Opinie, Nieuws, Samenleving - Ignaas Devisch

De woorden en de feiten

Woorden doen ertoe. Door ze uit te spreken, gebeurt er iets want in het spreken is er altijd macht in het geding. Neem nu fundamentalisme. Door iemand een fundamentalist te noemen, plaats je de persoon in kwestie in de hoek van gewelddadig en te bestrijden extremisme. Daarmee vertel ik uiteraard niets nieuws. Daarover wil ik het hier niet hebben.

zondag 1 januari 2012 10:31

Waar ik wel de aandacht wil op vestigen, is de keerzijde van die problematiek, met name wanneer we bepaalde mensen uitdrukkelijk niet als fundamentalist omschrijven, ook al valt hun gedrag uitdrukkelijk wel binnen die noemer. Hoe moeten we dit probleem analyseren?

Ondertussen heeft iedereen het filmpje gezien van een achtjarig meisje dat doodsbang is om naar school te gaan

Ondertussen heeft iedereen het you tube filmpje gezien van een achtjarig meisje in Beit Shemesh vlakbij Jeruzalem. Dat meisje is namelijk doodsbang om naar school te gaan. Ze moet daarvoor doorheen wijken van fundamentalistische joden die haar beschimpen en zelfs bespuwen omdat ze niet zedig genoeg gekleed zou zijn. Als toemaatje is een filmploeg die daarna door de wijk trok om er te filmen, aangevallen en met stenen bekogeld. Nou, dat kan tellen als uiting van religiositeit binnen een staat die zichzelf als democratisch omschrijft.

Het incident is symbolisch omdat het om een kind gaat en omdat er beelden van zijn, maar het is allesbehalve een alleenstaand gegeven. Veel Israëli’s maken zich al een tijdje (terecht) zorgen om de stijgende invloed van een toch aanzienlijk deel van de Israëlische bevolking dat nog steeds eist dat vrouwen zich ‘koosjer’ kleden, dat vrouwen achteraan de bus plaatsnemen, et cetera. Een koosjere vrouw moet ‘bescheiden’ zijn, zo heet het dan. Als ze achteraan de bus moet plaatsnemen, dan is dat natuurlijk niet omdat ze minder waard is, zo klinkt het, maar omdat er geen schaamte of vernedering zou kunnen ontstaan. En dit, zo zei Rabbi Yaakov Halperin in deze context, is het gepaste gedrag van een joodse vrouw. Ook het hoofd van de fundamentalistische Yehadut Ha Torah fractie in Jeruzalem blijft deze praktijken trouwens verdedigen. Ook al heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu de praktijken wel veroordeeld, veel zal hij er niet aan doen aangezien een van zijn coalitiepartners de fundamentalistische Shaspartij is die nu net dit soort van gedrag goedkeurt, zo niet aanmoedigt.

De feiten zijn natuurlijk schokkend voor wie vrouwen niet als tweederangsburgers beschouwt, maar er is meer aan de hand. Misschien is u iets opgevallen in de bovenstaande beschrijving van de feiten? Ik heb de term ‘fundamentalisme’ gebruikt terwijl doorgaans de noemer ‘ultra-orthodox’ gekleefd wordt op deze fundamentalistische uitingen van religiositeit. In alle artikels in dagbladen of op internetsites die ik heb gelezen, heb ik niet één keer de term fundamentalisme gelezen. Niet één keer. Zou dat toevallig zijn?

Verplaatsen we gewoon deze scene naar Islamabad, of Cairo, of Jemen. De daders worden steevast en met 100 procent zekerheid omschreven als fundamentalistisch. Altijd. En voor sommigen in ons land zou het een zoveelste bewijs zijn dat we er goed aan doen om alle opvallende religieuze symbolen ter zake bij wet te verbieden aangezien deze symbolen alleen maar instrumenten van onderdrukking van de vrouw zijn. Nu dus niet. Opvallend, toch? Anders gezegd, woorden doen ertoe.

De afgelopen dagen heb ik geen politici gehoord die met urgentie een wet willen stemmen om in ons land het dragen van keppels of symbolen van joods fundamentalisme te verbieden. Haast niemand roept in opiniestukken op om een halt toe te roepen aan deze ‘barbaarse’ of ‘achterlijke praktijken’, woorden die steevast vallen wanneer we debatteren over wetgeving voor het verbieden van boerka’s. Dan is het politieke landschap te klein om onze verontwaardiging gestalte te geven aan deze vrouwonvriendelijke praktijken – wat ze natuurlijk zijn, dat spreekt. Maar nu? Haast niemand die in het publieke debat het woord fundamentalisme in de mond neemt.

Misschien hebben ultra-orthodoxe joden geen spectaculaire aanslagen gepleegd zoals 9/11, het geweld dat ze dagelijks tentoonspreiden is nochtans niet mis en alleen de term fundamentalisme is gepast. Al eens het wapenarsenaal van een gemiddelde kolonist – die haast altijd fundamentalistisch is ingesteld – aanschouwd? Indrukwekkend. Herinnert iemand zich nog hoe fundamentalistische joden lachend van op een heuvel stonden te kijken hoe Gaza werd gebombardeerd? En hoe inderdaad elke week opnieuw tijdens de sabbat in bepaalde wijken van Jeruzalem het openbare leven wordt platgelegd en dit ook dwingend wordt opgelegd aan alle inwoners en passanten? 

Zelf zie ik geen enkel verschil tussen deze uitingen van joodse ultra-orthodoxie zoals hierboven beschreven en christelijke of islamitische uitingen van religieus geweld, niet in de feiten en niet in de woorden. Steeds wordt het individu totaal ondergeschikt gemaakt aan een religieuze wet die door de interpretatoren ervan dwingend wordt opgelegd aan de goegemeente, desnoods met intimidatie of geweld. En zelden komt de vrouw er anders dan bekaaid vanaf. Indien in bepaalde voorsteden van Parijs jonge meisjes worden lastig gevallen omdat ze geen hoofddoek dragen, dan noemen we dat terecht zorgwekkend. Of indien abortusdokters in de V.S. worden vermoord om wat ze doen, dan is dat zeer benauwend. Alleen valt het op dat enkel in het geval van de hoofddoeken de term fundamentalisme valt. 

Een politieke analyse van de achtergrond van dit verhaal is natuurlijk al vaak gemaakt en indien dat niet zo zou zijn, dan overstijgt ze uiteraard de format van een opiniestuk. Laat ik het daarom houden bij de vaststelling dat het zo is en dat het zeer zorgwekkend is. Gelukkig zijn ook bijzonder veel Israëli’s hiertegen in het verzet gekomen, maar de hele vraag blijft waarom commentatoren en journalisten de term fundamentalisme in deze context niet gebruiken; en ook waarom dat morgen en overmorgen ook zo zal zijn, net zoals waarom de kans ook bijzonder groot is dat in mogelijke reacties op dit stuk het woord ‘antisemitisch’ zal vallen, omdat ik het aandurf om bepaalde fanatieke uitingen van joods geloof als fundamentalistisch te omschrijven. Woorden doen er dus toe. Wie macht heeft, bepaalt de woordenschat zodat de feiten er anders uitzien. Zich hiervan bewust zijn, is maar een eerste stap, zij het een belangrijke.

Prof. Dr. Ignaas Devisch is als filosoof verbonden aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool en is voorzitter van ‘De maakbare mens’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!