Aan wie het aanbelangt  [Over wetenschap & wetenschap]
Opinie, Nieuws, Samenleving, België -

Aan wie het aanbelangt [Over wetenschap & wetenschap]

"Deze groep filosofen hangen in hun ijver om wetenschap te verdedigen van diezelfde wetenschap een beeld op dat gedateerd is en dat weinig recht doet aan de complexe praktijk van de wetenschappen."

dinsdag 27 december 2011 21:16

In de afgelopen jaren, maanden en weken hebben de kwaliteitsmedia meermaals een forum geboden aan een groep van vooral Gentse filosofen. Het gaat hier onder andere om Maarten Boudry, Johan Braeckman, Griet Vandermassen en Etienne Vermeersch, maar ook om anderen die we hier onvermeld laten.

Deze personen, gelieerd aan SKEPP of de “studiekring voor de kritische evaluatie van pseudo-wetenschap en het paranormale”, leveren nuttig werk. Zo beogen ze o.a. de publieke verspreiding van wetenschappelijk aanvaarde concepten als evolutie en waarschuwen ze mensen tegen misbruik van blind geloof in alternatieve therapieën.

Niettemin stellen we ons kritische vragen bij de manier waarop zij in de bres springen voor bonafide wetenschap en tekeer gaan tegen allerlei zogezegd irrationele travestieën. Voorbeelden daarvan zijn de discussies rond o.a. de Field Liberation Movement, Slavoj Žižek en psychoanalyse. Het is hier niet onze bedoeling om het voor één van deze slachtoffers op te nemen.

Deze groep SKEPP filosofen hangen in hun ijver om wetenschap te verdedigen van diezelfde wetenschap een beeld op dat gedateerd is en doet weinig recht aan de complexe praktijk van de wetenschappen. Dit beeld heeft zijn wortels in ideeën van de Wiener Kreis (verificationisme) en Karl Poppers falsificationisme. Deze ideeën waren decennialang heel populair binnen de wetenschapsfilosofie, tot zelfs diep in de jaren ’60. Etienne Vermeersch nuanceert dit ideaalbeeld van wetenschap (De Wereld Morgen 20/12), desondanks blijft zijn visie te ver verwijderd van de wetenschappelijke praktijk en gaat het voorbij aan belangrijk, recenter onderzoek in de wetenschapsfilosofie (o.a. Thomas Kuhn, Bas van Fraassen, Larry Laudan, Imre Lakatos en Helen Longino).

Zie hier onze twee voornaamste zorgen:

Ten eerste richten wij ons op het ideaal van empirische toetsing.

Volgens Maarten Boudry (in DS 13/12) en Griet Vandermassen (in een interview bij Peeters & Pichal op 19/12) moet elk basisconcept uit een wetenschappelijke theorie altijd door waarnemingen bevestigd worden, als het even kan door experimenteel onderzoek. Anders spreken we van een pseudo-wetenschap. Is dit criterium wel zo algemeen en eenvoudig toepasbaar als men laat uitschijnen? Het Higgs boson deeltje bijvoorbeeld, waar de fysici van het CERN vandaag zo naarstig naar op zoek zijn, is volgens de wetten van de kwantummechanica per definitie niet direct empirisch verifieerbaar. Het is enkel waarneembaar door de effecten op andere deeltjes, en er komen flink wat statistiek en theoretische assumpties bij om het bestaan ervan te kunnen ‘afleiden’.

De Darwinistische evolutietheorie is een ander voorbeeld. Het is zeer onwaarschijnlijk om een organisme direct te zien evolueren, maar het is wel mogelijk om bepaalde variaties in diersoorten te bestuderen en daaruit indirect een theorie af te leiden. Ook in de geschiedschrijving is het vaak moeilijk om rechtstreeks empirisch bewijs te vinden. Het beeld dat wij van het verleden hebben, is gebaseerd op afleidingen en veronderstellingen op basis van historische bronnen, vaak onvolledig of onbetrouwbaar. Gerichte speculatie en educated guesses spelen hier een grote rol in, en het empirisch testen van hypotheses is eerder uitzondering dan regel.

Empirie is belangrijk, versta ons niet verkeerd, maar een empirische toetsing zoals Boudry, Vandermassen, Braeckman en Vermeersch eisen, is vaak meer wishful thinking dan wetenschappelijke realiteit.  Constructiever is bijvoorbeeld om enkel van een globale notie van empirische adequaatheid uit te gaan, eerder dan om te eisen dat elke hypothese afzonderlijk empirisch ondersteund wordt. Dit biedt ons enerzijds de mogelijkheid een onderscheid te maken tussen disciplines die deze test doorstaan, zoals de astronomie, en diegene die de test niet doorstaan, zoals de astrologie.

