Interview, Nieuws, Samenleving, Politiek, België, Verenigde Verenigingen, StRaten-generaal, Ruimtelijke ordening, Beleidscultuur, Manu Claeys -

Sporen naar een andere beleidscultuur met Manu Claeys

‘De Verenigde Verenigingen’ interviewde beleidsbedenkers, -makers en -uitvoerders over hun ervaring met en visie op de huidige Vlaamse beleidscultuur. Het resultaat werd de publicatie 'It’s the culture stupid! Sporen naar andere beleidscultuur!’. Een eerste interview met Manu Claeys. Manu Claeys is bezieler en activist van het Antwerpse bewonerscollectief stRaten-Generaal.

woensdag 30 november 2011 12:14

Het collectief stRaten-generaal werd de afgelopen jaren het uithangbord van het ‘protest’ tegen de Oosterweelverbinding in Antwerpen. Een symptomatisch dossier voor een meer fundamenteel probleem, meent haar bezieler Manu Claeys. “In een ideale beleidscultuur wordt inspraak als een kwaliteit gezien, niet als iets storends.” Een gesprek over het openstaan voor oplossingsmodellen, vele soorten stemmen en de rol van actiegroepen en het verenigingsleven daarbij.

Is ‘ons’ middenveld voldoende actief in de debatten om ernstig genomen te worden?

“De grote ‘middenveldmachines’ zijn erg waardevol, maar missen vaak het momentum. stRaten-generaal functioneert anders dan het gevestigde middenveld en is er complementair aan. We werken ad hoc, niet hiërarchisch, netwerkgericht en onafhankelijk. Nieuwe media en snelheid zijn onze kracht: wij reageren zonder terug te moeten koppelen aan een raad van bestuur of leden. Zo creëer je directe impact. We zijn bij uitstek actiegericht – maar niet door marsen te organiseren. Groepen als wij komen vaak met argumenten die al leven, maar dan in een uitgepuurde, geradicaliseerde versie.“

Schudt het nieuwe middenveld de gevestigde orde wakker, leidt dat dan tot een verandering in de beleidscultuur?

“Het verenigingsleven legt mee de kiem voor democratische vernieuwing, want traditionele representatie, sociaal overleg en steunpilaren als ambtenarij, overheidsbedrijven en experts volstaan niet langer voor democratische besluitvorming. Ad hoc schendingen van rechten vallen tussen de mazen van het net. Het traditionele middenveld uit de jaren zeventig is stilaan geïntegreerd in het beleid. Rond ‘gevoelige’ projecten die veel losmaken, zit het middenveld net als de politiek soms zelf vast in een bepaald pragmatisch stramien. Daardoor wordt er te weinig out-of-the-box gedacht. Dat democratische vacuüm vullen groepen als wij in.”

Is het beleid in Vlaanderen daar klaar voor?

“Niet echt, nee. Coalitieregeringen maken stilzwijgend onderlinge afspraken en dat beïnvloedt  diepgaand onze manier van politiek bedrijven. Wij zijn dan de horzels die dingen agenderen die partijen onder druk zetten. Om partijpolitieke redenen kunnen die partijen daar vaak niets mee aan, zelfs wanneer ze ons gelijk geven op het vlak van stadsontwikkeling, mobiliteit en gezondheid, zoals in ‘ons’ Oosterweeldossier.”

“De nood aan ‘krachtdadig’ bestuur die de doorslag geeft in politieke besluitvorming, wordt dan de ultieme dooddoener. ‘We kunnen blijven discussiëren’, wordt meestal geopperd door mensen die niet willen deelnemen aan het overleg omdat het niet past in hun agenda. Kijk naar bedrijven: die hebben toch ook meerjarenstrategieën? ‘Snel’ leidt meestal tot ‘fout’.”

“In Nederland worden de besluitvormingsprocessen gestroomlijnd door de ‘beleidslussen’ die beslissingen vastklikken op verschillende niveaus. Daardoor kun je terugkoppelen, zonder alles in vraag te moeten stellen. Er wordt ook vanuit gegaan dat je in een complex dossier een sterk verhaal moet hebben. Een politicus die de complexiteit van een dossier niet erkent, vind ik dom.”

“Het zijn vaak ook net die politici die de kost van een project bewust te laag inschatten, of die beloven het in een recordtempo af te ronden. Een sterk verhaal erkent de complexiteit, het organische en zélfs het chaotische van besluitvorming. Een externe coördinator zou zulke politici geregeld moeten terugfluiten, omdat ‘complex’ haaks staat op hun agenda.”

“De ambtenarij is vragende partij voor een debatcultuur en participatie. Ik ben onder de indruk van hun expertise. De nieuwe generatie ambtenaren voelt daarbij goed aan dat de nieuwste sociale bewegingen waarden uitdragen waar zij zelf ook in geloven.”

Welke haalbare stappen zie je om die partijpolitieke cultuur te veranderen?

