Open brief aan Patrick Develtere, algemeen voorzitter van het ACW

Open brief aan Patrick Develtere, algemeen voorzitter van het ACW

dinsdag 20 december 2011 14:23

Mijnheer de voorzitter, nu de storm even is geluwd willen we toch nog eens terugkomen op de onverkwikkelijke Arco-affaire. In Visie (25/11/11) vraagt u zich af hoe we toch in het midden van die storm zijn terecht gekomen, welke lessen we daaruit kunnen trekken en hoe het nu verder moet met de – in de publieke opinie- zwaar belaagde christelijke arbeidersbeweging. En we kunnen er niet onderuit. We zijn zwaar aangepakt. We hebben niet de bedoeling nog wat zout in de wonde te wrijven maar toch even een korte bloemlezing. ‘Het morele gezag van de top van de christelijke arbeidersbeweging ligt aan diggelen’, ‘het verval van een familie’, ‘Arco-sage tast geloofwaardigheid aan’, ‘de belastingbetaler als vuilbak’, enz. Opmerkelijk was het oordeel van De Tijd (19/11/11): “Vakbondsbonzen Luc Cortebeeck en Marc Leemans moeten stopen met het schimpen op de banken die staatsteun hebben gekregen. ACW-voorzitter Patrick Develtere mag ophouden met preken tegen bedrijven en particulieren die gebruik maken van achterpoortjes in de fiscale wetgeving. “ De onderliggende boodschap”, aldus Bram Verschuere in DWM (29/11/11) “luidt in feite: het ACW houdt er nu best mee op om zijn maatschappelijke rol te spelen. We begrijpen inderdaad goed dat vele krachten in de samenleving zich nu vergenoegd in de handen wrijven en eindelijk een stok hebben gevonden om de hond te slaan. Daar moeten we ons met hand en tand tegen verzetten. Want net als u zijn wij voor een sterke maar ook onafhankelijke en radicale christelijke arbeidersbeweging. Bovendien treft de kritiek niet enkel ‘de top’ van de beweging maar ook de vele duizenden militanten die zich met hart en ziel voor het project van die christelijke arbeidersbeweging in zetten. Hoe voelen zij zich bij deze ’operatie beschadiging’? Wat is hun visie over de voorbije ontwikkelingen en hoe zien zij de toekomst van de beweging. Wij claimen met ‘Beweging’ niet de spreekbuis te zijn van de ganse beweging maar we kunnen terug vallen op een jarenlange traditie van ononderbroken inzet in alle geledingen van de beweging. En samen met vele militanten hebben we ons vaak vragen gesteld bij de koers die de christelijke arbeidersbeweging is ingeslagen.

