Open brief aan de niet-stakers
Vakbond, Jongeren, Algemene staking, Sociaal engagement -

Open brief aan de niet-stakers

donderdag 22 december 2011 00:18

Beste Koen Galle,

U heeft een punt. Meer dan één zelfs. Ik verklaar me met zowat alles in uw brief akkoord, en wil u ook feliciteren om tegen de maatschappelijke apathie in te gaan. Ik was ook blij dat uw brief zo genuanceerd was, overigens, en ik kon me in heel wat van uw argumenten herkennen. Akkoord, behalve op één punt: de staking van morgen heeft wel zin. En wel om al de redenen die u aanhaalt, zelfs al zijn die niet het onderwerp van de staking. Ik ga morgen dan ook staken, voor de eerste keer in mijn leven. Om mijn pensioen te verdedigen – maar vooral nog, om dat van anderen. Solidariteit, helaas al te vaak een oubollig woord geworden, maar toch hecht ik er aan.

Ik geef u gelijk: de vakbonden doen het niet goed. Ze spreken jongeren niet aan, terwijl, in tegenstelling tot hoe het lijkt, zij wél de rechten van jongeren verdedigen. De eerste protesten na het regeerakkoord waren onder andere gericht tegen het schrappen van de wachtuitkering – een maatregel die het jongeren toch iets makkelijker maakte om zelfstandig te worden. Maar de algemene opinie is blijkbaar dat vakbonden halsstarrig blijven vasthouden aan verworven rechten, en die rechten blijken dan vooral van toepassing op ouderen.

Dat komt ten dele doordat we in een systeem leven waarin werknemers hun rechten opbouwen – door bijdrage aan de sociale zekerheid doorheen de tijd. En dus worden die rechten groter en relevanter naarmate je ouder wordt. Jongeren moeten zich eerst inspannen, en in deze tijden wordt het inderdaad steeds moeilijker om voor die inspanning beloond te worden. Ook ik behoor tot de groep jongeren voor wie een eigen stekje kopen verre van vanzelfsprekend is, die zich zorgen maakt over de samenlevingsproblemen in de grote stad en in de kleine gemeente, over de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, zowel hier in België als in de wijde wereld. Maar ik geloof wel dat vakbonden hier een cruciale rol te spelen hebben. Ze zorgen immers voor het sociaal overleg, ze spreken de stem van de solidariteit en de herverdeling. Ze ondersteunen ook vakbonden in ontwikkelingslanden, die daar een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het middenveld en dus het democratische proces. Lovenswaardig ontwikkelingswerk als je het mij vraagt. Normaalgezien is dat hip: elke sociaal geëngageerde jongere deed toch zijn eigen project in Het Zuiden? Niet zo voor de vakbonden, blijkbaar; 

Ondanks wat vakbonden voor jongeren kunnen betekenen, keren steeds meer jongeren zich af van de vakbond. Getuige daarvan de bijna 80.000 keer dat uw bericht op feestboek gedeeld werd. Ik wed dat mijn bericht dit cijfer niet zal halen. Vakbonden zijn niet hip, integendeel, ze zijn starre, logge organisaties, die niet zijn meegegaan met hun tijd. En dit imago is niet onterecht: hun dienstverlening is niet steeds zoals het hoort, hun taalgebruik is niet aangepast aan jongere generaties (ik word door mijn vakbond nog steeds aangesproken als “waarde kameraad”), ze werven zelfs niet voor hun sociale acties. Mandaten van vakbondsleden worden al te vaak misbruikt voor eigen doeleinden en belangen, zoals ontslagbescherming. Binnen bedrijven en organisaties weten werknemers niet meer wat ze aan hun vertegenwoordigers hebben en kandidaten voor de sociale verkiezingen zijn vaak ver te zoeken.

