Twee wetenschapsfilosofieën, twee wereldbeelden: diagnose van een verziekte discussie
Opinie, Nieuws, België - Anton Froeyman

Twee wetenschapsfilosofieën, twee wereldbeelden: diagnose van een verziekte discussie

De voorbije weken werd er op deze site een discussie gevoerd die we het best kunnen omschrijven als een discussie over de publieke rol van de wetenschapsfilosoof. Het meest frappante daaraan is dat we negen opiniestukken later nog geen stap verder zijn, het regent nog steeds verwijten over en weer, en echt begrip voor elkaars standpunten is ver te zoeken.

dinsdag 3 januari 2012 16:35
Spread the love

Veel mensen moeten zich ondertussen afgevraagd hebben (Jan Blommaert deed het hardop in een van zijn commentaren) wat er scheelt met die Gentse filosofen. Zijn al die onderzoekers en professoren, betaald om te denken en te discussiëren, nu echt niet in staat om een beschaafde discussie te voeren? Het antwoord is duidelijk: op dit moment niet, nee.

Daarom is nu het moment gekomen om ons af te vragen hoe dat komt. Misschien is het wel zo dat beide kanten een bende verzuurde azijnpissers zijn die het liefst van al hun argumenten moedwillig begraven onder een reeks insinuaties, stropop-, en ad hominem aanvallen (voor wat ikzelf en mijn “medestanders” betreft ontken ik dat natuurlijk, maar bon, zelfperceptie is niet noodzakelijk gelijk aan de realiteit). Als we er echter van uitgaan dat beide kanten tenminste goede intenties hebben (en daar ga ik vanuit), dan is er een andere, veel meer plausibele verklaring: beide kanten gaan uit van een fundamenteel verschillend wereldbeeld, en het wederzijds onbegrip is een resultaat van een “mismatch” tussen die twee wereldbeelden.

Die “mismatch” wordt zeer duidelijk in de recente reacties van Maarten Boudry en Etienne Vermeersch op de tekst die wij als groep Gentse filosofen gezamenlijk geschreven hebben. In die tekst argumenteren wij tegen een aantal opinieartikels van onder andere Boudry en Vermeersch. Hun reactie is, hoewel sterk verschillend van toon, structureel dezelfde: “Jullie bekritiseren ons op basis van enkele kleine artikels, terwijl wij wel hele boeken geschreven hebben die jullie zelfs niet aanhalen!”. Wij daarentegen zeggen dat we het enkel over die opinieartikels hebben, en dat het dus geen zin heeft om daar andere dingen bij te gaan sleuren die er in onze ogen niets mee te maken hebben. Bij Boudry en Vermeersch (en Vandermassen) gaat het er blijkbaar niet in dat men een kritiek kan hebben op één afzonderlijk standpunt zonder hen in hun geheel aan te vallen, terwijl bij ons (hier moet ik oppassen: wanneer ik over “ons” spreek, probeer ik het algemene standpunt van de 22 filosofen zoals ik dat percipieer weer te geven, maar ik kan me altijd vergissen natuurlijk) het omgekeerde er net niet ingaat: dat een kritiek op een standpunt altijd ook een kritiek op het geheel is. Boudry en co voelen zich gepakt op een paar uit hun context gerukte quotes, terwijl wij vinden dat zij een immunisatiestrategie gebruiken door continu te verwijzen naar andere teksten die hier volgens ons niet ter zake doen.

Wat opvallend is, is dat de opvattingen die ervoor zorgen dat we elkaars standpunten niet begrijpen ook bepalend zijn voor onze opvattingen over wat Boudry en co. “pseudowetenschappen” noemen. In het geval Barbara Van Dyck van het FLM bijvoorbeeld, zeggen Boudry en Braeckman (9 juni 2011) dat wie de acties van Barbara Van Dyck goedpraat, ook tegelijkertijd radicale tegenstanders van stamcelonderzoek vergoelijkt, en wie weet wat nog allemaal. Wij daarentegen focussen op slechts enkele belangrijke aspecten van de kwestie, en weigeren pertintent uitspraken te doen over het FLM of Barbara Van Dyck als geheel, laat staan over dingen als protest tegen stamcelonderzoek. Verder stellen Boudry, Vermeersch en co ons voortdurend vragen als: “wat vinden jullie dan van Zizek of psychoanalyse als geheel?” of “denken jullie dan ook dat astrologie in zijn totaliteit een wetenschap is?”. Wij weigeren voortdurend om hier antwoord op te geven, omdat het vragen zijn die wij onszelf niet stellen en waar we ook als groep geen mening over hebben. Misschien dat er in een bepaalde filosofische discussie een bepaald standpunt van Zizek is waar sommigen onder ons het mee eens of oneens zijn, maar over Zizek als geheel hebben we geen zin om uitspraken te doen, laat staan ook nog eens over astrologie.

De diagnose van deze verziekte discussie luidt dus: Boudry, Vermeersch, Braeckman, Vandermassen en co. denken in termen van algemene totaliteiten, terwijl wij (de “wetenschapsfilosofen”) in termen van concrete details denken. Voor hen is het belangrijk om te weten of een persoon of een theorie als geheel thuishoort in de categorieën “wetenschap” of “pseudowetenschap”, voor ons zijn dergelijke algemene en abstracte categorieën a priori onzinnig. Boudry en co zien de maatschappelijke rol van de wetenschapsfilosoof als de verdediger van de bonafide wetenschap tegen de pseudo-wetenschap, terwijl er volgens ons helemaal niets te verdedigen valt: zowel datgene dat verdedigd wordt als datgene waartegen er verdedigd wordt beschouwen wij als hersenschimmen. Voor ons is het aan de andere kant niet onmogelijk dat er tussen de disciplines en praktijken die zij als onzin bestempelen niet ergens een aantal waardevolle punten of inzichten te rapen vallen. Voor hen is dat dan weer problematisch, omdat in hun denken zeggen dat een “pseudowetenschap” ergens, al is het begraven onder een berg van onzin, een punt heeft, neerkomt op het transporteren van een pseudo-wetenschap naar de categorie van “bonafide” wetenschap.

Wil dat dan zeggen dat we eruit zullen geraken als we elkaars wereldbeeld begrijpen? Neen, alleszins niet, maar het kan wel een aantal wederzijdse frustraties wegnemen en uiteindelijk leiden tot het hoogst haalbare in deze discussie: met elkaar overeenkomen dat we niet overeenkomen.

Anton Froeyman is wetenschapsfilosoof en onderzoeker aan het Centrum voor Kritische Filosofie aan de Universiteit Gent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!