Inheemse armoede wakkert macht maoïsten aan
Nieuws, India -

Inheemse armoede wakkert macht maoïsten aan

ALGARH - Lalgargh, een kleine stad op nog geen 150 kilometer afstand van de metropool Kolkata (voorheen Calcutta), haalde in 2008 de voorpagina's van de kranten toen inheemse Indiërs de stad onder leiding van maoïsten tijdelijk bezetten.

woensdag 28 december 2011 15:38

In juni 2009 hadden de veiligheidstroepen Lalgarh weer ingenomen, maar in de beboste omgeving zwaait de Communistische Partij van India (de maoïsten) nog steeds de scepter. De partij is sinds juni 2009 als terroristische groep verboden.

De maoïsten stellen dat ze opkomen voor de rechten van de adivasis (de inheemse bevolking) in het grondstoffenrijke Centraal en Oost-India. Mijnbouwbedrijven zijn zeer geïnteresseerd in die regio. De meeste van de ongeveer honderdduizend inheemse Indiërs wonen in deze regio, in de deelstaten Orissa, Jharkhand, Bihar, Andhra Pradesh, Chhattisgarh, Madhya Pradesh en West-Bengalen.

Extreme armoede en een gebrek aan aandacht daarvoor vanuit de overheid, drijft de adivasis  in de armen van de maoïsten.

Hebzucht bedrijven

Volgens mensenrechtenactivisten heeft het maoïstische probleem wortels in het niet-inclusieve ontwikkelingsmodel dat de adivasis en andere kwetsbare groepen in de kou laat staan.

“Als gevolg van hebzucht van het bedrijfsleven zijn inheemsen in India ontheemd geraakt. Deze mensen zijn afhankelijk van gemeenschappelijke bezittingen en middelen, en deze manier van overleven wordt nu bedreigd. Dat roept weerstand op”, zegt mensenrechtenactivist Binayak Sen. “Die weerstand uit zich in een regenboog van kleuren, maar er wordt een specifiek politiek etiket op geplakt”, zegt hij, verwijzend naar de maoïsten.

Volgens Sen, een arts die een aantal jaren gevangen zat omdat hij koeriersdiensten voor de maoïsten zou hebben verricht, heerst in grote delen van India continu honger. “De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat iemand met een body mass index (BMI) lager dan 18,5, chronisch ondervoed is”, zegt hij. “Dat is van toepassing op 36 tot 37 procent van de bevolking. Onder gemarginaliseerde groepen is dit naar schatting zelfs 60 procent.”

Sen, die ook vice-voorzitter is van de Volksunie voor Burgerrechten, een bekende Indiase mensenrechtengroep, bekritiseert de gewelddadige aanpak van de overheid ten aanzien van de maoïsten. “Als mensenrechtenactivisten veroordelen we elke vorm van geweld, of dat nu is door de staat of door degenen die de staat uitdagen.”

Moorden

Op 24 november, nadat gesprekken tussen de maoïsten en de overheid waren vastgelopen, werd rebellenleider Koteswar Rao (ook bekend als Kishenji) doodgeschoten.

De rebellen beantwoordden de moord op hun leider met meer geweld en dwongen bedrijven en instellingen te sluiten. Begin december werden minstens acht politiemensen en twee burgers vermoord bij een aanslag  in de deelstaat Jharkhand. In andere staten moesten scholen en spoorwegen het ontgelden.

Een woordvoerder van de maoïsten, die zichzelf Akash noemt, zegt dat het opschorten van het staakt-het-vuren in West-Bengalen een gevolg is van de doorgaande operaties van de veiligheidsdiensten in de regio.

“Er heerst een extreem gebrek aan vertrouwen aan beide kanten”, zegt Sujato Bhadra, een van de door de regering van West-Bengalen benoemde gesprekspartners voor de maoïsten. “De regering heeft het staakt-het-vuren niet op waarde geschat; het had kunnen leiden tot een de-escalatie van het geweld. Alleen met geduld kunnen we iets bereiken. Misschien is het mogelijk om de weg te gaan die in Nepal bewandeld is. Daar doen de maoïsten nu mee in de politiek”, zegt hij.

Snelle verstedelijking

De maoïstische opstand in India wordt gevoed door snelle verstedelijking en grote winsten in het bedrijfsleven. De politieke koers die dat mogelijk maakt wordt door activisten een gebrekkig ontwikkelingmodel genoemd. De rechten van de inheemse en gemarginaliseerde bevolking worden in dit model geschonden.

Een voorbeeld is de toestemming die het Britse mijnbouwbedrijf Vedanta Resources kreeg om bauxiet te winnen in het inheemse gebied Niyamgiri in de deelstaat Orissa. Activisten wisten in dit geval echter, met steun van de voormalige Indiase minister van Milieu Jairam Ramesh, het project tegen te houden. Het grondgebied van de inheemse groepen Dongaria Kondh en Kutia Kondh bleef daardoor intact.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!