Tegen de sirenenzang van het neoliberalisme

Zo zijn we altijd van oordeel geweest dat de dynamiek van het neoliberalisme waarmee we, al decennialang  overspoeld werden  niet altijd correct werd ingeschat en dat de beweging, net zoals vele andere bewegingen en partijen, minstens gedeeltelijk overstag is gegaan voor de sirenenzang van het door het neoliberalisme geproclameerde vooruitgangsgeloof in de vrije markt. De begrippen ‘liberaliseren, dereguleren en privatiseren’ denderden als een pletwals over ons heen en leidde tot heel wat averij. We hoeven u niet te vertellen wat de belangrijkste effecten waren. U weet zo goed als wij wat de aanval op de verzorgings- en welvaartsstaat betekende. Alle beschermende maatregelen waarmee tot dan toe de markteconomie enigszins werden gestuurd werden afgebouwd. De overheid werd ‘ontvet’ en de sociale uitkeringen kwamen onder vuur te liggen. Aan het geloof in de almacht van de vrije markt viel niet meer te ontkomen. Wie koos voor welvaart en voorspoed moest kiezen voor de zegeningen van de vrije markt. Hoe is het zo ver kunnen komen? Was de christelijke arbeidersbeweging zich niet bewust van de vele gevaren die in het nieuwe geloof schuil gingen? Gedeeltelijk wel, maar men was niet van plan ‘de hele constructie’ onderuit te halen. De ‘façade’ wat bijwerken leek meer dan voldoende. De christelijke arbeidersbeweging had wel wat kritiek in petto tegenover het neoliberalisme, de vrije markteconomie en het ‘casinokapitalisme’ waarmee dan de losgeslagen financiële markten of de speculanten en aandeelhouders werden bedoeld. Zo werd herhaaldelijk beklemtoond dat er regels moesten worden opgelegd aan de vrije markt en dat het casinokapitalisme aan banden moest gelegd worden. Maar de fundamenten van het systeem bleven buiten schot. De recessie van 2009, het ineen stuiken van de hele economie, werd uitgelegd als het gevolg van het risicogedrag van inhalige en door hebzucht gedreven bankiers. Maar met het aan banden leggen van de hebzucht, meer regulering, transparantie en controle zouden we wel  op veel ‘goede vruchten’ kunnen rekenen. Dat naar aanleiding van deze kwestie het kapitalisme zou moeten worden afgeschaft, kwam niet ter sprake. Nochtans liggen daar de wortels van de huidige financiële en economische crisis. Het is inderdaad niet zo zeer het financieel systeem dat kraakt, het is het kapitalisme dat kraakt.  Kapitalisme is analytisch het meest juiste woord. Het is de naam van ons economisch systeem. Het neoliberalisme, stelde Barrez (Van eiland tot wereld) is gewoon de vorm die dat systeem heeft aangenomen in de huidige fase van de globalisering, een fase die je ook het financieel kapitalisme kan noemen.  En dat systeem, mijnheer de voorzitter, had de beweging veel harder moeten aanpakken.

Voor een economie in dienst van mens en samenleving

Ontstaan in de strijd tegen het kapitalisme is de arbeidersbeweging –ook de christelijke- in de letterlijke betekenis van het woord een tegenbeweging. De arbeidersbeweging heeft zich van bij het begin altijd verzet tegen de heersende kapitalistische economische aanpak. Telkens heeft ze geprobeerd het terrein van de economie, van de arbeid, van de brede maatschappelijke behoeften niet aan de markt, aan de privébelangen, aan het kapitalisme over te laten. Het besef was altijd aanwezig dat het belangrijk was greep te krijgen op de economie. En dat hebben we ook vaak gearticuleerd. In 1978 met de Fundamentele Doelstellingen, toen nog samen met het MOC, en een jaar later op ons congres Welzijn in Solidariteit. En nog eens een jaar later werd dit bevestigd op een congres van het ACV: tegen het kapitalisme in kozen we toen voor een economie in dienst van mens en samenleving. Zowel de economie als de financiële markten zijn er niet voor zichzelf en zeker niet om steeds meer winst te accumuleren. Het geldwezen (spaar en kredietwezen) is maar een hulpmiddel voor de economie en de economie hebben we nodig om een samenleving uit te bouwen in dienst van mens en samenleving. Op die manier is economie een proces dat ons allen aan gaat en daarom moet die economie ook van ons zijn. Maar hoeft er nog een tekening bij dat dit – zowel vroeger als vandaag – geenszins het geval is? Dus zou de arbeidersbeweging een tandje moeten bijsteken.