Anderzijds biedt dit ook een plaats aan bijvoorbeeld theoretische fysica en laat het ruimte open voor grijze zones zoals de psychoanalyse en de evolutionaire psychologie. De studie van deze complexe randgevallen is zinvol, aangezien ze ons uitnodigt tot genuanceerde kritiek. Bovendien is niet alles van waarde ook wetenschappelijk. Daarnaast blijken in principe verifieerbare theorieën dat vaak niet in de wetenschappelijke praktijk. Wetenschappers zijn vaak veel creatiever in het herinterpreteren van bewijs dan men op het eerste zicht zou denken.

Bovendien worden theorieën die in tegenspraak zijn met waarnemingsgegevens niet zomaar opgegeven. Vergeet niet dat wetenschap een sociale, maatschappelijk verankerde, feilbare en voortdurend evoluerende activiteit is. Met die maatschappelijke inbedding komt ook maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Ten tweede gaan personen als Johan Braeckman (DS 25 juni 2009) en Etienne Vermeersch (DeWereldMorgen 20/12) ervan uit dat er één enkel ideaal van wetenschap is, dat fysica, chemie en evolutionaire biologie hier het meest aan voldoen, en dat alle andere wetenschappen dit ideaal moeten nastreven. 

Het is voorzichtiger te stellen dat wetenschap verschillende doeleinden kan nastreven en dat op die manier verschillende wetenschappen elk hun eigenheid hebben. Zo is correct voorspellen een noemenswaardig doel voor bepaalde wetenschappen (zoals fysica, chemie en populatiebiologie), maar kan het niet geponeerd worden als het enige legitieme doel voor alle wetenschappen. Zo kunnen wetenschappen ook als doel hebben inzicht te verkrijgen in menselijk handelen, een coherent wereldbeeld op te bouwen of dagdagelijkse problemen op te lossen. Niet elke tak van dé wetenschap streeft hetzelfde doel na.

Als (wetenschaps)filosoof kan het niet het doel zijn wetenschappers te bevelen wat ze moeten doen of volledige wetenschappelijke disciplines te beoordelen in absolute termen als goed of slecht. Wat wij, wetenschapsfilosofen, beogen, is vanuit de wetenschappelijke praktijk van een discipline zelf te begrijpen hoe wetenschappers werken en indien mogelijk hun wetenschappelijke praktijk te stroomlijnen. Dit betekent niet dat we zomaar alles aanvaarden: iedere wetenschappelijke theorie of discipline moet zichzelf rechtvaardigen door een bepaalde vorm van bewijs of empirische adequaatheid.

De rigide vorm van rechtvaardiging die Boudry, Braeckman, Vandermassen en Vermeersch in hun opiniestukken naar voor schuiven is onrealistisch: ze stemt niet overeen met hoe wetenschappers te werk gaan en ze veroordeelt bepaalde vormen van wetenschap onnodig door middel van criteria die niet op hen van toepassing zijn. Bij evaluatie van wetenschappelijke disciplines, theorieën, modellen en projecten is het belangrijk om ook hun overeenkomstig doel in het achterhoofd te houden. Die doelen zijn, zoals gesteld, heel heterogeen. Daarom praten we eigenlijk beter over ‘wetenschappen’, in plaats van over dé wetenschap.

Kortom, wij (wetenschaps)filosofen zijn het grondig oneens met deze visies op wetenschap, en wijzen erop dat aan de Gentse universiteit weldegelijk op een andere manier over wetenschappen wordt gefilosofeerd die meer in overeenstemming tracht te zijn met de wetenschappelijke praktijk.

  • drs. Mathieu Beirlaen (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Liesbet De Kock (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • dr. Jens De Vleminck (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • dr. Jan De Vos (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • dr. Leen De Vreese (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Jan De Winter (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Anton Froeyman (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • drs. Tjerk Gauderis (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Raoul Gervais (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Laszlo Kosolosky (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Merel Lefevere (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • dr. Bert Leuridan (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Eli Noë (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • dr. Giuseppe Primiero (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie,)
  • Prof. dr. Dagmar Provijn (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • Prof. dr. Eric Schliesser (Onderzoeksgroep Wetenschappen en Filosofie in hun Historisch en Systematische Relatie)
  • dr. Jeroen Van Bouwel (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • dr. Henk Vandaele (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • drs. Elisabeth Vandam (Centrum voor Kritische Filosofie)
  • drs. Frederik Vandeputte (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • Prof. dr. Erik Weber (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)
  • drs. Jan Willem Wieland (Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!