Vakbonden: Een alternatieve kritiek, omdat het nodig is

Vakbonden: Een alternatieve kritiek, omdat het nodig is

vrijdag 23 december 2011 21:43

Vakbonden hebben te veel macht! Vakbonden wenden verkeerde methoden aan! Vakbonden zijn profiteurs van het systeem! Vakbonden stellen onhaalbare eisen!

          Dergelijke kritieken en meer kregen we de voorbije dagen overal te lezen en horen. De verbale woede die bij sommige mensen ontstaat als de vakbonden “weer maar eens” staken, is niet zelden hallucinant. Omdat het over een zaak van algemeen belang gaat – die ons vooral heel erg veel geld kost – worden de gebruikelijke adviseurs opgetrommeld: het Itinera Institute. Met alweer dezelfde, voorspelbare analyses.

          Alvorens hierop door te gaan, eerst een korte uitweiding over het Itinera Institute, een denktank die tot nader order nog steeds ingevuld wordt als neutraal (als in onafhankelijk) en wetenschappelijk (als in niet-ideologisch). Elk kritisch individu zou hiertegenover net erg wantrouwig moeten staan, maar uit de steeds frequentere raadpleging van dit instituut blijkt net het omgekeerde. De media die toch ook deels tot taak heeft ons tot kritische burgers op te voeden, heeft het Itinera Institute als autoriteit aanvaard.
Het Itinera Institute gaat uit van de juistheid en het belang van de economische wetenschap en ziet die als fundamenteel voor een democratische samenleving. Dat de economische wetenschap nog niet half de voorspelbaarheid heeft die positieve wetenschappen zoals de natuurkunde of scheikunde wel bezitten, zou ons echter moeten aanmanen tot nog meer voorzichtigheid. Dat de democratische invulling gegeven wordt op basis van wat praktisch haalbaar is binnen het hedendaagse wereldsysteem, toont daarnaast aan dat de denktank niet alleen wars staat van elke vorm van idealisme, maar zich liefst ook erg ver weg houdt van veranderingen die tot een ander wereldsysteem kunnen leiden.
De hegemonische constitutie van het huidige wereldsysteem is wat men kan vatten onder het “neoliberalisme”. Een spook. Niet wetenschappelijk af te bakenen. Onmogelijk te definiëren.  De illusie die de Linkse Kerk bindt. Dergelijke zwakke kritieken getuigen van de armoede aan inzicht in onze eigen bepaaldheid. Dat de filosofische onderlaag van elk liberalisme – en dus ook van het  neoliberalisme – gefundeerd is in de totale onafhankelijkheid (i.e. absolute vrijheid) van elk individu, heeft ervoor gezorgd dat we de op ons inwerkende krachten niet meer (her)kennen – of toch niet meer serieus nemen. We ridiculiseren ze en doen ze af als voorbijgestreefd of niet relevant. De eindeloze, vaak gratuite verwijten op het relativisme (of postmodernisme) en het marxisme (of communisme) getuigen hiervan.
Denken in termen van systeemanalyse of discouranalyse is een denktank als het Itinera Institute vreemd. Daarom kunnen ze zichzelf niet meer plaatsen binnen de temporaliteit en historiciteit van het huidige wereldsysteem. De eindeloze dynamiek waarin mensen en samenlevingen zich begeven, is voor het Itinera Institute blijkbaar irrelevant. Het neoliberalisme usurpeert de wijze van hun denken, net als dat van vele anderen in onze samenleving. Dat voor velen alternatieven voor het kapitalisme en het globalisme ondenkbaar zijn, of enkel te vatten zijn in hun antipode (communisme en nationalisme), getuigt hiervan. Dat andersglobalistische bewegingen (zoals Occupy) nog steeds als naïef en zelfs ronduit dom (“want ze weten niet wat ze willen”) worden afgedaan, ook.

          Zoals dus te verwachten was, werd het Itinera Institute weer aan het woord gelaten over de hele situatie rond de stakingen. Marc De Vos heeft het in De Standaard over “een toxische mix van ontkenning, fundamentalisme en utopisme” (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=AJ3JQFQR) en Ivan Van De Cloot heeft het in De Tijd over “de vakbonden die blijk geven van extreem conservatisme” (http://www.tijd.be/opinie/analyse/Vakbonden_geven_blijk_van_extreem_conservatisme.9140807-2336.art). Natuurlijk hebben ze beiden een punt in hun opiniestukken en kan hun niet verweten worden a priori tegen vakbonden te zijn. Maar de rationele analyse, de optimistische kijk op wetenschappelijke vooruitgang en het blinde vertrouwen in de economische premisse die welvaart genereert (i.e. groei), maken hun vertoog even ontkennend, fundamentalistisch, utopisch en conservatief als waarvan ze de vakbonden verwijten.