Tegen de stroom in roeien

We zijn actief betrokken op de maatschappelijke ontwikkelingen door de vakbondsstrijd en door te pogen te wegen op de politieke besluitvorming. Maar de economische macht waarover we vroeger beschikten, zonder dat aandeel te willen overdrijven, zijn we in de loop der jaren kwijt gespeeld. Geleidelijk aan gaven we onder druk van het ‘neoliberalisme’ onze economische troeven uit handen. Gans de economische poot van de beweging werd ontbonden. Zo goed als helemaal toch, maar de beweging beschikte nog over een paradepaardje. Maar ook daar ging het de verkeerde kant uit. BAC werd BACOB en ging via Artesia uiteindelijk op in Dexia. Op dat moment werd de arbeiderscoöperatie ten grave gedragen, werd het ACW met handen en voeten gebonden aan het bancaire systeem en werd het een institutionele belegger die zijn eieren in de korf van het risicovol financieel kapitalisme legde. We moeten daar niet flauw over doen, mijnheer de voorzitter, met volle verstand hebben ‘de bankiers’ van de beweging gekozen voor ‘de vlucht vooruit’. The sky is the limit. Grootschaligheid, winstmaximalisatie, efficiëntie, zakelijkheid, rendabiliteit, dat was ‘de tijdsgeest’ die ons dwong om in die nieuwe benadering te stappen, heb je ergens laten optekenen. Maar neem ons niet kwalijk als we ons daar van distantiëren. Was ook ‘de tijdsgeest’ verantwoordelijk voor het feit dat de coöperanten  van Arco in feite gedegradeerd waren tot leveranciers van middelen die op geen enkele serieuze manier betrokken werden bij de doelstellingen en de wijze waarop die werden nagestreefd? De Arcoslogan ‘Uw aandeel voor een betere samenleving’ betekende in feite enkel en alleen dat er af en toe wat ‘materieel voordeel’ kon opgestreken worden. Sta ons ook toe, mijnheer de voorzitter, erop te wijzen dat niet iedereen in het ACW met deze ontwikkelingen tevreden was. Maar de criticasters kregen lik op stuk. Ze strooiden zo maar wat cafépraat rond. Niet dat we per se ons gelijk willen halen, mijnheer de voorzitter, maar in het midden van de jaren 90 heeft de arbeidersbeweging zich laten rollen, ging door de knieën voor de lokroep van het grote geld en trok ronduit de kaart van het kapitalistisch ondernemerschap. Tijdsgeest of niet, de arbeidersbeweging is precies ontstaan omdat ze zich tegen de toenmalige tijdsgeest heeft afgezet. Die houding heeft de beweging, toen met velen overtuigd dat ‘the sky the limit’ was, niet kunnen opbrengen. Dat ze ook in 2008 geen onraad rook, vinden wij helemaal van de pot gerukt. En wie in het voorjaar van 2011 nog’ goed –nieuws- brenger was’, lijkt ons echt ter kwader trouw. Het is dus tijd om het roer om te gooien.

Een nieuwe financiële opdracht voor de overheid

