitvoeren. En dat is vandaag trouwens opnieuw zo met de maatregelen van Van Quickenborne.”

Zal dat Generatiepact over tien jaar niet één van de laatste keren blijken dat het sociaal overleg werkte?

“Je moet daar toch mee oppassen. De laatste keer is het niet gelukt, maar de jaren daarvoor hebben we wel vijf interprofessionele akkoorden kunnen afsluiten. We hebben het tijdskrediet gerealiseerd. Een idee dat uit dit huis komt en waar ze nu op een domme manier op inhakken. We hebben de welvaartsvastheid verkregen na onze betoging in Oostende. Daar gaat nu weer veertig procent vanaf, maar het systeem bestaat nog. Er waren de crisismaatregelen van 2009 en 2010. Zelfs de Oeso en het IMF zijn vol lof over de manier waarop wij de crisis hebben aangepakt.”

Maar de toekomst ziet er somber uit. De werkgevers zijn assertief. Europa is ook al geen fan van sociaal overleg.

“Dat is zeker geen foute indruk. De werkgevers kunnen zich permitteren agressief te zijn vanuit hun fauteuil. Ze krijgen van alle kanten steun: van Europa, van de economische think tanks die overal in de media opgevoerd worden en als objectief worden voorgesteld, ook al beweerden ze voor de crisis heel andere zaken dan vandaag. En wij zijn dan natuurlijk de slechteriken, die het nog niet allemaal doorhebben.”

DeWereldMorgen.be

(foto Han Soete) Toespraak op een congres

Voelt u die druk vanuit Europa?

“Tja, Europa… Hoe is het mogelijk dat we op de G20 (nvdr, de top van de 20 grootste economieën) in Cannes met de werkgevers- en de werknemersorganisaties wel tot een gezamenlijke tekst kunnen komen? Hoe is het mogelijk dat er in de slottekst van de G20 wel staat dat we naast de sanering ook aan economische duurzame groei moeten werken en dat landen als Brazilië, Duitsland en China hun overschotten moeten investeren om zo de andere landen te ondersteunen?”

“Maar in Europa krijgen we alleen die heel eenzijdige blik. We hebben het gezien bij de regeringsvorming. De liberalen zeiden: van Europa moet het nog straffer. Terwijl dat niet waar is, het tekort beperken tot 3 procent is genoeg. Dan voel je dat het niet alleen over saneren gaat, dat er ook een ideologisch programma achter zit, dat men niet enkel wil besparen om financiële redenen maar dat er ook andere motieven zijn. Men wil dereguleren.”

Hoe gaat u in Europa een tegenmacht vormen?

“Tegenmacht in Europa krijg je alleen maar door sterke vakbonden. In de bedrijven en lokaal. Dat blijft de basis. Het gaat traag, het gaat moeizaam. Ik vind de manier waarop het gebeurt ook veel te administratief. Het Europees Vakverbond is geen vakbond van leiders. Bij de wereldvakbond IVV zie ik dat vreemd genoeg veel meer. Het EVV is een vakbond van technocraten, mensen die gewerkt hebben in internationale diensten, maar het zijn geen leiders.”

Er is sinds juni toch een nieuwe ploeg aan het hoofd van het EVV?

“Noem één verantwoordelijke van het EVV die in zijn of haar land nationaal leider was . Het zijn mensen die hun dossiers kennen maar het zijn geen vakbondsleiders, hé.  Als ervaren vakbondsverantwoordelijken met doorwinterde politici als Van Rompuy, Barosso, Merkel of Sarkozy  gaan discussiëren. Dat geeft een totaal ander effect.”

Hoe moeten de vakbonden in Europa een plaats aan de tafel verwerven?

“Door ons te laten zien en te laten horen. Als de belangrijke vakbondsleiders bij belangrijke Topvergaderingen telkens vooraf een ontmoeting hebben met elke premier , dat Barosso dan maar eens afkomt.”

Het is nu erger dan toen Verhofstadt eraan kwam met zijn primaat van de politiek

DeWereldMorgen.be

(foto Han Soete) Een meeting van de vakbonden in 2009

U bent voorzitter geworden in een gelijkaardige periode. Toenmalig premier Verhofstadt hamerde op het primaat van de politiek. Het middenveld werd aan de kant geschoven.