“Kabinetten afslanken. Dat een verkozen minister op een uitgebreide hofhouding kan rekenen, is een motie van wantrouwen jegens de administratie. Kabinetten denken ideologisch, willen scoren op korte termijn, hanteren als ‘norm’ de herverkiezing van hun politicus en wegen belangen af nadát een besluitvormingsproces werd doorlopen.”

“Ook interkabinettenwerkgroepen die het beleid voorbereiden, zijn erg ondoorzichtig: verslagen worden niet vrijgegeven, argumenten niet geëxpliciteerd. Er worden al in de eerste fasen van een beslissingtraject politieke randvoorwaarden gesteld: voor wat hoort wat én je hoort je eraan te houden. Politici die een bocht van honderdtachtig graden maken, dat is absoluut not done. Maar ik vind dat soms net een kwaliteit voor een politicus.”

“Gebrek aan transparantie is dé reden waarom de politiek wantrouwen oproept. Let wel, wij zijn het eens met het primaat van de politiek: de politiek beslist  – niet het middenveld. Wanneer wij sommige dossiers kritisch willen kunnen volgen, betekent dat niet dat wij die rol willen overnemen, zoals wel eens wordt geïnsinueerd.”

“Maar burgers hebben door het gestegen onderwijsniveau en technologische ontwikkelingen zoals het internet meer expertise dan vroeger: het verzamelde potentieel in een vereniging ligt hoog. En dat leidt tot meer vraag om participatie, zeker, maar het is ook een pool van expertise waaruit getapt kan worden om de laatste trends niet te missen.”

“Voor mij zijn de drie belangrijkste pijlers van goed beleid transparantie, onafhankelijke expertise en duurzaamheid. Maar in Vlaanderen staat daar staat drie keer ‘politisering’ tegenover.”

Welke rol speelt het Vlaamse parlement in een opener beleidscultuur?

“Zeker geen voortrekkersrol. De Vlaamse regering wordt nauwelijks gecontroleerd. Parlementsleden zitten verstrikt in hun coalities: het is altijd meerderheid tegen oppositie. Dissident stemmen gebeurt nauwelijks. Parlementsleden kunnen wel wetten verbeteren en lokale dossiers ondersteunen, maar wegen op het beleid doen ze niet.”

“Minister kunnen ongehinderd het parlement verhalen op de mouw spelden, bijvoorbeeld over het feit of een bepaalde studie nog niet afgerond zou zijn, terwijl de beslissing over het thema in kwestie al werd genomen. ‘Liegen’ is een zware term die we in de context van ‘ons’ dossier ook wel eens gebruikten.”

“Bart De Wever vond dat wanneer wij dachten dat de Vlaamse regering bedrog gepleegd had, het ons vrij stond om naar de rechtbank te trekken. Maar dat was nu net ons punt: niet de rechtbank, maar het parlement moet de overheid controleren.”

Zijn er landen of regio’s die model kunnen staan voor Vlaanderen?

“Een van onze handicaps is dat Vlaanderen (te) klein is. Daardoor is het moeilijk om ‘onafhankelijke’ studies te krijgen waarop je je kunt baseren. Studiebureaus hangen vaak af van overheidsopdrachten. Wie ‘lastig’ doet door uitgangspunten in vraag te stellen, krijgt het moeilijker om opdrachten binnen te halen. In Duitsland lossen ze dat op door een bureau uit een andere deelstaat de opdracht te geven. Wij zouden bijvoorbeeld Nederlandse bureaus kunnen inschakelen.”

“In Barcelona, een schoolvoorbeeld van stadsontwikkeling, worden mensen permanent en op lange termijn betrokken. Hun bestuursmaatschappij Barcelona Regional (www.bcnregional.com) kan je niet vergelijken met de BAM: daarin was de stad Antwerpen niet eens vertegenwoordigd.”

“De politiek probeerde via de BAM haar eigen agenda op te leggen, maar het resultaat was een politiek debacle zonder weerga. Barcelona  depolitiseerde in grote mate het ruimtelijk beleid en creëerde een groot draagvlak voor complexe projecten rond stadsontwikkeling en mobiliteit. Participatie vanuit de straten en de wijken was een integraal onderdeel van hun succes: een natuurlijke reactie op de negatieve ervaringen onder het Francoregime.”

“En dan bedoel ik participatie als grondgedachte: contacten die je als overheid blijft onderhouden. Ook wanneer de straat niet heraangelegd hoeft te worden. Het adagium in Vlaanderen is nog steeds: wie betaalt, bepaalt – de Vlaamse overheid. Maar de maatschappelijke krachten die succeservaringen afdwingen, zijn zo groot, dat hun stem niet langer genegeerd kan worden.“
 

Manu Claeys is  bezieler en activitist van het Antwerpse bewonerscollectief stRaten-Generaal.

U kan deze gratis publicatie “It’s the culture, stupid! Sporen naar een andere beleidscultuur” (84 pagina’s) nog steeds bestellen via de bestelknop op onze website. Vanwege groot succes is onze voorraad momenteel uitgeput, maar we reserveren dan een exemplaar voor u, als we later dit jaar in herdruk gaan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!