Vakbonden missen daardoor de boot van de jongeren die zich wel nog willen engageren. Zij zijn met steeds meer dan vroeger zelfs, volgens sommige onderzoeken.  Maar ze vinden er  steeds minder de juiste fora voor. En dat is zeer jammer. De uitspraak “Wie gelooft die mensen nog?” breidt zich langzaamaan van de politiek uit naar alle maatschappelijke instellingen die het maatschappelijk debat voeren. En dus steunen jongeren massaal Music for Life, starten ze projecten in het Zuiden of schrijven ze op facebook wat ze er van denken. Dit is niet slecht, maar het vertelt iets over het vertrouwen in de gevestigde instellingen.

Vandaag vertelde ik op mijn werk dat ik zou staken, en ik kreeg verbaasde blikken, hier en daar een ietwat minzame glimlach. Nochtans werk ik de sociale sector, de integratiesector zelfs, het loopt daar vol idealisten. Maar niemand van de collega’s enthousiast te krijgen voor mijn sociaal engagement, zelfs niet de enige overgebleven syndicale délégé.

Wanneer ik me morgen op het Leuvense Martelarenplein dus tussen die mannen en vrouwen in hun rode of groene plastic zakken bevind, zal ik me er waarschijnlijk niet thuis voelen. Noch zal ik het eens zijn met alles wat ze zeggen. Ik ken niet veel van economie, maar het lijkt me niet onlogisch dat als we ouder worden, we langer moeten werken. Makkelijk gezegd als je jong bent, dat geef ik toe.

Ik vind een staking niet eens de beste oplossing, maar volgens mij gaat het hier om hoogdringendheid: de minister van pensioenen wil de wet immers rond hebben voor het einde van het jaar. Dat is dus zonder sociaal overleg, zonder grondig debat, zonder respect voor de werknemers die uiteindelijk onderhevig zijn aan deze wetgeving. Politici blijven namelijk van een pensioen genieten na twintig (20!) jaar dienst.

Dus zal ik er morgen staan, tussen mannen en vrouwen die ik niet eens ken. Omdat ik vind dat aan een pensioenhervorming een diepgaand debat vooraf moet gaan, in plaats van die op twee weken door het parlement te jagen. Omdat zo’n wetten dan ook vaak technisch slecht in elkaar zitten. Omdat ik vind dat zo’n hervorming gepaard moet gaan met maatregelen waardoor het voor ouderen mogelijk blijft om het werk vol te houden, of om überhaupt aan het werk te blijven. Omdat ik vind dat men het ook over de grotere jongerenwerkloosheid moet hebben.

Omdat ik vakbonden, ondanks hun oubolligheid en hun defecten, belangrijk blijf vinden. Omdat er vanuit Europa steeds meer druk komt om vakbonden in te perken, terwijl zij één van de weinige organisaties zijn via dewelke burgers nog kunnen invloed uitoefenen op dat hoge niveau. Omdat vakbonden steeds vaker verguisd worden, niet alleen door werkgeversorganisaties, maar ook door media en de algemene publieke opinie – bashing die hun draagvlak ondermijnt.

En vooral omdat ik hoop dat vakbonden opnieuw organisaties worden die mensen, ook jongeren, aanspreken en verenigen in hun strijd tegen sociale ongelijkheid. Omdat ik hoop dat  ze andere manieren vinden om die strijd te voeren, en te wegen op het maatschappelijke debat.

En dat die rood-groene mannen en vrouwen na de staking een pint gaan drinken, ja, dat hoort dan wel weer bij het sociaal engagement – dat is van alle tijden: strijd afgelost met plezier houdt mensen gemotiveerd. Al die hippe jongeren die in Het Zuiden een Ontwikkelingsproject gingen doen, hebben er meestal ook een mooie reis aan gekoppeld. En die acties voor Music for Life zijn vaak toch ook gekoppeld aan heel wat leute op café. Dat is voor mij het punt niet, al zal je me niet vinden op de Leuvense terrassen.

Ik wil eindigen met u te bedanken voor uw brief. U heeft me doen nadenken, en de moed gegeven om mijn stem te laten horen in dit maatschappelijk debat. Neem het dus vooral niet persoonlijk, want volgens mij zijn we het grotendeels eens.

Met vriendelijke groeten,

Marlies Stubbe

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!