“Ik herken dat volledig, zij het dat het nu erger is dan toen. Toen schreven ze het ACV af want de ‘christendemocraten zitten niet meer in de regering’. Maar wij zijn gewoon ons ding blijven doen. Aan al die nieuwe liberale en socialistische ministers zijn we gaan uitleggen hoe wij tegen de zaken aankijken. Met Verhofstadt was dat in het begin heel moeilijk. Ik heb hem op een bepaald moment gebeld: “Ofwel ontvang je ons nu en ga je naar Josly Piette (de toenmalige algemeen secretaris van het ACV, nvdr) en mij luisteren, ofwel kom ik met een paar duizend man voor uw deur staan”. “Kom maar met twee”, zei hij.”

“In die eerste maanden verliep het sociaal overleg chaotisch. De ene keer was het ABVV uitgenodigd. Dan weer het ACLVB. Het VBO werd ooit eens aan tafel gezet met de allerkleinste boerenorganisaties uit Wallonië zonder dat iemand wist waarom die daar zaten. Maar stilaan hebben we toch onze plaats verworven.”

Geen enkele regering, om het even wie erin zit, weet hoe ze aan sociaal overleg moet beginnen

“Je hebt dat bij elke regering. Het mogen socialisten zijn, het mogen christendemocraten zijn, het mogen mensen zijn die uit het ACW komen, het mogen liberalen zijn, ze weten niet hoe ze aan het sociaal overleg moeten beginnen. Ze kennen het niet, ze voelen het niet, je moet het hen elke keer leren. Dat is nu ook zo met Di Rupo. Hij heeft ons na de betoging ontvangen. En dan zegt Di Rupo aan de werknemers, ja ik begrijp jullie wel. En aan de werkgevers zal hij waarschijnlijk net hetzelfde gezegd hebben. En ondertussen blijft overleg uit, ook nu nog.”

“En dan heb je natuurlijk ook de vrijbuiters zoals Van Quickenborne die daar gebruik van maken en die wel een programma hebben. Die zeggen: we gaan eerst de wetten stemmen in de Kamer, de KB’s liggen inmiddels klaar, mijn ambtenaren hebben schitterend werk geleverd. En daarna gaan we overleggen. Ja kijk, wat denk je dat er dan gebeurt? Ze maken twee cruciale fouten. Eerste fout, eerst alles goedkeuren en pas daarna aankondigen dat ze gaan luisteren. En tweede fout, inbreken en te ver gaan. Want ze moesten natuurlijk minstens zo ver gaan als de N-VA zou willen.”

Partijen als N-VA krijgen wel applaus als ze zware ingrepen eisen.

“De media spelen daar een rol in. Het populisme in het algemeen. Je kan mensen makkelijk inprenten dat er nu echt moet worden ingegrepen, dat het gedaan moet zijn met het profitariaat. Tot ze zelf in een moeilijke situatie terechtkomen. Ik heb het zo dikwijls gezien. Mensen die dachten dat hen niets kon overkomen tot ze geconfronteerd worden met ziekte of ontslag en een heel ander beeld kregen van de realiteit. Maar dankzij de media wordt dat populisme telkens gereproduceerd.”

“Maar ik geef het toe, we zitten op dit moment in een moeilijke positie. We proberen de mensen uit te leggen dat dit geen gezondheidswandeling is. Op onze website www.degevolgen.be kunnen mensen zien wat die hervormingen voor hen betekenen. Sommigen beginnen het nu te beseffen: ‘hé, ik dacht dat ze alleen de anderen gingen aanpakken?’.”

“Ik hoop dat we nog kunnen bijsturen. De politiek is ons 540 dagen ontsnapt. Die jonge partijleiders zijn er uit geraakt, ze hebben eindelijk een regering gevormd. Dat is goed. Dat apprecieer ik. Maar ze voelen verdomd totaal niet aan wat een maatregel concreet betekent. Ik weet hoe goed wij ons moeten omringen om de effecten te kennen en dan nog zitten we er soms naast. ‘Wij zijn de jonge generatie’, denken ze. ‘We gaan die oudjes eens aanpakken’. Want die hebben toch heel hun leven geprofiteerd.”

Is het niet zo dat de vorige generatie het makkelijker had?

“En de crisis in de jaren ’70 dan? Daar zijn wij mee begonnen. Met werkloosheid en herstructureringen, de ene na de andere. Met nepstatuten. Men praat jongeren zo onterecht een generatieconflict aan.”

Nu het primaat van de politiek terug is, erger dan ooit zoals u opmerkt, ontkent men bijna het recht van 80.000 mensen om in Brussel te betogen?