Er is echt veel fout gegaan, maar we zijn niet op zoek naar zondebokken. Sommigen in de beweging hebben deze optie doorgedrukt, anderen trokken zich er niks van aan en de criticasters waren of niet talrijk genoeg of hebben gefaald en onvoldoende gewogen op de besluitvorming. Dat zegt iets over de organisatie van de beweging. En daar zouden we lessen moeten uit trekken. Voor de organisatievorm maar vooral voor de wijze waarop de beweging de komende jaren de economische en financiële crisis te lijf zal gaan. We kunnen een en ander goed maken, mijnheer de voorzitter. Om te beginnen door in eigen huis schoon schip te maken met de zogeheten financiële experts. En verder zouden wij koploper moeten worden in de maatschappelijke en politieke strijd om het kapitalisme te bestrijden en het financieel kapitalisme voorgoed aan de ketting te leggen. Door ‘ideologische blindheid’ werden in de tweede helft van vorige eeuw, onder het motto ‘met de privé meer opbrengst, efficiëntie en rendement’, de overheidsbanken een na een afgebouwd. Vandaag weten we wel beter. Alhoewel. De huidige economische crisis is mede veroorzaakt doordat overheden heel veel geld moesten ophoesten om de banken te ‘redden’ en nu die overheden zelf in geldnood zitten willen de banken niet meer over de brug komen, tenzij onder hun voorwaarden. Dat vinden wij meer dan een brug te ver, mijnheer de voorzitter. Na de crash van 1929 werden er overal maatregelen genomen om het bankwezen streng te reguleren. Zo werd er een scheiding opgelegd tussen de gewone banken (krediet en spaarwezen) en de zakenbanken en de overheden hielden dat nauwgezet in de gaten. Maar sinds het einde van de jaren tachtig kwam de dijkbreuk. Wereldwijd werd de strikte scheiding tussen de gewone banken en de zakenbanken opgegeven. Banken lieten het spaargeld en de verzekeringen voor wat het was en gooiden zich op de financiële markten. De koorts naar steeds meer veroorzaakte een reusachtige zeepbel die nu in ons gezicht ontploft is. Daar kan maar één grote les uit getrokken worden. De privébanken hebben hun failliet bewezen. Banken moeten gedwongen worden hun financiële middelen in te zetten ten dienste van de reële economie. Daarom moet de ‘splitsing’ opnieuw, bij wet, worden opgelegd. En om hen te beletten nog de strapatsen van de voorbije jaren uit te halen moeten we behalve een bijzonder strenge regelgeving ons de vraag durven stellen of nieuwe openbare financiële instellingen hier ook geen rol kunnen spelen. We weten het, mijnheer de voorzitter, dat ligt niet eenvoudig in de christelijke arbeidersbeweging. Er zal heel wat weerstand moeten overwonnen worden. Zo herinneren we ons nog een uitspraak van Luc Cortebeeck in ‘het grote crisisgesprek’ van De Standaard (27-28/12/08) waar hij onder de kop ‘we moeten niet terug naar het staatskapitalisme’ het volgende zegt: “Maar ik denk niet dat het de taak van de overheid is, om bijvoorbeeld, banken te runnen. Dit is goed in de huidige omstandigheden [hij bedoelde toen de Fortisaffaire, nvdr), en voor een bepaalde periode. Maar niet op lange termijn.” Vandaag, mijnheer de voorzitter, zitten we met een gelijkaardige situatie (Dexia) en we vragen u met aandrang om  de piste van een overheidsbank niet meteen af te schieten. Nieuwe tijden vragen nieuwe wetten.