          Ten eerste is hun rationele argumentatie enkel gericht tegen de enerzijds opportunistische (i.e. voor electoraal gewin tijdens de sociale verkiezingen) en anderzijds niet-redelijke (i.e. de geloofwaardigheid voor de achterban is belangrijker dan de geloofwaardigheid van hun vertogen) vakbonden. Hoewel ze hiermee terechte kritieken aankaarten, gaan ze voorbij aan het opportunisme en de onredelijkheid waarin besluitvorming over het algemeen gebeurt. Opportunisme en onredelijkheid zijn dus niet eigen aan vakbonden. Dit beweren ze ook niet, maar deze algemene kritiek die ze hier eenzijdig toepassen op de vakbonden, verliest daardoor veel van zijn kracht. Het gaat hier namelijk niet alleen over de vakbonden. Het gaat hier over de corrupte en armzalige besluitvorming van de politiek in het algemeen. Doordat het corporatisme zo centraal staat in ons land, krijg je het logische gevolg waarbij iedereen voor zijn eigen agenda spreekt zonder nog te denken aan het algemene belang (dat in deze geglobaliseerde tijden de landsgrenzen overstijgt). Het enige antwoord op corporatisme is overigens niet “meer vrije markt” (en dus meer privatisering), iets wat impliciet in vele vertogen te merken valt omdat verkeerdelijk aangenomen wordt dat het communisme niets zinnig meer te bieden heeft.

          Ten tweede is hun optimistische kijk op wetenschappelijke vooruitgang één die gefundeerd is in een zeer tendentieus beeld op de wetenschap. Deze wetenschappelijke vooruitgang heeft vast en zeker zijn verdiensten op technologisch en medisch vlak, maar haar bestaansvoorwaarde staat in sterke wisselwerking met de armoede en uitbuiting in de wereld. Volgens de vooruitgangsdenkers zal de wetenschap de armoede en uitbuiting vanzelf wel oplossen. Ze creëert namelijk betere levensomstandigheden overal ter wereld. Deze gedachte negeert echter de zeer ongelijke manier waarop wetenschappelijke kennis en middelen toegankelijk zijn. Ze negeert evenzeer de vele problemen die de wetenschap ook voortbrengt (bvb. de wapenindustrie, de uitputting van grondstoffen, de ontginning van natuurgebieden en de talloze technische snufjes die in het Westen als basisgoederen worden gedacht). Wetenschap wordt bovendien aangewend binnen het economische systeem van vraag en aanbod – ze is dus alles behalve herverdelend en betekent allerminst een verhoogde vrijheid over de hele wereld. Dat mensen steeds ouder worden dankzij wetenschappelijke vooruitgang, garandeert dus nog geen levenskwaliteit.

          Ten derde is het blinde vertrouwen in groei als premisse voor welvaart niet houdbaar. Onze definitie van welvaart is om te beginnen zéér decadent. Het energie- en middelenverbruik, de eindeloze consumptie en de onbeperkte toegang tot luxegoederen en -diensten zijn een onderdeel van wat we in het Westen als “welvaart” beschouwen. Deze welvaart is echter, opnieuw, erg tijdelijk. Mijn generatie lijkt zich niet meer te kunnen voorstellen hoe het was om zonder dat alles te leven. De generatie die wordt bestempeld als de babyboomers wil die welvaart niet meer kwijt. Maar over wat gaat het hier eigenlijk?
De voortdurende innovatie (die steeds vaker van wetenschappelijke/technologische aard is) in overheids- en privébedrijven zorgt voor een verpletterende concurrentie. De markten worden daardoor ofwel opgeslokt door een aantal dominante spelers die semi-monopolies creëren (en vanuit het standpunt van kleine zelfstandigen één groot monopolie hebben), of ze worden zodanig gefragmenteerd dat eigenlijk alles een kopie wordt van mekaar (waar kleine zelfstandigen vaak door failliet gaan). De schijn die gecreëerd wordt (i.e. dat markten democratisch en vrij zijn), wordt opgeheven door de werking van de markten zelf. Deze gaan namelijk uit van de rationele, nutsmaximaliserende en eigenbelang-hebbende mens (de zogenaamde homo economicus, een zeer liberaal mensbeeld dat zelfs wetenschappelijk moeilijk vol te houden is) terwijl mechanismen zoals ‘marketing’ en ‘branding’ de mens voortdurend manipuleren.
Op basis van dat alles krijgen we het idee dat we in een soort van enorme welvaart leven waar we ons praktisch alles kunnen veroorloven (op materieel vlak). Indien de rest van de wereld het Westen zou volgen (zoals de BRIC landen nu doen), zal dat ook voor hen veel welvaart genereren. Die logica gaat echter niet meer op omdat de wereld kreunt onder onze ecologische voetafdruk. Groei is dan ook niet meer te verantwoorden in het Westen, integendeel: een inkrimping van onze groei, en dus verarming, zou in het voordeel zijn van de hele wereld – ook het Westen zelf!