“Er is een golfbeweging. In mijn 40-jarige loopbaan hebben we om de tien jaar een clash gehad, in de jaren zeventig met de petroleumcrisis, begin jaren tachtig met de devaluatie en het Sint-Annaplan van Martens, begin jaren negentig het Globaal Plan, in 2005 het Generatiepact en nu de crisis. Om de zoveel jaar is er een fenomeen waardoor vakbonden teruggedrongen worden en in vraag gesteld worden. Maar aan de andere kant wonnen wij in de voorbije twaalf jaar wel 250.000 nieuwe leden bij. En ook het ABVV en het ACLVB groeiden. Dat heeft te maken met de succesfactoren van ons Belgische syndicalisme: met die collectieve kracht en tegelijk de bescherming van het individu en een goede dienstverlening.”

“Maar tegelijkertijd moeten we wel leren omgaan met die nieuwe breuklijn tussen het klassieke, industriële syndicalisme en het syndicalisme in nieuwe sectoren. Wij moeten onze doelstellingen telkens goed uitleggen. Vraag is hoe je dat doet als de media niet meer volgen. Dat is één van onze problemen en we zoeken daarom andere wegen.”

Hoe doet u dat, omgaan met die nieuwe breuklijnen?

“Het is iedere keer ook een uitdaging om te weten wat er leeft onder de mensen. De militanten zijn belangrijk, maar je moet ook zien of de grote basis volgt. Sharon Burrow die sinds 2010 algemeen secretaris is van de wereldvakbond IVV was daarvoor voorzitter van de Australische vakbond. Op een bepaald ogenblik realiseerde ze zich dat er iets niet klopte. Uit onderzoek bleek dat slechts één derde van de leden de ideeën van de leiding deelde. Eén derde had geen mening en het laatste derde had zelfs compleet tegenovergestelde ideeën.”

“Je moet dat wel weten. Veel leden hebben last als hun bus of trein niet rijdt. Hun kinderen geraken niet op de turnles. Het schema van het gezin raakt in de war. Mensen verdragen dat niet, ook al gaat het over de verdediging van rechten die ooit ook wel eens hun rechten kunnen worden. Het wordt een hele zoektocht om daar mee om te gaan. Meer aangepaste actiemiddelen zoeken? Wij zijn overleggers bij uitstek. Om bij onderhandelingen tot resultaat te komen heb je de massa nodig. Men probeert van die massa allemaal afzonderlijke groepjes te maken.”

In Nederland werden de verschillen tussen de groepjes zo groot dat de FNV uiteengespat is. Er zal een nieuwe vakbond worden opgericht met nieuwe leiders.

“De centrales werden meer en meer corporatistisch. Pas op, een te centralistische vakbond is ook niet goed. Dan kan je niet goed meer inspelen op de belangen van heel verscheiden groepen. De centrales moeten voldoende vrijheid krijgen. Anderzijds moet de vakbond zelf meer dan een koepel zijn. Er moet een echte interprofessionele werking zijn. Daarvoor moet je voortdurend mensen samenbrengen: lokaal, in grotere en nieuwe verbanden. Wij brengen mensen van Metea (de metaal- en textielcentrale, nvdr), van de openbare diensten en van LBC-NVK (de bediendecentrale, nvdr) rond de tafel omdat er gemeenschappelijke punten zijn. De sociale zekerheid bijvoorbeeld. Dat lukt niet als je dat enkel met een bovenstructuur en een studiedienst doet. Dan wordt er een pensioenhervorming onderhandeld waar een aantal centrales zich niet in vinden. Werkgevers en regering proberen hier ook iedereen tegen elkaar op te zetten. Maar als een vakbond zoals in Nederland opgesplitst wordt, wie vertegenwoordigt dan nog wie? De sociale onrust zal er niet minder om worden. Alleen is er dan geen partner meer om mee te onderhandelen en naar oplossingen te zoeken.”

In Europa groeit de druk om het loonoverleg te decentraliseren.

“Dat is een ramp voor de werknemers van kleine ondernemingen. Met ons interprofessioneel overleg nemen wij die allemaal mee. Werkgevers mogen dat ook niet onderschatten. Wij garanderen zo de koopkracht van al die mensen. Als je dat niet doet, vergeet dan maar dat je uit de crisis geraakt. Waarom zou België trouwens geen model kunnen zijn in Europa?”

Nu is Duitsland het grote voorbeeld.

“Al die werknemers met kortlopende contracten aan lage lonen, die verschillende jobs moeten combineren om rond te komen. Dat is toch niet serieus? Zo ga je die mensen echt niet langer aan het werk houden. Dat zal zich ooit wreken.”