Een nieuwe coöperatieve revolutie

Ooit hebben wij er uitdrukkelijk voor gekozen, mijnheer de voorzitter, ons als beweging in te zetten tegen onrechtvaardige structuren en het systeem te veranderen. Werknemers moesten het aandeel in de macht veroveren dat hen op alle vlakken van het maatschappelijk leven toekwam. Een economie in dienst van mens en samenleving was het ordewoord en het kapitalisme werd afgewezen omdat het niet in staat was om de kloof tussen rijk en arm te dichten en steeds meer in het voordeel van de rijken speelde. Hoe kunnen we vandaag een economie in dienst van mens en samenleving uitbouwen? Zeker niet door te participeren aan de (losgeslagen) financiële markten. Streng gereguleerde openbare banken die aan een stevige democratische controle worden onderworpen en die alle spitstechnologische trucs van beleggingsactiviteiten moeten afzweren, kunnen een bijdrage leveren. Maar we kunnen ook zelf een duit in het zakje doen, mijnheer de voorzitter. Nadat de beweging eerder haar ‘economische poot’ had afgestoten, moet vandaag de omgekeerde beweging gemaakt worden. We moeten opnieuw investeren in een coöperatieve werking. Als de arbeidersbeweging greep wil krijgen op de maatschappelijke ontwikkelingen en ijvert voor een nieuwe samenleving dan moet ze ook greep krijgen op de economie en alternatieven ontwikkelen die perspectief geven aan een menselijke samenleving. Daar hebben we werkplaatsen voor nodig, stelde D. Barrez, laboratoria, die de toekomst dichterbij halen. Moeten we dan opnieuw coöperatieve meelfabrieken, bakkerijen, drukkerijen, vakantiehuizen, enz. uit de grond stampen? Dat hoeft niet. Er liggen vandaag nog terreinen nagenoeg braak. We hebben vandaag misschien minder nood aan brood en kolen dan vroeger, maar we staan wel in de kou wat onze energie betreft. En naast wat groepsaankopen hier en daar, die overigens de quasi monopoliepositie van Electrabel niet aantasten, is er van een gecoördineerde actie van de arbeidersbeweging geen spraak. We weten vandaag niet hoeveel geld van het ACW verdampt is door de fratsen van Dexia en door de beheerders van Arco, maar er is waarschijnlijk nog een potje over. Het zal de militanten interesseren over hoeveel middelen de beweging nog beschikt en waarvoor die middelen zullen worden ingezet. En wat te denken van een echte coöperatieve bank? Een bank van ons. Waarom niet? Dan beletten we tenminste dat met ons geld  het financieel  kapitalisme verder de samenleving ontwricht, het milieu kapot maakt en jobs en inkomens vernietigt. En dan komen er perspectieven om met de opgebouwde middelen maatschappelijke doelen te realiseren die het goede leven een stap dichter bij brengen. Toch willen we de coöperatieve werken van het verleden niet verheerlijken. Om te beginnen was de christelijke arbeidersbeweging niet onmiddellijk een grote fan van de coöperaties. Pas toen het succes ervan door de socialistische arbeidersbeweging was bewezen, schoot ook de christelijke arbeidersbeweging in gang. En altijd heeft de beweging, als sociale beweging, op gespannen voet geleefd met de economische activiteiten van de coöperaties. Het is altijd opletten geweest om de economische logica geen eigen bestaan te laten leiden. Dus moest de sociale beweging alle hens aan dek roepen om het heft toch in eigen handen te houden. Vandaag lijkt het erop dat de economische activiteit de sociale beweging zwaar beschadigd heeft. Is dat een reden om de coöperatieve uitbouw voor goed af te schrijven? Wij denken van niet en daarin, mijnheer de voorzitter, erkennen we u als medestander. In juli van dit jaar had u het in ‘De Wereld Morgen’ (04/07/11) over een “coöperatieve revolutie”. U zag duidelijk een toekomst voor het coöperatief ondernemen. Wellicht was u zich toen niet bewust van het rampscenario dat zich enkele maanden later zou voltrekken en afgezien daarvan kunnen we een heel eind mee in uw analyse. Coöperaties, zegt u, zijn er om te proberen de markt terug te winnen of te sturen of om een plaats te krijgen op die markt. Coöperaties laten zien dat ook op een andere moet en kan economisch ondernomen worden. Bovendien is de maatschappelijke betrokkenheid erg essentieel. De coöperatieve onderneming kan enkel tevreden zijn als het vooropgestelde maatschappelijke doel bereikt wordt. Dat impliceert, zegt u verder, een participatieve en democratische manier van werken. Iedereen die bij de coöperatie betrokken is moet zijn zeg kunnen doen en mee beslissen. Hoe bouw je de coöperatie verder uit? Wil je groeien? Ok, maar groot zijn hoef je niet te doen door grootschalig te zijn. Wat zijn de gedragsregels? Nooit mag de coöperatie zich laten verleiden tot speculatief gedrag. Een goed beheerssysteem stelt paal en perk aan onethisch en roekeloos risicozoekend gedrag. Als we zo te werk gaan, zegt u, krijgen we weer greep op onze economie en dus op onze maatschappij. 2012 is het internationaal jaar van het coöperatiewezen en u doet vijf voorstellen waarvan u zegt dat de toepassing ervan revolutionairder is dan we oorspronkelijk dachten. Deze stellingen zijn zeker verder te bespreken. Het is wel wrang dat net de Arco-sage laat zien hoe die principes in feite van nul en generlei waarde waren. In Visie geeft u toe dat het wellicht fout was om als coöperatief scheep te gaan met een internationale holding. “In een internationale holding krijg je een moeilijk te overzien beheer. Dat gaat wellicht niet samen. “ Daarin hebt u ongetwijfeld gelijk. En wellicht was de appel van Arco in Dexia al te wormstekig om hem nog te kunnen redden. Maar als u bijstuurt en het quasi onmogelijk maakt dat andere spelers op de coöperatieve markt in de fouten van Arco in Dexia hervallen, zien we met interesse uit naar de verdere voorstellen van het ACW.

