Slavoj Žižek spreekt tot #occupywallstreet

Nieuws, Wereld, Politiek, Cultuur, Joris Note, Column -

Žižek de geweldenaar

Helaas, ik weersta de aandrang niet om nog even te verwijlen bij het opiniestuk waarin Filip Buekens en Geert Magiels de bevolking waarschuwden tegen Žižek (De Standaard, 26-11-2011). Zelden zie je zoveel onbegrip, onbeschoftheid en oneerlijkheid samengepakt in één korte tekst - een tekst van trotse academici, maar die intellectueel zo ondermaats is dat hij een middelbare scholier zou doen blozen.

donderdag 22 december 2011 16:20

Buekens en Magiels verwijten Slavoj Žižek een ‘cultus van haat en geweld’. Over geweld straks meer, maar haat!? Hun eigen tekst staat er stijf van: ze willen geen debat, ze willen alleen ongebreidelde afkeer tonen van elke vorm van denken (psychoanalyse, dialectiek, marxisme…) die niet strookt met hun eigen regels, en die hun conformisme zou kunnen hinderen. Dat andere denken is niet simpelweg fout, het is ‘pervers’ en ‘gevaarlijk’, het kan mensen bederven, dus ‘hoed u voor Žižek’! (Verwijder hem uit ons midden. Staat er nog ergens een bekertje gif? Neenee, geen geweld!)

***

Volgens Buekens en Magiels is Žižek een ‘vermeende’ filosoof (alleen hún soort filosofie is echt), en ‘een cut&paste-denker die zo snel van de hak op de tak springt dat men de draad algauw kwijtraakt’. Ik heb daar enig begrip voor: Žižeks ‘stijl’ irriteert ook mij wel eens, ik verkies in het algemeen de strakkere redeneertrant van Alain Badiou (wat Buekens en Magiels niet gelukkiger zal maken). Geen overdrijving: ik herlas voor de gelegenheid twee artikels van Žižek (New Left Review 57, 2009 en 64, 2010), en dat zijn vrij heldere, zinvolle beschouwingen over de situatie en de vooruitzichten van links. Vergeleken met Badiou is Žižek wellicht minder een originele filosoof dan iemand die inzichten en concepten van anderen doet samenkomen en op elkaar inwerken, maar dat geldt voor vele van zijn minder opvallende vakgenoten.

Het gaat Buekens en Magiels nauwelijks om de persoonlijke schrijftics van Žižek, dat blijkt wel uit hun verwijzingen naar de ‘onduidelijke’ Hegel en de uiteraard onleesbare Lacan. Ze hebben kennelijk bezwaar tegen alle teksten die ze niet rap genoeg begrijpen, en het idee dat er voor een auteur ‘jaren studie’ nodig zouden kunnen zijn, bestempelen ze als slechts een manier ‘om zich te immuniseren tegen kritiek’.

Het erge is dat de heren deze anti-intellectualistische taal bezigen in een krant, een populair medium, en er dus goedkoop succes mee willen behalen. Ze spreken niet tot andere filosofen, ze spreken tot de gemiddelde lezer van De Standaard, en suggereren aan hem of haar dat filosofische teksten direct verstaanbaar zouden moeten zijn voor iedereen, dat daar nooit ‘jaren studie’ voor nodig zouden mogen zijn. Dat is demagogie, en meer dan ooit in het huidige intellectuele klimaat, waarin alles verondersteld wordt voor wie dan ook moeiteloos toegankelijk en beoordeelbaar te zijn (behalve de economie). Ook op deze site hebben al mensen zich geuit in de zin van ‘ik versta Žižek niet, dus deugt hij niet’, en werden de politieke geschriften van Badiou al eens afgedaan als ‘abstract gebrabbel’.

Demagogisch is ook: dat Buekens en Magiels hun beweringen illustreren met losse zinnen en zinsdelen, zonder context. En dus ook: dat ze bij Žižeks provocerende uitspraken over ‘mensenrechten’ niet gewagen van het heus niet moorddadige betoog waarin die thuishoren. En ook: dat ze doen alsof bijvoorbeeld ‘het reële’ en ‘de Gebeurtenis’ bij Žižek hun alledaagse betekenis hebben, en geen uit een systeem afkomstige vaktermen zijn. En dus ook: dat ze doen alsof het schandelijk is dat je voorkennis moet hebben om sommige dingen te lezen. Wie sprak daar van charlatanisme?

***

En zo wordt onze tegenstander tot een verheerlijker van terreur, kijk!, hij verdedigt ‘het politieke geweld van Robespierre, Mao, Stalin, en Lenin’. Spontaan denk ik dan meteen aan het geweld van het ancien régime en het tsarisme, aan het eeuwigdurende geweld van het westen, de moord-drones van Obama. Maar laten we dieper gaan.

De liberale ideologie van de laatste decennia heeft politiek geweld tot een absoluut taboe gemaakt, met als gevolg dat hedendaags links vaak doodsbenauwd lijkt om er ook maar in de verste verte mee te worden geassocieerd. Mede daarom willen vele partijloze progressieven graag socialistisch heten (Dag van het Socialisme, enzovoort) maar niet communistisch: ze worden liever in verband gebracht met de failliete sociaaldemocratie dan met wijlen het nepcommunisme.

Dat zal wel opportuun zijn, zeker? Zie maar hoe gretig Buekens en Magiels Žižek een ‘zelfverklaard communist’ noemen, zonder uitleg: hun zoveelste demagogische oneerlijkheid. Ze weten immers best dat de tegenwoordige intellectuele discussie over ‘de communistische hypothese’ en ‘de idee van het communisme’ gevoerd wordt door denkers die niets te maken hebben met het regime dat twintig jaar geleden ineenstortte.

Los van de vraag of de vier namen hierboven wel allemaal van dezelfde orde zijn, links mag zich wat minder krampachtig opstellen tegenover politiek geweld in de geschiedenis. Bijvoorbeeld:
– We moeten het historische geweld allereerst bestuderen, zien hoe het opkwam en zich handhaafde, hoe het ene geweld reageerde op het andere. Het oergeweld van vorige eeuw is niet ‘Lenin’ maar de Eerste Wereldoorlog.
– Geweld tegen vijanden van emancipatie is in bepaalde omstandigheden te rechtvaardigen (zoals ook liberalen weten). Welke omstandigheden? Ook dat vraagt studie. Waarschijnlijk was Lenins geweld deels juist en deels niet.
– Waarom zou je geweld moeten beschouwen als enig criterium voor iemands betekenis? Zo heeft Lenin teksten geschreven die van enorm historisch belang zijn en die vandaag nog inspirerend kunnen werken, ook buiten alle geweld.

Uiteraard volstaan deze aanduidingen niet, ik hoop er later op terug te komen. Maar het lijkt me zinloos om, zoals Buekens en Magiels, politiek geweld alleen maar moralistisch te benaderen en het (dus) in abstracto te veroordelen.

Ten slotte: in de genoemde New Left Review 57 stond ook een mooi stuk van Immanuel Wallerstein over Frantz Fanon, en zo denk ik eraan dat Fanon vijftig jaar geleden stierf. Ook hij maakte gebruik van marxisme én psychoanalyse (zelfs van Lacan, in 1952!). Ook hij schreef over emancipatorisch geweld, en sommigen beschouwen hem als een dwaze verheerlijker van geweld. Ze dwalen. Lees hem.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!