Hoelang gaan de Belgische vakbonden het nog volhouden onder die druk?

“Dat weet ik niet. Dat zal afhangen van de kracht van de vakbeweging.”

DeWereldMorgen.be

(foto Han Soete) Een Rerum Novarum-viering in Mechelen in het voorjaar van 2006

Vroeger waren er professoren en politici die uit de beweging kwamen en die wisten hoe sociaal overleg werkt. Werkt die vorming niet meer?

“Voor onze eigen groepen werkt ze wel nog. Algemeen maatschappelijk werkt het veel minder. Ik was aangenaam verrast dat professor Blanpain – die de laatste jaren  gewoonlijk niet positief spreekt over vakbonden en sociaal overleg – nu heel sterk benadrukte dat het sociaal overleg niet werd gerespecteerd bij de pensioenhervorming. Ik geraak niet aan vijf wetenschappers die deze materie nog echt kennen.”

De christelijke arbeidersbeweging is haar economische poot kwijt. Moet die niet zo snel mogelijk weer worden opgebouwd om te kunnen wegen?

“Persoonlijk vind ik dat we ons moeten concentreren op onze core business. Wij zijn een vakbond. Een bank beheren kunnen we daar niet zomaar bij pakken. Dat hebben we tot onze scha en schande geleerd. Er zijn een aantal fenomenen waar we geen vat op hebben. Die bank kon niet meer op eigen benen staan, moest opgaan in grotere gehelen, zeiden alle specialisten in koor. Wel, het is een catastrofe geworden.”

Verdwijnt het cement tussen de organisaties die lid zijn van het ACW?

“Die economische poot is nooit de verbinding geweest tussen de verschillende delen van dit huis. Diegenen die dat zeggen, vertellen dikke nonsens. Financieel krijgen we een zware klap. Bovenop de besparingen die er komen op de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen. We zullen soberder moeten worden. We zullen minder solidaire projecten kunnen steun.”

Sommigen schrijven het ACV af.

“Nonsens.”

Knack-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt schrijft dat…

“O ja, één van de vele objectieve waarnemers.”

Maar u lijdt wel gezichtsverlies.

“Het is niet het ACV dat Arco heeft geleid. Wij hadden daar als beweging wel een relatie mee en moeten nu tot onze scha en schande vaststellen dat we in de klappen delen van het slechte Dexia-beleid. Dat heeft ons hier allemaal verschrikkelijk pijn gedaan. Maar tegelijkertijd is er ook die inwendige kracht. En die gaat het halen. Van Overtveldt begrijpt daar niets van.”

In verschillende landen duiken verontwaardigde mensen op. Hoe kijkt u naar nieuwe bewegingen als Occupy Wall Street?

“Luc Huyse schreef ooit dat de nieuwe bewegingen en ngo’s de vakbonden zouden vervangen. Dat is niet gebeurd om twee redenen: onze representativiteit bleek een heel belangrijke factor en het feit dat wij akkoorden kunnen sluiten met werkgevers bleek ook een extra. Wij moeten niet alles aan de politiek vragen. Er bestaat een dynamiek tussen werkgevers en vakbonden los van de politiek. Dat geeft ons een enorme legitimiteit. Als ze dat onderuit halen met trucs zoals in Nederland of Duitsland, gaan ze ons echt beschadigen. Dat zou echt smeerlapperij zijn. Dat zou heel veel gewone mensen pijn doen. Dan hoop ik dat de vakbeweging sterk genoeg is om daar tegen in te gaan.” “Maar mensenrechtenbewegingen of milieubewegingen zijn heel
belangrijk. Zij kunnen een aantal zaken die wij niet kunnen en omgekeerd. We zijn complementair en werken goed samen. Met Amnesty en Human Rights Watch rond landen waar vakbonden verboden zijn. Of met de ngo’s rond waardig werk.”

DeWereldMorgen.be

(foto Han Soete)

“Zoals alle nieuwe bewegingen beginnen zij – en ik bedoel dat niet eens negatief – als een zootje ongeregeld. Het ACV is ook ooit zo begonnen 125  jaar geleden. Maar het is wel typerend dat Time nu de demonstrant als icoon op de voorpagina zet terwijl wij hier niet eens meer mogen betogen. Dat is toch wel een merkwaardig fenomeen. Dan zeg ik, laat ze maar komen, de mensen die zich niet goed voelen in de maatschappij. Laten we er voor zorgen dat we die vinden. In de Internationale Arbeidsorganisatie worden jongeren en de jeugdwerkloosheid een van de belangrijke thema’s op de volgende conferentie. We proberen die jongere protestbeweging op één of andere manier te betrekken. Gaat dat lukken? We gaan het in ieder geval
proberen.”