          Hoewel de vakbonden zeer zwaar worden belaagd, is hun eis enkel te verwerpen vanuit het standpunt dat “groei” niet meer te verantwoorden is. En dat is niet wat er nu gebeurt. Er moet bespaard en geresponsabiliseerd worden! De machtshebbers consolideren zo de neoliberale logica. Het egoïsme dat de vakbonden verweten wordt, is bovendien weinig flatterend als je ziet dat het meestal gebeurt door mensen die daardoor een dag inkomen missen of een (werk-gerelateerde) afspraak niet kunnen nakomen. Het op-eigenbelang-gebaseerde plichtsbewustzijn gebiedt hen de vakbonden uit te schelden.
De stakingen zijn daarnaast enkel te verwerpen op basis van het feit dat ze niet plaatsvinden om het neoliberalisme een harde klap toe te dienen, maar enkel om de eisen van de vakbonden kracht bij te zetten. Dat Moody’s de kredietrating van NMBS Holding al verlaagd heeft, laat wel zien dat de stakingen een indirect effect uitoefenen op de economie wat – ironisch genoeg – niet de bedoeling is van de vakbonden. Een positief neveneffect concludeer ik, een ongewenst neveneffect concluderen de vakbonden, economen en andere beleidsmakers. Echter, het zou een nog veel positiever neveneffect zijn, moest de hele beleidsstructuur niet afhangen van die kredietwaardigheid. Dus niet de vakbonden, maar de ratingbureaus hebben in dit geval de reële macht.

          Volgens iVOX (die een steekproef afnamen bij 1.050 Vlamingen) zou 67.5% niet achter de stakingen staan. Het onbegrip tussen de mensen is dus groot, maar door voortdurend op mekaar te gaan schelden of louter kritiek te geven zonder het grote plaatje in rekening te brengen, zal dat onbegrip alleen maar toenemen. Dat er verschillende publieke stemmen klonken tegen de stakingen zoals de zeer persoonlijke open brief van Koen Galle (http://checkthis.com/k0w4),  het satirische stuk van Lander Maan (http://www.raaskalderij.be/2011/12/nmbs-personeelsleden-nemen-per-ongeluk-allemaal-verlof/), de “Het Kan Anders”-actie van Thomas Stroobants (http://www.facebook.com/pages/Het-Kan-Anders/195930080455241?sk=wall), de (ludieke) oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid van Bjorn Claes (http://www.reizigersprotest.be/), de constructieve kritiek van Steven M. (http://checkthis.com/j5qa), de oog-om-oog actie van een aantal jongeren in Leuven (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20111221_106) en de op Jobat aangeboden 40 alternatieven voor staken (http://www.jobat.be/nl/artikels/40-alternatieven-voor-een-staking/) is een positief gegeven. Ze gaan echter allemaal voorbij aan het feit dat die vakbonden hun eisen enkel kunnen gedijen binnen de bestaande wereldorde. Daarin worden die eisen bovendien radicaal afgewezen op basis van besparingsmaatregelen en responsabilisering met als argumenten dat iedereen zijn steentje moet bijdragen (besparingen) en dat iedereen langer zal moeten werken in de toekomst (responsabilisering). En dat allemaal om onze welvaart te garanderen – een welvaart die begrepen wordt als toegang tot luxe en leidt tot verkwisting en materialisme. Deze garantie houdt ook geen steek, want het kapitalisme sukkelt van de ene crisis in de andere, het is gebaseerd op een fundamentele materiële ongelijkheid tussen verschillende werelddelen en het hypothekeert het voortbestaan van de mens door het klimaat en het milieu onherroepelijke schade toe te brengen.

          De kritieken op de vakbonden hebben geen enkele waarde zonder ze te plaatsen binnen het wereldsysteem waarin we leven. In dat wereldsysteem hoort de prioriteit dan ook niet te liggen bij kritieken op de vakbonden, maar bij kritieken op de werking van dat wereldsysteem en dus het globalisme, het kapitalisme en het neoliberalisme. Een kritiek vanuit andersglobalistisch standpunt is hoe langer hoe meer onontbeerlijk, anders zal het anti-globalisme van nationalistische, anti-liberale en niet zelden racistische instanties steeds meer als enige alternatief worden beschouwd.

          Voor deze kritische reflectie heb ik gepoogd het zeer ongenuanceerde en populistische getier even aan de kant te laten liggen. Het heeft weinig zin te argumenteren tegen dergelijke emotioneel geladen razernij. Een denktank als het Itinera Institute is daarentegen belangrijker om van kritiek te voorzien, gezien hun “neutrale” en “wetenschappelijke” analyses vaak een beeld creëren dat voor sommigen als “de Waarheid met grote W” geldt. Het blijft echter van cruciaal belang om hun relativiteit te benadrukken. Iets wat vandaag zeer sterk afgekeurd wordt in academische en politieke kringen, maar net daarom opnieuw aan belang moet winnen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!