Een nieuw politiek project

We beseffen dat we u heel wat vragen, maar de beweging is toch iets verschuldigd aan de werknemers en aan de samenleving. Daarom nog een laatste oproep. De christelijke arbeidersbeweging is een machtige organisatie waarvan de tentakels, zeker vroeger, tot in het centrum van de macht reikten. Ze beschikt over vele tienduizenden militanten in alle geledingen van de beweging die tegelijk actief zijn in organisaties rond milieu, sociale problemen, derde wereld, enz. Hoe blijft de beweging al die mensen aan zich binden? Niet aan de organisatie op zich maar voor een project van een sociaal rechtvaardige, duurzame en participatieve samenleving? Kunnen zij overtuigd worden dat de CAB een sterke sociale beweging is die haar ‘roots’ niet wil verloochenen? En dat, mijnheer de voorzitter, is onze laatste vraag, met welk maatschappelijk en politiek project wil de beweging al die mensen blijven mobiliseren? En eerlijk gezegd zijn we daar niet gerust in. In de loop van de geschiedenis is de beweging groot geworden maar is ze onderweg ook een en ander kwijt gespeeld. Niet alleen werd de coöperatieve werking afgebouwd, ook het maatschappelijk en politiek project waar de beweging voor stond is uit handen gegeven en toevertrouwd aan ‘de vrienden’ in de CD&V. Dat heeft de beweging, zeker in de hoogdagen van de CVP, geen windeieren gelegd, maar zorgde er ook voor dat de eigen maatschappelijke en politieke doelstellingen sterk verwaterden. Wat een contrast met de situatie tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het ACW beschikte toen over een sterke zelfstandige politieke macht, het had een eigen politieke infrastructuur en zette zwaar in op politieke vorming. Dat hebben we dus allemaal uit handen gegeven. Ons maatschappelijk en politiek project wordt nu ter harte genomen door de CD&V, een partij die steeds meer opschuift naar rechts en het neoliberalisme. Het meeste recente bewijs daarvan is het congres waarop CD&V de lof zong van het door onze beweging totaal onrechtvaardig genoemde regeerakkoord van Di Rupo I. Op 650 aanwezigen was er niemand die ook maar een enkele kritische bemerking maakte bij het sociaaleconomische luik van dit regeerakkoord.  Elke goede verstaander heeft begrepen dat het niet alleen Open VLD was die de mond vol had van besparingen. CD&V leverde hand en spandiensten en lag zeker niet in de weg. Maar het is niet van vorige maand dat CD&V steeds meer afwijkt van de doelstellingen van de christelijke arbeidersbeweging. Toch wil het ACW zijn ‘bevoorrechte partner’ nog steeds niet in de steek laten. Waarom niet, mijnheer de voorzitter. Ja, natuurlijk hebben we ACW-mandatarissen in de CD&V. Maar zijn die eerst niet CD&V-er en dan pas ACW-er? Pas op, we willen de inzet van die ACW-ers op plaatselijk vlak niet in twijfel trekken maar voor de ACW-mandatarissen in de Vlaamse en de federale regering ligt dat helemaal anders. Wie van de vele duizenden leden heeft ooit W. Martens, J.L. Dehaene en Y. Leterme tot ACW-er benoemd? Hoe komt het toch dat in de federale regering Vanackere, Schouppe, Vervotte en Verheirstraeten als ACW-ers door het leven gaan en Crevits en Schauwvliege in de Vlaamse regering? Zij vormen dus ‘de arbeidersvleugel’ in de CD&V. En als de media dan van ‘de linkervleugel’ van de CD&V spreken, dan horen wij het in Keulen donderen. (Bovendien kunnen deze mensen van alles ritselen, suggereert de pers. Zoals een waarborgregeling voor de aandelen van de Arcovennoten. Wat zelfs nuchtere professoren zoals Marc Hooghe er toe brengt de christelijke arbeidersbeweging ‘zelfbediening’ te verwijten. Wij vragen u, mijnheer de voorzitter, het geweer van schouder te veranderen. Wacht niet tot dat de CD&V electoraal nog dieper wegzakt. Werk een eigen uitgesproken maatschappelijke keuze uit. Laat daarbij het concrete werknemersbelang primeren op een flou ‘algemeen’ belang dat vaak misbruikt wordt om een eerder kleine groep te bevoordelen. Spreek u duidelijk uit tegen de neoliberale principes die de samenleving domineren en meer en meer verknechten. Weiger te aanvaarden dat de winst van enkelen primeert op het goede leven van velen. Neem dus een initiatief, kom naar buiten met een eigen uitgewerkt profiel, bediscussieerd en gedragen, waarmee de beweging de boer op kan, de confrontatie tegemoet. Met ’een recht voor de raap’ project dat mensen terug perspectief biedt en uitdagend genoeg is om, samen met alle progressieve krachten van het land, te bewijzen dat een andere wereld mogelijk is.

Herkent u zich in deze Open Brief van Beweging? Dan zouden wij het op prijs stellen dat u ons dat zou laten weten via beweging.strijdbaar@gmail.com en ook of wij uw naam onderaan deze Open Brief mogen toevoegen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!