In Spanje heten ze indignados. Zij herkennen zich wel niet meer in de vakbond?

“Ja, ik weet het.”

Kan dat hier ook gebeuren?

“Dat gevaar bestaat. Wij doen ons best om overal zoveel mogelijk contacten te hebben. Ook David Van Reybrouck van de G1000 is hier langsgeweest. Dat doen we dus constant. Weten wat er in de samenleving leeft, daarmee proberen om te gaan, met die mensen werken. En soms ook dingen keren. Neem het Vlaams Belang. Potverdomme, toen ik dat begon aan te pakken, beefde iedereen. Moeten we ons daar wel aan wagen? Maar het is wel gedaan, hé. De laatste twee jaar werd geen enkel probleem meer gesignaleerd. Enkele jaren voordien waren ze nog volop aan het infiltreren. We hebben leden moeten uitsluiten. We hebben gelijk gekregen in de rechtbank en het Grondwettelijk Hof. Soms moet je kunnen zeggen: deze meningen horen niet in de vakbond. Ja maar, politiek en vakbond zijn toch gescheiden, hoor je dan. Nee, sommige politiek kan echt niet. Je kan niet bij ons zijn en tegelijkertijd die ideeën nastreven.”

“Bij de N-VA ligt dat veel subtieler. Nu ze zo chargeren en hameren op het feit dat het allemaal nog veel asocialer moet, gaan de mensen dat beginnen snappen? Wij moeten blijven mensen leren nadenken over het belang van sociale zekerheid.”

In de media ontstaat het beeld dat vakbonden enkel uit vijftigplussers bestaan en dat ze zich enkel om hun verworven rechten bekommeren?

“Hebben we die jongeren in onze rangen? Ja, we hebben ze. Ze zijn nog altijd in grote mate lid. Bekijk de tabellen, dat zit echt goed. Bij de vrijgestelden zijn er ook heel wat jongeren. Daar hebben we sterk verjongd. Het militantenkader is misschien gemiddeld wat ouder, dat zijn mensen die vorming krijgen, doorgroeien en over alles hun zeg kunnen hebben: onze delegees en onze militanten. Dat is natuurlijk een lang proces en zo krijg je veel mensen van een oudere generatie. Dat kan voor een vakbond een probleem zijn. Dan moet je er voor zorgen dat je jongeren sterker betrekt. De jongeren hebben het misschien niet zo makkelijk met stakingsbewegingen.”

Maar als staken en betogen niet meer zo veel effect heeft, wat dan wel?

“Ja voilà, dat is echt niet zo eenvoudig. Wanneer je niet gerespecteerd wordt, hoe kan je dat dan laten merken en voelen? Voor jonge mensen is dat even goed een leerproces. Ze zullen wel zien of het lukt met andere middelen. Dan moeten zij maar hun conclusies trekken.”

In zo een periode van verhoogde sociale spanning zoals nu, komt er dan een nieuwe generatie opzetten in de vakbond?

“Ik denk dat wel, ik voel ze komen. En die moeten we absoluut mee hebben.”

Wat vindt u uw belangrijkste verwezenlijking van de afgelopen 12 jaar?

“Het gehele ACV met zijn autonome centrales bijeen houden. Dat is heel belangrijk. Zelfs als een centrale al eens nee zegt, de eenheid behouden. On speaking terms blijven ondanks de meningsverschillen. Ik ben ook fier op het feit dat ik hier drie vrouwen aan de top gebracht heb. En de grootste frustratie: het probleem van de arbeiders en bedienden. Waarom is dat niet gelukt? Dat doet mij pijn. Ik blijf er van overtuigd dat je ergens een midden kan vinden dat goed is voor arbeiders en bedienden. Maar dat de politici dat midden zullen vinden, daar ben ik minder van overtuigd.”

U blijft actief op het internationale niveau. Gaat u het werk in België niet missen?

“Ik draag geen eindverantwoordelijkheid meer en dat is een opluchting. Dit was zwaar. Als voorzitter moet je altijd beschikbaar zijn, ben je altijd de laatste man. Ik heb het wel altijd met plezier gedaan, maar er mag wel wat luwte komen. De druk is groot geworden. En mijn vrouw, de kinderen en de kleinkinderen verdienen ook dat er wat meer evenwicht komt.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!